Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 48. Wat zijn die getallen?\(\)
  2. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 87. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 202. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 41. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een getal vermindert met 35 bekom je -25. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 150. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 257. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  11. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 78. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+1+x+2 = 48\Leftrightarrow 3x+3=48 \Leftrightarrow 3x = 45\Leftrightarrow x = 15 \text{ De getallen zijn 15, 16 en 17}\)
  2. \( 5 x-9=\frac{x}{5}+87 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-45=x+435 \Leftrightarrow 25x-x=435+45 \Leftrightarrow 24x=480 \Leftrightarrow x=20\)
  3. \( 7 x-3=\frac{x}{6}+202 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 42x-18=x+1212 \Leftrightarrow 42x-x=1212+18 \Leftrightarrow 41x=1230 \Leftrightarrow x=30\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
  5. \( 4 x-5=\frac{x}{6}+41 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 24x-30=x+246 \Leftrightarrow 24x-x=246+30 \Leftrightarrow 23x=276 \Leftrightarrow x=12\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=28 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  7. \(x-35 = -25\Leftrightarrow x=-25+ 35 \Leftrightarrow x = 10\)
  8. \( 8 x-5=\frac{x}{4}+150 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 32x-20=x+600 \Leftrightarrow 32x-x=600+20 \Leftrightarrow 31x=620 \Leftrightarrow x=20\)
  9. \( 9 x-7=\frac{x}{5}+257 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 45x-35=x+1285 \Leftrightarrow 45x-x=1285+35 \Leftrightarrow 44x=1320 \Leftrightarrow x=30\)
  10. \(x=40 - 3 \Leftrightarrow x=37\)
  11. \( 3 x-7=\frac{x}{6}+78 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 18x-42=x+468 \Leftrightarrow 18x-x=468+42 \Leftrightarrow 17x=510 \Leftrightarrow x=30\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=4 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=48 \Leftrightarrow 1x=48 \Leftrightarrow x=48\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-13 03:22:05
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen