Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een achtste van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 59. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 82. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 178. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een derde van het getal en 148. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een getal vermindert met 40 bekom je -31. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  12. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{8}x-\frac{1}{11}x=15 \overset{\mbox{ .88 }}{ \Leftrightarrow } 11x-8x=1320 \Leftrightarrow 3x=1320 \Leftrightarrow x=440\)
  2. \(x+45 = 59\Leftrightarrow x=59- 45 \Leftrightarrow x = 14\)
  3. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  4. \( 6 x-5=\frac{x}{5}+82 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-25=x+410 \Leftrightarrow 30x-x=410+25 \Leftrightarrow 29x=435 \Leftrightarrow x=15\)
  5. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=28 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  6. \( 3 x-4=\frac{x}{9}+178 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-36=x+1602 \Leftrightarrow 27x-x=1602+36 \Leftrightarrow 26x=1638 \Leftrightarrow x=63\)
  7. \( 9 x-8=\frac{x}{3}+148 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-24=x+444 \Leftrightarrow 27x-x=444+24 \Leftrightarrow 26x=468 \Leftrightarrow x=18\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=35 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  9. \(x-40 = -31\Leftrightarrow x=-31+ 40 \Leftrightarrow x = 9\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  11. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  12. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-16 09:13:50
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen