Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Warinda heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 9 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Wouter heeft 49 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 295 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 108 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 36 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.8 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Ayman heeft 60 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 332 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 33 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 40 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Wouter heeft 43 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 184 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  10. \(\text{Maxim heeft 27 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 132 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 40 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Lina heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 58 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Warinda heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 53 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 4.x = 53 \\ \Leftrightarrow x = \frac{53}{4} = 13.25 \\ \text{Warinda kan maximaal 13.25 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  2. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 9 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 9 \\ \Leftrightarrow x = \frac{9}{3} = 3 \\ \text{Nihad legt 3 km af per rondje}\)
  3. \(\text{Wouter heeft 49 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 295 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 49 = 295 \\ \Leftrightarrow x = 295 + 49 = 344 \\ \text{Wouter had 344 euro}\)
  4. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 108 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 6.x = 108 \\ \Leftrightarrow x = \frac{108}{6} = 18 \\ \text{Nihad legt 18 km af per tourke}\)
  5. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 36 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 3.x = 36 \\ \Leftrightarrow x = \frac{36}{3} = 12 \\ \text{Jana legt 12 km af per tourke}\)
  6. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 0.8 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 4.x = 0.8 \\ \Leftrightarrow x = \frac{0.8}{4} = 0.2 \\ \text{Jana legt 0.2 km af per baantje}\)
  7. \(\text{Ayman heeft 60 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 332 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 60 = 332 \\ \Leftrightarrow x = 332 + 60 = 392 \\ \text{Ayman had 392 euro}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 33 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 40 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 33 = 40 \\ \Leftrightarrow x = 40 + 33 = 73 \\ \text{Ayman had 73 euro}\)
  9. \(\text{Wouter heeft 43 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 184 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 43 = 184 \\ \Leftrightarrow x = 184 + 43 = 227 \\ \text{Wouter had 227 euro}\)
  10. \(\text{Maxim heeft 27 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 132 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 27 = 132 \\ \Leftrightarrow x = 132 + 27 = 159 \\ \text{Maxim had 159 euro}\)
  11. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 40 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 5.x = 40 \\ \Leftrightarrow x = \frac{40}{5} = 8 \\ \text{Sarah legt 8 km af per ronde}\)
  12. \(\text{Lina heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 58 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 3.x = 58 \\ \Leftrightarrow x = \frac{58}{3} = 19.33 \\ \text{Lina kan maximaal 19.33 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-26 14:42:47
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen