Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 39. Wat zijn die getallen?\(\)
  2. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 94. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 74. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)Lennert is x jaar. Zijn zus is 7 jaar ouder. Samen zijn ze 39 jaar. Hoe oud is Lennert ?\(\)
  6. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 15. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 64. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 83. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 4 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermindert met 25 bekom je -19. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+1+x+2 = 39\Leftrightarrow 3x+3=39 \Leftrightarrow 3x = 36\Leftrightarrow x = 12 \text{ De getallen zijn 12, 13 en 14}\)
  2. \( 5 x-8=\frac{x}{7}+94 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-56=x+658 \Leftrightarrow 35x-x=658+56 \Leftrightarrow 34x=714 \Leftrightarrow x=21\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
  4. \( 3 x-4=\frac{x}{9}+74 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-36=x+666 \Leftrightarrow 27x-x=666+36 \Leftrightarrow 26x=702 \Leftrightarrow x=27\)
  5. \(x+x+7 = 39\Leftrightarrow 2x+7=39 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Lennert is 16 jaar}\)
  6. \( 4 x-7=\frac{x}{3}+15 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 12x-21=x+45 \Leftrightarrow 12x-x=45+21 \Leftrightarrow 11x=66 \Leftrightarrow x=6\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  8. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=15 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=540 \Leftrightarrow 5x=540 \Leftrightarrow x=108\)
  9. \( 6 x-5=\frac{x}{4}+64 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-20=x+256 \Leftrightarrow 24x-x=256+20 \Leftrightarrow 23x=276 \Leftrightarrow x=12\)
  10. \(x+35 = 83\Leftrightarrow x=83- 35 \Leftrightarrow x = 48\)
  11. \(x=35 - 4 \Leftrightarrow x=31\)
  12. \(x-25 = -19\Leftrightarrow x=-19+ 25 \Leftrightarrow x = 6\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-01 11:04:10
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen