Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 60. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 101. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 45. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 57. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  2. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=6 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=378 \Leftrightarrow 2x=378 \Leftrightarrow x=189\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=7 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=210 \Leftrightarrow 7x=210 \Leftrightarrow x=30\)
  4. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  5. \( 3 x-8=\frac{x}{6}+60 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 18x-48=x+360 \Leftrightarrow 18x-x=360+48 \Leftrightarrow 17x=408 \Leftrightarrow x=24\)
  6. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+101 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+909 \Leftrightarrow 54x-x=909+45 \Leftrightarrow 53x=954 \Leftrightarrow x=18\)
  7. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  8. \( 9 x-7=\frac{x}{3}+45 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-21=x+135 \Leftrightarrow 27x-x=135+21 \Leftrightarrow 26x=156 \Leftrightarrow x=6\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=90 \Leftrightarrow 2x=90 \Leftrightarrow x=45\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=12 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
  11. \(x=40 - 7 \Leftrightarrow x=33\)
  12. \(x+45 = 57\Leftrightarrow x=57- 45 \Leftrightarrow x = 12\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-21 07:33:12
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen