Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een getal vermeerdert met 25 bekom je 41. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 42. Wat zijn die getallen?\(\)
  4. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 266. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 169. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 35. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een getal vermindert met 40 bekom je 16. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 101. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 5 jaar ouder. Samen zijn ze 29 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+25 = 41\Leftrightarrow x=41- 25 \Leftrightarrow x = 16\)
  2. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=28 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1680 \Leftrightarrow 7x=1680 \Leftrightarrow x=240\)
  3. \(x+x+1+x+2 = 42\Leftrightarrow 3x+3=42 \Leftrightarrow 3x = 39\Leftrightarrow x = 13 \text{ De getallen zijn 13, 14 en 15}\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
  5. \( 8 x-7=\frac{x}{5}+266 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 40x-35=x+1330 \Leftrightarrow 40x-x=1330+35 \Leftrightarrow 39x=1365 \Leftrightarrow x=35\)
  6. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=5 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=60 \Leftrightarrow 1x=60 \Leftrightarrow x=60\)
  7. \( 9 x-7=\frac{x}{5}+169 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 45x-35=x+845 \Leftrightarrow 45x-x=845+35 \Leftrightarrow 44x=880 \Leftrightarrow x=20\)
  8. \(x=35 + 3 \Leftrightarrow x=38\)
  9. \( 5 x-7=\frac{x}{3}+35 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-21=x+105 \Leftrightarrow 15x-x=105+21 \Leftrightarrow 14x=126 \Leftrightarrow x=9\)
  10. \(x-40 = 16\Leftrightarrow x=16+ 40 \Leftrightarrow x = 56\)
  11. \( 4 x-7=\frac{x}{7}+101 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-49=x+707 \Leftrightarrow 28x-x=707+49 \Leftrightarrow 27x=756 \Leftrightarrow x=28\)
  12. \(x+x+5 = 29\Leftrightarrow 2x+5=29 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Joran is 12 jaar}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-20 19:11:32
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen