Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 36 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 92. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een derde van het getal en 57. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 49. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 6 jaar jonger. Samen zijn ze 24 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  9. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een negende van het getal en 346. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 48. Wat zijn die getallen?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  2. \(x+x+8 = 36\Leftrightarrow 2x+8=36 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Wietse is 14 jaar}\)
  3. \( 5 x-3=\frac{x}{4}+92 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-12=x+368 \Leftrightarrow 20x-x=368+12 \Leftrightarrow 19x=380 \Leftrightarrow x=20\)
  4. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  5. \( 7 x-3=\frac{x}{3}+57 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-9=x+171 \Leftrightarrow 21x-x=171+9 \Leftrightarrow 20x=180 \Leftrightarrow x=9\)
  6. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{9}x=4 \overset{\mbox{ .45 }}{ \Leftrightarrow } 9x-5x=180 \Leftrightarrow 4x=180 \Leftrightarrow x=45\)
  7. \(x+40 = 49\Leftrightarrow x=49- 40 \Leftrightarrow x = 9\)
  8. \(x+x-6 = 24\Leftrightarrow 2x-6=24 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Ruben is 15 jaar}\)
  9. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=21 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=378 \Leftrightarrow 7x=378 \Leftrightarrow x=54\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
  11. \( 8 x-9=\frac{x}{9}+346 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-81=x+3114 \Leftrightarrow 72x-x=3114+81 \Leftrightarrow 71x=3195 \Leftrightarrow x=45\)
  12. \(x+x+1+x+2 = 48\Leftrightarrow 3x+3=48 \Leftrightarrow 3x = 45\Leftrightarrow x = 15 \text{ De getallen zijn 15, 16 en 17}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-15 19:18:43
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen