Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  3. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 50 bekom je 74. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 198. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 48. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 105. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=3 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
  2. \(x=35 - 3 \Leftrightarrow x=32\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=4 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=60 \Leftrightarrow 2x=60 \Leftrightarrow x=30\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=12 \Leftrightarrow 2x=12 \Leftrightarrow x=6\)
  5. \(x+50 = 74\Leftrightarrow x=74- 50 \Leftrightarrow x = 24\)
  6. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=6 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=168 \Leftrightarrow 3x=168 \Leftrightarrow x=56\)
  7. \( 6 x-5=\frac{x}{5}+198 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-25=x+990 \Leftrightarrow 30x-x=990+25 \Leftrightarrow 29x=1015 \Leftrightarrow x=35\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
  9. \( 3 x-4=\frac{x}{9}+48 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-36=x+432 \Leftrightarrow 27x-x=432+36 \Leftrightarrow 26x=468 \Leftrightarrow x=18\)
  10. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  11. \( 4 x-9=\frac{x}{5}+105 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-45=x+525 \Leftrightarrow 20x-x=525+45 \Leftrightarrow 19x=570 \Leftrightarrow x=30\)
  12. \(x=50 + 7 \Leftrightarrow x=57\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-02 19:41:19
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen