Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 28 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 230. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  4. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 96. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 375. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 314. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 212. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 154. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+8 = 28\Leftrightarrow 2x+8=28 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Ruben is 10 jaar}\)
  2. \( 6 x-5=\frac{x}{8}+230 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-40=x+1840 \Leftrightarrow 48x-x=1840+40 \Leftrightarrow 47x=1880 \Leftrightarrow x=40\)
  3. \(x=20 + 7 \Leftrightarrow x=27\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
  5. \( 5 x-6=\frac{x}{7}+96 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-42=x+672 \Leftrightarrow 35x-x=672+42 \Leftrightarrow 34x=714 \Leftrightarrow x=21\)
  6. \( 8 x-3=\frac{x}{8}+375 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 64x-24=x+3000 \Leftrightarrow 64x-x=3000+24 \Leftrightarrow 63x=3024 \Leftrightarrow x=48\)
  7. \( 9 x-4=\frac{x}{6}+314 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-24=x+1884 \Leftrightarrow 54x-x=1884+24 \Leftrightarrow 53x=1908 \Leftrightarrow x=36\)
  8. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  9. \( 7 x-8=\frac{x}{8}+212 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 56x-64=x+1696 \Leftrightarrow 56x-x=1696+64 \Leftrightarrow 55x=1760 \Leftrightarrow x=32\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
  12. \( 3 x-7=\frac{x}{8}+154 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 24x-56=x+1232 \Leftrightarrow 24x-x=1232+56 \Leftrightarrow 23x=1288 \Leftrightarrow x=56\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-09 01:01:27
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen