Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 75 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 21 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Warinda heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mila heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 59 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Maxim heeft 60 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 329 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 36 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Maxim heeft 47 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 170 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 43 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 104 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.75 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Ayman heeft 34 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 280 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Lina heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 55 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 75 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
5.x = 75 \\
\Leftrightarrow x = \frac{75}{5} = 15 \\
\text{Loubna legt 15 km af per tourke}\)
- \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 21 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
3.x = 21 \\
\Leftrightarrow x = \frac{21}{3} = 7 \\
\text{Sarah legt 7 km af per ronde}\)
- \(\text{Warinda heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
7.x = 46 \\
\Leftrightarrow x = \frac{46}{7} = 6.57 \\
\text{Warinda kan maximaal 6.57 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Mila heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 59 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
6.x = 59 \\
\Leftrightarrow x = \frac{59}{6} = 9.83 \\
\text{Mila kan maximaal 9.83 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Maxim heeft 60 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 329 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 60 = 329 \\
\Leftrightarrow x = 329 + 60 = 389 \\
\text{Maxim had 389 euro}\)
- \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 36 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
7.x = 36 \\
\Leftrightarrow x = \frac{36}{7} = 5.14 \\
\text{Froukje kan maximaal 5.14 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Maxim heeft 47 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 170 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 47 = 170 \\
\Leftrightarrow x = 170 + 47 = 217 \\
\text{Maxim had 217 euro}\)
- \(\text{Mohamed heeft 43 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 104 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 43 = 104 \\
\Leftrightarrow x = 104 + 43 = 147 \\
\text{Mohamed had 147 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
5.x = 20 \\
\Leftrightarrow x = \frac{20}{5} = 4 \\
\text{Jana legt 4 km af per ronde}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.75 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
3.x = 0.75 \\
\Leftrightarrow x = \frac{0.75}{3} = 0.25 \\
\text{Loubna legt 0.25 km af per baantje}\)
- \(\text{Ayman heeft 34 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 280 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 34 = 280 \\
\Leftrightarrow x = 280 + 34 = 314 \\
\text{Ayman had 314 euro}\)
- \(\text{Lina heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 55 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
7.x = 55 \\
\Leftrightarrow x = \frac{55}{7} = 7.86 \\
\text{Lina kan maximaal 7.86 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)