Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 351. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 39. Wat zijn die getallen?\(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 49. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 269. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 6 jaar jonger. Samen zijn ze 26 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  8. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 230. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 492. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  2. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{11}x=12 \overset{\mbox{ .77 }}{ \Leftrightarrow } 11x-7x=924 \Leftrightarrow 4x=924 \Leftrightarrow x=231\)
  3. \( 9 x-4=\frac{x}{8}+351 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-32=x+2808 \Leftrightarrow 72x-x=2808+32 \Leftrightarrow 71x=2840 \Leftrightarrow x=40\)
  4. \(x+x+1+x+2 = 39\Leftrightarrow 3x+3=39 \Leftrightarrow 3x = 36\Leftrightarrow x = 12 \text{ De getallen zijn 12, 13 en 14}\)
  5. \(x+40 = 49\Leftrightarrow x=49- 40 \Leftrightarrow x = 9\)
  6. \( 5 x-4=\frac{x}{8}+269 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 40x-32=x+2152 \Leftrightarrow 40x-x=2152+32 \Leftrightarrow 39x=2184 \Leftrightarrow x=56\)
  7. \(x+x-6 = 26\Leftrightarrow 2x-6=26 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Noah is 16 jaar}\)
  8. \( 7 x-8=\frac{x}{5}+230 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 35x-40=x+1150 \Leftrightarrow 35x-x=1150+40 \Leftrightarrow 34x=1190 \Leftrightarrow x=35\)
  9. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=25 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=900 \Leftrightarrow 5x=900 \Leftrightarrow x=180\)
  10. \( 8 x-5=\frac{x}{9}+492 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-45=x+4428 \Leftrightarrow 72x-x=4428+45 \Leftrightarrow 71x=4473 \Leftrightarrow x=63\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  12. \(x=40 + 7 \Leftrightarrow x=47\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-11 12:22:53
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen