Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Maxim heeft 53 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 222 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Ayman heeft 29 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 97 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 18 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  4. \(\text{Mohamed heeft 22 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 230 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  5. \(\text{Mila heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 69 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  6. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 48 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 16 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  8. \(\text{Maxim heeft 60 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 192 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Warinda heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 72 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Mohamed heeft 23 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 122 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Maxim heeft 28 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 117 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Maxim heeft 53 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 222 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 53 = 222 \\ \Leftrightarrow x = 222 + 53 = 275 \\ \text{Maxim had 275 euro}\)
  2. \(\text{Ayman heeft 29 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 97 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 29 = 97 \\ \Leftrightarrow x = 97 + 29 = 126 \\ \text{Ayman had 126 euro}\)
  3. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 18 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 6.x = 18 \\ \Leftrightarrow x = \frac{18}{6} = 3 \\ \text{Sarah legt 3 km af per rondje}\)
  4. \(\text{Mohamed heeft 22 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 230 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 22 = 230 \\ \Leftrightarrow x = 230 + 22 = 252 \\ \text{Mohamed had 252 euro}\)
  5. \(\text{Mila heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 69 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 6.x = 69 \\ \Leftrightarrow x = \frac{69}{6} = 11.5 \\ \text{Mila kan maximaal 11.5 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  6. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 48 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 48 \\ \Leftrightarrow x = \frac{48}{4} = 12 \\ \text{Jana legt 12 km af per tourke}\)
  7. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 16 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 16 \\ \Leftrightarrow x = \frac{16}{4} = 4 \\ \text{Nihad legt 4 km af per ronde}\)
  8. \(\text{Maxim heeft 60 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 192 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 60 = 192 \\ \Leftrightarrow x = 192 + 60 = 252 \\ \text{Maxim had 252 euro}\)
  9. \(\text{Warinda heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 72 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 7.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{7} = 10.29 \\ \text{Warinda kan maximaal 10.29 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  10. \(\text{Mohamed heeft 23 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 122 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 23 = 122 \\ \Leftrightarrow x = 122 + 23 = 145 \\ \text{Mohamed had 145 euro}\)
  11. \(\text{Maxim heeft 28 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 117 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 28 = 117 \\ \Leftrightarrow x = 117 + 28 = 145 \\ \text{Maxim had 145 euro}\)
  12. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 12 \\ \Leftrightarrow x = \frac{12}{3} = 4 \\ \text{Sarah legt 4 km af per ronde}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-23 13:03:29
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen