Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een getal vermeerdert met 20 bekom je 41. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 241. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  4. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 241. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een getal vermindert met 50 bekom je -29. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 6 jaar jonger. Samen zijn ze 18 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  7. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  9. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 6 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  11. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+20 = 41\Leftrightarrow x=41- 20 \Leftrightarrow x = 21\)
  2. \( 6 x-5=\frac{x}{7}+241 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-35=x+1687 \Leftrightarrow 42x-x=1687+35 \Leftrightarrow 41x=1722 \Leftrightarrow x=42\)
  3. \(x=50 + 7 \Leftrightarrow x=57\)
  4. \( 9 x-4=\frac{x}{4}+241 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-16=x+964 \Leftrightarrow 36x-x=964+16 \Leftrightarrow 35x=980 \Leftrightarrow x=28\)
  5. \(x-50 = -29\Leftrightarrow x=-29+ 50 \Leftrightarrow x = 21\)
  6. \(x+x-6 = 18\Leftrightarrow 2x-6=18 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Sofiane is 12 jaar}\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=6 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=36 \Leftrightarrow 2x=36 \Leftrightarrow x=18\)
  8. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  9. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=15 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=540 \Leftrightarrow 5x=540 \Leftrightarrow x=108\)
  10. \(x=35 - 6 \Leftrightarrow x=29\)
  11. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=4 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=48 \Leftrightarrow 1x=48 \Leftrightarrow x=48\)
  12. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=6 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=378 \Leftrightarrow 2x=378 \Leftrightarrow x=189\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-07 13:23:49
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen