Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  2. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 88 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 77 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Ayman heeft 31 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 199 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  8. \(\text{Mila heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  9. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Wouter heeft 38 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 205 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 6 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Ayman heeft 51 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 72 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 24 \\ \Leftrightarrow x = \frac{24}{3} = 8 \\ \text{Jana legt 8 km af per ronde}\)
  2. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 15 \\ \Leftrightarrow x = \frac{15}{3} = 5 \\ \text{Sarah legt 5 km af per ronde}\)
  3. \(\text{Warinda heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 88 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 88 \\ \Leftrightarrow x = \frac{88}{5} = 17.6 \\ \text{Warinda kan maximaal 17.6 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  4. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.5 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 1.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.5}{5} = 0.3 \\ \text{Nihad legt 0.3 km af per baantje}\)
  5. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 15 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 15 \\ \Leftrightarrow x = \frac{15}{3} = 5 \\ \text{Nihad legt 5 km af per ronde}\)
  6. \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 77 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 5.x = 77 \\ \Leftrightarrow x = \frac{77}{5} = 15.4 \\ \text{Lina kan maximaal 15.4 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  7. \(\text{Ayman heeft 31 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 199 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 31 = 199 \\ \Leftrightarrow x = 199 + 31 = 230 \\ \text{Ayman had 230 euro}\)
  8. \(\text{Mila heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 6.x = 41 \\ \Leftrightarrow x = \frac{41}{6} = 6.83 \\ \text{Mila kan maximaal 6.83 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  9. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 5.x = 10 \\ \Leftrightarrow x = \frac{10}{5} = 2 \\ \text{Nihad legt 2 km af per rondje}\)
  10. \(\text{Wouter heeft 38 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 205 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 38 = 205 \\ \Leftrightarrow x = 205 + 38 = 243 \\ \text{Wouter had 243 euro}\)
  11. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 6 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 6 \\ \Leftrightarrow x = \frac{6}{3} = 2 \\ \text{Sarah legt 2 km af per rondje}\)
  12. \(\text{Ayman heeft 51 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 72 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 51 = 72 \\ \Leftrightarrow x = 72 + 51 = 123 \\ \text{Ayman had 123 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-26 09:20:37
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen