Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  2. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 114. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 27 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 18 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 41. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 115. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 347. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een getal vermindert met 50 bekom je -35. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  2. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=9 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=252 \Leftrightarrow 3x=252 \Leftrightarrow x=84\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  4. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{12}x=10 \overset{\mbox{ .84 }}{ \Leftrightarrow } 12x-7x=840 \Leftrightarrow 5x=840 \Leftrightarrow x=168\)
  5. \( 8 x-3=\frac{x}{5}+114 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 40x-15=x+570 \Leftrightarrow 40x-x=570+15 \Leftrightarrow 39x=585 \Leftrightarrow x=15\)
  6. \(x+x-3 = 27\Leftrightarrow 2x-3=27 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Xander is 15 jaar}\)
  7. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{11}x=18 \overset{\mbox{ .55 }}{ \Leftrightarrow } 11x-5x=990 \Leftrightarrow 6x=990 \Leftrightarrow x=165\)
  8. \( 3 x-7=\frac{x}{3}+41 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-21=x+123 \Leftrightarrow 9x-x=123+21 \Leftrightarrow 8x=144 \Leftrightarrow x=18\)
  9. \( 4 x-9=\frac{x}{8}+115 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-72=x+920 \Leftrightarrow 32x-x=920+72 \Leftrightarrow 31x=992 \Leftrightarrow x=32\)
  10. \( 9 x-8=\frac{x}{8}+347 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-64=x+2776 \Leftrightarrow 72x-x=2776+64 \Leftrightarrow 71x=2840 \Leftrightarrow x=40\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=7 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=210 \Leftrightarrow 7x=210 \Leftrightarrow x=30\)
  12. \(x-50 = -35\Leftrightarrow x=-35+ 50 \Leftrightarrow x = 15\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-21 14:18:11
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen