Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Warinda heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 82 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.05 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Maxim heeft 58 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 241 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Wouter heeft 41 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 64 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 30 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 37 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 262 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Wouter heeft 42 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 271 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  10. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  11. \(\text{Warinda heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 78 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Warinda heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 82 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 4.x = 82 \\ \Leftrightarrow x = \frac{82}{4} = 20.5 \\ \text{Warinda kan maximaal 20.5 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  2. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.05 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 3.x = 1.05 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.05}{3} = 0.35 \\ \text{Sarah legt 0.35 km af per baantje}\)
  3. \(\text{Maxim heeft 58 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 241 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 58 = 241 \\ \Leftrightarrow x = 241 + 58 = 299 \\ \text{Maxim had 299 euro}\)
  4. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 5.x = 20 \\ \Leftrightarrow x = \frac{20}{5} = 4 \\ \text{Jana legt 4 km af per rondje}\)
  5. \(\text{Wouter heeft 41 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 64 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 41 = 64 \\ \Leftrightarrow x = 64 + 41 = 105 \\ \text{Wouter had 105 euro}\)
  6. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 30 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 6.x = 30 \\ \Leftrightarrow x = \frac{30}{6} = 5 \\ \text{Loubna legt 5 km af per ronde}\)
  7. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 24 \\ \Leftrightarrow x = \frac{24}{3} = 8 \\ \text{Nihad legt 8 km af per ronde}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 37 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 262 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 37 = 262 \\ \Leftrightarrow x = 262 + 37 = 299 \\ \text{Ayman had 299 euro}\)
  9. \(\text{Wouter heeft 42 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 271 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 42 = 271 \\ \Leftrightarrow x = 271 + 42 = 313 \\ \text{Wouter had 313 euro}\)
  10. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 4.x = 1 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1}{4} = 0.25 \\ \text{Jana legt 0.25 km af per baantje}\)
  11. \(\text{Warinda heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 78 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 78 \\ \Leftrightarrow x = \frac{78}{5} = 15.6 \\ \text{Warinda kan maximaal 15.6 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  12. \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 71 \\ \Leftrightarrow x = \frac{71}{5} = 14.2 \\ \text{Lina kan maximaal 14.2 euro uitgeven aan een meter stof}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-21 00:46:25
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen