Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Lina heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 63 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Maxim heeft 47 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 272 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Froukje heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Wouter heeft 48 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 308 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Ayman heeft 57 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 83 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Lina heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Ayman heeft 58 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 180 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Lina heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
4.x = 66 \\
\Leftrightarrow x = \frac{66}{4} = 16.5 \\
\text{Lina kan maximaal 16.5 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
6.x = 72 \\
\Leftrightarrow x = \frac{72}{6} = 12 \\
\text{Loubna legt 12 km af per tourke}\)
- \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 63 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
3.x = 63 \\
\Leftrightarrow x = \frac{63}{3} = 21 \\
\text{Jana legt 21 km af per tourke}\)
- \(\text{Maxim heeft 47 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 272 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 47 = 272 \\
\Leftrightarrow x = 272 + 47 = 319 \\
\text{Maxim had 319 euro}\)
- \(\text{Froukje heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
7.x = 53 \\
\Leftrightarrow x = \frac{53}{7} = 7.57 \\
\text{Froukje kan maximaal 7.57 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Wouter heeft 48 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 308 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 48 = 308 \\
\Leftrightarrow x = 308 + 48 = 356 \\
\text{Wouter had 356 euro}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
4.x = 1 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1}{4} = 0.25 \\
\text{Sarah legt 0.25 km af per baantje}\)
- \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
4.x = 20 \\
\Leftrightarrow x = \frac{20}{4} = 5 \\
\text{Loubna legt 5 km af per ronde}\)
- \(\text{Ayman heeft 57 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 83 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 57 = 83 \\
\Leftrightarrow x = 83 + 57 = 140 \\
\text{Ayman had 140 euro}\)
- \(\text{Lina heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
4.x = 44 \\
\Leftrightarrow x = \frac{44}{4} = 11 \\
\text{Lina kan maximaal 11 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
3.x = 10.5 \\
\Leftrightarrow x = \frac{10.5}{3} = 3.5 \\
\text{Loubna legt 3.5 km af per rondje}\)
- \(\text{Ayman heeft 58 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 180 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 58 = 180 \\
\Leftrightarrow x = 180 + 58 = 238 \\
\text{Ayman had 238 euro}\)