Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een derde van het getal en 97. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  3. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 94. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 90. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 27 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 18 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 208. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een getal vermindert met 30 bekom je -2. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 6 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 7 x-3=\frac{x}{3}+97 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-9=x+291 \Leftrightarrow 21x-x=291+9 \Leftrightarrow 20x=300 \Leftrightarrow x=15\)
  2. \(x=35 + 3 \Leftrightarrow x=38\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=1 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=4 \Leftrightarrow 1x=4 \Leftrightarrow x=4\)
  4. \( 3 x-8=\frac{x}{6}+94 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 18x-48=x+564 \Leftrightarrow 18x-x=564+48 \Leftrightarrow 17x=612 \Leftrightarrow x=36\)
  5. \( 5 x-6=\frac{x}{5}+90 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-30=x+450 \Leftrightarrow 25x-x=450+30 \Leftrightarrow 24x=480 \Leftrightarrow x=20\)
  6. \(x+x+3 = 27\Leftrightarrow 2x+3=27 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Joran is 12 jaar}\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=18 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=396 \Leftrightarrow 9x=396 \Leftrightarrow x=44\)
  8. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=8 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=504 \Leftrightarrow 2x=504 \Leftrightarrow x=252\)
  9. \( 9 x-4=\frac{x}{6}+208 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-24=x+1248 \Leftrightarrow 54x-x=1248+24 \Leftrightarrow 53x=1272 \Leftrightarrow x=24\)
  10. \(x-30 = -2\Leftrightarrow x=-2+ 30 \Leftrightarrow x = 28\)
  11. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=20 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=720 \Leftrightarrow 5x=720 \Leftrightarrow x=144\)
  12. \(x=25 - 6 \Leftrightarrow x=19\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-27 12:03:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen