Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Ayman heeft 33 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 76 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Warinda heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Lina heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 50 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  5. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.8 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Ayman heeft 46 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 235 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Froukje heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Lina heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 35 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 9 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  11. \(\text{Lina heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 83 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 96 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 52 \\ \Leftrightarrow x = \frac{52}{5} = 10.4 \\ \text{Warinda kan maximaal 10.4 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  2. \(\text{Ayman heeft 33 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 76 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 33 = 76 \\ \Leftrightarrow x = 76 + 33 = 109 \\ \text{Ayman had 109 euro}\)
  3. \(\text{Warinda heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 4.x = 41 \\ \Leftrightarrow x = \frac{41}{4} = 10.25 \\ \text{Warinda kan maximaal 10.25 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  4. \(\text{Lina heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 50 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 7.x = 50 \\ \Leftrightarrow x = \frac{50}{7} = 7.14 \\ \text{Lina kan maximaal 7.14 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  5. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.8 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 4.x = 0.8 \\ \Leftrightarrow x = \frac{0.8}{4} = 0.2 \\ \text{Loubna legt 0.2 km af per baantje}\)
  6. \(\text{Ayman heeft 46 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 235 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 46 = 235 \\ \Leftrightarrow x = 235 + 46 = 281 \\ \text{Ayman had 281 euro}\)
  7. \(\text{Froukje heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 3.x = 56 \\ \Leftrightarrow x = \frac{56}{3} = 18.67 \\ \text{Froukje kan maximaal 18.67 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  8. \(\text{Lina heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 5.x = 68 \\ \Leftrightarrow x = \frac{68}{5} = 13.6 \\ \text{Lina kan maximaal 13.6 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  9. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 35 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 5.x = 35 \\ \Leftrightarrow x = \frac{35}{5} = 7 \\ \text{Loubna legt 7 km af per ronde}\)
  10. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 9 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 9 \\ \Leftrightarrow x = \frac{9}{3} = 3 \\ \text{Jana legt 3 km af per rondje}\)
  11. \(\text{Lina heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 83 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 4.x = 83 \\ \Leftrightarrow x = \frac{83}{4} = 20.75 \\ \text{Lina kan maximaal 20.75 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  12. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 96 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 96 \\ \Leftrightarrow x = \frac{96}{4} = 24 \\ \text{Loubna legt 24 km af per tourke}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-15 11:33:03
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen