Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Maxim heeft 46 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 243 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.9 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Wouter heeft 37 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 76 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Ayman heeft 42 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 127 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.75 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 35 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 164 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Froukje heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 86 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 21 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Wouter heeft 24 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 221 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Mila heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 84 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Ayman heeft 53 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 282 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Maxim heeft 46 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 243 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 46 = 243 \\
\Leftrightarrow x = 243 + 46 = 289 \\
\text{Maxim had 289 euro}\)
- \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.9 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
3.x = 0.9 \\
\Leftrightarrow x = \frac{0.9}{3} = 0.3 \\
\text{Sarah legt 0.3 km af per baantje}\)
- \(\text{Wouter heeft 37 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 76 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 37 = 76 \\
\Leftrightarrow x = 76 + 37 = 113 \\
\text{Wouter had 113 euro}\)
- \(\text{Ayman heeft 42 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 127 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 42 = 127 \\
\Leftrightarrow x = 127 + 42 = 169 \\
\text{Ayman had 169 euro}\)
- \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.75 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
3.x = 0.75 \\
\Leftrightarrow x = \frac{0.75}{3} = 0.25 \\
\text{Nihad legt 0.25 km af per baantje}\)
- \(\text{Mohamed heeft 35 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 164 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 35 = 164 \\
\Leftrightarrow x = 164 + 35 = 199 \\
\text{Mohamed had 199 euro}\)
- \(\text{Froukje heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 86 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
6.x = 86 \\
\Leftrightarrow x = \frac{86}{6} = 14.33 \\
\text{Froukje kan maximaal 14.33 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 21 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
3.x = 21 \\
\Leftrightarrow x = \frac{21}{3} = 7 \\
\text{Jana legt 7 km af per ronde}\)
- \(\text{Wouter heeft 24 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 221 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 24 = 221 \\
\Leftrightarrow x = 221 + 24 = 245 \\
\text{Wouter had 245 euro}\)
- \(\text{Mila heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
7.x = 56 \\
\Leftrightarrow x = \frac{56}{7} = 8 \\
\text{Mila kan maximaal 8 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 84 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
4.x = 84 \\
\Leftrightarrow x = \frac{84}{4} = 21 \\
\text{Jana legt 21 km af per tourke}\)
- \(\text{Ayman heeft 53 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 282 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 53 = 282 \\
\Leftrightarrow x = 282 + 53 = 335 \\
\text{Ayman had 335 euro}\)