Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 5 jaar ouder. Samen zijn ze 33 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  2. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 46. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 238. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 260. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een negende van het getal en 281. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 88. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 51. Wat zijn die getallen?\(\)
  10. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 99. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  12. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+5 = 33\Leftrightarrow 2x+5=33 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Xander is 14 jaar}\)
  2. \( 3 x-5=\frac{x}{6}+46 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 18x-30=x+276 \Leftrightarrow 18x-x=276+30 \Leftrightarrow 17x=306 \Leftrightarrow x=18\)
  3. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=6 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=210 \Leftrightarrow 2x=210 \Leftrightarrow x=105\)
  4. \( 9 x-7=\frac{x}{4}+238 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-28=x+952 \Leftrightarrow 36x-x=952+28 \Leftrightarrow 35x=980 \Leftrightarrow x=28\)
  5. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+260 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+2340 \Leftrightarrow 54x-x=2340+45 \Leftrightarrow 53x=2385 \Leftrightarrow x=45\)
  6. \( 8 x-3=\frac{x}{9}+281 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-27=x+2529 \Leftrightarrow 72x-x=2529+27 \Leftrightarrow 71x=2556 \Leftrightarrow x=36\)
  7. \( 4 x-7=\frac{x}{5}+88 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-35=x+440 \Leftrightarrow 20x-x=440+35 \Leftrightarrow 19x=475 \Leftrightarrow x=25\)
  8. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=5 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=180 \Leftrightarrow 5x=180 \Leftrightarrow x=36\)
  9. \(x+x+1+x+2 = 51\Leftrightarrow 3x+3=51 \Leftrightarrow 3x = 48\Leftrightarrow x = 16 \text{ De getallen zijn 16, 17 en 18}\)
  10. \( 5 x-3=\frac{x}{7}+99 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-21=x+693 \Leftrightarrow 35x-x=693+21 \Leftrightarrow 34x=714 \Leftrightarrow x=21\)
  11. \(x=45 - 7 \Leftrightarrow x=38\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-14 04:50:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen