Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 63 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 120 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Maxim heeft 23 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 124 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 35 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Maxim heeft 30 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 319 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Lina heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 48 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Maxim heeft 26 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 118 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Wouter heeft 43 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 251 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Ayman heeft 45 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 44 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 63 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
3.x = 63 \\
\Leftrightarrow x = \frac{63}{3} = 21 \\
\text{Nihad legt 21 km af per tourke}\)
- \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 120 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
5.x = 120 \\
\Leftrightarrow x = \frac{120}{5} = 24 \\
\text{Loubna legt 24 km af per tourke}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
4.x = 1 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1}{4} = 0.25 \\
\text{Sarah legt 0.25 km af per baantje}\)
- \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
3.x = 72 \\
\Leftrightarrow x = \frac{72}{3} = 24 \\
\text{Jana legt 24 km af per tourke}\)
- \(\text{Maxim heeft 23 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 124 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 23 = 124 \\
\Leftrightarrow x = 124 + 23 = 147 \\
\text{Maxim had 147 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 35 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
5.x = 35 \\
\Leftrightarrow x = \frac{35}{5} = 7 \\
\text{Jana legt 7 km af per ronde}\)
- \(\text{Maxim heeft 30 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 319 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 30 = 319 \\
\Leftrightarrow x = 319 + 30 = 349 \\
\text{Maxim had 349 euro}\)
- \(\text{Lina heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
5.x = 79 \\
\Leftrightarrow x = \frac{79}{5} = 15.8 \\
\text{Lina kan maximaal 15.8 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 48 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
6.x = 48 \\
\Leftrightarrow x = \frac{48}{6} = 8 \\
\text{Nihad legt 8 km af per ronde}\)
- \(\text{Maxim heeft 26 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 118 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 26 = 118 \\
\Leftrightarrow x = 118 + 26 = 144 \\
\text{Maxim had 144 euro}\)
- \(\text{Wouter heeft 43 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 251 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 43 = 251 \\
\Leftrightarrow x = 251 + 43 = 294 \\
\text{Wouter had 294 euro}\)
- \(\text{Ayman heeft 45 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 44 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 45 = 44 \\
\Leftrightarrow x = 44 + 45 = 89 \\
\text{Ayman had 89 euro}\)