Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 5 jaar ouder. Samen zijn ze 39 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  2. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 6 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  4. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 103. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 16 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  7. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 106. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 39. Wat zijn die getallen?\(\)
  9. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 282. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+5 = 39\Leftrightarrow 2x+5=39 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Noah is 17 jaar}\)
  2. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{12}x=25 \overset{\mbox{ .84 }}{ \Leftrightarrow } 12x-7x=2100 \Leftrightarrow 5x=2100 \Leftrightarrow x=420\)
  3. \(x=25 + 6 \Leftrightarrow x=31\)
  4. \( 4 x-5=\frac{x}{7}+103 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-35=x+721 \Leftrightarrow 28x-x=721+35 \Leftrightarrow 27x=756 \Leftrightarrow x=28\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  6. \(x+x-4 = 16\Leftrightarrow 2x-4=16 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Xander is 10 jaar}\)
  7. \( 5 x-8=\frac{x}{4}+106 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-32=x+424 \Leftrightarrow 20x-x=424+32 \Leftrightarrow 19x=456 \Leftrightarrow x=24\)
  8. \(x+x+1+x+2 = 39\Leftrightarrow 3x+3=39 \Leftrightarrow 3x = 36\Leftrightarrow x = 12 \text{ De getallen zijn 12, 13 en 14}\)
  9. \( 6 x-5=\frac{x}{7}+282 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-35=x+1974 \Leftrightarrow 42x-x=1974+35 \Leftrightarrow 41x=2009 \Leftrightarrow x=49\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=14 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=252 \Leftrightarrow 7x=252 \Leftrightarrow x=36\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
  12. \(x=20 - 3 \Leftrightarrow x=17\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-14 04:13:10
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen