Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 59. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 117. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 7 jaar ouder. Samen zijn ze 41 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  6. \(\)als je een getal vermindert met 35 bekom je -7. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 51. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  10. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  2. \(x=20 - 3 \Leftrightarrow x=17\)
  3. \( 7 x-9=\frac{x}{5}+59 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 35x-45=x+295 \Leftrightarrow 35x-x=295+45 \Leftrightarrow 34x=340 \Leftrightarrow x=10\)
  4. \( 5 x-3=\frac{x}{5}+117 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-15=x+585 \Leftrightarrow 25x-x=585+15 \Leftrightarrow 24x=600 \Leftrightarrow x=25\)
  5. \(x+x+7 = 41\Leftrightarrow 2x+7=41 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Xander is 17 jaar}\)
  6. \(x-35 = -7\Leftrightarrow x=-7+ 35 \Leftrightarrow x = 28\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=20 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=480 \Leftrightarrow 5x=480 \Leftrightarrow x=96\)
  8. \(x+30 = 51\Leftrightarrow x=51- 30 \Leftrightarrow x = 21\)
  9. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  10. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{11}x=7 \overset{\mbox{ .44 }}{ \Leftrightarrow } 11x-4x=308 \Leftrightarrow 7x=308 \Leftrightarrow x=44\)
  11. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=35 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=2100 \Leftrightarrow 7x=2100 \Leftrightarrow x=300\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-29 16:43:36
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen