Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Maxim heeft 44 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 250 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Lina heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 84 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  3. \(\text{Ayman heeft 36 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 39 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 2.4 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 21 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 58 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Maxim heeft 34 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 242 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Maxim heeft 35 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 321 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  10. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 84 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  11. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Ayman heeft 26 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 139 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Maxim heeft 44 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 250 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 44 = 250 \\ \Leftrightarrow x = 250 + 44 = 294 \\ \text{Maxim had 294 euro}\)
  2. \(\text{Lina heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 84 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 6.x = 84 \\ \Leftrightarrow x = \frac{84}{6} = 14 \\ \text{Lina kan maximaal 14 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  3. \(\text{Ayman heeft 36 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 39 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 36 = 39 \\ \Leftrightarrow x = 39 + 36 = 75 \\ \text{Ayman had 75 euro}\)
  4. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 2.4 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 6.x = 2.4 \\ \Leftrightarrow x = \frac{2.4}{6} = 0.4 \\ \text{Loubna legt 0.4 km af per baantje}\)
  5. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 21 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 21 \\ \Leftrightarrow x = \frac{21}{3} = 7 \\ \text{Jana legt 7 km af per ronde}\)
  6. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 58 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 58 \\ \Leftrightarrow x = \frac{58}{5} = 11.6 \\ \text{Warinda kan maximaal 11.6 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  7. \(\text{Maxim heeft 34 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 242 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 34 = 242 \\ \Leftrightarrow x = 242 + 34 = 276 \\ \text{Maxim had 276 euro}\)
  8. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 6.x = 15 \\ \Leftrightarrow x = \frac{15}{6} = 2.5 \\ \text{Loubna legt 2.5 km af per rondje}\)
  9. \(\text{Maxim heeft 35 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 321 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 35 = 321 \\ \Leftrightarrow x = 321 + 35 = 356 \\ \text{Maxim had 356 euro}\)
  10. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 84 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 84 \\ \Leftrightarrow x = \frac{84}{4} = 21 \\ \text{Loubna legt 21 km af per tourke}\)
  11. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 6.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{6} = 12 \\ \text{Sarah legt 12 km af per tourke}\)
  12. \(\text{Ayman heeft 26 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 139 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 26 = 139 \\ \Leftrightarrow x = 139 + 26 = 165 \\ \text{Ayman had 165 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-16 10:31:51
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen