Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Wouter heeft 24 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 276 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Maxim heeft 32 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 84 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 84 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 42 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  6. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 48 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Lina heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 48 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Mohamed heeft 54 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 288 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 88 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Maxim heeft 24 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 45 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Wouter heeft 24 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 276 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 24 = 276 \\ \Leftrightarrow x = 276 + 24 = 300 \\ \text{Wouter had 300 euro}\)
  2. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 5.x = 15 \\ \Leftrightarrow x = \frac{15}{5} = 3 \\ \text{Loubna legt 3 km af per rondje}\)
  3. \(\text{Maxim heeft 32 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 84 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 32 = 84 \\ \Leftrightarrow x = 84 + 32 = 116 \\ \text{Maxim had 116 euro}\)
  4. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 84 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 84 \\ \Leftrightarrow x = \frac{84}{4} = 21 \\ \text{Jana legt 21 km af per tourke}\)
  5. \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 42 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 4.x = 42 \\ \Leftrightarrow x = \frac{42}{4} = 10.5 \\ \text{Froukje kan maximaal 10.5 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  6. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 48 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 48 \\ \Leftrightarrow x = \frac{48}{4} = 12 \\ \text{Sarah legt 12 km af per tourke}\)
  7. \(\text{Lina heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 44 \\ \Leftrightarrow x = \frac{44}{5} = 8.8 \\ \text{Lina kan maximaal 8.8 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  8. \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 48 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 5.x = 48 \\ \Leftrightarrow x = \frac{48}{5} = 9.6 \\ \text{Mila kan maximaal 9.6 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  9. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 1 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1}{5} = 0.2 \\ \text{Sarah legt 0.2 km af per baantje}\)
  10. \(\text{Mohamed heeft 54 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 288 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 54 = 288 \\ \Leftrightarrow x = 288 + 54 = 342 \\ \text{Mohamed had 342 euro}\)
  11. \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 88 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 88 \\ \Leftrightarrow x = \frac{88}{5} = 17.6 \\ \text{Froukje kan maximaal 17.6 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  12. \(\text{Maxim heeft 24 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 45 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 24 = 45 \\ \Leftrightarrow x = 45 + 24 = 69 \\ \text{Maxim had 69 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-04 17:08:11
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen