Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Wouter heeft 36 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 225 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.2 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Ayman heeft 24 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 317 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Maxim heeft 28 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 66 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 25 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Warinda heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 90 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 120 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Maxim heeft 22 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 228 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 90 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Froukje heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 37 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
4.x = 10 \\
\Leftrightarrow x = \frac{10}{4} = 2.5 \\
\text{Sarah legt 2.5 km af per rondje}\)
- \(\text{Wouter heeft 36 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 225 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 36 = 225 \\
\Leftrightarrow x = 225 + 36 = 261 \\
\text{Wouter had 261 euro}\)
- \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.2 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
3.x = 1.2 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.2}{3} = 0.4 \\
\text{Sarah legt 0.4 km af per baantje}\)
- \(\text{Ayman heeft 24 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 317 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 24 = 317 \\
\Leftrightarrow x = 317 + 24 = 341 \\
\text{Ayman had 341 euro}\)
- \(\text{Maxim heeft 28 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 66 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 28 = 66 \\
\Leftrightarrow x = 66 + 28 = 94 \\
\text{Maxim had 94 euro}\)
- \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 25 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
5.x = 25 \\
\Leftrightarrow x = \frac{25}{5} = 5 \\
\text{Nihad legt 5 km af per ronde}\)
- \(\text{Warinda heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 79 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
6.x = 79 \\
\Leftrightarrow x = \frac{79}{6} = 13.17 \\
\text{Warinda kan maximaal 13.17 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 90 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
6.x = 90 \\
\Leftrightarrow x = \frac{90}{6} = 15 \\
\text{Loubna legt 15 km af per tourke}\)
- \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 120 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
5.x = 120 \\
\Leftrightarrow x = \frac{120}{5} = 24 \\
\text{Sarah legt 24 km af per tourke}\)
- \(\text{Maxim heeft 22 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 228 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 22 = 228 \\
\Leftrightarrow x = 228 + 22 = 250 \\
\text{Maxim had 250 euro}\)
- \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 90 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
6.x = 90 \\
\Leftrightarrow x = \frac{90}{6} = 15 \\
\text{Nihad legt 15 km af per tourke}\)
- \(\text{Froukje heeft 3 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 37 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
3.x = 37 \\
\Leftrightarrow x = \frac{37}{3} = 12.33 \\
\text{Froukje kan maximaal 12.33 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)