Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Mila heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mila heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 42 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 35 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Ayman heeft 36 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 285 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Wouter heeft 34 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 145 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 17.5 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 25 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 102 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Wouter heeft 40 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 271 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 30 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Maxim heeft 53 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 276 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 25 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Mila heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
4.x = 38 \\
\Leftrightarrow x = \frac{38}{4} = 9.5 \\
\text{Mila kan maximaal 9.5 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Mila heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 42 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
3.x = 42 \\
\Leftrightarrow x = \frac{42}{3} = 14 \\
\text{Mila kan maximaal 14 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 35 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
5.x = 35 \\
\Leftrightarrow x = \frac{35}{5} = 7 \\
\text{Nihad legt 7 km af per ronde}\)
- \(\text{Ayman heeft 36 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 285 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 36 = 285 \\
\Leftrightarrow x = 285 + 36 = 321 \\
\text{Ayman had 321 euro}\)
- \(\text{Wouter heeft 34 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 145 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 34 = 145 \\
\Leftrightarrow x = 145 + 34 = 179 \\
\text{Wouter had 179 euro}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 17.5 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
5.x = 17.5 \\
\Leftrightarrow x = \frac{17.5}{5} = 3.5 \\
\text{Sarah legt 3.5 km af per rondje}\)
- \(\text{Mohamed heeft 25 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 102 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 25 = 102 \\
\Leftrightarrow x = 102 + 25 = 127 \\
\text{Mohamed had 127 euro}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
4.x = 71 \\
\Leftrightarrow x = \frac{71}{4} = 17.75 \\
\text{Warinda kan maximaal 17.75 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Wouter heeft 40 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 271 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 40 = 271 \\
\Leftrightarrow x = 271 + 40 = 311 \\
\text{Wouter had 311 euro}\)
- \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 30 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
5.x = 30 \\
\Leftrightarrow x = \frac{30}{5} = 6 \\
\text{Loubna legt 6 km af per ronde}\)
- \(\text{Maxim heeft 53 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 276 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 53 = 276 \\
\Leftrightarrow x = 276 + 53 = 329 \\
\text{Maxim had 329 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 25 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
5.x = 25 \\
\Leftrightarrow x = \frac{25}{5} = 5 \\
\text{Jana legt 5 km af per ronde}\)