Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 4 jaar ouder. Samen zijn ze 34 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  3. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  4. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 154. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 50. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 41. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 167. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 42. Wat zijn die getallen?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=3 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=210 \Leftrightarrow 3x=210 \Leftrightarrow x=70\)
  2. \(x+x+4 = 34\Leftrightarrow 2x+4=34 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Xander is 15 jaar}\)
  3. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
  4. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+154 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+1386 \Leftrightarrow 54x-x=1386+45 \Leftrightarrow 53x=1431 \Leftrightarrow x=27\)
  5. \( 4 x-5=\frac{x}{3}+50 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 12x-15=x+150 \Leftrightarrow 12x-x=150+15 \Leftrightarrow 11x=165 \Leftrightarrow x=15\)
  6. \( 5 x-7=\frac{x}{5}+41 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-35=x+205 \Leftrightarrow 25x-x=205+35 \Leftrightarrow 24x=240 \Leftrightarrow x=10\)
  7. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=10 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=660 \Leftrightarrow 5x=660 \Leftrightarrow x=132\)
  8. \( 9 x-8=\frac{x}{4}+167 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-32=x+668 \Leftrightarrow 36x-x=668+32 \Leftrightarrow 35x=700 \Leftrightarrow x=20\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=15 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=360 \Leftrightarrow 5x=360 \Leftrightarrow x=72\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=12 \Leftrightarrow 2x=12 \Leftrightarrow x=6\)
  12. \(x+x+1+x+2 = 42\Leftrightarrow 3x+3=42 \Leftrightarrow 3x = 39\Leftrightarrow x = 13 \text{ De getallen zijn 13, 14 en 15}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-18 18:54:02
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen