Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 179. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 72. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 157. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 157. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een negende van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 136. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 380. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  12. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 9 x-7=\frac{x}{7}+179 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 63x-49=x+1253 \Leftrightarrow 63x-x=1253+49 \Leftrightarrow 62x=1302 \Leftrightarrow x=21\)
  2. \(x+30 = 72\Leftrightarrow x=72- 30 \Leftrightarrow x = 42\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=1 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=4 \Leftrightarrow 1x=4 \Leftrightarrow x=4\)
  4. \( 7 x-5=\frac{x}{4}+157 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-20=x+628 \Leftrightarrow 28x-x=628+20 \Leftrightarrow 27x=648 \Leftrightarrow x=24\)
  5. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=4 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=84 \Leftrightarrow 4x=84 \Leftrightarrow x=21\)
  6. \( 3 x-4=\frac{x}{8}+157 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 24x-32=x+1256 \Leftrightarrow 24x-x=1256+32 \Leftrightarrow 23x=1288 \Leftrightarrow x=56\)
  7. \( \frac{1}{9}x-\frac{1}{11}x=8 \overset{\mbox{ .99 }}{ \Leftrightarrow } 11x-9x=792 \Leftrightarrow 2x=792 \Leftrightarrow x=396\)
  8. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
  9. \( 6 x-5=\frac{x}{8}+136 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-40=x+1088 \Leftrightarrow 48x-x=1088+40 \Leftrightarrow 47x=1128 \Leftrightarrow x=24\)
  10. \( 8 x-5=\frac{x}{7}+380 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 56x-35=x+2660 \Leftrightarrow 56x-x=2660+35 \Leftrightarrow 55x=2695 \Leftrightarrow x=49\)
  11. \(x=20 + 3 \Leftrightarrow x=23\)
  12. \(x=45 - 7 \Leftrightarrow x=38\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-11 17:26:10
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen