Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 6 jaar ouder. Samen zijn ze 28 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  2. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 48. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 138. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 33. Wat zijn die getallen?\(\)
  5. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 272. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  9. \(\)als je een getal vermindert met 30 bekom je 26. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 29. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 101. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+6 = 28\Leftrightarrow 2x+6=28 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Ruben is 11 jaar}\)
  2. \( 3 x-8=\frac{x}{5}+48 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 15x-40=x+240 \Leftrightarrow 15x-x=240+40 \Leftrightarrow 14x=280 \Leftrightarrow x=20\)
  3. \( 5 x-7=\frac{x}{6}+138 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 30x-42=x+828 \Leftrightarrow 30x-x=828+42 \Leftrightarrow 29x=870 \Leftrightarrow x=30\)
  4. \(x+x+1+x+2 = 33\Leftrightarrow 3x+3=33 \Leftrightarrow 3x = 30\Leftrightarrow x = 10 \text{ De getallen zijn 10, 11 en 12}\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  7. \( 7 x-3=\frac{x}{8}+272 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 56x-24=x+2176 \Leftrightarrow 56x-x=2176+24 \Leftrightarrow 55x=2200 \Leftrightarrow x=40\)
  8. \(x=25 + 2 \Leftrightarrow x=27\)
  9. \(x-30 = 26\Leftrightarrow x=26+ 30 \Leftrightarrow x = 56\)
  10. \( 6 x-5=\frac{x}{3}+29 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 18x-15=x+87 \Leftrightarrow 18x-x=87+15 \Leftrightarrow 17x=102 \Leftrightarrow x=6\)
  11. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{11}x=8 \overset{\mbox{ .77 }}{ \Leftrightarrow } 11x-7x=616 \Leftrightarrow 4x=616 \Leftrightarrow x=154\)
  12. \( 9 x-4=\frac{x}{4}+101 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-16=x+404 \Leftrightarrow 36x-x=404+16 \Leftrightarrow 35x=420 \Leftrightarrow x=12\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-09 14:50:06
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen