Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 166. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 126. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 138. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 51. Wat zijn die getallen?\(\)
  5. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 29 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  6. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 50. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 8 jaar jonger. Samen zijn ze 24 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  10. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 103. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 216. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 5 x-8=\frac{x}{6}+166 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 30x-48=x+996 \Leftrightarrow 30x-x=996+48 \Leftrightarrow 29x=1044 \Leftrightarrow x=36\)
  2. \( 7 x-9=\frac{x}{4}+126 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-36=x+504 \Leftrightarrow 28x-x=504+36 \Leftrightarrow 27x=540 \Leftrightarrow x=20\)
  3. \( 6 x-7=\frac{x}{5}+138 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-35=x+690 \Leftrightarrow 30x-x=690+35 \Leftrightarrow 29x=725 \Leftrightarrow x=25\)
  4. \(x+x+1+x+2 = 51\Leftrightarrow 3x+3=51 \Leftrightarrow 3x = 48\Leftrightarrow x = 16 \text{ De getallen zijn 16, 17 en 18}\)
  5. \(x+x+3 = 29\Leftrightarrow 2x+3=29 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Xander is 13 jaar}\)
  6. \(x+35 = 50\Leftrightarrow x=50- 35 \Leftrightarrow x = 15\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=18 \Leftrightarrow 1x=18 \Leftrightarrow x=18\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
  9. \(x+x-8 = 24\Leftrightarrow 2x-8=24 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Wietse is 16 jaar}\)
  10. \( 8 x-7=\frac{x}{7}+103 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 56x-49=x+721 \Leftrightarrow 56x-x=721+49 \Leftrightarrow 55x=770 \Leftrightarrow x=14\)
  11. \( 9 x-4=\frac{x}{5}+216 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 45x-20=x+1080 \Leftrightarrow 45x-x=1080+20 \Leftrightarrow 44x=1100 \Leftrightarrow x=25\)
  12. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-20 10:08:37
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen