Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 8 jaar jonger. Samen zijn ze 14 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  4. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 128. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een getal vermeerdert met 25 bekom je 34. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 4 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  12. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=14 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=252 \Leftrightarrow 7x=252 \Leftrightarrow x=36\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=3 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=30 \Leftrightarrow 3x=30 \Leftrightarrow x=10\)
  3. \(x+x-8 = 14\Leftrightarrow 2x-8=14 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Ruben is 11 jaar}\)
  4. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=6 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=420 \Leftrightarrow 3x=420 \Leftrightarrow x=140\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=5 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=20 \Leftrightarrow 1x=20 \Leftrightarrow x=20\)
  6. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=8 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=120 \Leftrightarrow 2x=120 \Leftrightarrow x=60\)
  8. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=350 \Leftrightarrow 2x=350 \Leftrightarrow x=175\)
  9. \( 5 x-4=\frac{x}{9}+128 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 45x-36=x+1152 \Leftrightarrow 45x-x=1152+36 \Leftrightarrow 44x=1188 \Leftrightarrow x=27\)
  10. \(x+25 = 34\Leftrightarrow x=34- 25 \Leftrightarrow x = 9\)
  11. \(x=45 - 4 \Leftrightarrow x=41\)
  12. \(x=20 + 7 \Leftrightarrow x=27\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-23 22:41:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen