Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 422. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 101. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 30 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 20 bekom je 32. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 45. Wat zijn die getallen?\(\)
  9. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 232. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 9 x-4=\frac{x}{8}+422 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-32=x+3376 \Leftrightarrow 72x-x=3376+32 \Leftrightarrow 71x=3408 \Leftrightarrow x=48\)
  2. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+101 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+909 \Leftrightarrow 54x-x=909+45 \Leftrightarrow 53x=954 \Leftrightarrow x=18\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=18 \Leftrightarrow 1x=18 \Leftrightarrow x=18\)
  4. \(x+x-4 = 30\Leftrightarrow 2x-4=30 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Sofiane is 17 jaar}\)
  5. \(x+20 = 32\Leftrightarrow x=32- 20 \Leftrightarrow x = 12\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=2 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=30 \Leftrightarrow 2x=30 \Leftrightarrow x=15\)
  8. \(x+x+1+x+2 = 45\Leftrightarrow 3x+3=45 \Leftrightarrow 3x = 42\Leftrightarrow x = 14 \text{ De getallen zijn 14, 15 en 16}\)
  9. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{11}x=20 \overset{\mbox{ .77 }}{ \Leftrightarrow } 11x-7x=1540 \Leftrightarrow 4x=1540 \Leftrightarrow x=385\)
  10. \( 8 x-3=\frac{x}{6}+232 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 48x-18=x+1392 \Leftrightarrow 48x-x=1392+18 \Leftrightarrow 47x=1410 \Leftrightarrow x=30\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=21 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{11}x=35 \overset{\mbox{ .44 }}{ \Leftrightarrow } 11x-4x=1540 \Leftrightarrow 7x=1540 \Leftrightarrow x=220\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-22 04:42:42
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen