Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een getal vermindert met 45 bekom je -3. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 89. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 51. Wat zijn die getallen?\(\)
  4. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 171. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 20 bekom je 62. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 84. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 94. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 27 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x-45 = -3\Leftrightarrow x=-3+ 45 \Leftrightarrow x = 42\)
  2. \( 6 x-5=\frac{x}{8}+89 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-40=x+712 \Leftrightarrow 48x-x=712+40 \Leftrightarrow 47x=752 \Leftrightarrow x=16\)
  3. \(x+x+1+x+2 = 51\Leftrightarrow 3x+3=51 \Leftrightarrow 3x = 48\Leftrightarrow x = 16 \text{ De getallen zijn 16, 17 en 18}\)
  4. \( 9 x-4=\frac{x}{4}+171 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-16=x+684 \Leftrightarrow 36x-x=684+16 \Leftrightarrow 35x=700 \Leftrightarrow x=20\)
  5. \(x+20 = 62\Leftrightarrow x=62- 20 \Leftrightarrow x = 42\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=20 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=480 \Leftrightarrow 5x=480 \Leftrightarrow x=96\)
  7. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=9 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=630 \Leftrightarrow 3x=630 \Leftrightarrow x=210\)
  8. \( 5 x-3=\frac{x}{6}+84 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 30x-18=x+504 \Leftrightarrow 30x-x=504+18 \Leftrightarrow 29x=522 \Leftrightarrow x=18\)
  9. \( 3 x-4=\frac{x}{5}+94 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 15x-20=x+470 \Leftrightarrow 15x-x=470+20 \Leftrightarrow 14x=490 \Leftrightarrow x=35\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=27 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=594 \Leftrightarrow 9x=594 \Leftrightarrow x=66\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=7 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=210 \Leftrightarrow 7x=210 \Leftrightarrow x=30\)
  12. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=6 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=210 \Leftrightarrow 2x=210 \Leftrightarrow x=105\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-14 21:26:56
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen