Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een negende van het getal en 236. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 99. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  4. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  5. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 156. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 16 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 243. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een getal vermindert met 20 bekom je 22. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 207. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 4 x-9=\frac{x}{9}+236 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 36x-81=x+2124 \Leftrightarrow 36x-x=2124+81 \Leftrightarrow 35x=2205 \Leftrightarrow x=63\)
  2. \( 9 x-5=\frac{x}{3}+99 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-15=x+297 \Leftrightarrow 27x-x=297+15 \Leftrightarrow 26x=312 \Leftrightarrow x=12\)
  3. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  4. \(x=20 - 3 \Leftrightarrow x=17\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=8 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=48 \Leftrightarrow 2x=48 \Leftrightarrow x=24\)
  6. \( 8 x-9=\frac{x}{7}+156 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 56x-63=x+1092 \Leftrightarrow 56x-x=1092+63 \Leftrightarrow 55x=1155 \Leftrightarrow x=21\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=16 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=336 \Leftrightarrow 4x=336 \Leftrightarrow x=84\)
  8. \( 7 x-3=\frac{x}{6}+243 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 42x-18=x+1458 \Leftrightarrow 42x-x=1458+18 \Leftrightarrow 41x=1476 \Leftrightarrow x=36\)
  9. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
  10. \(x-20 = 22\Leftrightarrow x=22+ 20 \Leftrightarrow x = 42\)
  11. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+207 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+1863 \Leftrightarrow 54x-x=1863+45 \Leftrightarrow 53x=1908 \Leftrightarrow x=36\)
  12. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{12}x=15 \overset{\mbox{ .84 }}{ \Leftrightarrow } 12x-7x=1260 \Leftrightarrow 5x=1260 \Leftrightarrow x=252\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-11 10:47:03
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen