Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 368. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)Lennert is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 38 jaar. Hoe oud is Lennert ?\(\)
  3. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 40. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een negende van het getal en 426. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  9. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een getal vermeerdert met 25 bekom je 43. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 85. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 9 x-4=\frac{x}{7}+368 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 63x-28=x+2576 \Leftrightarrow 63x-x=2576+28 \Leftrightarrow 62x=2604 \Leftrightarrow x=42\)
  2. \(x+x+8 = 38\Leftrightarrow 2x+8=38 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Lennert is 15 jaar}\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=1 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=4 \Leftrightarrow 1x=4 \Leftrightarrow x=4\)
  4. \( 5 x-8=\frac{x}{5}+40 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-40=x+200 \Leftrightarrow 25x-x=200+40 \Leftrightarrow 24x=240 \Leftrightarrow x=10\)
  5. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=9 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=630 \Leftrightarrow 3x=630 \Leftrightarrow x=210\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  7. \( 7 x-8=\frac{x}{9}+426 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 63x-72=x+3834 \Leftrightarrow 63x-x=3834+72 \Leftrightarrow 62x=3906 \Leftrightarrow x=63\)
  8. \(x=45 + 2 \Leftrightarrow x=47\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  10. \(x+25 = 43\Leftrightarrow x=43- 25 \Leftrightarrow x = 18\)
  11. \( 6 x-7=\frac{x}{4}+85 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-28=x+340 \Leftrightarrow 24x-x=340+28 \Leftrightarrow 23x=368 \Leftrightarrow x=16\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-01 23:27:04
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen