Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 4 jaar ouder. Samen zijn ze 28 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  2. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 8 jaar jonger. Samen zijn ze 12 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  4. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 39. Wat zijn die getallen?\(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 87. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 181. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 183. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+4 = 28\Leftrightarrow 2x+4=28 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Noah is 12 jaar}\)
  2. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=3 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
  3. \(x+x-8 = 12\Leftrightarrow 2x-8=12 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Wietse is 10 jaar}\)
  4. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  5. \(x+x+1+x+2 = 39\Leftrightarrow 3x+3=39 \Leftrightarrow 3x = 36\Leftrightarrow x = 12 \text{ De getallen zijn 12, 13 en 14}\)
  6. \( 5 x-9=\frac{x}{5}+87 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-45=x+435 \Leftrightarrow 25x-x=435+45 \Leftrightarrow 24x=480 \Leftrightarrow x=20\)
  7. \( 8 x-7=\frac{x}{6}+181 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 48x-42=x+1086 \Leftrightarrow 48x-x=1086+42 \Leftrightarrow 47x=1128 \Leftrightarrow x=24\)
  8. \(x=20 + 3 \Leftrightarrow x=23\)
  9. \( 6 x-5=\frac{x}{8}+183 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-40=x+1464 \Leftrightarrow 48x-x=1464+40 \Leftrightarrow 47x=1504 \Leftrightarrow x=32\)
  10. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
  11. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=28 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1680 \Leftrightarrow 7x=1680 \Leftrightarrow x=240\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-30 11:46:40
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen