Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  2. \(\text{Froukje heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 59 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  3. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 40 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  4. \(\text{Froukje heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 72 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 31 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 267 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Mila heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 63 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Ayman heeft 40 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 249 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 105 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 144 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Ayman heeft 31 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 98 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Maxim heeft 30 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 52 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 4.x = 10 \\ \Leftrightarrow x = \frac{10}{4} = 2.5 \\ \text{Loubna legt 2.5 km af per rondje}\)
  2. \(\text{Froukje heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 59 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 3.x = 59 \\ \Leftrightarrow x = \frac{59}{3} = 19.67 \\ \text{Froukje kan maximaal 19.67 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  3. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 40 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 5.x = 40 \\ \Leftrightarrow x = \frac{40}{5} = 8 \\ \text{Jana legt 8 km af per ronde}\)
  4. \(\text{Froukje heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 72 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 7.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{7} = 10.29 \\ \text{Froukje kan maximaal 10.29 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 31 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 267 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 31 = 267 \\ \Leftrightarrow x = 267 + 31 = 298 \\ \text{Mohamed had 298 euro}\)
  6. \(\text{Mila heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 63 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 7.x = 63 \\ \Leftrightarrow x = \frac{63}{7} = 9 \\ \text{Mila kan maximaal 9 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  7. \(\text{Ayman heeft 40 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 249 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 40 = 249 \\ \Leftrightarrow x = 249 + 40 = 289 \\ \text{Ayman had 289 euro}\)
  8. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 105 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 5.x = 105 \\ \Leftrightarrow x = \frac{105}{5} = 21 \\ \text{Jana legt 21 km af per tourke}\)
  9. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 144 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 6.x = 144 \\ \Leftrightarrow x = \frac{144}{6} = 24 \\ \text{Nihad legt 24 km af per tourke}\)
  10. \(\text{Ayman heeft 31 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 98 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 31 = 98 \\ \Leftrightarrow x = 98 + 31 = 129 \\ \text{Ayman had 129 euro}\)
  11. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 5.x = 10 \\ \Leftrightarrow x = \frac{10}{5} = 2 \\ \text{Nihad legt 2 km af per rondje}\)
  12. \(\text{Maxim heeft 30 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 52 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 30 = 52 \\ \Leftrightarrow x = 52 + 30 = 82 \\ \text{Maxim had 82 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-05 13:10:15
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen