Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Mila heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 47 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Wouter heeft 25 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 281 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Ayman heeft 28 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 154 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.4 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 49 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 220 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Warinda heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Lina heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 85 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 60 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Warinda heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 60 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mila heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 62 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Mila heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 47 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
7.x = 47 \\
\Leftrightarrow x = \frac{47}{7} = 6.71 \\
\text{Mila kan maximaal 6.71 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Wouter heeft 25 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 281 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 25 = 281 \\
\Leftrightarrow x = 281 + 25 = 306 \\
\text{Wouter had 306 euro}\)
- \(\text{Ayman heeft 28 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 154 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 28 = 154 \\
\Leftrightarrow x = 154 + 28 = 182 \\
\text{Ayman had 182 euro}\)
- \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.4 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
4.x = 1.4 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.4}{4} = 0.35 \\
\text{Nihad legt 0.35 km af per baantje}\)
- \(\text{Mohamed heeft 49 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 220 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 49 = 220 \\
\Leftrightarrow x = 220 + 49 = 269 \\
\text{Mohamed had 269 euro}\)
- \(\text{Warinda heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 52 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
7.x = 52 \\
\Leftrightarrow x = \frac{52}{7} = 7.43 \\
\text{Warinda kan maximaal 7.43 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Lina heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 85 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
7.x = 85 \\
\Leftrightarrow x = \frac{85}{7} = 12.14 \\
\text{Lina kan maximaal 12.14 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
5.x = 1 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1}{5} = 0.2 \\
\text{Sarah legt 0.2 km af per baantje}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 60 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
5.x = 60 \\
\Leftrightarrow x = \frac{60}{5} = 12 \\
\text{Sarah legt 12 km af per tourke}\)
- \(\text{Warinda heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 60 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
6.x = 60 \\
\Leftrightarrow x = \frac{60}{6} = 10 \\
\text{Warinda kan maximaal 10 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Mila heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 62 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
3.x = 62 \\
\Leftrightarrow x = \frac{62}{3} = 20.67 \\
\text{Mila kan maximaal 20.67 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
6.x = 24 \\
\Leftrightarrow x = \frac{24}{6} = 4 \\
\text{Sarah legt 4 km af per rondje}\)