Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Mohamed heeft 57 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 79 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Mohamed heeft 49 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 232 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  4. \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 51 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  5. \(\text{Maxim heeft 40 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 178 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Mila heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Wouter heeft 41 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 76 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 42 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Lina heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  11. \(\text{Maxim heeft 30 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 218 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Lina heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 78 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Mohamed heeft 57 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 79 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 57 = 79 \\ \Leftrightarrow x = 79 + 57 = 136 \\ \text{Mohamed had 136 euro}\)
  2. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 5.x = 20 \\ \Leftrightarrow x = \frac{20}{5} = 4 \\ \text{Loubna legt 4 km af per ronde}\)
  3. \(\text{Mohamed heeft 49 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 232 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 49 = 232 \\ \Leftrightarrow x = 232 + 49 = 281 \\ \text{Mohamed had 281 euro}\)
  4. \(\text{Warinda heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 51 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 3.x = 51 \\ \Leftrightarrow x = \frac{51}{3} = 17 \\ \text{Warinda kan maximaal 17 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  5. \(\text{Maxim heeft 40 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 178 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 40 = 178 \\ \Leftrightarrow x = 178 + 40 = 218 \\ \text{Maxim had 218 euro}\)
  6. \(\text{Mila heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 65 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 3.x = 65 \\ \Leftrightarrow x = \frac{65}{3} = 21.67 \\ \text{Mila kan maximaal 21.67 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  7. \(\text{Wouter heeft 41 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 76 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 41 = 76 \\ \Leftrightarrow x = 76 + 41 = 117 \\ \text{Wouter had 117 euro}\)
  8. \(\text{Sarah gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 6.x = 1.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.5}{6} = 0.25 \\ \text{Sarah legt 0.25 km af per baantje}\)
  9. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 42 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 6.x = 42 \\ \Leftrightarrow x = \frac{42}{6} = 7 \\ \text{Jana legt 7 km af per ronde}\)
  10. \(\text{Lina heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 66 \\ \Leftrightarrow x = \frac{66}{5} = 13.2 \\ \text{Lina kan maximaal 13.2 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  11. \(\text{Maxim heeft 30 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 218 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 30 = 218 \\ \Leftrightarrow x = 218 + 30 = 248 \\ \text{Maxim had 248 euro}\)
  12. \(\text{Lina heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 78 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 4.x = 78 \\ \Leftrightarrow x = \frac{78}{4} = 19.5 \\ \text{Lina kan maximaal 19.5 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-10 18:13:07
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen