Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 25 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 205. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een negende van het getal en 236. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  7. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 25 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  8. \(\)als je een getal vermindert met 20 bekom je 8. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een derde van het getal en 33. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+3 = 25\Leftrightarrow 2x+3=25 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Wietse is 11 jaar}\)
  2. \( 6 x-5=\frac{x}{6}+205 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-30=x+1230 \Leftrightarrow 36x-x=1230+30 \Leftrightarrow 35x=1260 \Leftrightarrow x=36\)
  3. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  4. \( 4 x-9=\frac{x}{9}+236 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 36x-81=x+2124 \Leftrightarrow 36x-x=2124+81 \Leftrightarrow 35x=2205 \Leftrightarrow x=63\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  6. \(x=50 - 7 \Leftrightarrow x=43\)
  7. \(x+x-3 = 25\Leftrightarrow 2x-3=25 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Sofiane is 14 jaar}\)
  8. \(x-20 = 8\Leftrightarrow x=8+ 20 \Leftrightarrow x = 28\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=20 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=480 \Leftrightarrow 5x=480 \Leftrightarrow x=96\)
  10. \( 5 x-9=\frac{x}{3}+33 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-27=x+99 \Leftrightarrow 15x-x=99+27 \Leftrightarrow 14x=126 \Leftrightarrow x=9\)
  11. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=6 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=168 \Leftrightarrow 3x=168 \Leftrightarrow x=56\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=3 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=30 \Leftrightarrow 3x=30 \Leftrightarrow x=10\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-29 12:05:47
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen