Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 16 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  2. \(\text{Warinda heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  3. \(\text{Ayman heeft 47 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 164 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Froukje heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 82 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  5. \(\text{Wouter heeft 43 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 294 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Maxim heeft 33 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 151 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 50 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 324 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 45 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 265 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Wouter heeft 54 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 99 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  10. \(\text{Maxim heeft 30 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 329 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Mohamed heeft 60 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 179 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Wouter heeft 30 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 123 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 16 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 4.x = 16 \\ \Leftrightarrow x = \frac{16}{4} = 4 \\ \text{Loubna legt 4 km af per rondje}\)
  2. \(\text{Warinda heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 7.x = 56 \\ \Leftrightarrow x = \frac{56}{7} = 8 \\ \text{Warinda kan maximaal 8 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  3. \(\text{Ayman heeft 47 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 164 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 47 = 164 \\ \Leftrightarrow x = 164 + 47 = 211 \\ \text{Ayman had 211 euro}\)
  4. \(\text{Froukje heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 82 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 4.x = 82 \\ \Leftrightarrow x = \frac{82}{4} = 20.5 \\ \text{Froukje kan maximaal 20.5 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  5. \(\text{Wouter heeft 43 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 294 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 43 = 294 \\ \Leftrightarrow x = 294 + 43 = 337 \\ \text{Wouter had 337 euro}\)
  6. \(\text{Maxim heeft 33 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 151 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 33 = 151 \\ \Leftrightarrow x = 151 + 33 = 184 \\ \text{Maxim had 184 euro}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 50 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 324 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 50 = 324 \\ \Leftrightarrow x = 324 + 50 = 374 \\ \text{Mohamed had 374 euro}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 45 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 265 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 45 = 265 \\ \Leftrightarrow x = 265 + 45 = 310 \\ \text{Ayman had 310 euro}\)
  9. \(\text{Wouter heeft 54 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 99 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 54 = 99 \\ \Leftrightarrow x = 99 + 54 = 153 \\ \text{Wouter had 153 euro}\)
  10. \(\text{Maxim heeft 30 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 329 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 30 = 329 \\ \Leftrightarrow x = 329 + 30 = 359 \\ \text{Maxim had 359 euro}\)
  11. \(\text{Mohamed heeft 60 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 179 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 60 = 179 \\ \Leftrightarrow x = 179 + 60 = 239 \\ \text{Mohamed had 239 euro}\)
  12. \(\text{Wouter heeft 30 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 123 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 30 = 123 \\ \Leftrightarrow x = 123 + 30 = 153 \\ \text{Wouter had 153 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-09 23:36:09
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen