Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Mohamed heeft 58 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 156 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 32 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 82 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Wouter heeft 38 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 292 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 8 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Wouter heeft 38 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 301 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Lina heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Maxim heeft 39 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 216 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Ayman heeft 33 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 53 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Ayman heeft 54 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 218 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 81 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Lina heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Mohamed heeft 58 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 156 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 58 = 156 \\
\Leftrightarrow x = 156 + 58 = 214 \\
\text{Mohamed had 214 euro}\)
- \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 32 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
4.x = 32 \\
\Leftrightarrow x = \frac{32}{4} = 8 \\
\text{Nihad legt 8 km af per ronde}\)
- \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 82 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
6.x = 82 \\
\Leftrightarrow x = \frac{82}{6} = 13.67 \\
\text{Mila kan maximaal 13.67 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Wouter heeft 38 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 292 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 38 = 292 \\
\Leftrightarrow x = 292 + 38 = 330 \\
\text{Wouter had 330 euro}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 8 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
4.x = 8 \\
\Leftrightarrow x = \frac{8}{4} = 2 \\
\text{Sarah legt 2 km af per rondje}\)
- \(\text{Wouter heeft 38 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 301 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 38 = 301 \\
\Leftrightarrow x = 301 + 38 = 339 \\
\text{Wouter had 339 euro}\)
- \(\text{Lina heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
3.x = 65 \\
\Leftrightarrow x = \frac{65}{3} = 21.67 \\
\text{Lina kan maximaal 21.67 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Maxim heeft 39 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 216 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 39 = 216 \\
\Leftrightarrow x = 216 + 39 = 255 \\
\text{Maxim had 255 euro}\)
- \(\text{Ayman heeft 33 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 53 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 33 = 53 \\
\Leftrightarrow x = 53 + 33 = 86 \\
\text{Ayman had 86 euro}\)
- \(\text{Ayman heeft 54 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 218 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 54 = 218 \\
\Leftrightarrow x = 218 + 54 = 272 \\
\text{Ayman had 272 euro}\)
- \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 81 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
5.x = 81 \\
\Leftrightarrow x = \frac{81}{5} = 16.2 \\
\text{Lina kan maximaal 16.2 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Lina heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
6.x = 54 \\
\Leftrightarrow x = \frac{54}{6} = 9 \\
\text{Lina kan maximaal 9 euro uitgeven aan een meter stof}\)