Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  2. \(\)als je een getal vermeerdert met 20 bekom je 35. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 16 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 4 jaar ouder. Samen zijn ze 30 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 71. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 44. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een getal vermindert met 25 bekom je -1. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 379. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 553. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=40 - 7 \Leftrightarrow x=33\)
  2. \(x+20 = 35\Leftrightarrow x=35- 20 \Leftrightarrow x = 15\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{11}x=16 \overset{\mbox{ .33 }}{ \Leftrightarrow } 11x-3x=528 \Leftrightarrow 8x=528 \Leftrightarrow x=66\)
  4. \(x+x+4 = 30\Leftrightarrow 2x+4=30 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Wietse is 13 jaar}\)
  5. \( 3 x-7=\frac{x}{9}+71 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-63=x+639 \Leftrightarrow 27x-x=639+63 \Leftrightarrow 26x=702 \Leftrightarrow x=27\)
  6. \( 5 x-4=\frac{x}{5}+44 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-20=x+220 \Leftrightarrow 25x-x=220+20 \Leftrightarrow 24x=240 \Leftrightarrow x=10\)
  7. \(x-25 = -1\Leftrightarrow x=-1+ 25 \Leftrightarrow x = 24\)
  8. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=21 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1260 \Leftrightarrow 7x=1260 \Leftrightarrow x=180\)
  9. \( 7 x-6=\frac{x}{8}+379 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 56x-48=x+3032 \Leftrightarrow 56x-x=3032+48 \Leftrightarrow 55x=3080 \Leftrightarrow x=56\)
  10. \( 9 x-7=\frac{x}{9}+553 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-63=x+4977 \Leftrightarrow 81x-x=4977+63 \Leftrightarrow 80x=5040 \Leftrightarrow x=63\)
  11. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=15 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=540 \Leftrightarrow 5x=540 \Leftrightarrow x=108\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-27 12:22:58
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen