Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 382. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 52. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 83. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 45. Wat zijn die getallen?\(\)
  5. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 313. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 115. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  11. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 40. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermindert met 45 bekom je -29. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 7 x-3=\frac{x}{8}+382 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 56x-24=x+3056 \Leftrightarrow 56x-x=3056+24 \Leftrightarrow 55x=3080 \Leftrightarrow x=56\)
  2. \( 5 x-6=\frac{x}{6}+52 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 30x-36=x+312 \Leftrightarrow 30x-x=312+36 \Leftrightarrow 29x=348 \Leftrightarrow x=12\)
  3. \(x+35 = 83\Leftrightarrow x=83- 35 \Leftrightarrow x = 48\)
  4. \(x+x+1+x+2 = 45\Leftrightarrow 3x+3=45 \Leftrightarrow 3x = 42\Leftrightarrow x = 14 \text{ De getallen zijn 14, 15 en 16}\)
  5. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+313 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+2817 \Leftrightarrow 54x-x=2817+45 \Leftrightarrow 53x=2862 \Leftrightarrow x=54\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=15 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=210 \Leftrightarrow 5x=210 \Leftrightarrow x=42\)
  7. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=9 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=630 \Leftrightarrow 3x=630 \Leftrightarrow x=210\)
  8. \( 4 x-9=\frac{x}{8}+115 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-72=x+920 \Leftrightarrow 32x-x=920+72 \Leftrightarrow 31x=992 \Leftrightarrow x=32\)
  9. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=15 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=600 \Leftrightarrow 3x=600 \Leftrightarrow x=200\)
  10. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  11. \( 3 x-4=\frac{x}{4}+40 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 12x-16=x+160 \Leftrightarrow 12x-x=160+16 \Leftrightarrow 11x=176 \Leftrightarrow x=16\)
  12. \(x-45 = -29\Leftrightarrow x=-29+ 45 \Leftrightarrow x = 16\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-03 00:16:29
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen