Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Ayman heeft 26 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 246 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Wouter heeft 25 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 154 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Mila heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 78 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 42 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Lina heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  6. \(\text{Wouter heeft 49 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 120 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Maxim heeft 53 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 148 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.2 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Warinda heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 47 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Maxim heeft 23 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 270 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Ayman heeft 26 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 246 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 26 = 246 \\ \Leftrightarrow x = 246 + 26 = 272 \\ \text{Ayman had 272 euro}\)
  2. \(\text{Wouter heeft 25 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 154 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 25 = 154 \\ \Leftrightarrow x = 154 + 25 = 179 \\ \text{Wouter had 179 euro}\)
  3. \(\text{Mila heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 78 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 78 \\ \Leftrightarrow x = \frac{78}{3} = 26 \\ \text{Mila kan maximaal 26 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  4. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 42 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 6.x = 42 \\ \Leftrightarrow x = \frac{42}{6} = 7 \\ \text{Jana legt 7 km af per ronde}\)
  5. \(\text{Lina heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 7.x = 65 \\ \Leftrightarrow x = \frac{65}{7} = 9.29 \\ \text{Lina kan maximaal 9.29 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  6. \(\text{Wouter heeft 49 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 120 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 49 = 120 \\ \Leftrightarrow x = 120 + 49 = 169 \\ \text{Wouter had 169 euro}\)
  7. \(\text{Maxim heeft 53 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 148 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 53 = 148 \\ \Leftrightarrow x = 148 + 53 = 201 \\ \text{Maxim had 201 euro}\)
  8. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.2 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 3.x = 1.2 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.2}{3} = 0.4 \\ \text{Nihad legt 0.4 km af per baantje}\)
  9. \(\text{Warinda heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 47 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 47 \\ \Leftrightarrow x = \frac{47}{6} = 7.83 \\ \text{Warinda kan maximaal 7.83 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  10. \(\text{Maxim heeft 23 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 270 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 23 = 270 \\ \Leftrightarrow x = 270 + 23 = 293 \\ \text{Maxim had 293 euro}\)
  11. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 6.x = 15 \\ \Leftrightarrow x = \frac{15}{6} = 2.5 \\ \text{Loubna legt 2.5 km af per rondje}\)
  12. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 24 \\ \Leftrightarrow x = \frac{24}{4} = 6 \\ \text{Sarah legt 6 km af per ronde}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-02 12:46:50
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen