Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een getal vermindert met 25 bekom je 17. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 74. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 88. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 178. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 348. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 187. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 2 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  12. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 33. Wat zijn die getallen?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x-25 = 17\Leftrightarrow x=17+ 25 \Leftrightarrow x = 42\)
  2. \( 3 x-4=\frac{x}{9}+74 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-36=x+666 \Leftrightarrow 27x-x=666+36 \Leftrightarrow 26x=702 \Leftrightarrow x=27\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=5 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=30 \Leftrightarrow 1x=30 \Leftrightarrow x=30\)
  4. \(x=50 + 3 \Leftrightarrow x=53\)
  5. \( 4 x-5=\frac{x}{8}+88 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-40=x+704 \Leftrightarrow 32x-x=704+40 \Leftrightarrow 31x=744 \Leftrightarrow x=24\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=1 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=4 \Leftrightarrow 1x=4 \Leftrightarrow x=4\)
  7. \( 9 x-8=\frac{x}{7}+178 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 63x-56=x+1246 \Leftrightarrow 63x-x=1246+56 \Leftrightarrow 62x=1302 \Leftrightarrow x=21\)
  8. \(x=50 + 7 \Leftrightarrow x=57\)
  9. \( 8 x-7=\frac{x}{9}+348 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-63=x+3132 \Leftrightarrow 72x-x=3132+63 \Leftrightarrow 71x=3195 \Leftrightarrow x=45\)
  10. \( 7 x-5=\frac{x}{7}+187 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 49x-35=x+1309 \Leftrightarrow 49x-x=1309+35 \Leftrightarrow 48x=1344 \Leftrightarrow x=28\)
  11. \(x=45 - 2 \Leftrightarrow x=43\)
  12. \(x+x+1+x+2 = 33\Leftrightarrow 3x+3=33 \Leftrightarrow 3x = 30\Leftrightarrow x = 10 \text{ De getallen zijn 10, 11 en 12}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-18 21:59:47
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen