Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 4 jaar ouder. Samen zijn ze 38 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 96. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 115. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 258. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 42. Wat zijn die getallen?\(\)
  11. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 133. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=5 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=20 \Leftrightarrow 1x=20 \Leftrightarrow x=20\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=14 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=252 \Leftrightarrow 7x=252 \Leftrightarrow x=36\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=6 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=36 \Leftrightarrow 2x=36 \Leftrightarrow x=18\)
  4. \(x+x+4 = 38\Leftrightarrow 2x+4=38 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Ruben is 17 jaar}\)
  5. \(x+40 = 96\Leftrightarrow x=96- 40 \Leftrightarrow x = 56\)
  6. \( 4 x-9=\frac{x}{8}+115 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-72=x+920 \Leftrightarrow 32x-x=920+72 \Leftrightarrow 31x=992 \Leftrightarrow x=32\)
  7. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=15 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=540 \Leftrightarrow 5x=540 \Leftrightarrow x=108\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
  9. \( 9 x-7=\frac{x}{6}+258 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-42=x+1548 \Leftrightarrow 54x-x=1548+42 \Leftrightarrow 53x=1590 \Leftrightarrow x=30\)
  10. \(x+x+1+x+2 = 42\Leftrightarrow 3x+3=42 \Leftrightarrow 3x = 39\Leftrightarrow x = 13 \text{ De getallen zijn 13, 14 en 15}\)
  11. \( 3 x-5=\frac{x}{8}+133 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 24x-40=x+1064 \Leftrightarrow 24x-x=1064+40 \Leftrightarrow 23x=1104 \Leftrightarrow x=48\)
  12. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=10 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=660 \Leftrightarrow 5x=660 \Leftrightarrow x=132\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-19 16:08:07
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen