Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 159. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 54. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een getal vermindert met 30 bekom je -2. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  9. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 434. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)Lennert is x jaar. Zijn zus is 5 jaar ouder. Samen zijn ze 31 jaar. Hoe oud is Lennert ?\(\)
  11. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 70. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=7 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=5 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=120 \Leftrightarrow 5x=120 \Leftrightarrow x=24\)
  3. \( 7 x-5=\frac{x}{6}+159 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 42x-30=x+954 \Leftrightarrow 42x-x=954+30 \Leftrightarrow 41x=984 \Leftrightarrow x=24\)
  4. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=25 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=900 \Leftrightarrow 5x=900 \Leftrightarrow x=180\)
  5. \( 5 x-3=\frac{x}{4}+54 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-12=x+216 \Leftrightarrow 20x-x=216+12 \Leftrightarrow 19x=228 \Leftrightarrow x=12\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
  7. \(x-30 = -2\Leftrightarrow x=-2+ 30 \Leftrightarrow x = 28\)
  8. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  9. \( 8 x-7=\frac{x}{8}+434 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 64x-56=x+3472 \Leftrightarrow 64x-x=3472+56 \Leftrightarrow 63x=3528 \Leftrightarrow x=56\)
  10. \(x+x+5 = 31\Leftrightarrow 2x+5=31 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Lennert is 13 jaar}\)
  11. \( 4 x-5=\frac{x}{4}+70 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 16x-20=x+280 \Leftrightarrow 16x-x=280+20 \Leftrightarrow 15x=300 \Leftrightarrow x=20\)
  12. \(x=20 + 3 \Leftrightarrow x=23\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-26 11:56:13
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen