Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 21 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  2. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 40 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Ayman heeft 58 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 132 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  5. \(\text{Wouter heeft 48 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 53 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Mohamed heeft 26 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 80 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  8. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 6 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Warinda heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  11. \(\text{Warinda heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 50 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Lina heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 72 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 21 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 21 \\ \Leftrightarrow x = \frac{21}{3} = 7 \\ \text{Sarah legt 7 km af per ronde}\)
  2. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 40 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 5.x = 40 \\ \Leftrightarrow x = \frac{40}{5} = 8 \\ \text{Jana legt 8 km af per ronde}\)
  3. \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 5.x = 79 \\ \Leftrightarrow x = \frac{79}{5} = 15.8 \\ \text{Mila kan maximaal 15.8 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  4. \(\text{Ayman heeft 58 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 132 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 58 = 132 \\ \Leftrightarrow x = 132 + 58 = 190 \\ \text{Ayman had 190 euro}\)
  5. \(\text{Wouter heeft 48 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 53 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 48 = 53 \\ \Leftrightarrow x = 53 + 48 = 101 \\ \text{Wouter had 101 euro}\)
  6. \(\text{Mohamed heeft 26 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 80 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 26 = 80 \\ \Leftrightarrow x = 80 + 26 = 106 \\ \text{Mohamed had 106 euro}\)
  7. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 3.x = 45 \\ \Leftrightarrow x = \frac{45}{3} = 15 \\ \text{Nihad legt 15 km af per tourke}\)
  8. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 6 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 6 \\ \Leftrightarrow x = \frac{6}{3} = 2 \\ \text{Jana legt 2 km af per rondje}\)
  9. \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 5.x = 65 \\ \Leftrightarrow x = \frac{65}{5} = 13 \\ \text{Mila kan maximaal 13 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  10. \(\text{Warinda heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 44 \\ \Leftrightarrow x = \frac{44}{6} = 7.33 \\ \text{Warinda kan maximaal 7.33 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  11. \(\text{Warinda heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 50 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 5.x = 50 \\ \Leftrightarrow x = \frac{50}{5} = 10 \\ \text{Warinda kan maximaal 10 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  12. \(\text{Lina heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 72 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{3} = 24 \\ \text{Lina kan maximaal 24 euro uitgeven aan een meter stof}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-16 00:29:46
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen