Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Lina heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 63 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  4. \(\text{Maxim heeft 47 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 272 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  5. \(\text{Froukje heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  6. \(\text{Wouter heeft 48 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 308 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  8. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Ayman heeft 57 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 83 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  10. \(\text{Lina heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  11. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Ayman heeft 58 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 180 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Lina heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 4.x = 66 \\ \Leftrightarrow x = \frac{66}{4} = 16.5 \\ \text{Lina kan maximaal 16.5 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  2. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 6.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{6} = 12 \\ \text{Loubna legt 12 km af per tourke}\)
  3. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 63 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 3.x = 63 \\ \Leftrightarrow x = \frac{63}{3} = 21 \\ \text{Jana legt 21 km af per tourke}\)
  4. \(\text{Maxim heeft 47 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 272 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 47 = 272 \\ \Leftrightarrow x = 272 + 47 = 319 \\ \text{Maxim had 319 euro}\)
  5. \(\text{Froukje heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 7.x = 53 \\ \Leftrightarrow x = \frac{53}{7} = 7.57 \\ \text{Froukje kan maximaal 7.57 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  6. \(\text{Wouter heeft 48 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 308 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 48 = 308 \\ \Leftrightarrow x = 308 + 48 = 356 \\ \text{Wouter had 356 euro}\)
  7. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 4.x = 1 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1}{4} = 0.25 \\ \text{Sarah legt 0.25 km af per baantje}\)
  8. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 20 \\ \Leftrightarrow x = \frac{20}{4} = 5 \\ \text{Loubna legt 5 km af per ronde}\)
  9. \(\text{Ayman heeft 57 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 83 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 57 = 83 \\ \Leftrightarrow x = 83 + 57 = 140 \\ \text{Ayman had 140 euro}\)
  10. \(\text{Lina heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 4.x = 44 \\ \Leftrightarrow x = \frac{44}{4} = 11 \\ \text{Lina kan maximaal 11 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  11. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 10.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{10.5}{3} = 3.5 \\ \text{Loubna legt 3.5 km af per rondje}\)
  12. \(\text{Ayman heeft 58 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 180 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 58 = 180 \\ \Leftrightarrow x = 180 + 58 = 238 \\ \text{Ayman had 238 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-04 02:56:36
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen