Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Froukje heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 47 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 170 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Lina heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 74 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 120 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 29 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 93 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Wouter heeft 51 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 217 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 27 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 92 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 21 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Wouter heeft 29 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 70 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  10. \(\text{Maxim heeft 48 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 261 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 8 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Warinda heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 74 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Froukje heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 65 \\ \Leftrightarrow x = \frac{65}{3} = 21.67 \\ \text{Froukje kan maximaal 21.67 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 47 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 170 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 47 = 170 \\ \Leftrightarrow x = 170 + 47 = 217 \\ \text{Mohamed had 217 euro}\)
  3. \(\text{Lina heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 74 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 6.x = 74 \\ \Leftrightarrow x = \frac{74}{6} = 12.33 \\ \text{Lina kan maximaal 12.33 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  4. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 120 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 5.x = 120 \\ \Leftrightarrow x = \frac{120}{5} = 24 \\ \text{Nihad legt 24 km af per tourke}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 29 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 93 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 29 = 93 \\ \Leftrightarrow x = 93 + 29 = 122 \\ \text{Mohamed had 122 euro}\)
  6. \(\text{Wouter heeft 51 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 217 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 51 = 217 \\ \Leftrightarrow x = 217 + 51 = 268 \\ \text{Wouter had 268 euro}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 27 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 92 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 27 = 92 \\ \Leftrightarrow x = 92 + 27 = 119 \\ \text{Mohamed had 119 euro}\)
  8. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 21 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 6.x = 21 \\ \Leftrightarrow x = \frac{21}{6} = 3.5 \\ \text{Nihad legt 3.5 km af per rondje}\)
  9. \(\text{Wouter heeft 29 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 70 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 29 = 70 \\ \Leftrightarrow x = 70 + 29 = 99 \\ \text{Wouter had 99 euro}\)
  10. \(\text{Maxim heeft 48 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 261 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 48 = 261 \\ \Leftrightarrow x = 261 + 48 = 309 \\ \text{Maxim had 309 euro}\)
  11. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 8 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 4.x = 8 \\ \Leftrightarrow x = \frac{8}{4} = 2 \\ \text{Sarah legt 2 km af per rondje}\)
  12. \(\text{Warinda heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 74 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 7.x = 74 \\ \Leftrightarrow x = \frac{74}{7} = 10.57 \\ \text{Warinda kan maximaal 10.57 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-22 00:20:32
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen