Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 88 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 36 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Warinda heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mila heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Froukje heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.4 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Ayman heeft 33 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 86 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 42 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Maxim heeft 28 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 59 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.6 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 23 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 224 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Maxim heeft 57 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 66 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 88 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
5.x = 88 \\
\Leftrightarrow x = \frac{88}{5} = 17.6 \\
\text{Mila kan maximaal 17.6 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 36 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
6.x = 36 \\
\Leftrightarrow x = \frac{36}{6} = 6 \\
\text{Nihad legt 6 km af per ronde}\)
- \(\text{Warinda heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
7.x = 52 \\
\Leftrightarrow x = \frac{52}{7} = 7.43 \\
\text{Warinda kan maximaal 7.43 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Mila heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
4.x = 46 \\
\Leftrightarrow x = \frac{46}{4} = 11.5 \\
\text{Mila kan maximaal 11.5 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Froukje heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
6.x = 38 \\
\Leftrightarrow x = \frac{38}{6} = 6.33 \\
\text{Froukje kan maximaal 6.33 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.4 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
4.x = 1.4 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.4}{4} = 0.35 \\
\text{Jana legt 0.35 km af per baantje}\)
- \(\text{Ayman heeft 33 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 86 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 33 = 86 \\
\Leftrightarrow x = 86 + 33 = 119 \\
\text{Ayman had 119 euro}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 42 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
4.x = 42 \\
\Leftrightarrow x = \frac{42}{4} = 10.5 \\
\text{Warinda kan maximaal 10.5 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Maxim heeft 28 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 59 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 28 = 59 \\
\Leftrightarrow x = 59 + 28 = 87 \\
\text{Maxim had 87 euro}\)
- \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.6 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
3.x = 0.6 \\
\Leftrightarrow x = \frac{0.6}{3} = 0.2 \\
\text{Nihad legt 0.2 km af per baantje}\)
- \(\text{Mohamed heeft 23 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 224 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 23 = 224 \\
\Leftrightarrow x = 224 + 23 = 247 \\
\text{Mohamed had 247 euro}\)
- \(\text{Maxim heeft 57 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 66 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 57 = 66 \\
\Leftrightarrow x = 66 + 57 = 123 \\
\text{Maxim had 123 euro}\)