Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 183. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 6 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  3. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 58. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 267. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 32 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 36. Wat zijn die getallen?\(\)
  8. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een negende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 153. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 136. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermindert met 20 bekom je 36. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 8 x-5=\frac{x}{6}+183 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 48x-30=x+1098 \Leftrightarrow 48x-x=1098+30 \Leftrightarrow 47x=1128 \Leftrightarrow x=24\)
  2. \(x=35 + 6 \Leftrightarrow x=41\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=4 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=84 \Leftrightarrow 4x=84 \Leftrightarrow x=21\)
  4. \(x+40 = 58\Leftrightarrow x=58- 40 \Leftrightarrow x = 18\)
  5. \( 5 x-6=\frac{x}{8}+267 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 40x-48=x+2136 \Leftrightarrow 40x-x=2136+48 \Leftrightarrow 39x=2184 \Leftrightarrow x=56\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{11}x=32 \overset{\mbox{ .33 }}{ \Leftrightarrow } 11x-3x=1056 \Leftrightarrow 8x=1056 \Leftrightarrow x=132\)
  7. \(x+x+1+x+2 = 36\Leftrightarrow 3x+3=36 \Leftrightarrow 3x = 33\Leftrightarrow x = 11 \text{ De getallen zijn 11, 12 en 13}\)
  8. \( \frac{1}{9}x-\frac{1}{11}x=6 \overset{\mbox{ .99 }}{ \Leftrightarrow } 11x-9x=594 \Leftrightarrow 2x=594 \Leftrightarrow x=297\)
  9. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  10. \( 4 x-9=\frac{x}{7}+153 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-63=x+1071 \Leftrightarrow 28x-x=1071+63 \Leftrightarrow 27x=1134 \Leftrightarrow x=42\)
  11. \( 6 x-5=\frac{x}{8}+136 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-40=x+1088 \Leftrightarrow 48x-x=1088+40 \Leftrightarrow 47x=1128 \Leftrightarrow x=24\)
  12. \(x-20 = 36\Leftrightarrow x=36+ 20 \Leftrightarrow x = 56\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-10 21:37:09
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen