Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 172. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 6 jaar ouder. Samen zijn ze 40 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  3. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 45. Wat zijn die getallen?\(\)
  4. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 228. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 41. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  11. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 9 x-4=\frac{x}{5}+172 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 45x-20=x+860 \Leftrightarrow 45x-x=860+20 \Leftrightarrow 44x=880 \Leftrightarrow x=20\)
  2. \(x+x+6 = 40\Leftrightarrow 2x+6=40 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Noah is 17 jaar}\)
  3. \(x+x+1+x+2 = 45\Leftrightarrow 3x+3=45 \Leftrightarrow 3x = 42\Leftrightarrow x = 14 \text{ De getallen zijn 14, 15 en 16}\)
  4. \(x=40 + 3 \Leftrightarrow x=43\)
  5. \( 5 x-6=\frac{x}{8}+228 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 40x-48=x+1824 \Leftrightarrow 40x-x=1824+48 \Leftrightarrow 39x=1872 \Leftrightarrow x=48\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=21 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  8. \( 6 x-5=\frac{x}{4}+41 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-20=x+164 \Leftrightarrow 24x-x=164+20 \Leftrightarrow 23x=184 \Leftrightarrow x=8\)
  9. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=10 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=660 \Leftrightarrow 5x=660 \Leftrightarrow x=132\)
  10. \(x=50 - 7 \Leftrightarrow x=43\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-01 21:21:48
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen