Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Ayman heeft 59 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 263 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 60 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 243 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  4. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Maxim heeft 33 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 127 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 40 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Mila heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 90 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Wouter heeft 27 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 307 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Ayman heeft 26 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 155 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Wouter heeft 33 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 241 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Ayman heeft 59 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 263 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 59 = 263 \\ \Leftrightarrow x = 263 + 59 = 322 \\ \text{Ayman had 322 euro}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 60 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 243 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 60 = 243 \\ \Leftrightarrow x = 243 + 60 = 303 \\ \text{Mohamed had 303 euro}\)
  3. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 15 \\ \Leftrightarrow x = \frac{15}{3} = 5 \\ \text{Jana legt 5 km af per ronde}\)
  4. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 5.x = 20 \\ \Leftrightarrow x = \frac{20}{5} = 4 \\ \text{Sarah legt 4 km af per ronde}\)
  5. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 5.x = 15 \\ \Leftrightarrow x = \frac{15}{5} = 3 \\ \text{Sarah legt 3 km af per rondje}\)
  6. \(\text{Maxim heeft 33 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 127 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 33 = 127 \\ \Leftrightarrow x = 127 + 33 = 160 \\ \text{Maxim had 160 euro}\)
  7. \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 40 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 3.x = 40 \\ \Leftrightarrow x = \frac{40}{3} = 13.33 \\ \text{Warinda kan maximaal 13.33 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  8. \(\text{Mila heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 79 \\ \Leftrightarrow x = \frac{79}{3} = 26.33 \\ \text{Mila kan maximaal 26.33 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  9. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 90 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 5.x = 90 \\ \Leftrightarrow x = \frac{90}{5} = 18 \\ \text{Nihad legt 18 km af per tourke}\)
  10. \(\text{Wouter heeft 27 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 307 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 27 = 307 \\ \Leftrightarrow x = 307 + 27 = 334 \\ \text{Wouter had 334 euro}\)
  11. \(\text{Ayman heeft 26 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 155 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 26 = 155 \\ \Leftrightarrow x = 155 + 26 = 181 \\ \text{Ayman had 181 euro}\)
  12. \(\text{Wouter heeft 33 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 241 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 33 = 241 \\ \Leftrightarrow x = 241 + 33 = 274 \\ \text{Wouter had 274 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-15 20:26:49
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen