Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 18 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  2. \(\)Lennert is x jaar. Zijn zus is 6 jaar ouder. Samen zijn ze 36 jaar. Hoe oud is Lennert ?\(\)
  3. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 6 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  4. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 4 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  5. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een negende van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een getal vermindert met 45 bekom je 4. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 240. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 238. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x-4 = 18\Leftrightarrow 2x-4=18 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Joran is 11 jaar}\)
  2. \(x+x+6 = 36\Leftrightarrow 2x+6=36 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Lennert is 15 jaar}\)
  3. \(x=25 - 6 \Leftrightarrow x=19\)
  4. \(x=25 + 4 \Leftrightarrow x=29\)
  5. \( \frac{1}{9}x-\frac{1}{11}x=2 \overset{\mbox{ .99 }}{ \Leftrightarrow } 11x-9x=198 \Leftrightarrow 2x=198 \Leftrightarrow x=99\)
  6. \(x-45 = 4\Leftrightarrow x=4+ 45 \Leftrightarrow x = 49\)
  7. \( 6 x-5=\frac{x}{6}+240 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-30=x+1440 \Leftrightarrow 36x-x=1440+30 \Leftrightarrow 35x=1470 \Leftrightarrow x=42\)
  8. \(x=50 - 7 \Leftrightarrow x=43\)
  9. \( 4 x-7=\frac{x}{9}+238 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 36x-63=x+2142 \Leftrightarrow 36x-x=2142+63 \Leftrightarrow 35x=2205 \Leftrightarrow x=63\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=14 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=8 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=120 \Leftrightarrow 2x=120 \Leftrightarrow x=60\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=3 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=84 \Leftrightarrow 3x=84 \Leftrightarrow x=28\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-01 14:07:30
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen