Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.6 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Warinda heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 85 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 59 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 316 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 35 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Lina heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 85 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 39 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 329 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Froukje heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Wouter heeft 39 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 284 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Froukje heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 84 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 56 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 67 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Warinda heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 6 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.6 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
3.x = 0.6 \\
\Leftrightarrow x = \frac{0.6}{3} = 0.2 \\
\text{Nihad legt 0.2 km af per baantje}\)
- \(\text{Warinda heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 85 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
7.x = 85 \\
\Leftrightarrow x = \frac{85}{7} = 12.14 \\
\text{Warinda kan maximaal 12.14 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Mohamed heeft 59 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 316 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 59 = 316 \\
\Leftrightarrow x = 316 + 59 = 375 \\
\text{Mohamed had 375 euro}\)
- \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 35 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
5.x = 35 \\
\Leftrightarrow x = \frac{35}{5} = 7 \\
\text{Loubna legt 7 km af per ronde}\)
- \(\text{Lina heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 85 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
6.x = 85 \\
\Leftrightarrow x = \frac{85}{6} = 14.17 \\
\text{Lina kan maximaal 14.17 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Mohamed heeft 39 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 329 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 39 = 329 \\
\Leftrightarrow x = 329 + 39 = 368 \\
\text{Mohamed had 368 euro}\)
- \(\text{Froukje heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
6.x = 41 \\
\Leftrightarrow x = \frac{41}{6} = 6.83 \\
\text{Froukje kan maximaal 6.83 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Wouter heeft 39 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 284 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 39 = 284 \\
\Leftrightarrow x = 284 + 39 = 323 \\
\text{Wouter had 323 euro}\)
- \(\text{Froukje heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 84 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
5.x = 84 \\
\Leftrightarrow x = \frac{84}{5} = 16.8 \\
\text{Froukje kan maximaal 16.8 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Mohamed heeft 56 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 67 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 56 = 67 \\
\Leftrightarrow x = 67 + 56 = 123 \\
\text{Mohamed had 123 euro}\)
- \(\text{Warinda heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
5.x = 71 \\
\Leftrightarrow x = \frac{71}{5} = 14.2 \\
\text{Warinda kan maximaal 14.2 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 6 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
3.x = 6 \\
\Leftrightarrow x = \frac{6}{3} = 2 \\
\text{Sarah legt 2 km af per rondje}\)