Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een derde van het getal en 22. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 47. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 49. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 105. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)Lennert is x jaar. Zijn zus is 7 jaar ouder. Samen zijn ze 41 jaar. Hoe oud is Lennert ?\(\)
  6. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 6 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  7. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  10. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 29. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 5 x-6=\frac{x}{3}+22 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-18=x+66 \Leftrightarrow 15x-x=66+18 \Leftrightarrow 14x=84 \Leftrightarrow x=6\)
  2. \( 3 x-4=\frac{x}{6}+47 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 18x-24=x+282 \Leftrightarrow 18x-x=282+24 \Leftrightarrow 17x=306 \Leftrightarrow x=18\)
  3. \(x+40 = 49\Leftrightarrow x=49- 40 \Leftrightarrow x = 9\)
  4. \( 8 x-5=\frac{x}{7}+105 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 56x-35=x+735 \Leftrightarrow 56x-x=735+35 \Leftrightarrow 55x=770 \Leftrightarrow x=14\)
  5. \(x+x+7 = 41\Leftrightarrow 2x+7=41 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Lennert is 17 jaar}\)
  6. \(x=25 - 6 \Leftrightarrow x=19\)
  7. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=28 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1680 \Leftrightarrow 7x=1680 \Leftrightarrow x=240\)
  8. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{12}x=10 \overset{\mbox{ .84 }}{ \Leftrightarrow } 12x-7x=840 \Leftrightarrow 5x=840 \Leftrightarrow x=168\)
  9. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  10. \( 4 x-9=\frac{x}{5}+29 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-45=x+145 \Leftrightarrow 20x-x=145+45 \Leftrightarrow 19x=190 \Leftrightarrow x=10\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=3 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=30 \Leftrightarrow 3x=30 \Leftrightarrow x=10\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-08 02:20:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen