Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.25 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 37 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 253 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Wouter heeft 59 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 226 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Ayman heeft 33 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 275 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  5. \(\text{Wouter heeft 31 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 71 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 85 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Froukje heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 57 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 51 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Warinda heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 58 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Warinda heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  11. \(\text{Lina heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 55 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 36 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.25 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 1.25 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.25}{5} = 0.25 \\ \text{Sarah legt 0.25 km af per baantje}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 37 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 253 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 37 = 253 \\ \Leftrightarrow x = 253 + 37 = 290 \\ \text{Mohamed had 290 euro}\)
  3. \(\text{Wouter heeft 59 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 226 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 59 = 226 \\ \Leftrightarrow x = 226 + 59 = 285 \\ \text{Wouter had 285 euro}\)
  4. \(\text{Ayman heeft 33 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 275 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 33 = 275 \\ \Leftrightarrow x = 275 + 33 = 308 \\ \text{Ayman had 308 euro}\)
  5. \(\text{Wouter heeft 31 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 71 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 31 = 71 \\ \Leftrightarrow x = 71 + 31 = 102 \\ \text{Wouter had 102 euro}\)
  6. \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 85 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 85 \\ \Leftrightarrow x = \frac{85}{3} = 28.33 \\ \text{Warinda kan maximaal 28.33 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  7. \(\text{Froukje heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 57 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 57 \\ \Leftrightarrow x = \frac{57}{6} = 9.5 \\ \text{Froukje kan maximaal 9.5 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  8. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 51 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 51 \\ \Leftrightarrow x = \frac{51}{6} = 8.5 \\ \text{Mila kan maximaal 8.5 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  9. \(\text{Warinda heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 58 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 58 \\ \Leftrightarrow x = \frac{58}{5} = 11.6 \\ \text{Warinda kan maximaal 11.6 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  10. \(\text{Warinda heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 68 \\ \Leftrightarrow x = \frac{68}{6} = 11.33 \\ \text{Warinda kan maximaal 11.33 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  11. \(\text{Lina heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 55 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 55 \\ \Leftrightarrow x = \frac{55}{6} = 9.17 \\ \text{Lina kan maximaal 9.17 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  12. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 36 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 3.x = 36 \\ \Leftrightarrow x = \frac{36}{3} = 12 \\ \text{Sarah legt 12 km af per tourke}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-29 15:00:45
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen