Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Lina heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 80 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  3. \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 40 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Wouter heeft 51 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 179 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  5. \(\text{Mila heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  6. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Maxim heeft 53 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 325 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Wouter heeft 46 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 213 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Ayman heeft 38 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 93 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Warinda heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 73 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.8 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Lina heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 4.x = 46 \\ \Leftrightarrow x = \frac{46}{4} = 11.5 \\ \text{Lina kan maximaal 11.5 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  2. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 80 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 80 \\ \Leftrightarrow x = \frac{80}{5} = 16 \\ \text{Warinda kan maximaal 16 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  3. \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 40 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 40 \\ \Leftrightarrow x = \frac{40}{5} = 8 \\ \text{Froukje kan maximaal 8 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  4. \(\text{Wouter heeft 51 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 179 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 51 = 179 \\ \Leftrightarrow x = 179 + 51 = 230 \\ \text{Wouter had 230 euro}\)
  5. \(\text{Mila heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 3.x = 38 \\ \Leftrightarrow x = \frac{38}{3} = 12.67 \\ \text{Mila kan maximaal 12.67 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  6. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 5.x = 20 \\ \Leftrightarrow x = \frac{20}{5} = 4 \\ \text{Nihad legt 4 km af per ronde}\)
  7. \(\text{Maxim heeft 53 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 325 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 53 = 325 \\ \Leftrightarrow x = 325 + 53 = 378 \\ \text{Maxim had 378 euro}\)
  8. \(\text{Wouter heeft 46 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 213 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 46 = 213 \\ \Leftrightarrow x = 213 + 46 = 259 \\ \text{Wouter had 259 euro}\)
  9. \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 68 \\ \Leftrightarrow x = \frac{68}{5} = 13.6 \\ \text{Lina kan maximaal 13.6 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  10. \(\text{Ayman heeft 38 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 93 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 38 = 93 \\ \Leftrightarrow x = 93 + 38 = 131 \\ \text{Ayman had 131 euro}\)
  11. \(\text{Warinda heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 73 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 3.x = 73 \\ \Leftrightarrow x = \frac{73}{3} = 24.33 \\ \text{Warinda kan maximaal 24.33 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  12. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.8 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 4.x = 0.8 \\ \Leftrightarrow x = \frac{0.8}{4} = 0.2 \\ \text{Nihad legt 0.2 km af per baantje}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-06 06:09:03
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen