Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Maxim heeft 54 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 195 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Lina heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 72 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mila heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 50 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Maxim heeft 35 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 145 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Wouter heeft 37 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 197 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Mila heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 45 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Maxim heeft 40 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 246 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 18 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 49 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 100 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Froukje heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Maxim heeft 54 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 195 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 54 = 195 \\
\Leftrightarrow x = 195 + 54 = 249 \\
\text{Maxim had 249 euro}\)
- \(\text{Lina heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 72 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
4.x = 72 \\
\Leftrightarrow x = \frac{72}{4} = 18 \\
\text{Lina kan maximaal 18 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Mila heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 50 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
4.x = 50 \\
\Leftrightarrow x = \frac{50}{4} = 12.5 \\
\text{Mila kan maximaal 12.5 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Maxim heeft 35 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 145 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 35 = 145 \\
\Leftrightarrow x = 145 + 35 = 180 \\
\text{Maxim had 180 euro}\)
- \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
4.x = 10 \\
\Leftrightarrow x = \frac{10}{4} = 2.5 \\
\text{Nihad legt 2.5 km af per rondje}\)
- \(\text{Wouter heeft 37 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 197 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 37 = 197 \\
\Leftrightarrow x = 197 + 37 = 234 \\
\text{Wouter had 234 euro}\)
- \(\text{Mila heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 45 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
4.x = 45 \\
\Leftrightarrow x = \frac{45}{4} = 11.25 \\
\text{Mila kan maximaal 11.25 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Maxim heeft 40 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 246 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 40 = 246 \\
\Leftrightarrow x = 246 + 40 = 286 \\
\text{Maxim had 286 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 18 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
6.x = 18 \\
\Leftrightarrow x = \frac{18}{6} = 3 \\
\text{Jana legt 3 km af per rondje}\)
- \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
6.x = 72 \\
\Leftrightarrow x = \frac{72}{6} = 12 \\
\text{Sarah legt 12 km af per tourke}\)
- \(\text{Mohamed heeft 49 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 100 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 49 = 100 \\
\Leftrightarrow x = 100 + 49 = 149 \\
\text{Mohamed had 149 euro}\)
- \(\text{Froukje heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
7.x = 46 \\
\Leftrightarrow x = \frac{46}{7} = 6.57 \\
\text{Froukje kan maximaal 6.57 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)