Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 6 jaar ouder. Samen zijn ze 28 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  2. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  3. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 115. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 186. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 27 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een getal vermeerdert met 20 bekom je 62. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 46. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 93. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 8 jaar jonger. Samen zijn ze 18 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+6 = 28\Leftrightarrow 2x+6=28 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Noah is 11 jaar}\)
  2. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  3. \( 4 x-9=\frac{x}{8}+115 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-72=x+920 \Leftrightarrow 32x-x=920+72 \Leftrightarrow 31x=992 \Leftrightarrow x=32\)
  4. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=35 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=1050 \Leftrightarrow 7x=1050 \Leftrightarrow x=150\)
  5. \( 8 x-3=\frac{x}{8}+186 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 64x-24=x+1488 \Leftrightarrow 64x-x=1488+24 \Leftrightarrow 63x=1512 \Leftrightarrow x=24\)
  6. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  7. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=9 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=630 \Leftrightarrow 3x=630 \Leftrightarrow x=210\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=27 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=594 \Leftrightarrow 9x=594 \Leftrightarrow x=66\)
  9. \(x+20 = 62\Leftrightarrow x=62- 20 \Leftrightarrow x = 42\)
  10. \( 6 x-5=\frac{x}{3}+46 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 18x-15=x+138 \Leftrightarrow 18x-x=138+15 \Leftrightarrow 17x=153 \Leftrightarrow x=9\)
  11. \( 7 x-3=\frac{x}{7}+93 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 49x-21=x+651 \Leftrightarrow 49x-x=651+21 \Leftrightarrow 48x=672 \Leftrightarrow x=14\)
  12. \(x+x-8 = 18\Leftrightarrow 2x-8=18 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Ruben is 13 jaar}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-13 15:11:44
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen