Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Froukje heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Ayman heeft 46 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 113 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Mila heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 75 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Warinda heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  5. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 144 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  8. \(\text{Mohamed heeft 25 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 317 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 48 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  11. \(\text{Ayman heeft 40 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 132 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Froukje heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 4.x = 44 \\ \Leftrightarrow x = \frac{44}{4} = 11 \\ \text{Froukje kan maximaal 11 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  2. \(\text{Ayman heeft 46 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 113 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 46 = 113 \\ \Leftrightarrow x = 113 + 46 = 159 \\ \text{Ayman had 159 euro}\)
  3. \(\text{Mila heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 75 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 6.x = 75 \\ \Leftrightarrow x = \frac{75}{6} = 12.5 \\ \text{Mila kan maximaal 12.5 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  4. \(\text{Warinda heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 65 \\ \Leftrightarrow x = \frac{65}{5} = 13 \\ \text{Warinda kan maximaal 13 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  5. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 144 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 6.x = 144 \\ \Leftrightarrow x = \frac{144}{6} = 24 \\ \text{Sarah legt 24 km af per tourke}\)
  6. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 54 \\ \Leftrightarrow x = \frac{54}{6} = 9 \\ \text{Mila kan maximaal 9 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  7. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 6.x = 24 \\ \Leftrightarrow x = \frac{24}{6} = 4 \\ \text{Loubna legt 4 km af per ronde}\)
  8. \(\text{Mohamed heeft 25 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 317 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 25 = 317 \\ \Leftrightarrow x = 317 + 25 = 342 \\ \text{Mohamed had 342 euro}\)
  9. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 24 \\ \Leftrightarrow x = \frac{24}{3} = 8 \\ \text{Sarah legt 8 km af per ronde}\)
  10. \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 48 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 4.x = 48 \\ \Leftrightarrow x = \frac{48}{4} = 12 \\ \text{Froukje kan maximaal 12 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  11. \(\text{Ayman heeft 40 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 132 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 40 = 132 \\ \Leftrightarrow x = 132 + 40 = 172 \\ \text{Ayman had 172 euro}\)
  12. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 5.x = 15 \\ \Leftrightarrow x = \frac{15}{5} = 3 \\ \text{Jana legt 3 km af per rondje}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-05 13:08:30
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen