Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Froukje heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 48 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 25 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 211 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Wouter heeft 46 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 221 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Lina heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 39 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.4 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mila heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 60 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Ayman heeft 60 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 158 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Maxim heeft 52 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 164 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 105 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 25 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Froukje heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 48 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
7.x = 48 \\
\Leftrightarrow x = \frac{48}{7} = 6.86 \\
\text{Froukje kan maximaal 6.86 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Mohamed heeft 25 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 211 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 25 = 211 \\
\Leftrightarrow x = 211 + 25 = 236 \\
\text{Mohamed had 236 euro}\)
- \(\text{Wouter heeft 46 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 221 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 46 = 221 \\
\Leftrightarrow x = 221 + 46 = 267 \\
\text{Wouter had 267 euro}\)
- \(\text{Lina heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 39 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
4.x = 39 \\
\Leftrightarrow x = \frac{39}{4} = 9.75 \\
\text{Lina kan maximaal 9.75 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.4 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
4.x = 1.4 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.4}{4} = 0.35 \\
\text{Nihad legt 0.35 km af per baantje}\)
- \(\text{Jana gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
4.x = 1 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1}{4} = 0.25 \\
\text{Jana legt 0.25 km af per baantje}\)
- \(\text{Mila heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 60 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
7.x = 60 \\
\Leftrightarrow x = \frac{60}{7} = 8.57 \\
\text{Mila kan maximaal 8.57 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Ayman heeft 60 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 158 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 60 = 158 \\
\Leftrightarrow x = 158 + 60 = 218 \\
\text{Ayman had 218 euro}\)
- \(\text{Maxim heeft 52 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 164 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 52 = 164 \\
\Leftrightarrow x = 164 + 52 = 216 \\
\text{Maxim had 216 euro}\)
- \(\text{Froukje heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 68 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
5.x = 68 \\
\Leftrightarrow x = \frac{68}{5} = 13.6 \\
\text{Froukje kan maximaal 13.6 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 105 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
5.x = 105 \\
\Leftrightarrow x = \frac{105}{5} = 21 \\
\text{Loubna legt 21 km af per tourke}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 25 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
5.x = 25 \\
\Leftrightarrow x = \frac{25}{5} = 5 \\
\text{Sarah legt 5 km af per ronde}\)