Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 100. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)Lennert is x jaar. Zijn zus is 7 jaar jonger. Samen zijn ze 15 jaar. Hoe oud is Lennert ?\(\)
  4. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 244. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 27 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 154. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 47. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  11. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 6 x-5=\frac{x}{6}+100 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-30=x+600 \Leftrightarrow 36x-x=600+30 \Leftrightarrow 35x=630 \Leftrightarrow x=18\)
  2. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=12 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=840 \Leftrightarrow 3x=840 \Leftrightarrow x=280\)
  3. \(x+x-7 = 15\Leftrightarrow 2x-7=15 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Lennert is 11 jaar}\)
  4. \( 9 x-4=\frac{x}{7}+244 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 63x-28=x+1708 \Leftrightarrow 63x-x=1708+28 \Leftrightarrow 62x=1736 \Leftrightarrow x=28\)
  5. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=21 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=27 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=594 \Leftrightarrow 9x=594 \Leftrightarrow x=66\)
  7. \( 8 x-7=\frac{x}{3}+154 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 24x-21=x+462 \Leftrightarrow 24x-x=462+21 \Leftrightarrow 23x=483 \Leftrightarrow x=21\)
  8. \(x+35 = 47\Leftrightarrow x=47- 35 \Leftrightarrow x = 12\)
  9. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=3 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=84 \Leftrightarrow 3x=84 \Leftrightarrow x=28\)
  10. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=18 \Leftrightarrow 1x=18 \Leftrightarrow x=18\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-21 17:02:29
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen