Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 172. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 53. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  4. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 8 jaar jonger. Samen zijn ze 26 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  5. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 78. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 114. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 475. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 51. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 5 x-4=\frac{x}{9}+172 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 45x-36=x+1548 \Leftrightarrow 45x-x=1548+36 \Leftrightarrow 44x=1584 \Leftrightarrow x=36\)
  2. \( 6 x-5=\frac{x}{5}+53 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-25=x+265 \Leftrightarrow 30x-x=265+25 \Leftrightarrow 29x=290 \Leftrightarrow x=10\)
  3. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  4. \(x+x-8 = 26\Leftrightarrow 2x-8=26 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Ruben is 17 jaar}\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=12 \Leftrightarrow 2x=12 \Leftrightarrow x=6\)
  6. \( 4 x-3=\frac{x}{7}+78 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-21=x+546 \Leftrightarrow 28x-x=546+21 \Leftrightarrow 27x=567 \Leftrightarrow x=21\)
  7. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=15 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=600 \Leftrightarrow 3x=600 \Leftrightarrow x=200\)
  8. \(x=40 + 3 \Leftrightarrow x=43\)
  9. \( 8 x-3=\frac{x}{5}+114 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 40x-15=x+570 \Leftrightarrow 40x-x=570+15 \Leftrightarrow 39x=585 \Leftrightarrow x=15\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=8 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=120 \Leftrightarrow 2x=120 \Leftrightarrow x=60\)
  11. \( 9 x-5=\frac{x}{9}+475 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-45=x+4275 \Leftrightarrow 81x-x=4275+45 \Leftrightarrow 80x=4320 \Leftrightarrow x=54\)
  12. \(x+30 = 51\Leftrightarrow x=51- 30 \Leftrightarrow x = 21\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-03 12:58:11
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen