Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 313. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 313. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 4 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  4. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 31 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  8. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 186. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 70. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+313 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+2817 \Leftrightarrow 54x-x=2817+45 \Leftrightarrow 53x=2862 \Leftrightarrow x=54\)
  2. \( 9 x-5=\frac{x}{6}+313 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-30=x+1878 \Leftrightarrow 54x-x=1878+30 \Leftrightarrow 53x=1908 \Leftrightarrow x=36\)
  3. \(x=25 - 4 \Leftrightarrow x=21\)
  4. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=20 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=720 \Leftrightarrow 5x=720 \Leftrightarrow x=144\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=9 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=198 \Leftrightarrow 9x=198 \Leftrightarrow x=22\)
  6. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=1 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  7. \(x+x-3 = 31\Leftrightarrow 2x-3=31 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Ruben is 17 jaar}\)
  8. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=2 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=30 \Leftrightarrow 2x=30 \Leftrightarrow x=15\)
  9. \( 8 x-3=\frac{x}{8}+186 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 64x-24=x+1488 \Leftrightarrow 64x-x=1488+24 \Leftrightarrow 63x=1512 \Leftrightarrow x=24\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
  11. \( 5 x-6=\frac{x}{4}+70 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-24=x+280 \Leftrightarrow 20x-x=280+24 \Leftrightarrow 19x=304 \Leftrightarrow x=16\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-26 00:07:40
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen