Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 230. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 18 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 33. Wat zijn die getallen?\(\)
  6. \(\)als je een getal vermindert met 25 bekom je -17. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 39. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  11. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 135. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 6 x-5=\frac{x}{8}+230 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-40=x+1840 \Leftrightarrow 48x-x=1840+40 \Leftrightarrow 47x=1880 \Leftrightarrow x=40\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  3. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{11}x=18 \overset{\mbox{ .55 }}{ \Leftrightarrow } 11x-5x=990 \Leftrightarrow 6x=990 \Leftrightarrow x=165\)
  4. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  5. \(x+x+1+x+2 = 33\Leftrightarrow 3x+3=33 \Leftrightarrow 3x = 30\Leftrightarrow x = 10 \text{ De getallen zijn 10, 11 en 12}\)
  6. \(x-25 = -17\Leftrightarrow x=-17+ 25 \Leftrightarrow x = 8\)
  7. \( 4 x-7=\frac{x}{6}+39 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 24x-42=x+234 \Leftrightarrow 24x-x=234+42 \Leftrightarrow 23x=276 \Leftrightarrow x=12\)
  8. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=20 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=1320 \Leftrightarrow 5x=1320 \Leftrightarrow x=264\)
  9. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=6 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=378 \Leftrightarrow 2x=378 \Leftrightarrow x=189\)
  10. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  11. \( 3 x-5=\frac{x}{7}+135 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 21x-35=x+945 \Leftrightarrow 21x-x=945+35 \Leftrightarrow 20x=980 \Leftrightarrow x=49\)
  12. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=28 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1680 \Leftrightarrow 7x=1680 \Leftrightarrow x=240\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-12 12:31:46
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen