Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 4 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  2. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 7 jaar ouder. Samen zijn ze 39 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 99. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 240. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 261. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een derde van het getal en 52. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 16 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  11. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 235. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 19 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=45 - 4 \Leftrightarrow x=41\)
  2. \(x+x+7 = 39\Leftrightarrow 2x+7=39 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Xander is 16 jaar}\)
  3. \( 4 x-9=\frac{x}{7}+99 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-63=x+693 \Leftrightarrow 28x-x=693+63 \Leftrightarrow 27x=756 \Leftrightarrow x=28\)
  4. \( 6 x-5=\frac{x}{6}+240 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-30=x+1440 \Leftrightarrow 36x-x=1440+30 \Leftrightarrow 35x=1470 \Leftrightarrow x=42\)
  5. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=25 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=900 \Leftrightarrow 5x=900 \Leftrightarrow x=180\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=5 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=20 \Leftrightarrow 1x=20 \Leftrightarrow x=20\)
  7. \( 9 x-4=\frac{x}{6}+261 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-24=x+1566 \Leftrightarrow 54x-x=1566+24 \Leftrightarrow 53x=1590 \Leftrightarrow x=30\)
  8. \( 7 x-8=\frac{x}{3}+52 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-24=x+156 \Leftrightarrow 21x-x=156+24 \Leftrightarrow 20x=180 \Leftrightarrow x=9\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{11}x=16 \overset{\mbox{ .33 }}{ \Leftrightarrow } 11x-3x=528 \Leftrightarrow 8x=528 \Leftrightarrow x=66\)
  10. \(x=45 - 7 \Leftrightarrow x=38\)
  11. \( 5 x-3=\frac{x}{7}+235 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-21=x+1645 \Leftrightarrow 35x-x=1645+21 \Leftrightarrow 34x=1666 \Leftrightarrow x=49\)
  12. \(x+x-5 = 19\Leftrightarrow 2x-5=19 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Ruben is 12 jaar}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-10 06:00:44
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen