Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 82. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 76. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 7 jaar ouder. Samen zijn ze 27 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  4. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 110. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een getal vermindert met 50 bekom je -1. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 230. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 99. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 171. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+40 = 82\Leftrightarrow x=82- 40 \Leftrightarrow x = 42\)
  2. \( 7 x-5=\frac{x}{4}+76 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-20=x+304 \Leftrightarrow 28x-x=304+20 \Leftrightarrow 27x=324 \Leftrightarrow x=12\)
  3. \(x+x+7 = 27\Leftrightarrow 2x+7=27 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Sofiane is 10 jaar}\)
  4. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=2 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=126 \Leftrightarrow 2x=126 \Leftrightarrow x=63\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
  6. \( 6 x-5=\frac{x}{4}+110 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-20=x+440 \Leftrightarrow 24x-x=440+20 \Leftrightarrow 23x=460 \Leftrightarrow x=20\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  8. \(x-50 = -1\Leftrightarrow x=-1+ 50 \Leftrightarrow x = 49\)
  9. \( 8 x-5=\frac{x}{6}+230 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 48x-30=x+1380 \Leftrightarrow 48x-x=1380+30 \Leftrightarrow 47x=1410 \Leftrightarrow x=30\)
  10. \( 5 x-3=\frac{x}{7}+99 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-21=x+693 \Leftrightarrow 35x-x=693+21 \Leftrightarrow 34x=714 \Leftrightarrow x=21\)
  11. \( 9 x-4=\frac{x}{4}+171 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-16=x+684 \Leftrightarrow 36x-x=684+16 \Leftrightarrow 35x=700 \Leftrightarrow x=20\)
  12. \(x=50 + 3 \Leftrightarrow x=53\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-01 23:42:29
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen