Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Wouter heeft 31 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 294 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Ayman heeft 46 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 181 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Warinda heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 48 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Lina heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 2.4 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  11. \(\text{Wouter heeft 45 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 132 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 40 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Wouter heeft 31 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 294 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 31 = 294 \\ \Leftrightarrow x = 294 + 31 = 325 \\ \text{Wouter had 325 euro}\)
  2. \(\text{Ayman heeft 46 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 181 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 46 = 181 \\ \Leftrightarrow x = 181 + 46 = 227 \\ \text{Ayman had 227 euro}\)
  3. \(\text{Warinda heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 48 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 7.x = 48 \\ \Leftrightarrow x = \frac{48}{7} = 6.86 \\ \text{Warinda kan maximaal 6.86 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  4. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 6.x = 12 \\ \Leftrightarrow x = \frac{12}{6} = 2 \\ \text{Nihad legt 2 km af per rondje}\)
  5. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 3.x = 45 \\ \Leftrightarrow x = \frac{45}{3} = 15 \\ \text{Sarah legt 15 km af per tourke}\)
  6. \(\text{Lina heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 4.x = 38 \\ \Leftrightarrow x = \frac{38}{4} = 9.5 \\ \text{Lina kan maximaal 9.5 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  7. \(\text{Mila heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 5.x = 68 \\ \Leftrightarrow x = \frac{68}{5} = 13.6 \\ \text{Mila kan maximaal 13.6 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  8. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 3.x = 45 \\ \Leftrightarrow x = \frac{45}{3} = 15 \\ \text{Nihad legt 15 km af per tourke}\)
  9. \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 6.x = 1.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.5}{6} = 0.25 \\ \text{Nihad legt 0.25 km af per baantje}\)
  10. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 2.4 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 6.x = 2.4 \\ \Leftrightarrow x = \frac{2.4}{6} = 0.4 \\ \text{Loubna legt 0.4 km af per baantje}\)
  11. \(\text{Wouter heeft 45 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 132 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 45 = 132 \\ \Leftrightarrow x = 132 + 45 = 177 \\ \text{Wouter had 177 euro}\)
  12. \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 40 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 7.x = 40 \\ \Leftrightarrow x = \frac{40}{7} = 5.71 \\ \text{Froukje kan maximaal 5.71 euro uitgeven aan een meter stof}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-14 18:59:33
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen