Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een getal vermeerdert met 25 bekom je 31. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 430. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een negende van het getal en 217. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 26 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  7. \(\)als je een getal vermindert met 30 bekom je -2. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 36. Wat zijn die getallen?\(\)
  9. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 159. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+25 = 31\Leftrightarrow x=31- 25 \Leftrightarrow x = 6\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  3. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=7 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  4. \( 9 x-4=\frac{x}{7}+430 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 63x-28=x+3010 \Leftrightarrow 63x-x=3010+28 \Leftrightarrow 62x=3038 \Leftrightarrow x=49\)
  5. \( 5 x-3=\frac{x}{9}+217 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 45x-27=x+1953 \Leftrightarrow 45x-x=1953+27 \Leftrightarrow 44x=1980 \Leftrightarrow x=45\)
  6. \(x+x-4 = 26\Leftrightarrow 2x-4=26 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Wietse is 15 jaar}\)
  7. \(x-30 = -2\Leftrightarrow x=-2+ 30 \Leftrightarrow x = 28\)
  8. \(x+x+1+x+2 = 36\Leftrightarrow 3x+3=36 \Leftrightarrow 3x = 33\Leftrightarrow x = 11 \text{ De getallen zijn 11, 12 en 13}\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=5 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=120 \Leftrightarrow 5x=120 \Leftrightarrow x=24\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=28 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=504 \Leftrightarrow 7x=504 \Leftrightarrow x=72\)
  11. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=10 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=660 \Leftrightarrow 5x=660 \Leftrightarrow x=132\)
  12. \( 6 x-5=\frac{x}{7}+159 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-35=x+1113 \Leftrightarrow 42x-x=1113+35 \Leftrightarrow 41x=1148 \Leftrightarrow x=28\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-04 22:24:18
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen