Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Mohamed heeft 45 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 271 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Wouter heeft 44 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 48 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  4. \(\text{Ayman heeft 47 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 285 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 58 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 168 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.6 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Lina heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 59 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 52 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 105 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Warinda heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 58 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Mohamed heeft 47 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 165 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Mila heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 59 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 32 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Mohamed heeft 45 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 271 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 45 = 271 \\ \Leftrightarrow x = 271 + 45 = 316 \\ \text{Mohamed had 316 euro}\)
  2. \(\text{Wouter heeft 44 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 48 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 44 = 48 \\ \Leftrightarrow x = 48 + 44 = 92 \\ \text{Wouter had 92 euro}\)
  3. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 10.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{10.5}{3} = 3.5 \\ \text{Jana legt 3.5 km af per rondje}\)
  4. \(\text{Ayman heeft 47 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 285 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 47 = 285 \\ \Leftrightarrow x = 285 + 47 = 332 \\ \text{Ayman had 332 euro}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 58 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 168 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 58 = 168 \\ \Leftrightarrow x = 168 + 58 = 226 \\ \text{Mohamed had 226 euro}\)
  6. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.6 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 4.x = 1.6 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.6}{4} = 0.4 \\ \text{Jana legt 0.4 km af per baantje}\)
  7. \(\text{Lina heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 59 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 59 \\ \Leftrightarrow x = \frac{59}{6} = 9.83 \\ \text{Lina kan maximaal 9.83 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 52 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 105 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 52 = 105 \\ \Leftrightarrow x = 105 + 52 = 157 \\ \text{Ayman had 157 euro}\)
  9. \(\text{Warinda heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 58 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 58 \\ \Leftrightarrow x = \frac{58}{5} = 11.6 \\ \text{Warinda kan maximaal 11.6 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  10. \(\text{Mohamed heeft 47 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 165 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 47 = 165 \\ \Leftrightarrow x = 165 + 47 = 212 \\ \text{Mohamed had 212 euro}\)
  11. \(\text{Mila heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 59 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 7.x = 59 \\ \Leftrightarrow x = \frac{59}{7} = 8.43 \\ \text{Mila kan maximaal 8.43 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  12. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 32 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 32 \\ \Leftrightarrow x = \frac{32}{4} = 8 \\ \text{Sarah legt 8 km af per ronde}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-15 09:35:10
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen