Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 84 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 75 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Maxim heeft 27 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 320 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Lina heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 44 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 167 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Ayman heeft 41 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 89 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 70 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 28 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 36 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mila heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 84 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
5.x = 84 \\
\Leftrightarrow x = \frac{84}{5} = 16.8 \\
\text{Froukje kan maximaal 16.8 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 75 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
5.x = 75 \\
\Leftrightarrow x = \frac{75}{5} = 15 \\
\text{Jana legt 15 km af per tourke}\)
- \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
5.x = 1.5 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.5}{5} = 0.3 \\
\text{Jana legt 0.3 km af per baantje}\)
- \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
3.x = 12 \\
\Leftrightarrow x = \frac{12}{3} = 4 \\
\text{Jana legt 4 km af per rondje}\)
- \(\text{Maxim heeft 27 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 320 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 27 = 320 \\
\Leftrightarrow x = 320 + 27 = 347 \\
\text{Maxim had 347 euro}\)
- \(\text{Lina heeft 6 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
6.x = 71 \\
\Leftrightarrow x = \frac{71}{6} = 11.83 \\
\text{Lina kan maximaal 11.83 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Mohamed heeft 44 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 167 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 44 = 167 \\
\Leftrightarrow x = 167 + 44 = 211 \\
\text{Mohamed had 211 euro}\)
- \(\text{Ayman heeft 41 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 89 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 41 = 89 \\
\Leftrightarrow x = 89 + 41 = 130 \\
\text{Ayman had 130 euro}\)
- \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 70 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
5.x = 70 \\
\Leftrightarrow x = \frac{70}{5} = 14 \\
\text{Froukje kan maximaal 14 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 28 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
4.x = 28 \\
\Leftrightarrow x = \frac{28}{4} = 7 \\
\text{Jana legt 7 km af per ronde}\)
- \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 36 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
6.x = 36 \\
\Leftrightarrow x = \frac{36}{6} = 6 \\
\text{Loubna legt 6 km af per ronde}\)
- \(\text{Mila heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 71 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
7.x = 71 \\
\Leftrightarrow x = \frac{71}{7} = 10.14 \\
\text{Mila kan maximaal 10.14 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)