Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 45. Wat zijn die getallen?\(\)
  2. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een negende van het getal en 423. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 65. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 32 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een getal vermindert met 45 bekom je -21. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 30 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  12. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+1+x+2 = 45\Leftrightarrow 3x+3=45 \Leftrightarrow 3x = 42\Leftrightarrow x = 14 \text{ De getallen zijn 14, 15 en 16}\)
  2. \( 8 x-3=\frac{x}{9}+423 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-27=x+3807 \Leftrightarrow 72x-x=3807+27 \Leftrightarrow 71x=3834 \Leftrightarrow x=54\)
  3. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=35 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=2100 \Leftrightarrow 7x=2100 \Leftrightarrow x=300\)
  4. \( 9 x-5=\frac{x}{4}+65 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-20=x+260 \Leftrightarrow 36x-x=260+20 \Leftrightarrow 35x=280 \Leftrightarrow x=8\)
  5. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=350 \Leftrightarrow 2x=350 \Leftrightarrow x=175\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=12 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{11}x=32 \overset{\mbox{ .33 }}{ \Leftrightarrow } 11x-3x=1056 \Leftrightarrow 8x=1056 \Leftrightarrow x=132\)
  8. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=5 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=120 \Leftrightarrow 5x=120 \Leftrightarrow x=24\)
  9. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=9 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=630 \Leftrightarrow 3x=630 \Leftrightarrow x=210\)
  10. \(x-45 = -21\Leftrightarrow x=-21+ 45 \Leftrightarrow x = 24\)
  11. \(x+x-4 = 30\Leftrightarrow 2x-4=30 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Ilias is 17 jaar}\)
  12. \(x=40 + 7 \Leftrightarrow x=47\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-01 09:35:36
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen