Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 33. Wat zijn die getallen?\(\)
  2. \(\)als je een getal vermindert met 20 bekom je -8. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 52. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 74. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 245. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 75. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  10. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 32 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+1+x+2 = 33\Leftrightarrow 3x+3=33 \Leftrightarrow 3x = 30\Leftrightarrow x = 10 \text{ De getallen zijn 10, 11 en 12}\)
  2. \(x-20 = -8\Leftrightarrow x=-8+ 20 \Leftrightarrow x = 12\)
  3. \( 4 x-5=\frac{x}{5}+52 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-25=x+260 \Leftrightarrow 20x-x=260+25 \Leftrightarrow 19x=285 \Leftrightarrow x=15\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  5. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=6 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=420 \Leftrightarrow 3x=420 \Leftrightarrow x=140\)
  6. \( 3 x-4=\frac{x}{9}+74 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-36=x+666 \Leftrightarrow 27x-x=666+36 \Leftrightarrow 26x=702 \Leftrightarrow x=27\)
  7. \( 8 x-7=\frac{x}{8}+245 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 64x-56=x+1960 \Leftrightarrow 64x-x=1960+56 \Leftrightarrow 63x=2016 \Leftrightarrow x=32\)
  8. \( 6 x-7=\frac{x}{7}+75 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-49=x+525 \Leftrightarrow 42x-x=525+49 \Leftrightarrow 41x=574 \Leftrightarrow x=14\)
  9. \(x=35 + 2 \Leftrightarrow x=37\)
  10. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
  12. \(x+x+8 = 32\Leftrightarrow 2x+8=32 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Joran is 12 jaar}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-19 18:26:10
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen