Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Ayman heeft 57 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 236 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 45 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 234 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Froukje heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Mohamed heeft 44 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 319 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  5. \(\text{Mila heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 45 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  6. \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 28 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 96 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Mila heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Maxim heeft 23 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 113 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  10. \(\text{Froukje heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 80 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  11. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 16 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Ayman heeft 57 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 236 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 57 = 236 \\ \Leftrightarrow x = 236 + 57 = 293 \\ \text{Ayman had 293 euro}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 45 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 234 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 45 = 234 \\ \Leftrightarrow x = 234 + 45 = 279 \\ \text{Mohamed had 279 euro}\)
  3. \(\text{Froukje heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 4.x = 46 \\ \Leftrightarrow x = \frac{46}{4} = 11.5 \\ \text{Froukje kan maximaal 11.5 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  4. \(\text{Mohamed heeft 44 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 319 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 44 = 319 \\ \Leftrightarrow x = 319 + 44 = 363 \\ \text{Mohamed had 363 euro}\)
  5. \(\text{Mila heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 45 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 4.x = 45 \\ \Leftrightarrow x = \frac{45}{4} = 11.25 \\ \text{Mila kan maximaal 11.25 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  6. \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 56 \\ \Leftrightarrow x = \frac{56}{5} = 11.2 \\ \text{Froukje kan maximaal 11.2 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 28 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 96 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 28 = 96 \\ \Leftrightarrow x = 96 + 28 = 124 \\ \text{Mohamed had 124 euro}\)
  8. \(\text{Mila heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 7.x = 53 \\ \Leftrightarrow x = \frac{53}{7} = 7.57 \\ \text{Mila kan maximaal 7.57 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  9. \(\text{Maxim heeft 23 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 113 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 23 = 113 \\ \Leftrightarrow x = 113 + 23 = 136 \\ \text{Maxim had 136 euro}\)
  10. \(\text{Froukje heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 80 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 80 \\ \Leftrightarrow x = \frac{80}{3} = 26.67 \\ \text{Froukje kan maximaal 26.67 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  11. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{4} = 18 \\ \text{Jana legt 18 km af per tourke}\)
  12. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 16 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 16 \\ \Leftrightarrow x = \frac{16}{4} = 4 \\ \text{Loubna legt 4 km af per ronde}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-10 04:21:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen