Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Froukje heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 76 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Wouter heeft 27 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 122 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Wouter heeft 30 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 176 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 37 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 324 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Lina heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 32 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  8. \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 82 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 90 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Ayman heeft 50 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 308 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Wouter heeft 31 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 287 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Mohamed heeft 52 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 209 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Froukje heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 76 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 76 \\ \Leftrightarrow x = \frac{76}{5} = 15.2 \\ \text{Froukje kan maximaal 15.2 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  2. \(\text{Wouter heeft 27 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 122 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 27 = 122 \\ \Leftrightarrow x = 122 + 27 = 149 \\ \text{Wouter had 149 euro}\)
  3. \(\text{Wouter heeft 30 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 176 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 30 = 176 \\ \Leftrightarrow x = 176 + 30 = 206 \\ \text{Wouter had 206 euro}\)
  4. \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 7.x = 71 \\ \Leftrightarrow x = \frac{71}{7} = 10.14 \\ \text{Froukje kan maximaal 10.14 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 37 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 324 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 37 = 324 \\ \Leftrightarrow x = 324 + 37 = 361 \\ \text{Mohamed had 361 euro}\)
  6. \(\text{Lina heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 54 \\ \Leftrightarrow x = \frac{54}{3} = 18 \\ \text{Lina kan maximaal 18 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  7. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 32 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 32 \\ \Leftrightarrow x = \frac{32}{4} = 8 \\ \text{Loubna legt 8 km af per ronde}\)
  8. \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 82 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 4.x = 82 \\ \Leftrightarrow x = \frac{82}{4} = 20.5 \\ \text{Froukje kan maximaal 20.5 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  9. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 90 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 6.x = 90 \\ \Leftrightarrow x = \frac{90}{6} = 15 \\ \text{Jana legt 15 km af per tourke}\)
  10. \(\text{Ayman heeft 50 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 308 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 50 = 308 \\ \Leftrightarrow x = 308 + 50 = 358 \\ \text{Ayman had 358 euro}\)
  11. \(\text{Wouter heeft 31 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 287 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 31 = 287 \\ \Leftrightarrow x = 287 + 31 = 318 \\ \text{Wouter had 318 euro}\)
  12. \(\text{Mohamed heeft 52 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 209 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 52 = 209 \\ \Leftrightarrow x = 209 + 52 = 261 \\ \text{Mohamed had 261 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2025-12-12 22:58:01
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen