Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Mohamed heeft 32 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 34 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Wouter heeft 53 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 261 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Maxim heeft 43 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 72 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  5. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 75 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 17.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Froukje heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 48 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Wouter heeft 60 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 322 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Mohamed heeft 42 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 90 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Warinda heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Mohamed heeft 32 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 34 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 32 = 34 \\ \Leftrightarrow x = 34 + 32 = 66 \\ \text{Mohamed had 66 euro}\)
  2. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 10.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{10.5}{3} = 3.5 \\ \text{Loubna legt 3.5 km af per rondje}\)
  3. \(\text{Wouter heeft 53 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 261 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 53 = 261 \\ \Leftrightarrow x = 261 + 53 = 314 \\ \text{Wouter had 314 euro}\)
  4. \(\text{Maxim heeft 43 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 72 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 43 = 72 \\ \Leftrightarrow x = 72 + 43 = 115 \\ \text{Maxim had 115 euro}\)
  5. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 75 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 5.x = 75 \\ \Leftrightarrow x = \frac{75}{5} = 15 \\ \text{Nihad legt 15 km af per tourke}\)
  6. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 17.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 5.x = 17.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{17.5}{5} = 3.5 \\ \text{Sarah legt 3.5 km af per rondje}\)
  7. \(\text{Froukje heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 66 \\ \Leftrightarrow x = \frac{66}{6} = 11 \\ \text{Froukje kan maximaal 11 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  8. \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 20 \\ \Leftrightarrow x = \frac{20}{4} = 5 \\ \text{Sarah legt 5 km af per ronde}\)
  9. \(\text{Froukje heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 48 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 4.x = 48 \\ \Leftrightarrow x = \frac{48}{4} = 12 \\ \text{Froukje kan maximaal 12 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  10. \(\text{Wouter heeft 60 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 322 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 60 = 322 \\ \Leftrightarrow x = 322 + 60 = 382 \\ \text{Wouter had 382 euro}\)
  11. \(\text{Mohamed heeft 42 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 90 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 42 = 90 \\ \Leftrightarrow x = 90 + 42 = 132 \\ \text{Mohamed had 132 euro}\)
  12. \(\text{Warinda heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 7.x = 65 \\ \Leftrightarrow x = \frac{65}{7} = 9.29 \\ \text{Warinda kan maximaal 9.29 euro uitgeven aan een meter stof}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-18 07:15:59
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen