Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  2. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 149. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een negende van het getal en 183. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 18 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  6. \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 72. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 32 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 31. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=35 + 3 \Leftrightarrow x=38\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=15 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=360 \Leftrightarrow 5x=360 \Leftrightarrow x=72\)
  3. \( 8 x-7=\frac{x}{5}+149 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 40x-35=x+745 \Leftrightarrow 40x-x=745+35 \Leftrightarrow 39x=780 \Leftrightarrow x=20\)
  4. \( 7 x-3=\frac{x}{9}+183 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 63x-27=x+1647 \Leftrightarrow 63x-x=1647+27 \Leftrightarrow 62x=1674 \Leftrightarrow x=27\)
  5. \(x+x-4 = 18\Leftrightarrow 2x-4=18 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Sofiane is 11 jaar}\)
  6. \(x+30 = 72\Leftrightarrow x=72- 30 \Leftrightarrow x = 42\)
  7. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  8. \(x+x+8 = 32\Leftrightarrow 2x+8=32 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Wietse is 12 jaar}\)
  9. \( 4 x-7=\frac{x}{5}+31 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-35=x+155 \Leftrightarrow 20x-x=155+35 \Leftrightarrow 19x=190 \Leftrightarrow x=10\)
  10. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=6 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=378 \Leftrightarrow 2x=378 \Leftrightarrow x=189\)
  11. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=15 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=540 \Leftrightarrow 5x=540 \Leftrightarrow x=108\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=21 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=378 \Leftrightarrow 7x=378 \Leftrightarrow x=54\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-23 11:43:46
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen