Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 27 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 93. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 79. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 36. Wat zijn die getallen?\(\)
  5. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een negende van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 208. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 21 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  10. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 81. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 35 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=27 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=594 \Leftrightarrow 9x=594 \Leftrightarrow x=66\)
  2. \( 5 x-3=\frac{x}{5}+93 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-15=x+465 \Leftrightarrow 25x-x=465+15 \Leftrightarrow 24x=480 \Leftrightarrow x=20\)
  3. \(x+30 = 79\Leftrightarrow x=79- 30 \Leftrightarrow x = 49\)
  4. \(x+x+1+x+2 = 36\Leftrightarrow 3x+3=36 \Leftrightarrow 3x = 33\Leftrightarrow x = 11 \text{ De getallen zijn 11, 12 en 13}\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=3 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=30 \Leftrightarrow 3x=30 \Leftrightarrow x=10\)
  6. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=6 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=168 \Leftrightarrow 3x=168 \Leftrightarrow x=56\)
  7. \( \frac{1}{9}x-\frac{1}{11}x=10 \overset{\mbox{ .99 }}{ \Leftrightarrow } 11x-9x=990 \Leftrightarrow 2x=990 \Leftrightarrow x=495\)
  8. \( 9 x-4=\frac{x}{6}+208 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-24=x+1248 \Leftrightarrow 54x-x=1248+24 \Leftrightarrow 53x=1272 \Leftrightarrow x=24\)
  9. \(x+x-5 = 21\Leftrightarrow 2x-5=21 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Ruben is 13 jaar}\)
  10. \( 4 x-9=\frac{x}{4}+81 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 16x-36=x+324 \Leftrightarrow 16x-x=324+36 \Leftrightarrow 15x=360 \Leftrightarrow x=24\)
  11. \(x+x+3 = 35\Leftrightarrow 2x+3=35 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Ilias is 16 jaar}\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-06 02:32:02
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen