Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Lennert is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 27 jaar. Hoe oud is Lennert ?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 159. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 45. Wat zijn die getallen?\(\)
  4. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een derde van het getal en 37. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 171. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 83. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 45. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een negende van het getal en 172. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x-5 = 27\Leftrightarrow 2x-5=27 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Lennert is 16 jaar}\)
  2. \( 6 x-5=\frac{x}{7}+159 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-35=x+1113 \Leftrightarrow 42x-x=1113+35 \Leftrightarrow 41x=1148 \Leftrightarrow x=28\)
  3. \(x+x+1+x+2 = 45\Leftrightarrow 3x+3=45 \Leftrightarrow 3x = 42\Leftrightarrow x = 14 \text{ De getallen zijn 14, 15 en 16}\)
  4. \( 8 x-9=\frac{x}{3}+37 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 24x-27=x+111 \Leftrightarrow 24x-x=111+27 \Leftrightarrow 23x=138 \Leftrightarrow x=6\)
  5. \( 9 x-4=\frac{x}{4}+171 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-16=x+684 \Leftrightarrow 36x-x=684+16 \Leftrightarrow 35x=700 \Leftrightarrow x=20\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=35 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=8 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=120 \Leftrightarrow 2x=120 \Leftrightarrow x=60\)
  8. \(x+35 = 83\Leftrightarrow x=83- 35 \Leftrightarrow x = 48\)
  9. \( 3 x-7=\frac{x}{9}+45 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-63=x+405 \Leftrightarrow 27x-x=405+63 \Leftrightarrow 26x=468 \Leftrightarrow x=18\)
  10. \( 4 x-3=\frac{x}{9}+172 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 36x-27=x+1548 \Leftrightarrow 36x-x=1548+27 \Leftrightarrow 35x=1575 \Leftrightarrow x=45\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=4 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=28 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-06 23:12:40
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen