Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 324. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een getal vermindert met 20 bekom je 8. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 155. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 124. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een negende van het getal en 392. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 133. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 24 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 6 x-5=\frac{x}{8}+324 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-40=x+2592 \Leftrightarrow 48x-x=2592+40 \Leftrightarrow 47x=2632 \Leftrightarrow x=56\)
  2. \(x-20 = 8\Leftrightarrow x=8+ 20 \Leftrightarrow x = 28\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=6 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=36 \Leftrightarrow 2x=36 \Leftrightarrow x=18\)
  4. \( 7 x-9=\frac{x}{6}+155 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 42x-54=x+930 \Leftrightarrow 42x-x=930+54 \Leftrightarrow 41x=984 \Leftrightarrow x=24\)
  5. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  6. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=9 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=630 \Leftrightarrow 3x=630 \Leftrightarrow x=210\)
  7. \( 5 x-9=\frac{x}{4}+124 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-36=x+496 \Leftrightarrow 20x-x=496+36 \Leftrightarrow 19x=532 \Leftrightarrow x=28\)
  8. \( 9 x-8=\frac{x}{9}+392 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-72=x+3528 \Leftrightarrow 81x-x=3528+72 \Leftrightarrow 80x=3600 \Leftrightarrow x=45\)
  9. \( 8 x-5=\frac{x}{3}+133 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 24x-15=x+399 \Leftrightarrow 24x-x=399+15 \Leftrightarrow 23x=414 \Leftrightarrow x=18\)
  10. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{11}x=24 \overset{\mbox{ .55 }}{ \Leftrightarrow } 11x-5x=1320 \Leftrightarrow 6x=1320 \Leftrightarrow x=220\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=35 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=1050 \Leftrightarrow 7x=1050 \Leftrightarrow x=150\)
  12. \(x=50 + 3 \Leftrightarrow x=53\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-19 06:49:11
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen