Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Mila heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 42 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.4 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Ayman heeft 49 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 321 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 96 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Lina heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 75 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Lina heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 28 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Wouter heeft 25 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 62 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 43 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 56 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 84 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Ayman heeft 59 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 305 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Wouter heeft 35 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 95 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Mila heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 42 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
5.x = 42 \\
\Leftrightarrow x = \frac{42}{5} = 8.4 \\
\text{Mila kan maximaal 8.4 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.4 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
4.x = 1.4 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.4}{4} = 0.35 \\
\text{Sarah legt 0.35 km af per baantje}\)
- \(\text{Ayman heeft 49 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 321 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 49 = 321 \\
\Leftrightarrow x = 321 + 49 = 370 \\
\text{Ayman had 370 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 96 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
4.x = 96 \\
\Leftrightarrow x = \frac{96}{4} = 24 \\
\text{Jana legt 24 km af per tourke}\)
- \(\text{Lina heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 75 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
6.x = 75 \\
\Leftrightarrow x = \frac{75}{6} = 12.5 \\
\text{Lina kan maximaal 12.5 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Lina heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
4.x = 41 \\
\Leftrightarrow x = \frac{41}{4} = 10.25 \\
\text{Lina kan maximaal 10.25 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 28 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
4.x = 28 \\
\Leftrightarrow x = \frac{28}{4} = 7 \\
\text{Sarah legt 7 km af per ronde}\)
- \(\text{Wouter heeft 25 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 62 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 25 = 62 \\
\Leftrightarrow x = 62 + 25 = 87 \\
\text{Wouter had 87 euro}\)
- \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 43 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
3.x = 43 \\
\Leftrightarrow x = \frac{43}{3} = 14.33 \\
\text{Warinda kan maximaal 14.33 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Mohamed heeft 56 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 84 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 56 = 84 \\
\Leftrightarrow x = 84 + 56 = 140 \\
\text{Mohamed had 140 euro}\)
- \(\text{Ayman heeft 59 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 305 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 59 = 305 \\
\Leftrightarrow x = 305 + 59 = 364 \\
\text{Ayman had 364 euro}\)
- \(\text{Wouter heeft 35 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 95 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 35 = 95 \\
\Leftrightarrow x = 95 + 35 = 130 \\
\text{Wouter had 130 euro}\)