Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 28. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een achtste van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  4. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 18 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 100. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 20 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  8. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 111. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  11. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 4 x-5=\frac{x}{3}+28 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 12x-15=x+84 \Leftrightarrow 12x-x=84+15 \Leftrightarrow 11x=99 \Leftrightarrow x=9\)
  2. \( \frac{1}{8}x-\frac{1}{11}x=12 \overset{\mbox{ .88 }}{ \Leftrightarrow } 11x-8x=1056 \Leftrightarrow 3x=1056 \Leftrightarrow x=352\)
  3. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  4. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=4 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=60 \Leftrightarrow 2x=60 \Leftrightarrow x=30\)
  5. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{11}x=18 \overset{\mbox{ .55 }}{ \Leftrightarrow } 11x-5x=990 \Leftrightarrow 6x=990 \Leftrightarrow x=165\)
  6. \( 9 x-4=\frac{x}{3}+100 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-12=x+300 \Leftrightarrow 27x-x=300+12 \Leftrightarrow 26x=312 \Leftrightarrow x=12\)
  7. \(x+x-4 = 20\Leftrightarrow 2x-4=20 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Ruben is 12 jaar}\)
  8. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{12}x=5 \overset{\mbox{ .84 }}{ \Leftrightarrow } 12x-7x=420 \Leftrightarrow 5x=420 \Leftrightarrow x=84\)
  9. \( 3 x-4=\frac{x}{8}+111 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 24x-32=x+888 \Leftrightarrow 24x-x=888+32 \Leftrightarrow 23x=920 \Leftrightarrow x=40\)
  10. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  11. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=21 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-18 07:30:06
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen