Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 80. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 31 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  4. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 170. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een achtste van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een getal vermindert met 20 bekom je -8. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 422. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 33. Wat zijn die getallen?\(\)
  10. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 101. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 156. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 5 x-7=\frac{x}{6}+80 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 30x-42=x+480 \Leftrightarrow 30x-x=480+42 \Leftrightarrow 29x=522 \Leftrightarrow x=18\)
  2. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{11}x=4 \overset{\mbox{ .77 }}{ \Leftrightarrow } 11x-7x=308 \Leftrightarrow 4x=308 \Leftrightarrow x=77\)
  3. \(x+x+3 = 31\Leftrightarrow 2x+3=31 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Wietse is 14 jaar}\)
  4. \( 6 x-5=\frac{x}{6}+170 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-30=x+1020 \Leftrightarrow 36x-x=1020+30 \Leftrightarrow 35x=1050 \Leftrightarrow x=30\)
  5. \( \frac{1}{8}x-\frac{1}{11}x=6 \overset{\mbox{ .88 }}{ \Leftrightarrow } 11x-8x=528 \Leftrightarrow 3x=528 \Leftrightarrow x=176\)
  6. \(x-20 = -8\Leftrightarrow x=-8+ 20 \Leftrightarrow x = 12\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=20 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=480 \Leftrightarrow 5x=480 \Leftrightarrow x=96\)
  8. \( 9 x-4=\frac{x}{8}+422 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-32=x+3376 \Leftrightarrow 72x-x=3376+32 \Leftrightarrow 71x=3408 \Leftrightarrow x=48\)
  9. \(x+x+1+x+2 = 33\Leftrightarrow 3x+3=33 \Leftrightarrow 3x = 30\Leftrightarrow x = 10 \text{ De getallen zijn 10, 11 en 12}\)
  10. \( 7 x-9=\frac{x}{8}+101 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 56x-72=x+808 \Leftrightarrow 56x-x=808+72 \Leftrightarrow 55x=880 \Leftrightarrow x=16\)
  11. \( 8 x-5=\frac{x}{3}+156 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 24x-15=x+468 \Leftrightarrow 24x-x=468+15 \Leftrightarrow 23x=483 \Leftrightarrow x=21\)
  12. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-22 12:51:14
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen