Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 88. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 36 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 126. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een getal vermindert met 50 bekom je -35. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 280. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 80. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een derde van het getal en 134. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 4 x-7=\frac{x}{5}+88 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-35=x+440 \Leftrightarrow 20x-x=440+35 \Leftrightarrow 19x=475 \Leftrightarrow x=25\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=28 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=504 \Leftrightarrow 7x=504 \Leftrightarrow x=72\)
  3. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=6 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=168 \Leftrightarrow 3x=168 \Leftrightarrow x=56\)
  4. \(x+x+8 = 36\Leftrightarrow 2x+8=36 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Wietse is 14 jaar}\)
  5. \( 3 x-4=\frac{x}{9}+126 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-36=x+1134 \Leftrightarrow 27x-x=1134+36 \Leftrightarrow 26x=1170 \Leftrightarrow x=45\)
  6. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  8. \(x-50 = -35\Leftrightarrow x=-35+ 50 \Leftrightarrow x = 15\)
  9. \( 6 x-7=\frac{x}{7}+280 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-49=x+1960 \Leftrightarrow 42x-x=1960+49 \Leftrightarrow 41x=2009 \Leftrightarrow x=49\)
  10. \(x+45 = 80\Leftrightarrow x=80- 45 \Leftrightarrow x = 35\)
  11. \( 7 x-6=\frac{x}{3}+134 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-18=x+402 \Leftrightarrow 21x-x=402+18 \Leftrightarrow 20x=420 \Leftrightarrow x=21\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-07 13:21:02
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen