Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 24 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 45. Wat zijn die getallen?\(\)
  6. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een achtste van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 61. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 49. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 35. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 6 jaar jonger. Samen zijn ze 20 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=28 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  2. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=3 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{11}x=24 \overset{\mbox{ .33 }}{ \Leftrightarrow } 11x-3x=792 \Leftrightarrow 8x=792 \Leftrightarrow x=99\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
  5. \(x+x+1+x+2 = 45\Leftrightarrow 3x+3=45 \Leftrightarrow 3x = 42\Leftrightarrow x = 14 \text{ De getallen zijn 14, 15 en 16}\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=5 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=120 \Leftrightarrow 5x=120 \Leftrightarrow x=24\)
  7. \( \frac{1}{8}x-\frac{1}{11}x=3 \overset{\mbox{ .88 }}{ \Leftrightarrow } 11x-8x=264 \Leftrightarrow 3x=264 \Leftrightarrow x=88\)
  8. \(x=35 + 2 \Leftrightarrow x=37\)
  9. \( 3 x-7=\frac{x}{6}+61 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 18x-42=x+366 \Leftrightarrow 18x-x=366+42 \Leftrightarrow 17x=408 \Leftrightarrow x=24\)
  10. \( 7 x-5=\frac{x}{4}+49 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-20=x+196 \Leftrightarrow 28x-x=196+20 \Leftrightarrow 27x=216 \Leftrightarrow x=8\)
  11. \( 5 x-3=\frac{x}{4}+35 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-12=x+140 \Leftrightarrow 20x-x=140+12 \Leftrightarrow 19x=152 \Leftrightarrow x=8\)
  12. \(x+x-6 = 20\Leftrightarrow 2x-6=20 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Xander is 13 jaar}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-19 22:26:02
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen