Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Ayman heeft 44 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 329 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Lina heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Ayman heeft 54 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 113 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  5. \(\text{Maxim heeft 52 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 299 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Wouter heeft 54 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 122 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  8. \(\text{Mohamed heeft 27 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 33 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Mila heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 60 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Froukje heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  11. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 6 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Froukje heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 85 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Ayman heeft 44 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 329 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 44 = 329 \\ \Leftrightarrow x = 329 + 44 = 373 \\ \text{Ayman had 373 euro}\)
  2. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 1.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.5}{5} = 0.3 \\ \text{Jana legt 0.3 km af per baantje}\)
  3. \(\text{Lina heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 4.x = 53 \\ \Leftrightarrow x = \frac{53}{4} = 13.25 \\ \text{Lina kan maximaal 13.25 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  4. \(\text{Ayman heeft 54 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 113 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 54 = 113 \\ \Leftrightarrow x = 113 + 54 = 167 \\ \text{Ayman had 167 euro}\)
  5. \(\text{Maxim heeft 52 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 299 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 52 = 299 \\ \Leftrightarrow x = 299 + 52 = 351 \\ \text{Maxim had 351 euro}\)
  6. \(\text{Wouter heeft 54 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 122 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 54 = 122 \\ \Leftrightarrow x = 122 + 54 = 176 \\ \text{Wouter had 176 euro}\)
  7. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 6.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{6} = 12 \\ \text{Jana legt 12 km af per tourke}\)
  8. \(\text{Mohamed heeft 27 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 33 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 27 = 33 \\ \Leftrightarrow x = 33 + 27 = 60 \\ \text{Mohamed had 60 euro}\)
  9. \(\text{Mila heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 60 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 7.x = 60 \\ \Leftrightarrow x = \frac{60}{7} = 8.57 \\ \text{Mila kan maximaal 8.57 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  10. \(\text{Froukje heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 3.x = 56 \\ \Leftrightarrow x = \frac{56}{3} = 18.67 \\ \text{Froukje kan maximaal 18.67 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  11. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 6 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 6 \\ \Leftrightarrow x = \frac{6}{3} = 2 \\ \text{Loubna legt 2 km af per rondje}\)
  12. \(\text{Froukje heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 85 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 5.x = 85 \\ \Leftrightarrow x = \frac{85}{5} = 17 \\ \text{Froukje kan maximaal 17 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2025-08-29 03:09:49
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen