Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Froukje heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 36 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 45 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Ayman heeft 35 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 39 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.2 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mila heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 67 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mila heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Wouter heeft 40 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 219 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.6 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Wouter heeft 58 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 122 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
5.x = 15 \\
\Leftrightarrow x = \frac{15}{5} = 3 \\
\text{Nihad legt 3 km af per rondje}\)
- \(\text{Froukje heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
3.x = 79 \\
\Leftrightarrow x = \frac{79}{3} = 26.33 \\
\text{Froukje kan maximaal 26.33 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 36 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
3.x = 36 \\
\Leftrightarrow x = \frac{36}{3} = 12 \\
\text{Warinda kan maximaal 12 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
3.x = 72 \\
\Leftrightarrow x = \frac{72}{3} = 24 \\
\text{Loubna legt 24 km af per tourke}\)
- \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 45 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
5.x = 45 \\
\Leftrightarrow x = \frac{45}{5} = 9 \\
\text{Mila kan maximaal 9 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Ayman heeft 35 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 39 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 35 = 39 \\
\Leftrightarrow x = 39 + 35 = 74 \\
\text{Ayman had 74 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.2 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
4.x = 1.2 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.2}{4} = 0.3 \\
\text{Jana legt 0.3 km af per baantje}\)
- \(\text{Mila heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 67 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
7.x = 67 \\
\Leftrightarrow x = \frac{67}{7} = 9.57 \\
\text{Mila kan maximaal 9.57 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Mila heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
3.x = 41 \\
\Leftrightarrow x = \frac{41}{3} = 13.67 \\
\text{Mila kan maximaal 13.67 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Wouter heeft 40 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 219 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 40 = 219 \\
\Leftrightarrow x = 219 + 40 = 259 \\
\text{Wouter had 259 euro}\)
- \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.6 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
4.x = 1.6 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.6}{4} = 0.4 \\
\text{Loubna legt 0.4 km af per baantje}\)
- \(\text{Wouter heeft 58 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 122 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 58 = 122 \\
\Leftrightarrow x = 122 + 58 = 180 \\
\text{Wouter had 180 euro}\)