Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.2 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  2. \(\text{Lina heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 85 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  3. \(\text{Ayman heeft 35 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 199 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  5. \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 82 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  6. \(\text{Wouter heeft 59 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 276 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Warinda heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 60 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 133 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 51 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Froukje heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 73 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  11. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.9 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Maxim heeft 55 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 102 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.2 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 3.x = 1.2 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.2}{3} = 0.4 \\ \text{Nihad legt 0.4 km af per baantje}\)
  2. \(\text{Lina heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 85 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 7.x = 85 \\ \Leftrightarrow x = \frac{85}{7} = 12.14 \\ \text{Lina kan maximaal 12.14 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  3. \(\text{Ayman heeft 35 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 199 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 35 = 199 \\ \Leftrightarrow x = 199 + 35 = 234 \\ \text{Ayman had 234 euro}\)
  4. \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 7.x = 52 \\ \Leftrightarrow x = \frac{52}{7} = 7.43 \\ \text{Froukje kan maximaal 7.43 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  5. \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 82 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 82 \\ \Leftrightarrow x = \frac{82}{3} = 27.33 \\ \text{Warinda kan maximaal 27.33 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  6. \(\text{Wouter heeft 59 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 276 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 59 = 276 \\ \Leftrightarrow x = 276 + 59 = 335 \\ \text{Wouter had 335 euro}\)
  7. \(\text{Warinda heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 4.x = 38 \\ \Leftrightarrow x = \frac{38}{4} = 9.5 \\ \text{Warinda kan maximaal 9.5 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 60 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 133 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 60 = 133 \\ \Leftrightarrow x = 133 + 60 = 193 \\ \text{Ayman had 193 euro}\)
  9. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 51 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 51 \\ \Leftrightarrow x = \frac{51}{5} = 10.2 \\ \text{Warinda kan maximaal 10.2 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  10. \(\text{Froukje heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 73 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 3.x = 73 \\ \Leftrightarrow x = \frac{73}{3} = 24.33 \\ \text{Froukje kan maximaal 24.33 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  11. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.9 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 3.x = 0.9 \\ \Leftrightarrow x = \frac{0.9}{3} = 0.3 \\ \text{Loubna legt 0.3 km af per baantje}\)
  12. \(\text{Maxim heeft 55 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 102 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 55 = 102 \\ \Leftrightarrow x = 102 + 55 = 157 \\ \text{Maxim had 157 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-30 15:08:43
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen