Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  2. \(\text{Mila heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  3. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  4. \(\text{Lina heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 86 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  5. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.9 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Mila heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 76 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Maxim heeft 27 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 79 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Mohamed heeft 45 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 56 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.6 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  11. \(\text{Mohamed heeft 37 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 207 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 86 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 6.x = 12 \\ \Leftrightarrow x = \frac{12}{6} = 2 \\ \text{Jana legt 2 km af per rondje}\)
  2. \(\text{Mila heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 6.x = 65 \\ \Leftrightarrow x = \frac{65}{6} = 10.83 \\ \text{Mila kan maximaal 10.83 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  3. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 4.x = 12 \\ \Leftrightarrow x = \frac{12}{4} = 3 \\ \text{Sarah legt 3 km af per rondje}\)
  4. \(\text{Lina heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 86 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 4.x = 86 \\ \Leftrightarrow x = \frac{86}{4} = 21.5 \\ \text{Lina kan maximaal 21.5 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  5. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.9 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 3.x = 0.9 \\ \Leftrightarrow x = \frac{0.9}{3} = 0.3 \\ \text{Loubna legt 0.3 km af per baantje}\)
  6. \(\text{Mila heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 76 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 4.x = 76 \\ \Leftrightarrow x = \frac{76}{4} = 19 \\ \text{Mila kan maximaal 19 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  7. \(\text{Maxim heeft 27 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 79 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 27 = 79 \\ \Leftrightarrow x = 79 + 27 = 106 \\ \text{Maxim had 106 euro}\)
  8. \(\text{Mohamed heeft 45 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 56 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 45 = 56 \\ \Leftrightarrow x = 56 + 45 = 101 \\ \text{Mohamed had 101 euro}\)
  9. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{4} = 18 \\ \text{Loubna legt 18 km af per tourke}\)
  10. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.6 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 3.x = 0.6 \\ \Leftrightarrow x = \frac{0.6}{3} = 0.2 \\ \text{Sarah legt 0.2 km af per baantje}\)
  11. \(\text{Mohamed heeft 37 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 207 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 37 = 207 \\ \Leftrightarrow x = 207 + 37 = 244 \\ \text{Mohamed had 244 euro}\)
  12. \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 86 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 86 \\ \Leftrightarrow x = \frac{86}{3} = 28.67 \\ \text{Warinda kan maximaal 28.67 euro uitgeven aan een meter stof}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-19 00:58:08
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen