Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 35 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 113 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Froukje heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.9 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Froukje heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 63 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  6. \(\text{Wouter heeft 26 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 228 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 57 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 55 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Wouter heeft 39 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 267 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Froukje heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 73 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Lina heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 55 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  11. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 120 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Warinda heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 80 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 3.x = 45 \\ \Leftrightarrow x = \frac{45}{3} = 15 \\ \text{Jana legt 15 km af per tourke}\)
  2. \(\text{Mohamed heeft 35 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 113 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 35 = 113 \\ \Leftrightarrow x = 113 + 35 = 148 \\ \text{Mohamed had 148 euro}\)
  3. \(\text{Froukje heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 65 \\ \Leftrightarrow x = \frac{65}{5} = 13 \\ \text{Froukje kan maximaal 13 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  4. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.9 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 3.x = 0.9 \\ \Leftrightarrow x = \frac{0.9}{3} = 0.3 \\ \text{Jana legt 0.3 km af per baantje}\)
  5. \(\text{Froukje heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 63 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 6.x = 63 \\ \Leftrightarrow x = \frac{63}{6} = 10.5 \\ \text{Froukje kan maximaal 10.5 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  6. \(\text{Wouter heeft 26 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 228 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 26 = 228 \\ \Leftrightarrow x = 228 + 26 = 254 \\ \text{Wouter had 254 euro}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 57 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 55 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 57 = 55 \\ \Leftrightarrow x = 55 + 57 = 112 \\ \text{Mohamed had 112 euro}\)
  8. \(\text{Wouter heeft 39 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 267 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 39 = 267 \\ \Leftrightarrow x = 267 + 39 = 306 \\ \text{Wouter had 306 euro}\)
  9. \(\text{Froukje heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 73 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 3.x = 73 \\ \Leftrightarrow x = \frac{73}{3} = 24.33 \\ \text{Froukje kan maximaal 24.33 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  10. \(\text{Lina heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 55 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 3.x = 55 \\ \Leftrightarrow x = \frac{55}{3} = 18.33 \\ \text{Lina kan maximaal 18.33 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  11. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 120 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 5.x = 120 \\ \Leftrightarrow x = \frac{120}{5} = 24 \\ \text{Nihad legt 24 km af per tourke}\)
  12. \(\text{Warinda heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 80 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 7.x = 80 \\ \Leftrightarrow x = \frac{80}{7} = 11.43 \\ \text{Warinda kan maximaal 11.43 euro uitgeven aan een meter stof}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-09 21:20:34
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen