Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)Lennert is x jaar. Zijn zus is 7 jaar jonger. Samen zijn ze 13 jaar. Hoe oud is Lennert ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 277. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een getal vermindert met 30 bekom je 26. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 18. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 73. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  9. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 129. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 137. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=10 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=60 \Leftrightarrow 2x=60 \Leftrightarrow x=30\)
  2. \(x+x-7 = 13\Leftrightarrow 2x-7=13 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Lennert is 10 jaar}\)
  3. \( 6 x-5=\frac{x}{8}+277 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-40=x+2216 \Leftrightarrow 48x-x=2216+40 \Leftrightarrow 47x=2256 \Leftrightarrow x=48\)
  4. \(x-30 = 26\Leftrightarrow x=26+ 30 \Leftrightarrow x = 56\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=15 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=150 \Leftrightarrow 3x=150 \Leftrightarrow x=50\)
  6. \( 3 x-4=\frac{x}{4}+18 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 12x-16=x+72 \Leftrightarrow 12x-x=72+16 \Leftrightarrow 11x=88 \Leftrightarrow x=8\)
  7. \(x+45 = 73\Leftrightarrow x=73- 45 \Leftrightarrow x = 28\)
  8. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=20 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=480 \Leftrightarrow 5x=480 \Leftrightarrow x=96\)
  10. \( 7 x-6=\frac{x}{4}+129 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-24=x+516 \Leftrightarrow 28x-x=516+24 \Leftrightarrow 27x=540 \Leftrightarrow x=20\)
  11. \( 5 x-7=\frac{x}{5}+137 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-35=x+685 \Leftrightarrow 25x-x=685+35 \Leftrightarrow 24x=720 \Leftrightarrow x=30\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=3 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=84 \Leftrightarrow 3x=84 \Leftrightarrow x=28\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-12 07:55:11
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen