Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een getal vermindert met 50 bekom je -38. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 8 jaar jonger. Samen zijn ze 22 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 131. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 18 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  6. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 489. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 156. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een derde van het getal en 48. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  11. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een negende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x-50 = -38\Leftrightarrow x=-38+ 50 \Leftrightarrow x = 12\)
  2. \(x+x-8 = 22\Leftrightarrow 2x-8=22 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Wietse is 15 jaar}\)
  3. \( 8 x-7=\frac{x}{3}+131 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 24x-21=x+393 \Leftrightarrow 24x-x=393+21 \Leftrightarrow 23x=414 \Leftrightarrow x=18\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=18 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=396 \Leftrightarrow 9x=396 \Leftrightarrow x=44\)
  5. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  6. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=35 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=2100 \Leftrightarrow 7x=2100 \Leftrightarrow x=300\)
  7. \( 9 x-8=\frac{x}{8}+489 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-64=x+3912 \Leftrightarrow 72x-x=3912+64 \Leftrightarrow 71x=3976 \Leftrightarrow x=56\)
  8. \( 6 x-5=\frac{x}{4}+156 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-20=x+624 \Leftrightarrow 24x-x=624+20 \Leftrightarrow 23x=644 \Leftrightarrow x=28\)
  9. \( 5 x-8=\frac{x}{3}+48 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-24=x+144 \Leftrightarrow 15x-x=144+24 \Leftrightarrow 14x=168 \Leftrightarrow x=12\)
  10. \(x=50 + 3 \Leftrightarrow x=53\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=20 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=480 \Leftrightarrow 5x=480 \Leftrightarrow x=96\)
  12. \( \frac{1}{9}x-\frac{1}{11}x=6 \overset{\mbox{ .99 }}{ \Leftrightarrow } 11x-9x=594 \Leftrightarrow 2x=594 \Leftrightarrow x=297\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-06 17:57:11
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen