Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 128. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 51. Wat zijn die getallen?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 135. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een derde van het getal en 97. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 12. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 438. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 16 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  10. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  11. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 82. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 9 x-4=\frac{x}{5}+128 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 45x-20=x+640 \Leftrightarrow 45x-x=640+20 \Leftrightarrow 44x=660 \Leftrightarrow x=15\)
  2. \(x+x+1+x+2 = 51\Leftrightarrow 3x+3=51 \Leftrightarrow 3x = 48\Leftrightarrow x = 16 \text{ De getallen zijn 16, 17 en 18}\)
  3. \( 6 x-5=\frac{x}{6}+135 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-30=x+810 \Leftrightarrow 36x-x=810+30 \Leftrightarrow 35x=840 \Leftrightarrow x=24\)
  4. \(x=25 + 2 \Leftrightarrow x=27\)
  5. \( 7 x-3=\frac{x}{3}+97 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-9=x+291 \Leftrightarrow 21x-x=291+9 \Leftrightarrow 20x=300 \Leftrightarrow x=15\)
  6. \( 3 x-4=\frac{x}{3}+12 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-12=x+36 \Leftrightarrow 9x-x=36+12 \Leftrightarrow 8x=48 \Leftrightarrow x=6\)
  7. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=3 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=84 \Leftrightarrow 3x=84 \Leftrightarrow x=28\)
  8. \( 8 x-3=\frac{x}{8}+438 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 64x-24=x+3504 \Leftrightarrow 64x-x=3504+24 \Leftrightarrow 63x=3528 \Leftrightarrow x=56\)
  9. \(x+x-4 = 16\Leftrightarrow 2x-4=16 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Joran is 10 jaar}\)
  10. \(x=45 - 7 \Leftrightarrow x=38\)
  11. \(x+40 = 82\Leftrightarrow x=82- 40 \Leftrightarrow x = 42\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=15 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=210 \Leftrightarrow 5x=210 \Leftrightarrow x=42\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-16 01:46:18
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen