Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 80. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  4. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een derde van het getal en 174. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een negende van het getal en 177. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 36. Wat zijn die getallen?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+45 = 80\Leftrightarrow x=80- 45 \Leftrightarrow x = 35\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=7 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=210 \Leftrightarrow 7x=210 \Leftrightarrow x=30\)
  3. \(x=50 - 7 \Leftrightarrow x=43\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=21 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=378 \Leftrightarrow 7x=378 \Leftrightarrow x=54\)
  5. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=12 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=336 \Leftrightarrow 3x=336 \Leftrightarrow x=112\)
  6. \( 9 x-8=\frac{x}{3}+174 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-24=x+522 \Leftrightarrow 27x-x=522+24 \Leftrightarrow 26x=546 \Leftrightarrow x=21\)
  7. \( 7 x-9=\frac{x}{9}+177 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 63x-81=x+1593 \Leftrightarrow 63x-x=1593+81 \Leftrightarrow 62x=1674 \Leftrightarrow x=27\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=5 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=20 \Leftrightarrow 1x=20 \Leftrightarrow x=20\)
  9. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=12 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
  10. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{9}x=12 \overset{\mbox{ .45 }}{ \Leftrightarrow } 9x-5x=540 \Leftrightarrow 4x=540 \Leftrightarrow x=135\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=5 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=120 \Leftrightarrow 5x=120 \Leftrightarrow x=24\)
  12. \(x+x+1+x+2 = 36\Leftrightarrow 3x+3=36 \Leftrightarrow 3x = 33\Leftrightarrow x = 11 \text{ De getallen zijn 11, 12 en 13}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-18 14:19:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen