Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 48. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 4 jaar ouder. Samen zijn ze 38 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  4. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 53. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 60. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 48. Wat zijn die getallen?\(\)
  8. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een derde van het getal en 47. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 101. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 476. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
  2. \( 3 x-7=\frac{x}{4}+48 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 12x-28=x+192 \Leftrightarrow 12x-x=192+28 \Leftrightarrow 11x=220 \Leftrightarrow x=20\)
  3. \(x+x+4 = 38\Leftrightarrow 2x+4=38 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Xander is 17 jaar}\)
  4. \(x=45 - 7 \Leftrightarrow x=38\)
  5. \( 8 x-9=\frac{x}{4}+53 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 32x-36=x+212 \Leftrightarrow 32x-x=212+36 \Leftrightarrow 31x=248 \Leftrightarrow x=8\)
  6. \( 7 x-8=\frac{x}{5}+60 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 35x-40=x+300 \Leftrightarrow 35x-x=300+40 \Leftrightarrow 34x=340 \Leftrightarrow x=10\)
  7. \(x+x+1+x+2 = 48\Leftrightarrow 3x+3=48 \Leftrightarrow 3x = 45\Leftrightarrow x = 15 \text{ De getallen zijn 15, 16 en 17}\)
  8. \( 5 x-9=\frac{x}{3}+47 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-27=x+141 \Leftrightarrow 15x-x=141+27 \Leftrightarrow 14x=168 \Leftrightarrow x=12\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=90 \Leftrightarrow 2x=90 \Leftrightarrow x=45\)
  10. \(x+45 = 101\Leftrightarrow x=101- 45 \Leftrightarrow x = 56\)
  11. \( 9 x-4=\frac{x}{9}+476 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-36=x+4284 \Leftrightarrow 81x-x=4284+36 \Leftrightarrow 80x=4320 \Leftrightarrow x=54\)
  12. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=10 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=660 \Leftrightarrow 5x=660 \Leftrightarrow x=132\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-15 01:52:12
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen