Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 83. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 8 jaar jonger. Samen zijn ze 24 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  3. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 196. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 63. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 125. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 367. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 2 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+35 = 83\Leftrightarrow x=83- 35 \Leftrightarrow x = 48\)
  2. \(x+x-8 = 24\Leftrightarrow 2x-8=24 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Noah is 16 jaar}\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  4. \(x=45 + 7 \Leftrightarrow x=52\)
  5. \( 7 x-8=\frac{x}{5}+196 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 35x-40=x+980 \Leftrightarrow 35x-x=980+40 \Leftrightarrow 34x=1020 \Leftrightarrow x=30\)
  6. \( 6 x-7=\frac{x}{6}+63 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-42=x+378 \Leftrightarrow 36x-x=378+42 \Leftrightarrow 35x=420 \Leftrightarrow x=12\)
  7. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=3 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=84 \Leftrightarrow 3x=84 \Leftrightarrow x=28\)
  8. \( 5 x-8=\frac{x}{4}+125 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-32=x+500 \Leftrightarrow 20x-x=500+32 \Leftrightarrow 19x=532 \Leftrightarrow x=28\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  10. \( 9 x-4=\frac{x}{6}+367 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-24=x+2202 \Leftrightarrow 54x-x=2202+24 \Leftrightarrow 53x=2226 \Leftrightarrow x=42\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=12 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
  12. \(x=35 - 2 \Leftrightarrow x=33\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-24 12:01:32
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen