Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Lina heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Wouter heeft 54 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 36 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 60 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mila heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 47 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 6 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Lina heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Lina heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 57 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Wouter heeft 36 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 162 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Froukje heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Lina heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
3.x = 56 \\
\Leftrightarrow x = \frac{56}{3} = 18.67 \\
\text{Lina kan maximaal 18.67 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Wouter heeft 54 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 36 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 54 = 36 \\
\Leftrightarrow x = 36 + 54 = 90 \\
\text{Wouter had 90 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 60 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
5.x = 60 \\
\Leftrightarrow x = \frac{60}{5} = 12 \\
\text{Jana legt 12 km af per tourke}\)
- \(\text{Mila heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 47 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
7.x = 47 \\
\Leftrightarrow x = \frac{47}{7} = 6.71 \\
\text{Mila kan maximaal 6.71 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
3.x = 45 \\
\Leftrightarrow x = \frac{45}{3} = 15 \\
\text{Loubna legt 15 km af per tourke}\)
- \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 6 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
3.x = 6 \\
\Leftrightarrow x = \frac{6}{3} = 2 \\
\text{Nihad legt 2 km af per rondje}\)
- \(\text{Lina heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
6.x = 54 \\
\Leftrightarrow x = \frac{54}{6} = 9 \\
\text{Lina kan maximaal 9 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Lina heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
7.x = 46 \\
\Leftrightarrow x = \frac{46}{7} = 6.57 \\
\text{Lina kan maximaal 6.57 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Warinda heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
4.x = 79 \\
\Leftrightarrow x = \frac{79}{4} = 19.75 \\
\text{Warinda kan maximaal 19.75 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 57 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
7.x = 57 \\
\Leftrightarrow x = \frac{57}{7} = 8.14 \\
\text{Froukje kan maximaal 8.14 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Wouter heeft 36 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 162 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 36 = 162 \\
\Leftrightarrow x = 162 + 36 = 198 \\
\text{Wouter had 198 euro}\)
- \(\text{Froukje heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
5.x = 79 \\
\Leftrightarrow x = \frac{79}{5} = 15.8 \\
\text{Froukje kan maximaal 15.8 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)