Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 159. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 178. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 57. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een derde van het getal en 72. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 87. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 50. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 83. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 6 x-5=\frac{x}{7}+159 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-35=x+1113 \Leftrightarrow 42x-x=1113+35 \Leftrightarrow 41x=1148 \Leftrightarrow x=28\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  3. \( 3 x-4=\frac{x}{9}+178 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-36=x+1602 \Leftrightarrow 27x-x=1602+36 \Leftrightarrow 26x=1638 \Leftrightarrow x=63\)
  4. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=12 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=252 \Leftrightarrow 4x=252 \Leftrightarrow x=63\)
  5. \(x+45 = 57\Leftrightarrow x=57- 45 \Leftrightarrow x = 12\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=14 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  7. \( 7 x-8=\frac{x}{3}+72 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-24=x+216 \Leftrightarrow 21x-x=216+24 \Leftrightarrow 20x=240 \Leftrightarrow x=12\)
  8. \( 8 x-7=\frac{x}{6}+87 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 48x-42=x+522 \Leftrightarrow 48x-x=522+42 \Leftrightarrow 47x=564 \Leftrightarrow x=12\)
  9. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  10. \( 5 x-8=\frac{x}{6}+50 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 30x-48=x+300 \Leftrightarrow 30x-x=300+48 \Leftrightarrow 29x=348 \Leftrightarrow x=12\)
  11. \( 4 x-9=\frac{x}{6}+83 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 24x-54=x+498 \Leftrightarrow 24x-x=498+54 \Leftrightarrow 23x=552 \Leftrightarrow x=24\)
  12. \(x=20 + 7 \Leftrightarrow x=27\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-01 04:31:24
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen