Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 48. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  7. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 2 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 310. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 110. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een derde van het getal en 106. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 72. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=4 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=140 \Leftrightarrow 2x=140 \Leftrightarrow x=70\)
  2. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  3. \( 4 x-9=\frac{x}{5}+48 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-45=x+240 \Leftrightarrow 20x-x=240+45 \Leftrightarrow 19x=285 \Leftrightarrow x=15\)
  4. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{12}x=5 \overset{\mbox{ .84 }}{ \Leftrightarrow } 12x-7x=420 \Leftrightarrow 5x=420 \Leftrightarrow x=84\)
  5. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=2 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=30 \Leftrightarrow 2x=30 \Leftrightarrow x=15\)
  6. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  7. \(x=25 - 2 \Leftrightarrow x=23\)
  8. \( 9 x-8=\frac{x}{6}+310 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-48=x+1860 \Leftrightarrow 54x-x=1860+48 \Leftrightarrow 53x=1908 \Leftrightarrow x=36\)
  9. \( 6 x-5=\frac{x}{4}+110 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-20=x+440 \Leftrightarrow 24x-x=440+20 \Leftrightarrow 23x=460 \Leftrightarrow x=20\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
  11. \( 8 x-9=\frac{x}{3}+106 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 24x-27=x+318 \Leftrightarrow 24x-x=318+27 \Leftrightarrow 23x=345 \Leftrightarrow x=15\)
  12. \(x+30 = 72\Leftrightarrow x=72- 30 \Leftrightarrow x = 42\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-24 20:26:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen