Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 159. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 51. Wat zijn die getallen?\(\)
  5. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  7. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een getal vermindert met 40 bekom je 9. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een derde van het getal en 32. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  11. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  12. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 150. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=1 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=4 \Leftrightarrow 1x=4 \Leftrightarrow x=4\)
  2. \( 4 x-3=\frac{x}{7}+159 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-21=x+1113 \Leftrightarrow 28x-x=1113+21 \Leftrightarrow 27x=1134 \Leftrightarrow x=42\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=12 \Leftrightarrow 2x=12 \Leftrightarrow x=6\)
  4. \(x+x+1+x+2 = 51\Leftrightarrow 3x+3=51 \Leftrightarrow 3x = 48\Leftrightarrow x = 16 \text{ De getallen zijn 16, 17 en 18}\)
  5. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  6. \(x=35 + 3 \Leftrightarrow x=38\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=21 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  8. \(x-40 = 9\Leftrightarrow x=9+ 40 \Leftrightarrow x = 49\)
  9. \( 7 x-8=\frac{x}{3}+32 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-24=x+96 \Leftrightarrow 21x-x=96+24 \Leftrightarrow 20x=120 \Leftrightarrow x=6\)
  10. \(x=25 + 3 \Leftrightarrow x=28\)
  11. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  12. \( 5 x-6=\frac{x}{8}+150 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 40x-48=x+1200 \Leftrightarrow 40x-x=1200+48 \Leftrightarrow 39x=1248 \Leftrightarrow x=32\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-28 00:22:53
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen