Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  2. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 85. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 260. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 33. Wat zijn die getallen?\(\)
  6. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 88. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 283. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 96. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 55. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een getal vermindert met 25 bekom je -7. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=40 + 7 \Leftrightarrow x=47\)
  2. \( 8 x-7=\frac{x}{3}+85 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 24x-21=x+255 \Leftrightarrow 24x-x=255+21 \Leftrightarrow 23x=276 \Leftrightarrow x=12\)
  3. \( 9 x-4=\frac{x}{5}+260 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 45x-20=x+1300 \Leftrightarrow 45x-x=1300+20 \Leftrightarrow 44x=1320 \Leftrightarrow x=30\)
  4. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=3 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=84 \Leftrightarrow 3x=84 \Leftrightarrow x=28\)
  5. \(x+x+1+x+2 = 33\Leftrightarrow 3x+3=33 \Leftrightarrow 3x = 30\Leftrightarrow x = 10 \text{ De getallen zijn 10, 11 en 12}\)
  6. \( 4 x-5=\frac{x}{8}+88 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-40=x+704 \Leftrightarrow 32x-x=704+40 \Leftrightarrow 31x=744 \Leftrightarrow x=24\)
  7. \( 7 x-5=\frac{x}{7}+283 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 49x-35=x+1981 \Leftrightarrow 49x-x=1981+35 \Leftrightarrow 48x=2016 \Leftrightarrow x=42\)
  8. \( 5 x-6=\frac{x}{7}+96 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-42=x+672 \Leftrightarrow 35x-x=672+42 \Leftrightarrow 34x=714 \Leftrightarrow x=21\)
  9. \(x+40 = 55\Leftrightarrow x=55- 40 \Leftrightarrow x = 15\)
  10. \(x-25 = -7\Leftrightarrow x=-7+ 25 \Leftrightarrow x = 18\)
  11. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=7 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  12. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=350 \Leftrightarrow 2x=350 \Leftrightarrow x=175\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-19 01:39:08
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen