Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Froukje heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 86 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 55 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 108 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Lina heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 49 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 84 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Mila heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 72 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  6. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Maxim heeft 51 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 251 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Maxim heeft 43 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 147 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Ayman heeft 58 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 160 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  10. \(\text{Maxim heeft 23 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 262 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 144 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Froukje heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 86 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 3.x = 86 \\ \Leftrightarrow x = \frac{86}{3} = 28.67 \\ \text{Froukje kan maximaal 28.67 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 55 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 108 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 55 = 108 \\ \Leftrightarrow x = 108 + 55 = 163 \\ \text{Mohamed had 163 euro}\)
  3. \(\text{Lina heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 49 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 49 \\ \Leftrightarrow x = \frac{49}{6} = 8.17 \\ \text{Lina kan maximaal 8.17 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  4. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 84 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 84 \\ \Leftrightarrow x = \frac{84}{4} = 21 \\ \text{Sarah legt 21 km af per tourke}\)
  5. \(\text{Mila heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 72 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 6.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{6} = 12 \\ \text{Mila kan maximaal 12 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  6. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 15 \\ \Leftrightarrow x = \frac{15}{3} = 5 \\ \text{Sarah legt 5 km af per ronde}\)
  7. \(\text{Maxim heeft 51 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 251 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 51 = 251 \\ \Leftrightarrow x = 251 + 51 = 302 \\ \text{Maxim had 302 euro}\)
  8. \(\text{Maxim heeft 43 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 147 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 43 = 147 \\ \Leftrightarrow x = 147 + 43 = 190 \\ \text{Maxim had 190 euro}\)
  9. \(\text{Ayman heeft 58 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 160 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 58 = 160 \\ \Leftrightarrow x = 160 + 58 = 218 \\ \text{Ayman had 218 euro}\)
  10. \(\text{Maxim heeft 23 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 262 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 23 = 262 \\ \Leftrightarrow x = 262 + 23 = 285 \\ \text{Maxim had 285 euro}\)
  11. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 10.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{10.5}{3} = 3.5 \\ \text{Jana legt 3.5 km af per rondje}\)
  12. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 144 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 6.x = 144 \\ \Leftrightarrow x = \frac{144}{6} = 24 \\ \text{Nihad legt 24 km af per tourke}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-15 16:11:54
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen