Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 7 jaar ouder. Samen zijn ze 31 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  2. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 149. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 184. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een getal vermindert met 50 bekom je -1. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 39. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 141. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 24 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 50. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+7 = 31\Leftrightarrow 2x+7=31 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Ilias is 12 jaar}\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  3. \( 9 x-7=\frac{x}{3}+149 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-21=x+447 \Leftrightarrow 27x-x=447+21 \Leftrightarrow 26x=468 \Leftrightarrow x=18\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  5. \( 7 x-5=\frac{x}{4}+184 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-20=x+736 \Leftrightarrow 28x-x=736+20 \Leftrightarrow 27x=756 \Leftrightarrow x=28\)
  6. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{11}x=20 \overset{\mbox{ .77 }}{ \Leftrightarrow } 11x-7x=1540 \Leftrightarrow 4x=1540 \Leftrightarrow x=385\)
  7. \(x-50 = -1\Leftrightarrow x=-1+ 50 \Leftrightarrow x = 49\)
  8. \( 3 x-7=\frac{x}{8}+39 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 24x-56=x+312 \Leftrightarrow 24x-x=312+56 \Leftrightarrow 23x=368 \Leftrightarrow x=16\)
  9. \( 5 x-3=\frac{x}{5}+141 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-15=x+705 \Leftrightarrow 25x-x=705+15 \Leftrightarrow 24x=720 \Leftrightarrow x=30\)
  10. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{11}x=24 \overset{\mbox{ .55 }}{ \Leftrightarrow } 11x-5x=1320 \Leftrightarrow 6x=1320 \Leftrightarrow x=220\)
  11. \(x+35 = 50\Leftrightarrow x=50- 35 \Leftrightarrow x = 15\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=2 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=30 \Leftrightarrow 2x=30 \Leftrightarrow x=15\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-22 01:56:00
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen