Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 556. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  4. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 4 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  5. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 42. Wat zijn die getallen?\(\)
  6. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 53. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 184. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 77. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 160. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 80. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=14 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  2. \( 9 x-4=\frac{x}{9}+556 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-36=x+5004 \Leftrightarrow 81x-x=5004+36 \Leftrightarrow 80x=5040 \Leftrightarrow x=63\)
  3. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  4. \(x=35 + 4 \Leftrightarrow x=39\)
  5. \(x+x+1+x+2 = 42\Leftrightarrow 3x+3=42 \Leftrightarrow 3x = 39\Leftrightarrow x = 13 \text{ De getallen zijn 13, 14 en 15}\)
  6. \( 4 x-9=\frac{x}{8}+53 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-72=x+424 \Leftrightarrow 32x-x=424+72 \Leftrightarrow 31x=496 \Leftrightarrow x=16\)
  7. \( 7 x-5=\frac{x}{4}+184 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-20=x+736 \Leftrightarrow 28x-x=736+20 \Leftrightarrow 27x=756 \Leftrightarrow x=28\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
  9. \(x+45 = 77\Leftrightarrow x=77- 45 \Leftrightarrow x = 32\)
  10. \( 8 x-5=\frac{x}{7}+160 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 56x-35=x+1120 \Leftrightarrow 56x-x=1120+35 \Leftrightarrow 55x=1155 \Leftrightarrow x=21\)
  11. \( 6 x-5=\frac{x}{3}+80 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 18x-15=x+240 \Leftrightarrow 18x-x=240+15 \Leftrightarrow 17x=255 \Leftrightarrow x=15\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=5 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=20 \Leftrightarrow 1x=20 \Leftrightarrow x=20\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-25 00:18:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen