Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 126 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  2. \(\text{Mila heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 57 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  3. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  4. \(\text{Warinda heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 76 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  5. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 7.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.6 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 22 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 250 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Froukje heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 40 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  11. \(\text{Lina heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 36 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Ayman heeft 54 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 139 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 126 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 6.x = 126 \\ \Leftrightarrow x = \frac{126}{6} = 21 \\ \text{Nihad legt 21 km af per tourke}\)
  2. \(\text{Mila heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 57 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 6.x = 57 \\ \Leftrightarrow x = \frac{57}{6} = 9.5 \\ \text{Mila kan maximaal 9.5 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  3. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 12 \\ \Leftrightarrow x = \frac{12}{3} = 4 \\ \text{Loubna legt 4 km af per ronde}\)
  4. \(\text{Warinda heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 76 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 76 \\ \Leftrightarrow x = \frac{76}{6} = 12.67 \\ \text{Warinda kan maximaal 12.67 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  5. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 7.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 7.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{7.5}{3} = 2.5 \\ \text{Sarah legt 2.5 km af per rondje}\)
  6. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.6 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 4.x = 1.6 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.6}{4} = 0.4 \\ \text{Nihad legt 0.4 km af per baantje}\)
  7. \(\text{Mohamed heeft 22 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 250 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 22 = 250 \\ \Leftrightarrow x = 250 + 22 = 272 \\ \text{Mohamed had 272 euro}\)
  8. \(\text{Froukje heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 5.x = 71 \\ \Leftrightarrow x = \frac{71}{5} = 14.2 \\ \text{Froukje kan maximaal 14.2 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  9. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 10.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{10.5}{3} = 3.5 \\ \text{Loubna legt 3.5 km af per rondje}\)
  10. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 40 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 40 \\ \Leftrightarrow x = \frac{40}{6} = 6.67 \\ \text{Mila kan maximaal 6.67 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  11. \(\text{Lina heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 36 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 5.x = 36 \\ \Leftrightarrow x = \frac{36}{5} = 7.2 \\ \text{Lina kan maximaal 7.2 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  12. \(\text{Ayman heeft 54 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 139 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 54 = 139 \\ \Leftrightarrow x = 139 + 54 = 193 \\ \text{Ayman had 193 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-18 19:23:23
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen