Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 6 jaar ouder. Samen zijn ze 30 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  2. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  4. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 25 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 244. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 124. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een getal vermindert met 35 bekom je -21. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 27 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een getal vermeerdert met 20 bekom je 29. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+6 = 30\Leftrightarrow 2x+6=30 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Sofiane is 12 jaar}\)
  2. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{9}x=20 \overset{\mbox{ .45 }}{ \Leftrightarrow } 9x-5x=900 \Leftrightarrow 4x=900 \Leftrightarrow x=225\)
  3. \(x=20 + 3 \Leftrightarrow x=23\)
  4. \(x+x-3 = 25\Leftrightarrow 2x-3=25 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Ruben is 14 jaar}\)
  5. \( 9 x-4=\frac{x}{7}+244 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 63x-28=x+1708 \Leftrightarrow 63x-x=1708+28 \Leftrightarrow 62x=1736 \Leftrightarrow x=28\)
  6. \( 4 x-9=\frac{x}{5}+124 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-45=x+620 \Leftrightarrow 20x-x=620+45 \Leftrightarrow 19x=665 \Leftrightarrow x=35\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  8. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=8 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=168 \Leftrightarrow 4x=168 \Leftrightarrow x=42\)
  9. \(x-35 = -21\Leftrightarrow x=-21+ 35 \Leftrightarrow x = 14\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=27 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=594 \Leftrightarrow 9x=594 \Leftrightarrow x=66\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=15 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=210 \Leftrightarrow 5x=210 \Leftrightarrow x=42\)
  12. \(x+20 = 29\Leftrightarrow x=29- 20 \Leftrightarrow x = 9\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-15 09:38:19
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen