Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 21 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  2. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 36. Wat zijn die getallen?\(\)
  3. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 138. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 238. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 30 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 260. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 217. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 243. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 44. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x-5 = 21\Leftrightarrow 2x-5=21 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Sofiane is 13 jaar}\)
  2. \(x+x+1+x+2 = 36\Leftrightarrow 3x+3=36 \Leftrightarrow 3x = 33\Leftrightarrow x = 11 \text{ De getallen zijn 11, 12 en 13}\)
  3. \( 5 x-7=\frac{x}{6}+138 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 30x-42=x+828 \Leftrightarrow 30x-x=828+42 \Leftrightarrow 29x=870 \Leftrightarrow x=30\)
  4. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  5. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=28 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1680 \Leftrightarrow 7x=1680 \Leftrightarrow x=240\)
  6. \( 4 x-7=\frac{x}{9}+238 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 36x-63=x+2142 \Leftrightarrow 36x-x=2142+63 \Leftrightarrow 35x=2205 \Leftrightarrow x=63\)
  7. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{11}x=30 \overset{\mbox{ .55 }}{ \Leftrightarrow } 11x-5x=1650 \Leftrightarrow 6x=1650 \Leftrightarrow x=275\)
  8. \(x=20 + 3 \Leftrightarrow x=23\)
  9. \( 9 x-4=\frac{x}{5}+260 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 45x-20=x+1300 \Leftrightarrow 45x-x=1300+20 \Leftrightarrow 44x=1320 \Leftrightarrow x=30\)
  10. \( 7 x-3=\frac{x}{8}+217 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 56x-24=x+1736 \Leftrightarrow 56x-x=1736+24 \Leftrightarrow 55x=1760 \Leftrightarrow x=32\)
  11. \( 8 x-9=\frac{x}{8}+243 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 64x-72=x+1944 \Leftrightarrow 64x-x=1944+72 \Leftrightarrow 63x=2016 \Leftrightarrow x=32\)
  12. \( 3 x-4=\frac{x}{3}+44 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-12=x+132 \Leftrightarrow 9x-x=132+12 \Leftrightarrow 8x=144 \Leftrightarrow x=18\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-05 01:21:25
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen