Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 151. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 208. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 6 jaar jonger. Samen zijn ze 14 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  5. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  7. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 232. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 24 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 228. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 39. Wat zijn die getallen?\(\)
  11. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=21 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  2. \( 8 x-5=\frac{x}{5}+151 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 40x-25=x+755 \Leftrightarrow 40x-x=755+25 \Leftrightarrow 39x=780 \Leftrightarrow x=20\)
  3. \( 9 x-4=\frac{x}{6}+208 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-24=x+1248 \Leftrightarrow 54x-x=1248+24 \Leftrightarrow 53x=1272 \Leftrightarrow x=24\)
  4. \(x+x-6 = 14\Leftrightarrow 2x-6=14 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Noah is 10 jaar}\)
  5. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{11}x=35 \overset{\mbox{ .44 }}{ \Leftrightarrow } 11x-4x=1540 \Leftrightarrow 7x=1540 \Leftrightarrow x=220\)
  6. \(x=25 - 7 \Leftrightarrow x=18\)
  7. \( 5 x-6=\frac{x}{7}+232 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-42=x+1624 \Leftrightarrow 35x-x=1624+42 \Leftrightarrow 34x=1666 \Leftrightarrow x=49\)
  8. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{11}x=24 \overset{\mbox{ .33 }}{ \Leftrightarrow } 11x-3x=792 \Leftrightarrow 8x=792 \Leftrightarrow x=99\)
  9. \( 6 x-7=\frac{x}{8}+228 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-56=x+1824 \Leftrightarrow 48x-x=1824+56 \Leftrightarrow 47x=1880 \Leftrightarrow x=40\)
  10. \(x+x+1+x+2 = 39\Leftrightarrow 3x+3=39 \Leftrightarrow 3x = 36\Leftrightarrow x = 12 \text{ De getallen zijn 12, 13 en 14}\)
  11. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  12. \(x=40 + 7 \Leftrightarrow x=47\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-01 03:59:30
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen