Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 29 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  2. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 175. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 214. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 7 jaar jonger. Samen zijn ze 25 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  7. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een getal vermindert met 45 bekom je 4. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 84. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 33. Wat zijn die getallen?\(\)
  11. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+3 = 29\Leftrightarrow 2x+3=29 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Ruben is 13 jaar}\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=12 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
  3. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=7 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  4. \( 9 x-7=\frac{x}{3}+175 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-21=x+525 \Leftrightarrow 27x-x=525+21 \Leftrightarrow 26x=546 \Leftrightarrow x=21\)
  5. \( 4 x-3=\frac{x}{8}+214 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-24=x+1712 \Leftrightarrow 32x-x=1712+24 \Leftrightarrow 31x=1736 \Leftrightarrow x=56\)
  6. \(x+x-7 = 25\Leftrightarrow 2x-7=25 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Noah is 16 jaar}\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  8. \(x-45 = 4\Leftrightarrow x=4+ 45 \Leftrightarrow x = 49\)
  9. \( 3 x-8=\frac{x}{8}+84 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 24x-64=x+672 \Leftrightarrow 24x-x=672+64 \Leftrightarrow 23x=736 \Leftrightarrow x=32\)
  10. \(x+x+1+x+2 = 33\Leftrightarrow 3x+3=33 \Leftrightarrow 3x = 30\Leftrightarrow x = 10 \text{ De getallen zijn 10, 11 en 12}\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=7 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=210 \Leftrightarrow 7x=210 \Leftrightarrow x=30\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=10 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=360 \Leftrightarrow 5x=360 \Leftrightarrow x=72\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-25 15:16:39
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen