Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 40 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Maxim heeft 51 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 161 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Mila heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Maxim heeft 22 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 257 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 90 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 35 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Froukje heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 42 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Froukje heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 75 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Lina heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 50 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mila heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Wouter heeft 57 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 298 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 40 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
5.x = 40 \\
\Leftrightarrow x = \frac{40}{5} = 8 \\
\text{Nihad legt 8 km af per ronde}\)
- \(\text{Maxim heeft 51 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 161 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 51 = 161 \\
\Leftrightarrow x = 161 + 51 = 212 \\
\text{Maxim had 212 euro}\)
- \(\text{Mila heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 46 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
5.x = 46 \\
\Leftrightarrow x = \frac{46}{5} = 9.2 \\
\text{Mila kan maximaal 9.2 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Maxim heeft 22 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 257 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 22 = 257 \\
\Leftrightarrow x = 257 + 22 = 279 \\
\text{Maxim had 279 euro}\)
- \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 90 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
5.x = 90 \\
\Leftrightarrow x = \frac{90}{5} = 18 \\
\text{Loubna legt 18 km af per tourke}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 35 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
5.x = 35 \\
\Leftrightarrow x = \frac{35}{5} = 7 \\
\text{Sarah legt 7 km af per ronde}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
4.x = 20 \\
\Leftrightarrow x = \frac{20}{4} = 5 \\
\text{Jana legt 5 km af per ronde}\)
- \(\text{Froukje heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 42 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
4.x = 42 \\
\Leftrightarrow x = \frac{42}{4} = 10.5 \\
\text{Froukje kan maximaal 10.5 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Froukje heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 75 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
5.x = 75 \\
\Leftrightarrow x = \frac{75}{5} = 15 \\
\text{Froukje kan maximaal 15 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Lina heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 50 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
7.x = 50 \\
\Leftrightarrow x = \frac{50}{7} = 7.14 \\
\text{Lina kan maximaal 7.14 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Mila heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 56 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
6.x = 56 \\
\Leftrightarrow x = \frac{56}{6} = 9.33 \\
\text{Mila kan maximaal 9.33 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Wouter heeft 57 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 298 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 57 = 298 \\
\Leftrightarrow x = 298 + 57 = 355 \\
\text{Wouter had 355 euro}\)