Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 76 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Wouter heeft 29 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 100 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Wouter heeft 41 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 61 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Froukje heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Froukje heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.6 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.05 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 59 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 199 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 36 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 30 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 18 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mila heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 67 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 76 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
4.x = 76 \\
\Leftrightarrow x = \frac{76}{4} = 19 \\
\text{Froukje kan maximaal 19 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Wouter heeft 29 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 100 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 29 = 100 \\
\Leftrightarrow x = 100 + 29 = 129 \\
\text{Wouter had 129 euro}\)
- \(\text{Wouter heeft 41 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 61 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 41 = 61 \\
\Leftrightarrow x = 61 + 41 = 102 \\
\text{Wouter had 102 euro}\)
- \(\text{Froukje heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
6.x = 52 \\
\Leftrightarrow x = \frac{52}{6} = 8.67 \\
\text{Froukje kan maximaal 8.67 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Froukje heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
5.x = 38 \\
\Leftrightarrow x = \frac{38}{5} = 7.6 \\
\text{Froukje kan maximaal 7.6 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.6 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
3.x = 0.6 \\
\Leftrightarrow x = \frac{0.6}{3} = 0.2 \\
\text{Nihad legt 0.2 km af per baantje}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.05 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
3.x = 1.05 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.05}{3} = 0.35 \\
\text{Loubna legt 0.35 km af per baantje}\)
- \(\text{Mohamed heeft 59 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 199 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 59 = 199 \\
\Leftrightarrow x = 199 + 59 = 258 \\
\text{Mohamed had 258 euro}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 36 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
4.x = 36 \\
\Leftrightarrow x = \frac{36}{4} = 9 \\
\text{Warinda kan maximaal 9 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 30 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
6.x = 30 \\
\Leftrightarrow x = \frac{30}{6} = 5 \\
\text{Sarah legt 5 km af per ronde}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 18 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
3.x = 18 \\
\Leftrightarrow x = \frac{18}{3} = 6 \\
\text{Loubna legt 6 km af per ronde}\)
- \(\text{Mila heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 67 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
4.x = 67 \\
\Leftrightarrow x = \frac{67}{4} = 16.75 \\
\text{Mila kan maximaal 16.75 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)