Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 33. Wat zijn die getallen?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 136. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 113. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 23 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 157. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 83. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  9. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 4 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  10. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 57. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+1+x+2 = 33\Leftrightarrow 3x+3=33 \Leftrightarrow 3x = 30\Leftrightarrow x = 10 \text{ De getallen zijn 10, 11 en 12}\)
  2. \( 6 x-5=\frac{x}{8}+136 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-40=x+1088 \Leftrightarrow 48x-x=1088+40 \Leftrightarrow 47x=1128 \Leftrightarrow x=24\)
  3. \( 3 x-7=\frac{x}{7}+113 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 21x-49=x+791 \Leftrightarrow 21x-x=791+49 \Leftrightarrow 20x=840 \Leftrightarrow x=42\)
  4. \(x+x-3 = 23\Leftrightarrow 2x-3=23 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Ruben is 13 jaar}\)
  5. \( 7 x-5=\frac{x}{4}+157 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-20=x+628 \Leftrightarrow 28x-x=628+20 \Leftrightarrow 27x=648 \Leftrightarrow x=24\)
  6. \( 5 x-4=\frac{x}{6}+83 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 30x-24=x+498 \Leftrightarrow 30x-x=498+24 \Leftrightarrow 29x=522 \Leftrightarrow x=18\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
  8. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  9. \(x=45 - 4 \Leftrightarrow x=41\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=90 \Leftrightarrow 2x=90 \Leftrightarrow x=45\)
  11. \( 8 x-5=\frac{x}{4}+57 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 32x-20=x+228 \Leftrightarrow 32x-x=228+20 \Leftrightarrow 31x=248 \Leftrightarrow x=8\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=14 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-31 09:21:59
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen