Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Mohamed heeft 41 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 147 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Mila heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  3. \(\text{Wouter heeft 40 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 322 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 29 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 142 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Maxim heeft 48 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 149 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Maxim heeft 58 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 245 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Ayman heeft 37 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 118 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Maxim heeft 23 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 235 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Mohamed heeft 41 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 147 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 41 = 147 \\ \Leftrightarrow x = 147 + 41 = 188 \\ \text{Mohamed had 188 euro}\)
  2. \(\text{Mila heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 53 \\ \Leftrightarrow x = \frac{53}{3} = 17.67 \\ \text{Mila kan maximaal 17.67 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  3. \(\text{Wouter heeft 40 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 322 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 40 = 322 \\ \Leftrightarrow x = 322 + 40 = 362 \\ \text{Wouter had 362 euro}\)
  4. \(\text{Loubna gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 4.x = 72 \\ \Leftrightarrow x = \frac{72}{4} = 18 \\ \text{Loubna legt 18 km af per tourke}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 29 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 142 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 29 = 142 \\ \Leftrightarrow x = 142 + 29 = 171 \\ \text{Mohamed had 171 euro}\)
  6. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 1 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1}{5} = 0.2 \\ \text{Sarah legt 0.2 km af per baantje}\)
  7. \(\text{Maxim heeft 48 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 149 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 48 = 149 \\ \Leftrightarrow x = 149 + 48 = 197 \\ \text{Maxim had 197 euro}\)
  8. \(\text{Maxim heeft 58 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 245 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 58 = 245 \\ \Leftrightarrow x = 245 + 58 = 303 \\ \text{Maxim had 303 euro}\)
  9. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 1.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.5}{5} = 0.3 \\ \text{Jana legt 0.3 km af per baantje}\)
  10. \(\text{Ayman heeft 37 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 118 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 37 = 118 \\ \Leftrightarrow x = 118 + 37 = 155 \\ \text{Ayman had 155 euro}\)
  11. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 1 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1}{5} = 0.2 \\ \text{Nihad legt 0.2 km af per baantje}\)
  12. \(\text{Maxim heeft 23 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 235 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 23 = 235 \\ \Leftrightarrow x = 235 + 23 = 258 \\ \text{Maxim had 258 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-26 22:25:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen