Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 55. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 205. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 192. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 17 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  8. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 18 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 63. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 36. Wat zijn die getallen?\(\)
  11. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 73. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=14 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  3. \( 8 x-7=\frac{x}{4}+55 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 32x-28=x+220 \Leftrightarrow 32x-x=220+28 \Leftrightarrow 31x=248 \Leftrightarrow x=8\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  5. \( 9 x-8=\frac{x}{8}+205 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-64=x+1640 \Leftrightarrow 72x-x=1640+64 \Leftrightarrow 71x=1704 \Leftrightarrow x=24\)
  6. \( 5 x-3=\frac{x}{8}+192 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 40x-24=x+1536 \Leftrightarrow 40x-x=1536+24 \Leftrightarrow 39x=1560 \Leftrightarrow x=40\)
  7. \(x+x-5 = 17\Leftrightarrow 2x-5=17 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Ruben is 11 jaar}\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=18 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=396 \Leftrightarrow 9x=396 \Leftrightarrow x=44\)
  9. \( 6 x-7=\frac{x}{6}+63 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-42=x+378 \Leftrightarrow 36x-x=378+42 \Leftrightarrow 35x=420 \Leftrightarrow x=12\)
  10. \(x+x+1+x+2 = 36\Leftrightarrow 3x+3=36 \Leftrightarrow 3x = 33\Leftrightarrow x = 11 \text{ De getallen zijn 11, 12 en 13}\)
  11. \( 7 x-8=\frac{x}{4}+73 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-32=x+292 \Leftrightarrow 28x-x=292+32 \Leftrightarrow 27x=324 \Leftrightarrow x=12\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=9 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=252 \Leftrightarrow 3x=252 \Leftrightarrow x=84\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-07 16:28:02
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen