Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 7 jaar ouder. Samen zijn ze 37 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 328. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 21. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 36. Wat zijn die getallen?\(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 147. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 57. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 313. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  2. \(x+x+7 = 37\Leftrightarrow 2x+7=37 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Joran is 15 jaar}\)
  3. \( 7 x-8=\frac{x}{7}+328 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 49x-56=x+2296 \Leftrightarrow 49x-x=2296+56 \Leftrightarrow 48x=2352 \Leftrightarrow x=49\)
  4. \( 3 x-7=\frac{x}{5}+21 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 15x-35=x+105 \Leftrightarrow 15x-x=105+35 \Leftrightarrow 14x=140 \Leftrightarrow x=10\)
  5. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=20 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=720 \Leftrightarrow 5x=720 \Leftrightarrow x=144\)
  6. \(x+x+1+x+2 = 36\Leftrightarrow 3x+3=36 \Leftrightarrow 3x = 33\Leftrightarrow x = 11 \text{ De getallen zijn 11, 12 en 13}\)
  7. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{11}x=8 \overset{\mbox{ .77 }}{ \Leftrightarrow } 11x-7x=616 \Leftrightarrow 4x=616 \Leftrightarrow x=154\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=8 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=48 \Leftrightarrow 2x=48 \Leftrightarrow x=24\)
  9. \( 5 x-9=\frac{x}{8}+147 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 40x-72=x+1176 \Leftrightarrow 40x-x=1176+72 \Leftrightarrow 39x=1248 \Leftrightarrow x=32\)
  10. \(x+45 = 57\Leftrightarrow x=57- 45 \Leftrightarrow x = 12\)
  11. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+313 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+2817 \Leftrightarrow 54x-x=2817+45 \Leftrightarrow 53x=2862 \Leftrightarrow x=54\)
  12. \(x=50 + 3 \Leftrightarrow x=53\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-21 21:01:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen