Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 22 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  2. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 2 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  3. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  7. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 60. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 71. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  11. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 69. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 86. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x-4 = 22\Leftrightarrow 2x-4=22 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Ilias is 13 jaar}\)
  2. \(x=35 - 2 \Leftrightarrow x=33\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
  5. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=4 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=60 \Leftrightarrow 2x=60 \Leftrightarrow x=30\)
  6. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  7. \( 7 x-8=\frac{x}{5}+60 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 35x-40=x+300 \Leftrightarrow 35x-x=300+40 \Leftrightarrow 34x=340 \Leftrightarrow x=10\)
  8. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=25 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=1650 \Leftrightarrow 5x=1650 \Leftrightarrow x=330\)
  9. \( 9 x-7=\frac{x}{3}+71 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-21=x+213 \Leftrightarrow 27x-x=213+21 \Leftrightarrow 26x=234 \Leftrightarrow x=9\)
  10. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  11. \( 3 x-8=\frac{x}{4}+69 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 12x-32=x+276 \Leftrightarrow 12x-x=276+32 \Leftrightarrow 11x=308 \Leftrightarrow x=28\)
  12. \(x+30 = 86\Leftrightarrow x=86- 30 \Leftrightarrow x = 56\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-28 13:29:04
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen