Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Warinda heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 60 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Wouter heeft 60 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 317 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  4. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Ayman heeft 22 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 119 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Ayman heeft 39 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 200 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Mohamed heeft 49 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 109 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Lina heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 39 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Wouter heeft 55 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 57 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 54 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Maxim heeft 56 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 34 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Warinda heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 60 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 5.x = 60 \\ \Leftrightarrow x = \frac{60}{5} = 12 \\ \text{Warinda kan maximaal 12 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  2. \(\text{Wouter heeft 60 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 317 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 60 = 317 \\ \Leftrightarrow x = 317 + 60 = 377 \\ \text{Wouter had 377 euro}\)
  3. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 4.x = 10 \\ \Leftrightarrow x = \frac{10}{4} = 2.5 \\ \text{Loubna legt 2.5 km af per rondje}\)
  4. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 1 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1}{5} = 0.2 \\ \text{Loubna legt 0.2 km af per baantje}\)
  5. \(\text{Ayman heeft 22 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 119 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 22 = 119 \\ \Leftrightarrow x = 119 + 22 = 141 \\ \text{Ayman had 141 euro}\)
  6. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 12 \\ \Leftrightarrow x = \frac{12}{3} = 4 \\ \text{Sarah legt 4 km af per ronde}\)
  7. \(\text{Ayman heeft 39 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 200 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 39 = 200 \\ \Leftrightarrow x = 200 + 39 = 239 \\ \text{Ayman had 239 euro}\)
  8. \(\text{Mohamed heeft 49 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 109 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 49 = 109 \\ \Leftrightarrow x = 109 + 49 = 158 \\ \text{Mohamed had 158 euro}\)
  9. \(\text{Lina heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 39 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 4.x = 39 \\ \Leftrightarrow x = \frac{39}{4} = 9.75 \\ \text{Lina kan maximaal 9.75 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  10. \(\text{Wouter heeft 55 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 57 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 55 = 57 \\ \Leftrightarrow x = 57 + 55 = 112 \\ \text{Wouter had 112 euro}\)
  11. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 54 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 3.x = 54 \\ \Leftrightarrow x = \frac{54}{3} = 18 \\ \text{Sarah legt 18 km af per tourke}\)
  12. \(\text{Maxim heeft 56 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 34 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 56 = 34 \\ \Leftrightarrow x = 34 + 56 = 90 \\ \text{Maxim had 90 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-20 22:06:26
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen