Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Wouter heeft 41 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 114 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Ayman heeft 25 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 43 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 42 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  4. \(\text{Wouter heeft 24 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 59 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  5. \(\text{Wouter heeft 51 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 101 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Ayman heeft 58 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 295 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  7. \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Mila heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 67 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  11. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 81 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Wouter heeft 41 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 114 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 41 = 114 \\ \Leftrightarrow x = 114 + 41 = 155 \\ \text{Wouter had 155 euro}\)
  2. \(\text{Ayman heeft 25 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 43 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 25 = 43 \\ \Leftrightarrow x = 43 + 25 = 68 \\ \text{Ayman had 68 euro}\)
  3. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 42 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 6.x = 42 \\ \Leftrightarrow x = \frac{42}{6} = 7 \\ \text{Loubna legt 7 km af per ronde}\)
  4. \(\text{Wouter heeft 24 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 59 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 24 = 59 \\ \Leftrightarrow x = 59 + 24 = 83 \\ \text{Wouter had 83 euro}\)
  5. \(\text{Wouter heeft 51 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 101 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 51 = 101 \\ \Leftrightarrow x = 101 + 51 = 152 \\ \text{Wouter had 152 euro}\)
  6. \(\text{Ayman heeft 58 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 295 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 58 = 295 \\ \Leftrightarrow x = 295 + 58 = 353 \\ \text{Ayman had 353 euro}\)
  7. \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 44 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 44 \\ \Leftrightarrow x = \frac{44}{5} = 8.8 \\ \text{Lina kan maximaal 8.8 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  8. \(\text{Mila heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 6.x = 41 \\ \Leftrightarrow x = \frac{41}{6} = 6.83 \\ \text{Mila kan maximaal 6.83 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  9. \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 67 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 67 \\ \Leftrightarrow x = \frac{67}{5} = 13.4 \\ \text{Lina kan maximaal 13.4 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  10. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 6.x = 1.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.5}{6} = 0.25 \\ \text{Sarah legt 0.25 km af per baantje}\)
  11. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 20 \\ \Leftrightarrow x = \frac{20}{4} = 5 \\ \text{Jana legt 5 km af per ronde}\)
  12. \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 81 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 7.x = 81 \\ \Leftrightarrow x = \frac{81}{7} = 11.57 \\ \text{Froukje kan maximaal 11.57 euro uitgeven aan een meter stof}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-22 12:24:32
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen