Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Mila heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 51 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Warinda heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 49 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 289 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Ayman heeft 60 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 184 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Wouter heeft 30 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 171 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 76 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 59 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 60 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mila heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 37 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 112 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Wouter heeft 22 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 42 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Mila heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 51 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
3.x = 51 \\
\Leftrightarrow x = \frac{51}{3} = 17 \\
\text{Mila kan maximaal 17 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Warinda heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
6.x = 41 \\
\Leftrightarrow x = \frac{41}{6} = 6.83 \\
\text{Warinda kan maximaal 6.83 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Mohamed heeft 49 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 289 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 49 = 289 \\
\Leftrightarrow x = 289 + 49 = 338 \\
\text{Mohamed had 338 euro}\)
- \(\text{Ayman heeft 60 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 184 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 60 = 184 \\
\Leftrightarrow x = 184 + 60 = 244 \\
\text{Ayman had 244 euro}\)
- \(\text{Wouter heeft 30 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 171 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 30 = 171 \\
\Leftrightarrow x = 171 + 30 = 201 \\
\text{Wouter had 201 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
5.x = 1.5 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.5}{5} = 0.3 \\
\text{Jana legt 0.3 km af per baantje}\)
- \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 76 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
4.x = 76 \\
\Leftrightarrow x = \frac{76}{4} = 19 \\
\text{Froukje kan maximaal 19 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 59 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
4.x = 59 \\
\Leftrightarrow x = \frac{59}{4} = 14.75 \\
\text{Warinda kan maximaal 14.75 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 60 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
4.x = 60 \\
\Leftrightarrow x = \frac{60}{4} = 15 \\
\text{Warinda kan maximaal 15 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Mila heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
5.x = 52 \\
\Leftrightarrow x = \frac{52}{5} = 10.4 \\
\text{Mila kan maximaal 10.4 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Mohamed heeft 37 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 112 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 37 = 112 \\
\Leftrightarrow x = 112 + 37 = 149 \\
\text{Mohamed had 149 euro}\)
- \(\text{Wouter heeft 22 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 42 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 22 = 42 \\
\Leftrightarrow x = 42 + 22 = 64 \\
\text{Wouter had 64 euro}\)