Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 26 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  2. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 153. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een getal vermindert met 45 bekom je 11. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 70. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 313. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x-4 = 26\Leftrightarrow 2x-4=26 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Ilias is 15 jaar}\)
  2. \( 9 x-7=\frac{x}{9}+153 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-63=x+1377 \Leftrightarrow 81x-x=1377+63 \Leftrightarrow 80x=1440 \Leftrightarrow x=18\)
  3. \(x-45 = 11\Leftrightarrow x=11+ 45 \Leftrightarrow x = 56\)
  4. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  5. \( 5 x-8=\frac{x}{8}+70 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 40x-64=x+560 \Leftrightarrow 40x-x=560+64 \Leftrightarrow 39x=624 \Leftrightarrow x=16\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=7 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=210 \Leftrightarrow 7x=210 \Leftrightarrow x=30\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=5 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=20 \Leftrightarrow 1x=20 \Leftrightarrow x=20\)
  9. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=21 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1260 \Leftrightarrow 7x=1260 \Leftrightarrow x=180\)
  10. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=25 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=900 \Leftrightarrow 5x=900 \Leftrightarrow x=180\)
  11. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=20 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=1320 \Leftrightarrow 5x=1320 \Leftrightarrow x=264\)
  12. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+313 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+2817 \Leftrightarrow 54x-x=2817+45 \Leftrightarrow 53x=2862 \Leftrightarrow x=54\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-25 16:14:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen