Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Lina heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 81 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Mila heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 88 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  3. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  4. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.25 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 28 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 61 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  8. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 58 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Mohamed heeft 54 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 220 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  10. \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  11. \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Mila heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Lina heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 81 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 6.x = 81 \\ \Leftrightarrow x = \frac{81}{6} = 13.5 \\ \text{Lina kan maximaal 13.5 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  2. \(\text{Mila heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 88 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 7.x = 88 \\ \Leftrightarrow x = \frac{88}{7} = 12.57 \\ \text{Mila kan maximaal 12.57 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  3. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 4.x = 1 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1}{4} = 0.25 \\ \text{Nihad legt 0.25 km af per baantje}\)
  4. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.25 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 1.25 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.25}{5} = 0.25 \\ \text{Sarah legt 0.25 km af per baantje}\)
  5. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 28 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 28 \\ \Leftrightarrow x = \frac{28}{4} = 7 \\ \text{Jana legt 7 km af per ronde}\)
  6. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 61 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 61 \\ \Leftrightarrow x = \frac{61}{5} = 12.2 \\ \text{Warinda kan maximaal 12.2 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  7. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{4} = 18 \\ \text{Loubna legt 18 km af per tourke}\)
  8. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 58 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 58 \\ \Leftrightarrow x = \frac{58}{6} = 9.67 \\ \text{Mila kan maximaal 9.67 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  9. \(\text{Mohamed heeft 54 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 220 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 54 = 220 \\ \Leftrightarrow x = 220 + 54 = 274 \\ \text{Mohamed had 274 euro}\)
  10. \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 3.x = 44 \\ \Leftrightarrow x = \frac{44}{3} = 14.67 \\ \text{Warinda kan maximaal 14.67 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  11. \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 79 \\ \Leftrightarrow x = \frac{79}{3} = 26.33 \\ \text{Warinda kan maximaal 26.33 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  12. \(\text{Mila heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 4.x = 79 \\ \Leftrightarrow x = \frac{79}{4} = 19.75 \\ \text{Mila kan maximaal 19.75 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-02 19:36:07
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen