Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 6 jaar jonger. Samen zijn ze 28 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  2. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 4 jaar ouder. Samen zijn ze 26 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  4. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 36. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 132. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  7. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een getal vermindert met 20 bekom je 1. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 184. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x-6 = 28\Leftrightarrow 2x-6=28 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Xander is 17 jaar}\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=4 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=60 \Leftrightarrow 2x=60 \Leftrightarrow x=30\)
  3. \(x+x+4 = 26\Leftrightarrow 2x+4=26 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Wietse is 11 jaar}\)
  4. \( 7 x-4=\frac{x}{3}+36 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-12=x+108 \Leftrightarrow 21x-x=108+12 \Leftrightarrow 20x=120 \Leftrightarrow x=6\)
  5. \( 5 x-4=\frac{x}{7}+132 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-28=x+924 \Leftrightarrow 35x-x=924+28 \Leftrightarrow 34x=952 \Leftrightarrow x=28\)
  6. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  7. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=4 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=140 \Leftrightarrow 2x=140 \Leftrightarrow x=70\)
  8. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=20 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=720 \Leftrightarrow 5x=720 \Leftrightarrow x=144\)
  9. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=3 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=84 \Leftrightarrow 3x=84 \Leftrightarrow x=28\)
  10. \(x-20 = 1\Leftrightarrow x=1+ 20 \Leftrightarrow x = 21\)
  11. \( 8 x-5=\frac{x}{8}+184 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 64x-40=x+1472 \Leftrightarrow 64x-x=1472+40 \Leftrightarrow 63x=1512 \Leftrightarrow x=24\)
  12. \(x=25 + 3 \Leftrightarrow x=28\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-22 07:45:39
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen