Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 85. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 120. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 159. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 27 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  8. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een getal vermindert met 45 bekom je 4. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 19 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  11. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  12. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 92. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 8 x-9=\frac{x}{6}+85 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 48x-54=x+510 \Leftrightarrow 48x-x=510+54 \Leftrightarrow 47x=564 \Leftrightarrow x=12\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=15 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=210 \Leftrightarrow 5x=210 \Leftrightarrow x=42\)
  3. \( 7 x-3=\frac{x}{6}+120 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 42x-18=x+720 \Leftrightarrow 42x-x=720+18 \Leftrightarrow 41x=738 \Leftrightarrow x=18\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=1 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=4 \Leftrightarrow 1x=4 \Leftrightarrow x=4\)
  5. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=9 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=630 \Leftrightarrow 3x=630 \Leftrightarrow x=210\)
  6. \( 4 x-3=\frac{x}{7}+159 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-21=x+1113 \Leftrightarrow 28x-x=1113+21 \Leftrightarrow 27x=1134 \Leftrightarrow x=42\)
  7. \(x+x+3 = 27\Leftrightarrow 2x+3=27 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Ilias is 12 jaar}\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=28 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=504 \Leftrightarrow 7x=504 \Leftrightarrow x=72\)
  9. \(x-45 = 4\Leftrightarrow x=4+ 45 \Leftrightarrow x = 49\)
  10. \(x+x-3 = 19\Leftrightarrow 2x-3=19 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Noah is 11 jaar}\)
  11. \(x=40 + 7 \Leftrightarrow x=47\)
  12. \( 3 x-8=\frac{x}{7}+92 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 21x-56=x+644 \Leftrightarrow 21x-x=644+56 \Leftrightarrow 20x=700 \Leftrightarrow x=35\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-11 19:27:10
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen