Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  2. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een derde van het getal en 30. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 42. Wat zijn die getallen?\(\)
  4. \(\)als je een getal vermindert met 40 bekom je 16. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 71. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 217. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 205. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)Lennert is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 34 jaar. Hoe oud is Lennert ?\(\)
  11. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 8 jaar jonger. Samen zijn ze 18 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  12. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 155. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
  2. \( 4 x-3=\frac{x}{3}+30 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 12x-9=x+90 \Leftrightarrow 12x-x=90+9 \Leftrightarrow 11x=99 \Leftrightarrow x=9\)
  3. \(x+x+1+x+2 = 42\Leftrightarrow 3x+3=42 \Leftrightarrow 3x = 39\Leftrightarrow x = 13 \text{ De getallen zijn 13, 14 en 15}\)
  4. \(x-40 = 16\Leftrightarrow x=16+ 40 \Leftrightarrow x = 56\)
  5. \(x+35 = 71\Leftrightarrow x=71- 35 \Leftrightarrow x = 36\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=4 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
  7. \( 7 x-3=\frac{x}{8}+217 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 56x-24=x+1736 \Leftrightarrow 56x-x=1736+24 \Leftrightarrow 55x=1760 \Leftrightarrow x=32\)
  8. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{9}x=20 \overset{\mbox{ .45 }}{ \Leftrightarrow } 9x-5x=900 \Leftrightarrow 4x=900 \Leftrightarrow x=225\)
  9. \( 6 x-7=\frac{x}{9}+205 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-63=x+1845 \Leftrightarrow 54x-x=1845+63 \Leftrightarrow 53x=1908 \Leftrightarrow x=36\)
  10. \(x+x+8 = 34\Leftrightarrow 2x+8=34 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Lennert is 13 jaar}\)
  11. \(x+x-8 = 18\Leftrightarrow 2x-8=18 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Ruben is 13 jaar}\)
  12. \( 9 x-4=\frac{x}{6}+155 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-24=x+930 \Leftrightarrow 54x-x=930+24 \Leftrightarrow 53x=954 \Leftrightarrow x=18\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-29 17:23:40
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen