Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 183. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 11. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 45 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  9. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 31 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  10. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 280. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermindert met 20 bekom je 22. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=15 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=150 \Leftrightarrow 3x=150 \Leftrightarrow x=50\)
  3. \( 8 x-5=\frac{x}{6}+183 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 48x-30=x+1098 \Leftrightarrow 48x-x=1098+30 \Leftrightarrow 47x=1128 \Leftrightarrow x=24\)
  4. \( 3 x-5=\frac{x}{3}+11 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-15=x+33 \Leftrightarrow 9x-x=33+15 \Leftrightarrow 8x=48 \Leftrightarrow x=6\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=45 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=990 \Leftrightarrow 9x=990 \Leftrightarrow x=110\)
  6. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=20 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=480 \Leftrightarrow 5x=480 \Leftrightarrow x=96\)
  8. \(x=25 + 2 \Leftrightarrow x=27\)
  9. \(x+x-3 = 31\Leftrightarrow 2x-3=31 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Wietse is 17 jaar}\)
  10. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{9}x=4 \overset{\mbox{ .45 }}{ \Leftrightarrow } 9x-5x=180 \Leftrightarrow 4x=180 \Leftrightarrow x=45\)
  11. \( 9 x-4=\frac{x}{8}+280 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-32=x+2240 \Leftrightarrow 72x-x=2240+32 \Leftrightarrow 71x=2272 \Leftrightarrow x=32\)
  12. \(x-20 = 22\Leftrightarrow x=22+ 20 \Leftrightarrow x = 42\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-03 19:52:09
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen