Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  2. \(\text{Maxim heeft 45 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 254 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Froukje heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 14 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Ayman heeft 58 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 240 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 16 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 62 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 84 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Mila heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  11. \(\text{Mila heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 126 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 3.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{3} = 24 \\ \text{Nihad legt 24 km af per tourke}\)
  2. \(\text{Maxim heeft 45 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 254 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 45 = 254 \\ \Leftrightarrow x = 254 + 45 = 299 \\ \text{Maxim had 299 euro}\)
  3. \(\text{Froukje heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 6.x = 68 \\ \Leftrightarrow x = \frac{68}{6} = 11.33 \\ \text{Froukje kan maximaal 11.33 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  4. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 14 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 4.x = 14 \\ \Leftrightarrow x = \frac{14}{4} = 3.5 \\ \text{Nihad legt 3.5 km af per rondje}\)
  5. \(\text{Ayman heeft 58 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 240 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 58 = 240 \\ \Leftrightarrow x = 240 + 58 = 298 \\ \text{Ayman had 298 euro}\)
  6. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 16 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 16 \\ \Leftrightarrow x = \frac{16}{4} = 4 \\ \text{Jana legt 4 km af per ronde}\)
  7. \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 62 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 4.x = 62 \\ \Leftrightarrow x = \frac{62}{4} = 15.5 \\ \text{Froukje kan maximaal 15.5 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  8. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 84 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 84 \\ \Leftrightarrow x = \frac{84}{4} = 21 \\ \text{Loubna legt 21 km af per tourke}\)
  9. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 5.x = 15 \\ \Leftrightarrow x = \frac{15}{5} = 3 \\ \text{Loubna legt 3 km af per rondje}\)
  10. \(\text{Mila heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 66 \\ \Leftrightarrow x = \frac{66}{5} = 13.2 \\ \text{Mila kan maximaal 13.2 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  11. \(\text{Mila heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 6.x = 66 \\ \Leftrightarrow x = \frac{66}{6} = 11 \\ \text{Mila kan maximaal 11 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  12. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 126 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 6.x = 126 \\ \Leftrightarrow x = \frac{126}{6} = 21 \\ \text{Sarah legt 21 km af per tourke}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-13 18:54:08
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen