Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 24 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 35 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  4. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 160. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 183. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 305. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  11. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 53. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een achtste van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=9 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=360 \Leftrightarrow 3x=360 \Leftrightarrow x=120\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{11}x=24 \overset{\mbox{ .33 }}{ \Leftrightarrow } 11x-3x=792 \Leftrightarrow 8x=792 \Leftrightarrow x=99\)
  3. \(x+x+3 = 35\Leftrightarrow 2x+3=35 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Xander is 16 jaar}\)
  4. \( 8 x-5=\frac{x}{7}+160 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 56x-35=x+1120 \Leftrightarrow 56x-x=1120+35 \Leftrightarrow 55x=1155 \Leftrightarrow x=21\)
  5. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=8 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=280 \Leftrightarrow 2x=280 \Leftrightarrow x=140\)
  6. \( 7 x-6=\frac{x}{4}+183 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-24=x+732 \Leftrightarrow 28x-x=732+24 \Leftrightarrow 27x=756 \Leftrightarrow x=28\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=4 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=60 \Leftrightarrow 2x=60 \Leftrightarrow x=30\)
  8. \( 9 x-5=\frac{x}{7}+305 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 63x-35=x+2135 \Leftrightarrow 63x-x=2135+35 \Leftrightarrow 62x=2170 \Leftrightarrow x=35\)
  9. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  10. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  11. \( 4 x-9=\frac{x}{8}+53 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-72=x+424 \Leftrightarrow 32x-x=424+72 \Leftrightarrow 31x=496 \Leftrightarrow x=16\)
  12. \( \frac{1}{8}x-\frac{1}{11}x=3 \overset{\mbox{ .88 }}{ \Leftrightarrow } 11x-8x=264 \Leftrightarrow 3x=264 \Leftrightarrow x=88\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-02 17:52:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen