Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 35. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 490. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 101. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een derde van het getal en 39. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  8. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 51. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een getal vermindert met 30 bekom je 12. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=350 \Leftrightarrow 2x=350 \Leftrightarrow x=175\)
  2. \( 3 x-5=\frac{x}{7}+35 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 21x-35=x+245 \Leftrightarrow 21x-x=245+35 \Leftrightarrow 20x=280 \Leftrightarrow x=14\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=7 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=210 \Leftrightarrow 7x=210 \Leftrightarrow x=30\)
  4. \( 8 x-7=\frac{x}{9}+490 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-63=x+4410 \Leftrightarrow 72x-x=4410+63 \Leftrightarrow 71x=4473 \Leftrightarrow x=63\)
  5. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+101 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+909 \Leftrightarrow 54x-x=909+45 \Leftrightarrow 53x=954 \Leftrightarrow x=18\)
  6. \( 5 x-3=\frac{x}{3}+39 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-9=x+117 \Leftrightarrow 15x-x=117+9 \Leftrightarrow 14x=126 \Leftrightarrow x=9\)
  7. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=10 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=60 \Leftrightarrow 2x=60 \Leftrightarrow x=30\)
  9. \(x+30 = 51\Leftrightarrow x=51- 30 \Leftrightarrow x = 21\)
  10. \(x-30 = 12\Leftrightarrow x=12+ 30 \Leftrightarrow x = 42\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=5 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=20 \Leftrightarrow 1x=20 \Leftrightarrow x=20\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=20 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=720 \Leftrightarrow 5x=720 \Leftrightarrow x=144\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-01 18:38:57
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen