Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 28 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  5. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een negende van het getal en 129. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  8. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 33. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 110. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=15 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=420 \Leftrightarrow 3x=420 \Leftrightarrow x=140\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=14 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  4. \(x+x+8 = 28\Leftrightarrow 2x+8=28 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Ilias is 10 jaar}\)
  5. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  6. \( 5 x-3=\frac{x}{9}+129 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 45x-27=x+1161 \Leftrightarrow 45x-x=1161+27 \Leftrightarrow 44x=1188 \Leftrightarrow x=27\)
  7. \(x=20 - 3 \Leftrightarrow x=17\)
  8. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=4 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=252 \Leftrightarrow 2x=252 \Leftrightarrow x=126\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=2 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=30 \Leftrightarrow 2x=30 \Leftrightarrow x=15\)
  10. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  11. \( 3 x-7=\frac{x}{3}+33 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-21=x+99 \Leftrightarrow 9x-x=99+21 \Leftrightarrow 8x=120 \Leftrightarrow x=15\)
  12. \( 6 x-5=\frac{x}{4}+110 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-20=x+440 \Leftrightarrow 24x-x=440+20 \Leftrightarrow 23x=460 \Leftrightarrow x=20\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-04 19:03:00
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen