Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 149. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 4 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 156. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een getal vermindert met 45 bekom je -33. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 238. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 6 jaar ouder. Samen zijn ze 28 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  9. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  10. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 102. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 7 jaar jonger. Samen zijn ze 13 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  12. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 3 x-7=\frac{x}{9}+149 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-63=x+1341 \Leftrightarrow 27x-x=1341+63 \Leftrightarrow 26x=1404 \Leftrightarrow x=54\)
  2. \(x=25 + 4 \Leftrightarrow x=29\)
  3. \( 6 x-5=\frac{x}{4}+156 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-20=x+624 \Leftrightarrow 24x-x=624+20 \Leftrightarrow 23x=644 \Leftrightarrow x=28\)
  4. \(x-45 = -33\Leftrightarrow x=-33+ 45 \Leftrightarrow x = 12\)
  5. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=12 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=480 \Leftrightarrow 3x=480 \Leftrightarrow x=160\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
  7. \( 4 x-7=\frac{x}{9}+238 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 36x-63=x+2142 \Leftrightarrow 36x-x=2142+63 \Leftrightarrow 35x=2205 \Leftrightarrow x=63\)
  8. \(x+x+6 = 28\Leftrightarrow 2x+6=28 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Joran is 11 jaar}\)
  9. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
  10. \( 7 x-6=\frac{x}{4}+102 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-24=x+408 \Leftrightarrow 28x-x=408+24 \Leftrightarrow 27x=432 \Leftrightarrow x=16\)
  11. \(x+x-7 = 13\Leftrightarrow 2x-7=13 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Ruben is 10 jaar}\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-25 15:30:13
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen