Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een derde van het getal en 8. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 91. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 33. Wat zijn die getallen?\(\)
  4. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  5. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een negende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 36 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een getal vermindert met 25 bekom je -13. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 3 x-8=\frac{x}{3}+8 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-24=x+24 \Leftrightarrow 9x-x=24+24 \Leftrightarrow 8x=48 \Leftrightarrow x=6\)
  2. \( 5 x-4=\frac{x}{4}+91 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-16=x+364 \Leftrightarrow 20x-x=364+16 \Leftrightarrow 19x=380 \Leftrightarrow x=20\)
  3. \(x+x+1+x+2 = 33\Leftrightarrow 3x+3=33 \Leftrightarrow 3x = 30\Leftrightarrow x = 10 \text{ De getallen zijn 10, 11 en 12}\)
  4. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  5. \( \frac{1}{9}x-\frac{1}{11}x=6 \overset{\mbox{ .99 }}{ \Leftrightarrow } 11x-9x=594 \Leftrightarrow 2x=594 \Leftrightarrow x=297\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=5 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=20 \Leftrightarrow 1x=20 \Leftrightarrow x=20\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=36 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=792 \Leftrightarrow 9x=792 \Leftrightarrow x=88\)
  8. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  9. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=6 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=378 \Leftrightarrow 2x=378 \Leftrightarrow x=189\)
  10. \(x-25 = -13\Leftrightarrow x=-13+ 25 \Leftrightarrow x = 12\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=25 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=350 \Leftrightarrow 5x=350 \Leftrightarrow x=70\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-27 05:55:19
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen