Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 33. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 6 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  5. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 28 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  6. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 237. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 51. Wat zijn die getallen?\(\)
  9. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 44. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een getal vermeerdert met 25 bekom je 43. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=28 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  2. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=5 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=60 \Leftrightarrow 1x=60 \Leftrightarrow x=60\)
  3. \( 3 x-7=\frac{x}{7}+33 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 21x-49=x+231 \Leftrightarrow 21x-x=231+49 \Leftrightarrow 20x=280 \Leftrightarrow x=14\)
  4. \(x=25 - 6 \Leftrightarrow x=19\)
  5. \(x+x+8 = 28\Leftrightarrow 2x+8=28 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Wietse is 10 jaar}\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
  7. \( 9 x-8=\frac{x}{4}+237 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-32=x+948 \Leftrightarrow 36x-x=948+32 \Leftrightarrow 35x=980 \Leftrightarrow x=28\)
  8. \(x+x+1+x+2 = 51\Leftrightarrow 3x+3=51 \Leftrightarrow 3x = 48\Leftrightarrow x = 16 \text{ De getallen zijn 16, 17 en 18}\)
  9. \( 6 x-7=\frac{x}{3}+44 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 18x-21=x+132 \Leftrightarrow 18x-x=132+21 \Leftrightarrow 17x=153 \Leftrightarrow x=9\)
  10. \(x+25 = 43\Leftrightarrow x=43- 25 \Leftrightarrow x = 18\)
  11. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=12 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=336 \Leftrightarrow 3x=336 \Leftrightarrow x=112\)
  12. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=6 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=210 \Leftrightarrow 2x=210 \Leftrightarrow x=105\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-23 16:51:11
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen