Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 66. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een getal vermeerdert met 25 bekom je 61. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 476. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  7. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 326. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  10. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=2 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=30 \Leftrightarrow 2x=30 \Leftrightarrow x=15\)
  2. \( 4 x-3=\frac{x}{6}+66 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 24x-18=x+396 \Leftrightarrow 24x-x=396+18 \Leftrightarrow 23x=414 \Leftrightarrow x=18\)
  3. \(x+25 = 61\Leftrightarrow x=61- 25 \Leftrightarrow x = 36\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
  5. \( 9 x-4=\frac{x}{9}+476 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-36=x+4284 \Leftrightarrow 81x-x=4284+36 \Leftrightarrow 80x=4320 \Leftrightarrow x=54\)
  6. \(x=40 - 7 \Leftrightarrow x=33\)
  7. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=28 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1680 \Leftrightarrow 7x=1680 \Leftrightarrow x=240\)
  8. \( 8 x-3=\frac{x}{6}+326 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 48x-18=x+1956 \Leftrightarrow 48x-x=1956+18 \Leftrightarrow 47x=1974 \Leftrightarrow x=42\)
  9. \(x=45 - 7 \Leftrightarrow x=38\)
  10. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=9 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=360 \Leftrightarrow 3x=360 \Leftrightarrow x=120\)
  11. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{11}x=12 \overset{\mbox{ .55 }}{ \Leftrightarrow } 11x-5x=660 \Leftrightarrow 6x=660 \Leftrightarrow x=110\)
  12. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=15 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=1050 \Leftrightarrow 3x=1050 \Leftrightarrow x=350\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-24 23:54:27
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen