Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 419. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  4. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 87. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 31 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  6. \(\)Lennert is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 25 jaar. Hoe oud is Lennert ?\(\)
  7. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 43. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 57. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  2. \( 9 x-7=\frac{x}{8}+419 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-56=x+3352 \Leftrightarrow 72x-x=3352+56 \Leftrightarrow 71x=3408 \Leftrightarrow x=48\)
  3. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  4. \( 6 x-5=\frac{x}{4}+87 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-20=x+348 \Leftrightarrow 24x-x=348+20 \Leftrightarrow 23x=368 \Leftrightarrow x=16\)
  5. \(x+x+3 = 31\Leftrightarrow 2x+3=31 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Wietse is 14 jaar}\)
  6. \(x+x-3 = 25\Leftrightarrow 2x-3=25 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Lennert is 14 jaar}\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=21 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=378 \Leftrightarrow 7x=378 \Leftrightarrow x=54\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
  9. \(x+35 = 43\Leftrightarrow x=43- 35 \Leftrightarrow x = 8\)
  10. \( 4 x-5=\frac{x}{8}+57 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-40=x+456 \Leftrightarrow 32x-x=456+40 \Leftrightarrow 31x=496 \Leftrightarrow x=16\)
  11. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=350 \Leftrightarrow 2x=350 \Leftrightarrow x=175\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=420 \Leftrightarrow 4x=420 \Leftrightarrow x=105\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-28 19:20:22
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen