Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Warinda heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 72 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 57 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  3. \(\text{Maxim heeft 44 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 154 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Maxim heeft 35 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 115 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  5. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 35 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Lina heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 25 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 121 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Mohamed heeft 47 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 228 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  10. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  11. \(\text{Wouter heeft 57 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 318 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Mohamed heeft 26 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 274 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Warinda heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 72 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 7.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{7} = 10.29 \\ \text{Warinda kan maximaal 10.29 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  2. \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 57 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 4.x = 57 \\ \Leftrightarrow x = \frac{57}{4} = 14.25 \\ \text{Froukje kan maximaal 14.25 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  3. \(\text{Maxim heeft 44 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 154 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 44 = 154 \\ \Leftrightarrow x = 154 + 44 = 198 \\ \text{Maxim had 198 euro}\)
  4. \(\text{Maxim heeft 35 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 115 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 35 = 115 \\ \Leftrightarrow x = 115 + 35 = 150 \\ \text{Maxim had 150 euro}\)
  5. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 35 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 5.x = 35 \\ \Leftrightarrow x = \frac{35}{5} = 7 \\ \text{Jana legt 7 km af per ronde}\)
  6. \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 5.x = 46 \\ \Leftrightarrow x = \frac{46}{5} = 9.2 \\ \text{Mila kan maximaal 9.2 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  7. \(\text{Lina heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 7.x = 68 \\ \Leftrightarrow x = \frac{68}{7} = 9.71 \\ \text{Lina kan maximaal 9.71 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 25 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 121 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 25 = 121 \\ \Leftrightarrow x = 121 + 25 = 146 \\ \text{Ayman had 146 euro}\)
  9. \(\text{Mohamed heeft 47 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 228 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 47 = 228 \\ \Leftrightarrow x = 228 + 47 = 275 \\ \text{Mohamed had 275 euro}\)
  10. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{4} = 18 \\ \text{Jana legt 18 km af per tourke}\)
  11. \(\text{Wouter heeft 57 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 318 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 57 = 318 \\ \Leftrightarrow x = 318 + 57 = 375 \\ \text{Wouter had 375 euro}\)
  12. \(\text{Mohamed heeft 26 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 274 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 26 = 274 \\ \Leftrightarrow x = 274 + 26 = 300 \\ \text{Mohamed had 300 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-12 07:06:11
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen