Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 241. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 182. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 230. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 264. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 316. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 48. Wat zijn die getallen?\(\)
  12. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 20. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 6 x-5=\frac{x}{7}+241 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-35=x+1687 \Leftrightarrow 42x-x=1687+35 \Leftrightarrow 41x=1722 \Leftrightarrow x=42\)
  2. \( 4 x-7=\frac{x}{7}+182 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-49=x+1274 \Leftrightarrow 28x-x=1274+49 \Leftrightarrow 27x=1323 \Leftrightarrow x=49\)
  3. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=12 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=480 \Leftrightarrow 3x=480 \Leftrightarrow x=160\)
  4. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{12}x=20 \overset{\mbox{ .84 }}{ \Leftrightarrow } 12x-7x=1680 \Leftrightarrow 5x=1680 \Leftrightarrow x=336\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=3 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=30 \Leftrightarrow 3x=30 \Leftrightarrow x=10\)
  6. \( 5 x-8=\frac{x}{7}+230 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-56=x+1610 \Leftrightarrow 35x-x=1610+56 \Leftrightarrow 34x=1666 \Leftrightarrow x=49\)
  7. \( 8 x-9=\frac{x}{5}+264 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 40x-45=x+1320 \Leftrightarrow 40x-x=1320+45 \Leftrightarrow 39x=1365 \Leftrightarrow x=35\)
  8. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=8 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=280 \Leftrightarrow 2x=280 \Leftrightarrow x=140\)
  9. \( 9 x-4=\frac{x}{9}+316 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-36=x+2844 \Leftrightarrow 81x-x=2844+36 \Leftrightarrow 80x=2880 \Leftrightarrow x=36\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=15 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=360 \Leftrightarrow 5x=360 \Leftrightarrow x=72\)
  11. \(x+x+1+x+2 = 48\Leftrightarrow 3x+3=48 \Leftrightarrow 3x = 45\Leftrightarrow x = 15 \text{ De getallen zijn 15, 16 en 17}\)
  12. \( 3 x-4=\frac{x}{3}+20 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-12=x+60 \Leftrightarrow 9x-x=60+12 \Leftrightarrow 8x=72 \Leftrightarrow x=9\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-09 07:22:26
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen