Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Mohamed heeft 37 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 326 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Ayman heeft 60 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 108 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Lina heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 87 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.25 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Ayman heeft 24 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 240 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Mila heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 70 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 12.5 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Maxim heeft 40 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 270 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Mila heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 49 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Maxim heeft 59 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 214 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Mohamed heeft 37 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 326 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 37 = 326 \\
\Leftrightarrow x = 326 + 37 = 363 \\
\text{Mohamed had 363 euro}\)
- \(\text{Ayman heeft 60 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 108 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 60 = 108 \\
\Leftrightarrow x = 108 + 60 = 168 \\
\text{Ayman had 168 euro}\)
- \(\text{Lina heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 87 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
6.x = 87 \\
\Leftrightarrow x = \frac{87}{6} = 14.5 \\
\text{Lina kan maximaal 14.5 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.25 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
5.x = 1.25 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.25}{5} = 0.25 \\
\text{Jana legt 0.25 km af per baantje}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
5.x = 1.5 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.5}{5} = 0.3 \\
\text{Sarah legt 0.3 km af per baantje}\)
- \(\text{Ayman heeft 24 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 240 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 24 = 240 \\
\Leftrightarrow x = 240 + 24 = 264 \\
\text{Ayman had 264 euro}\)
- \(\text{Mila heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 70 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
5.x = 70 \\
\Leftrightarrow x = \frac{70}{5} = 14 \\
\text{Mila kan maximaal 14 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 12.5 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
5.x = 12.5 \\
\Leftrightarrow x = \frac{12.5}{5} = 2.5 \\
\text{Jana legt 2.5 km af per rondje}\)
- \(\text{Maxim heeft 40 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 270 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 40 = 270 \\
\Leftrightarrow x = 270 + 40 = 310 \\
\text{Maxim had 310 euro}\)
- \(\text{Mila heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
7.x = 53 \\
\Leftrightarrow x = \frac{53}{7} = 7.57 \\
\text{Mila kan maximaal 7.57 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 49 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
7.x = 49 \\
\Leftrightarrow x = \frac{49}{7} = 7 \\
\text{Froukje kan maximaal 7 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Maxim heeft 59 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 214 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 59 = 214 \\
\Leftrightarrow x = 214 + 59 = 273 \\
\text{Maxim had 273 euro}\)