Reken uit
- \(\)De leerkracht LO bakent een rechthoekig gebied af met lengte 17 m en breedte 16 m en bedekt het met een zeil. Hoe groot is dit zeil?\(\)
- \(\)Je verzaagt een lange plank tot een kader voor een poster met lengte 11 dm en breedte 4 dm. Hoe groot is die poster?\(\)
- \(\)Je versiert een foto met lengte 4 cm en breedte 18 cm met een felkleurig lint. Hoe groot is die foto?\(\)
- \(\)Je verzaagt een lange plank tot een kader voor een poster met lengte 10 dm en breedte 8 dm. Hoe lang moet de plank minstens zijn?\(\)
- \(\)Je verzaagt een lange plank tot een kader voor een poster met lengte 7 dm en breedte 18 dm. Hoe lang moet de plank minstens zijn?\(\)
- \(\)Je bakent met een touw een rechthoekig gebied af met lengte 15 m en breedte 6 m. Hoe groot is dat gebied?\(\)
- \(\)De leerkracht LO bakent een rechthoekig gebied af met lengte 18 m en breedte 14 m en bedekt het met een zeil. Hoe groot is dit zeil?\(\)
- \(\)Je bakent met een touw een rechthoekig gebied af met lengte 3 m en breedte 9 m. Hoe lang moet je touw minstens zijn?\(\)
- \(\)Je bakent met een touw een rechthoekig gebied af met lengte 10 m en breedte 3 m. Hoe lang moet je touw minstens zijn?\(\)
- \(\)Je verzaagt een lange plank tot een kader voor een poster met lengte 12 dm en breedte 10 dm. Hoe groot is die poster?\(\)
- \(\)Je verft een rechthoekig plankje met lengte 4 cm en breedte 13 cm. Hoe groot is het beschilderde oppervlak?\(\)
- \(\)Je bakent met een touw een rechthoekig gebied af met lengte 2 m en breedte 19 m. Hoe groot is dat gebied?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(17\text{ m}\times16\text{ m}=272\text{ m}^2\)
- \(11\text{ dm}\times4\text{ dm}=44\text{ dm}^2\)
- \(4\text{ cm}\times18\text{ cm}=72\text{ cm}^2\)
- \(2 \times (10\text{ dm}+8\text{ dm})=36\text{ dm}\)
- \(2 \times (7\text{ dm}+18\text{ dm})=50\text{ dm}\)
- \(15\text{ m}\times6\text{ m}=90\text{ m}^2\)
- \(18\text{ m}\times14\text{ m}=252\text{ m}^2\)
- \(2 \times (3\text{ m}+9\text{ m})=24\text{ m}\)
- \(2 \times (10\text{ m}+3\text{ m})=26\text{ m}\)
- \(12\text{ dm}\times10\text{ dm}=120\text{ dm}^2\)
- \(4\text{ cm}\times13\text{ cm}=52\text{ cm}^2\)
- \(2\text{ m}\times19\text{ m}=38\text{ m}^2\)