Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 19 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 105. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 36 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  7. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 42. Wat zijn die getallen?\(\)
  11. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 156. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermeerdert met 25 bekom je 33. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=12 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
  2. \(x+x-5 = 19\Leftrightarrow 2x-5=19 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Ruben is 12 jaar}\)
  3. \( 7 x-3=\frac{x}{4}+105 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-12=x+420 \Leftrightarrow 28x-x=420+12 \Leftrightarrow 27x=432 \Leftrightarrow x=16\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  5. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{11}x=20 \overset{\mbox{ .77 }}{ \Leftrightarrow } 11x-7x=1540 \Leftrightarrow 4x=1540 \Leftrightarrow x=385\)
  6. \(x+x+8 = 36\Leftrightarrow 2x+8=36 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Sofiane is 14 jaar}\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=28 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=15 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=210 \Leftrightarrow 5x=210 \Leftrightarrow x=42\)
  9. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=28 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1680 \Leftrightarrow 7x=1680 \Leftrightarrow x=240\)
  10. \(x+x+1+x+2 = 42\Leftrightarrow 3x+3=42 \Leftrightarrow 3x = 39\Leftrightarrow x = 13 \text{ De getallen zijn 13, 14 en 15}\)
  11. \( 8 x-9=\frac{x}{7}+156 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 56x-63=x+1092 \Leftrightarrow 56x-x=1092+63 \Leftrightarrow 55x=1155 \Leftrightarrow x=21\)
  12. \(x+25 = 33\Leftrightarrow x=33- 25 \Leftrightarrow x = 8\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-17 21:29:02
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen