Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 36. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 83. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  4. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 198. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een getal vermeerdert met 20 bekom je 55. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een negende van het getal en 352. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 116. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 16 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 3 x-4=\frac{x}{7}+36 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 21x-28=x+252 \Leftrightarrow 21x-x=252+28 \Leftrightarrow 20x=280 \Leftrightarrow x=14\)
  2. \( 4 x-9=\frac{x}{6}+83 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 24x-54=x+498 \Leftrightarrow 24x-x=498+54 \Leftrightarrow 23x=552 \Leftrightarrow x=24\)
  3. \(x=35 + 2 \Leftrightarrow x=37\)
  4. \( 5 x-6=\frac{x}{7}+198 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-42=x+1386 \Leftrightarrow 35x-x=1386+42 \Leftrightarrow 34x=1428 \Leftrightarrow x=42\)
  5. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=35 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=1050 \Leftrightarrow 7x=1050 \Leftrightarrow x=150\)
  6. \(x+20 = 55\Leftrightarrow x=55- 20 \Leftrightarrow x = 35\)
  7. \( 8 x-3=\frac{x}{9}+352 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-27=x+3168 \Leftrightarrow 72x-x=3168+27 \Leftrightarrow 71x=3195 \Leftrightarrow x=45\)
  8. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=28 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1680 \Leftrightarrow 7x=1680 \Leftrightarrow x=240\)
  9. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
  10. \( 6 x-7=\frac{x}{7}+116 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-49=x+812 \Leftrightarrow 42x-x=812+49 \Leftrightarrow 41x=861 \Leftrightarrow x=21\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=16 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=336 \Leftrightarrow 4x=336 \Leftrightarrow x=84\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-06 01:25:20
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen