Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 31 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  3. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  4. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 118. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 312. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 163. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 96. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermindert met 35 bekom je -3. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  2. \(x+x-3 = 31\Leftrightarrow 2x-3=31 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Wietse is 17 jaar}\)
  3. \(x=50 - 7 \Leftrightarrow x=43\)
  4. \( 6 x-5=\frac{x}{7}+118 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-35=x+826 \Leftrightarrow 42x-x=826+35 \Leftrightarrow 41x=861 \Leftrightarrow x=21\)
  5. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=4 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=48 \Leftrightarrow 1x=48 \Leftrightarrow x=48\)
  6. \( 8 x-3=\frac{x}{8}+312 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 64x-24=x+2496 \Leftrightarrow 64x-x=2496+24 \Leftrightarrow 63x=2520 \Leftrightarrow x=40\)
  7. \( 5 x-7=\frac{x}{7}+163 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-49=x+1141 \Leftrightarrow 35x-x=1141+49 \Leftrightarrow 34x=1190 \Leftrightarrow x=35\)
  8. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=2 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=70 \Leftrightarrow 2x=70 \Leftrightarrow x=35\)
  9. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=20 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=720 \Leftrightarrow 5x=720 \Leftrightarrow x=144\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  11. \(x+40 = 96\Leftrightarrow x=96- 40 \Leftrightarrow x = 56\)
  12. \(x-35 = -3\Leftrightarrow x=-3+ 35 \Leftrightarrow x = 32\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-25 22:19:12
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen