Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 105. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 65. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 123. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 80. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  9. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 4 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  10. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 45. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 4 jaar ouder. Samen zijn ze 34 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 8 x-5=\frac{x}{7}+105 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 56x-35=x+735 \Leftrightarrow 56x-x=735+35 \Leftrightarrow 55x=770 \Leftrightarrow x=14\)
  2. \( 6 x-5=\frac{x}{6}+65 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-30=x+390 \Leftrightarrow 36x-x=390+30 \Leftrightarrow 35x=420 \Leftrightarrow x=12\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=35 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=1050 \Leftrightarrow 7x=1050 \Leftrightarrow x=150\)
  4. \( 9 x-7=\frac{x}{3}+123 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-21=x+369 \Leftrightarrow 27x-x=369+21 \Leftrightarrow 26x=390 \Leftrightarrow x=15\)
  5. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{12}x=15 \overset{\mbox{ .84 }}{ \Leftrightarrow } 12x-7x=1260 \Leftrightarrow 5x=1260 \Leftrightarrow x=252\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  7. \( 3 x-4=\frac{x}{5}+80 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 15x-20=x+400 \Leftrightarrow 15x-x=400+20 \Leftrightarrow 14x=420 \Leftrightarrow x=30\)
  8. \(x=45 - 7 \Leftrightarrow x=38\)
  9. \(x=45 + 4 \Leftrightarrow x=49\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=1 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=4 \Leftrightarrow 1x=4 \Leftrightarrow x=4\)
  11. \( 4 x-9=\frac{x}{7}+45 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-63=x+315 \Leftrightarrow 28x-x=315+63 \Leftrightarrow 27x=378 \Leftrightarrow x=14\)
  12. \(x+x+4 = 34\Leftrightarrow 2x+4=34 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Wietse is 15 jaar}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-12 15:06:22
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen