Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  2. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 38 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 95. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 492. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 51. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 100. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 2 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  8. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 159. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een getal vermeerdert met 25 bekom je 37. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 18 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  12. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  2. \(x+x+8 = 38\Leftrightarrow 2x+8=38 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Joran is 15 jaar}\)
  3. \( 5 x-7=\frac{x}{7}+95 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-49=x+665 \Leftrightarrow 35x-x=665+49 \Leftrightarrow 34x=714 \Leftrightarrow x=21\)
  4. \( 8 x-5=\frac{x}{9}+492 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-45=x+4428 \Leftrightarrow 72x-x=4428+45 \Leftrightarrow 71x=4473 \Leftrightarrow x=63\)
  5. \( 3 x-4=\frac{x}{4}+51 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 12x-16=x+204 \Leftrightarrow 12x-x=204+16 \Leftrightarrow 11x=220 \Leftrightarrow x=20\)
  6. \( 6 x-5=\frac{x}{6}+100 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-30=x+600 \Leftrightarrow 36x-x=600+30 \Leftrightarrow 35x=630 \Leftrightarrow x=18\)
  7. \(x=45 - 2 \Leftrightarrow x=43\)
  8. \( 7 x-3=\frac{x}{4}+159 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-12=x+636 \Leftrightarrow 28x-x=636+12 \Leftrightarrow 27x=648 \Leftrightarrow x=24\)
  9. \(x+25 = 37\Leftrightarrow x=37- 25 \Leftrightarrow x = 12\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=10 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=60 \Leftrightarrow 2x=60 \Leftrightarrow x=30\)
  11. \(x+x-4 = 18\Leftrightarrow 2x-4=18 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Wietse is 11 jaar}\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-09 06:37:30
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen