Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Lina heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 30 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Mohamed heeft 32 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 107 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 8 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 31 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 187 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Ayman heeft 37 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 204 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Wouter heeft 27 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 333 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Froukje heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  11. \(\text{Ayman heeft 42 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 64 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Lina heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Lina heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 6.x = 44 \\ \Leftrightarrow x = \frac{44}{6} = 7.33 \\ \text{Lina kan maximaal 7.33 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  2. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 30 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 6.x = 30 \\ \Leftrightarrow x = \frac{30}{6} = 5 \\ \text{Sarah legt 5 km af per ronde}\)
  3. \(\text{Mohamed heeft 32 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 107 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 32 = 107 \\ \Leftrightarrow x = 107 + 32 = 139 \\ \text{Mohamed had 139 euro}\)
  4. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 8 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 4.x = 8 \\ \Leftrightarrow x = \frac{8}{4} = 2 \\ \text{Jana legt 2 km af per rondje}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 31 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 187 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 31 = 187 \\ \Leftrightarrow x = 187 + 31 = 218 \\ \text{Mohamed had 218 euro}\)
  6. \(\text{Ayman heeft 37 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 204 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 37 = 204 \\ \Leftrightarrow x = 204 + 37 = 241 \\ \text{Ayman had 241 euro}\)
  7. \(\text{Wouter heeft 27 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 333 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 27 = 333 \\ \Leftrightarrow x = 333 + 27 = 360 \\ \text{Wouter had 360 euro}\)
  8. \(\text{Froukje heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 7.x = 79 \\ \Leftrightarrow x = \frac{79}{7} = 11.29 \\ \text{Froukje kan maximaal 11.29 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  9. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 1 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1}{5} = 0.2 \\ \text{Nihad legt 0.2 km af per baantje}\)
  10. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 6.x = 1.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.5}{6} = 0.25 \\ \text{Loubna legt 0.25 km af per baantje}\)
  11. \(\text{Ayman heeft 42 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 64 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 42 = 64 \\ \Leftrightarrow x = 64 + 42 = 106 \\ \text{Ayman had 106 euro}\)
  12. \(\text{Lina heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 7.x = 52 \\ \Leftrightarrow x = \frac{52}{7} = 7.43 \\ \text{Lina kan maximaal 7.43 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-17 18:02:34
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen