Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 89. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 6 jaar jonger. Samen zijn ze 20 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  7. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 154. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 74. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  11. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermindert met 50 bekom je -38. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=90 \Leftrightarrow 2x=90 \Leftrightarrow x=45\)
  2. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  3. \( 6 x-5=\frac{x}{8}+89 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-40=x+712 \Leftrightarrow 48x-x=712+40 \Leftrightarrow 47x=752 \Leftrightarrow x=16\)
  4. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=20 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=1320 \Leftrightarrow 5x=1320 \Leftrightarrow x=264\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=35 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  6. \(x+x-6 = 20\Leftrightarrow 2x-6=20 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Ruben is 13 jaar}\)
  7. \( 4 x-7=\frac{x}{6}+154 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 24x-42=x+924 \Leftrightarrow 24x-x=924+42 \Leftrightarrow 23x=966 \Leftrightarrow x=42\)
  8. \( 9 x-4=\frac{x}{3}+74 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-12=x+222 \Leftrightarrow 27x-x=222+12 \Leftrightarrow 26x=234 \Leftrightarrow x=9\)
  9. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
  10. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  11. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  12. \(x-50 = -38\Leftrightarrow x=-38+ 50 \Leftrightarrow x = 12\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-18 06:37:02
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen