Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Lennert is x jaar. Zijn zus is 5 jaar ouder. Samen zijn ze 29 jaar. Hoe oud is Lennert ?\(\)
  2. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 426. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een getal vermindert met 20 bekom je -8. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  6. \(\)als je een getal vermeerdert met 50 bekom je 92. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  8. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 46. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  12. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+5 = 29\Leftrightarrow 2x+5=29 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Lennert is 12 jaar}\)
  2. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=4 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=48 \Leftrightarrow 1x=48 \Leftrightarrow x=48\)
  3. \( 9 x-8=\frac{x}{7}+426 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 63x-56=x+2982 \Leftrightarrow 63x-x=2982+56 \Leftrightarrow 62x=3038 \Leftrightarrow x=49\)
  4. \(x-20 = -8\Leftrightarrow x=-8+ 20 \Leftrightarrow x = 12\)
  5. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  6. \(x+50 = 92\Leftrightarrow x=92- 50 \Leftrightarrow x = 42\)
  7. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  8. \( 6 x-5=\frac{x}{3}+46 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 18x-15=x+138 \Leftrightarrow 18x-x=138+15 \Leftrightarrow 17x=153 \Leftrightarrow x=9\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  10. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=12 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=336 \Leftrightarrow 3x=336 \Leftrightarrow x=112\)
  11. \(x=20 + 7 \Leftrightarrow x=27\)
  12. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=4 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=252 \Leftrightarrow 2x=252 \Leftrightarrow x=126\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-08 18:27:48
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen