Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Warinda heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 47 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Maxim heeft 56 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 312 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 84 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 108 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Ayman heeft 55 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 326 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 30 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 113 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Froukje heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 69 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 77 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Wouter heeft 40 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 162 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Lina heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Warinda heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 47 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 7.x = 47 \\ \Leftrightarrow x = \frac{47}{7} = 6.71 \\ \text{Warinda kan maximaal 6.71 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  2. \(\text{Maxim heeft 56 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 312 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 56 = 312 \\ \Leftrightarrow x = 312 + 56 = 368 \\ \text{Maxim had 368 euro}\)
  3. \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 84 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 84 \\ \Leftrightarrow x = \frac{84}{3} = 28 \\ \text{Warinda kan maximaal 28 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  4. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 6.x = 15 \\ \Leftrightarrow x = \frac{15}{6} = 2.5 \\ \text{Loubna legt 2.5 km af per rondje}\)
  5. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 108 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 6.x = 108 \\ \Leftrightarrow x = \frac{108}{6} = 18 \\ \text{Nihad legt 18 km af per tourke}\)
  6. \(\text{Ayman heeft 55 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 326 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 55 = 326 \\ \Leftrightarrow x = 326 + 55 = 381 \\ \text{Ayman had 381 euro}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 30 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 113 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 30 = 113 \\ \Leftrightarrow x = 113 + 30 = 143 \\ \text{Mohamed had 143 euro}\)
  8. \(\text{Froukje heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 69 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 7.x = 69 \\ \Leftrightarrow x = \frac{69}{7} = 9.86 \\ \text{Froukje kan maximaal 9.86 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  9. \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 77 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 3.x = 77 \\ \Leftrightarrow x = \frac{77}{3} = 25.67 \\ \text{Warinda kan maximaal 25.67 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  10. \(\text{Wouter heeft 40 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 162 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 40 = 162 \\ \Leftrightarrow x = 162 + 40 = 202 \\ \text{Wouter had 202 euro}\)
  11. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 41 \\ \Leftrightarrow x = \frac{41}{5} = 8.2 \\ \text{Warinda kan maximaal 8.2 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  12. \(\text{Lina heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 7.x = 71 \\ \Leftrightarrow x = \frac{71}{7} = 10.14 \\ \text{Lina kan maximaal 10.14 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-22 02:20:40
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen