Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 2 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 106. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 33. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 314. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 7 jaar ouder. Samen zijn ze 39 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  9. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een getal vermeerdert met 50 bekom je 85. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{11}x=20 \overset{\mbox{ .77 }}{ \Leftrightarrow } 11x-7x=1540 \Leftrightarrow 4x=1540 \Leftrightarrow x=385\)
  2. \(x=25 - 2 \Leftrightarrow x=23\)
  3. \( 4 x-9=\frac{x}{6}+106 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 24x-54=x+636 \Leftrightarrow 24x-x=636+54 \Leftrightarrow 23x=690 \Leftrightarrow x=30\)
  4. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=6 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=168 \Leftrightarrow 3x=168 \Leftrightarrow x=56\)
  5. \( 3 x-7=\frac{x}{3}+33 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-21=x+99 \Leftrightarrow 9x-x=99+21 \Leftrightarrow 8x=120 \Leftrightarrow x=15\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=3 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=30 \Leftrightarrow 3x=30 \Leftrightarrow x=10\)
  7. \( 9 x-4=\frac{x}{6}+314 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-24=x+1884 \Leftrightarrow 54x-x=1884+24 \Leftrightarrow 53x=1908 \Leftrightarrow x=36\)
  8. \(x+x+7 = 39\Leftrightarrow 2x+7=39 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Ruben is 16 jaar}\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=14 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  10. \(x+50 = 85\Leftrightarrow x=85- 50 \Leftrightarrow x = 35\)
  11. \(x=45 + 2 \Leftrightarrow x=47\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-29 03:49:59
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen