Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 186. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een getal vermindert met 35 bekom je -19. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 109. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 2 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  9. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 77. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 7 jaar ouder. Samen zijn ze 35 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  11. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=15 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=1050 \Leftrightarrow 3x=1050 \Leftrightarrow x=350\)
  2. \( 8 x-9=\frac{x}{5}+186 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 40x-45=x+930 \Leftrightarrow 40x-x=930+45 \Leftrightarrow 39x=975 \Leftrightarrow x=25\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=3 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=30 \Leftrightarrow 3x=30 \Leftrightarrow x=10\)
  4. \(x-35 = -19\Leftrightarrow x=-19+ 35 \Leftrightarrow x = 16\)
  5. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=28 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1680 \Leftrightarrow 7x=1680 \Leftrightarrow x=240\)
  6. \( 5 x-7=\frac{x}{6}+109 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 30x-42=x+654 \Leftrightarrow 30x-x=654+42 \Leftrightarrow 29x=696 \Leftrightarrow x=24\)
  7. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{11}x=4 \overset{\mbox{ .77 }}{ \Leftrightarrow } 11x-7x=308 \Leftrightarrow 4x=308 \Leftrightarrow x=77\)
  8. \(x=35 - 2 \Leftrightarrow x=33\)
  9. \(x+35 = 77\Leftrightarrow x=77- 35 \Leftrightarrow x = 42\)
  10. \(x+x+7 = 35\Leftrightarrow 2x+7=35 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Joran is 14 jaar}\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  12. \(x=50 - 3 \Leftrightarrow x=47\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-21 09:14:43
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen