Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  2. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 39. Wat zijn die getallen?\(\)
  4. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 182. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 35. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 135. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  12. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=20 - 3 \Leftrightarrow x=17\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  3. \(x+x+1+x+2 = 39\Leftrightarrow 3x+3=39 \Leftrightarrow 3x = 36\Leftrightarrow x = 12 \text{ De getallen zijn 12, 13 en 14}\)
  4. \( 9 x-4=\frac{x}{7}+182 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 63x-28=x+1274 \Leftrightarrow 63x-x=1274+28 \Leftrightarrow 62x=1302 \Leftrightarrow x=21\)
  5. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=5 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=60 \Leftrightarrow 1x=60 \Leftrightarrow x=60\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=7 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=210 \Leftrightarrow 7x=210 \Leftrightarrow x=30\)
  7. \( 7 x-5=\frac{x}{3}+35 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-15=x+105 \Leftrightarrow 21x-x=105+15 \Leftrightarrow 20x=120 \Leftrightarrow x=6\)
  8. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{9}x=4 \overset{\mbox{ .45 }}{ \Leftrightarrow } 9x-5x=180 \Leftrightarrow 4x=180 \Leftrightarrow x=45\)
  9. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=3 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=210 \Leftrightarrow 3x=210 \Leftrightarrow x=70\)
  10. \( 4 x-5=\frac{x}{9}+135 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 36x-45=x+1215 \Leftrightarrow 36x-x=1215+45 \Leftrightarrow 35x=1260 \Leftrightarrow x=36\)
  11. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  12. \(x=50 - 7 \Leftrightarrow x=43\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-05 12:05:14
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen