Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 276. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 183. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 51. Wat zijn die getallen?\(\)
  5. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 94. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 8 jaar jonger. Samen zijn ze 14 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  11. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermindert met 40 bekom je 16. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=5 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=30 \Leftrightarrow 1x=30 \Leftrightarrow x=30\)
  2. \( 9 x-8=\frac{x}{8}+276 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-64=x+2208 \Leftrightarrow 72x-x=2208+64 \Leftrightarrow 71x=2272 \Leftrightarrow x=32\)
  3. \( 7 x-6=\frac{x}{4}+183 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-24=x+732 \Leftrightarrow 28x-x=732+24 \Leftrightarrow 27x=756 \Leftrightarrow x=28\)
  4. \(x+x+1+x+2 = 51\Leftrightarrow 3x+3=51 \Leftrightarrow 3x = 48\Leftrightarrow x = 16 \text{ De getallen zijn 16, 17 en 18}\)
  5. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=2 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=126 \Leftrightarrow 2x=126 \Leftrightarrow x=63\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=4 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=60 \Leftrightarrow 2x=60 \Leftrightarrow x=30\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=20 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=480 \Leftrightarrow 5x=480 \Leftrightarrow x=96\)
  8. \( 3 x-4=\frac{x}{5}+94 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 15x-20=x+470 \Leftrightarrow 15x-x=470+20 \Leftrightarrow 14x=490 \Leftrightarrow x=35\)
  9. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=15 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=600 \Leftrightarrow 3x=600 \Leftrightarrow x=200\)
  10. \(x+x-8 = 14\Leftrightarrow 2x-8=14 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Wietse is 11 jaar}\)
  11. \(x=40 - 7 \Leftrightarrow x=33\)
  12. \(x-40 = 16\Leftrightarrow x=16+ 40 \Leftrightarrow x = 56\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-22 15:08:48
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen