Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Lina heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 80 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Ayman heeft 47 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 248 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Maxim heeft 42 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 89 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Ayman heeft 41 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 218 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 2.1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 51 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 152 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 45 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 80 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Lina heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 80 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
6.x = 80 \\
\Leftrightarrow x = \frac{80}{6} = 13.33 \\
\text{Lina kan maximaal 13.33 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Ayman heeft 47 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 248 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 47 = 248 \\
\Leftrightarrow x = 248 + 47 = 295 \\
\text{Ayman had 295 euro}\)
- \(\text{Maxim heeft 42 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 89 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 42 = 89 \\
\Leftrightarrow x = 89 + 42 = 131 \\
\text{Maxim had 131 euro}\)
- \(\text{Ayman heeft 41 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 218 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 41 = 218 \\
\Leftrightarrow x = 218 + 41 = 259 \\
\text{Ayman had 259 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 2.1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
6.x = 2.1 \\
\Leftrightarrow x = \frac{2.1}{6} = 0.35 \\
\text{Jana legt 0.35 km af per baantje}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
5.x = 20 \\
\Leftrightarrow x = \frac{20}{5} = 4 \\
\text{Sarah legt 4 km af per ronde}\)
- \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
3.x = 45 \\
\Leftrightarrow x = \frac{45}{3} = 15 \\
\text{Sarah legt 15 km af per tourke}\)
- \(\text{Mohamed heeft 51 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 152 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 51 = 152 \\
\Leftrightarrow x = 152 + 51 = 203 \\
\text{Mohamed had 203 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
5.x = 15 \\
\Leftrightarrow x = \frac{15}{5} = 3 \\
\text{Jana legt 3 km af per rondje}\)
- \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 45 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
3.x = 45 \\
\Leftrightarrow x = \frac{45}{3} = 15 \\
\text{Warinda kan maximaal 15 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
6.x = 24 \\
\Leftrightarrow x = \frac{24}{6} = 4 \\
\text{Loubna legt 4 km af per ronde}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 80 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
4.x = 80 \\
\Leftrightarrow x = \frac{80}{4} = 20 \\
\text{Warinda kan maximaal 20 euro uitgeven aan een meter stof}\)