Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 67 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 24 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 182 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Maxim heeft 38 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 126 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Froukje heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 48 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  5. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 2 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Ayman heeft 53 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 214 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 30 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 267 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 30 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 45 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 17.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  11. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Wouter heeft 51 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 43 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 67 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 67 \\ \Leftrightarrow x = \frac{67}{5} = 13.4 \\ \text{Warinda kan maximaal 13.4 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 24 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 182 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 24 = 182 \\ \Leftrightarrow x = 182 + 24 = 206 \\ \text{Mohamed had 206 euro}\)
  3. \(\text{Maxim heeft 38 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 126 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 38 = 126 \\ \Leftrightarrow x = 126 + 38 = 164 \\ \text{Maxim had 164 euro}\)
  4. \(\text{Froukje heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 48 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 48 \\ \Leftrightarrow x = \frac{48}{3} = 16 \\ \text{Froukje kan maximaal 16 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  5. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 2 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 2 \\ \Leftrightarrow x = \frac{2}{5} = 0.4 \\ \text{Jana legt 0.4 km af per baantje}\)
  6. \(\text{Ayman heeft 53 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 214 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 53 = 214 \\ \Leftrightarrow x = 214 + 53 = 267 \\ \text{Ayman had 267 euro}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 30 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 267 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 30 = 267 \\ \Leftrightarrow x = 267 + 30 = 297 \\ \text{Mohamed had 297 euro}\)
  8. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 30 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 6.x = 30 \\ \Leftrightarrow x = \frac{30}{6} = 5 \\ \text{Loubna legt 5 km af per ronde}\)
  9. \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 45 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 45 \\ \Leftrightarrow x = \frac{45}{5} = 9 \\ \text{Froukje kan maximaal 9 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  10. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 17.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 5.x = 17.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{17.5}{5} = 3.5 \\ \text{Sarah legt 3.5 km af per rondje}\)
  11. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 38 \\ \Leftrightarrow x = \frac{38}{6} = 6.33 \\ \text{Mila kan maximaal 6.33 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  12. \(\text{Wouter heeft 51 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 43 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 51 = 43 \\ \Leftrightarrow x = 43 + 51 = 94 \\ \text{Wouter had 94 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-28 21:44:00
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen