Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.75 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  2. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Ayman heeft 46 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 187 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 48 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Mila heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 59 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Mila heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Mila heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 73 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 28 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Wouter heeft 29 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 157 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Ayman heeft 52 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 230 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Froukje heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 88 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.75 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 1.75 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.75}{5} = 0.35 \\ \text{Loubna legt 0.35 km af per baantje}\)
  2. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 1.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.5}{5} = 0.3 \\ \text{Nihad legt 0.3 km af per baantje}\)
  3. \(\text{Ayman heeft 46 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 187 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 46 = 187 \\ \Leftrightarrow x = 187 + 46 = 233 \\ \text{Ayman had 233 euro}\)
  4. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 48 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 48 \\ \Leftrightarrow x = \frac{48}{4} = 12 \\ \text{Nihad legt 12 km af per tourke}\)
  5. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 4.x = 12 \\ \Leftrightarrow x = \frac{12}{4} = 3 \\ \text{Jana legt 3 km af per rondje}\)
  6. \(\text{Mila heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 59 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 7.x = 59 \\ \Leftrightarrow x = \frac{59}{7} = 8.43 \\ \text{Mila kan maximaal 8.43 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  7. \(\text{Mila heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 4.x = 79 \\ \Leftrightarrow x = \frac{79}{4} = 19.75 \\ \text{Mila kan maximaal 19.75 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  8. \(\text{Mila heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 73 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 73 \\ \Leftrightarrow x = \frac{73}{3} = 24.33 \\ \text{Mila kan maximaal 24.33 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  9. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 28 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 28 \\ \Leftrightarrow x = \frac{28}{4} = 7 \\ \text{Sarah legt 7 km af per ronde}\)
  10. \(\text{Wouter heeft 29 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 157 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 29 = 157 \\ \Leftrightarrow x = 157 + 29 = 186 \\ \text{Wouter had 186 euro}\)
  11. \(\text{Ayman heeft 52 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 230 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 52 = 230 \\ \Leftrightarrow x = 230 + 52 = 282 \\ \text{Ayman had 282 euro}\)
  12. \(\text{Froukje heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 88 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 6.x = 88 \\ \Leftrightarrow x = \frac{88}{6} = 14.67 \\ \text{Froukje kan maximaal 14.67 euro uitgeven aan een meter stof}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-21 22:40:38
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen