Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Maxim heeft 22 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 99 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.2 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  4. \(\text{Froukje heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 50 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  5. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Lina heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 81 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 28 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  8. \(\text{Maxim heeft 30 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 175 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 51 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Maxim heeft 30 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 163 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Lina heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 39 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  12. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Maxim heeft 22 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 99 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 22 = 99 \\ \Leftrightarrow x = 99 + 22 = 121 \\ \text{Maxim had 121 euro}\)
  2. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.2 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 6.x = 1.2 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.2}{6} = 0.2 \\ \text{Jana legt 0.2 km af per baantje}\)
  3. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 45 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 3.x = 45 \\ \Leftrightarrow x = \frac{45}{3} = 15 \\ \text{Sarah legt 15 km af per tourke}\)
  4. \(\text{Froukje heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 50 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 50 \\ \Leftrightarrow x = \frac{50}{5} = 10 \\ \text{Froukje kan maximaal 10 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  5. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 10.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{10.5}{3} = 3.5 \\ \text{Jana legt 3.5 km af per rondje}\)
  6. \(\text{Lina heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 81 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 4.x = 81 \\ \Leftrightarrow x = \frac{81}{4} = 20.25 \\ \text{Lina kan maximaal 20.25 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  7. \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 28 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 28 \\ \Leftrightarrow x = \frac{28}{4} = 7 \\ \text{Jana legt 7 km af per ronde}\)
  8. \(\text{Maxim heeft 30 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 175 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 30 = 175 \\ \Leftrightarrow x = 175 + 30 = 205 \\ \text{Maxim had 205 euro}\)
  9. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 51 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 51 \\ \Leftrightarrow x = \frac{51}{6} = 8.5 \\ \text{Mila kan maximaal 8.5 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  10. \(\text{Maxim heeft 30 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 163 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 30 = 163 \\ \Leftrightarrow x = 163 + 30 = 193 \\ \text{Maxim had 193 euro}\)
  11. \(\text{Lina heeft 5 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 39 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 5.x = 39 \\ \Leftrightarrow x = \frac{39}{5} = 7.8 \\ \text{Lina kan maximaal 7.8 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  12. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 79 \\ \Leftrightarrow x = \frac{79}{6} = 13.17 \\ \text{Mila kan maximaal 13.17 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-22 10:55:59
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen