Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 25 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 184. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een getal vermindert met 45 bekom je -3. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 35. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een derde van het getal en 122. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 65. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 36. Wat zijn die getallen?\(\)
  9. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 36 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een negende van het getal en 236. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x-5 = 25\Leftrightarrow 2x-5=25 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Sofiane is 15 jaar}\)
  2. \( 7 x-8=\frac{x}{7}+184 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 49x-56=x+1288 \Leftrightarrow 49x-x=1288+56 \Leftrightarrow 48x=1344 \Leftrightarrow x=28\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  4. \(x-45 = -3\Leftrightarrow x=-3+ 45 \Leftrightarrow x = 42\)
  5. \( 3 x-7=\frac{x}{5}+35 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 15x-35=x+175 \Leftrightarrow 15x-x=175+35 \Leftrightarrow 14x=210 \Leftrightarrow x=15\)
  6. \( 9 x-8=\frac{x}{3}+122 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-24=x+366 \Leftrightarrow 27x-x=366+24 \Leftrightarrow 26x=390 \Leftrightarrow x=15\)
  7. \(x+35 = 65\Leftrightarrow x=65- 35 \Leftrightarrow x = 30\)
  8. \(x+x+1+x+2 = 36\Leftrightarrow 3x+3=36 \Leftrightarrow 3x = 33\Leftrightarrow x = 11 \text{ De getallen zijn 11, 12 en 13}\)
  9. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=36 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=792 \Leftrightarrow 9x=792 \Leftrightarrow x=88\)
  10. \( 4 x-9=\frac{x}{9}+236 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 36x-81=x+2124 \Leftrightarrow 36x-x=2124+81 \Leftrightarrow 35x=2205 \Leftrightarrow x=63\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=8 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=120 \Leftrightarrow 2x=120 \Leftrightarrow x=60\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=12 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=252 \Leftrightarrow 4x=252 \Leftrightarrow x=63\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-29 22:14:56
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen