Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 51. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 60. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 41. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 16 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  6. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 282. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 216. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 4 x-3=\frac{x}{7}+51 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-21=x+357 \Leftrightarrow 28x-x=357+21 \Leftrightarrow 27x=378 \Leftrightarrow x=14\)
  2. \(x=45 + 7 \Leftrightarrow x=52\)
  3. \( 7 x-8=\frac{x}{5}+60 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 35x-40=x+300 \Leftrightarrow 35x-x=300+40 \Leftrightarrow 34x=340 \Leftrightarrow x=10\)
  4. \( 3 x-5=\frac{x}{8}+41 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 24x-40=x+328 \Leftrightarrow 24x-x=328+40 \Leftrightarrow 23x=368 \Leftrightarrow x=16\)
  5. \(x+x-4 = 16\Leftrightarrow 2x-4=16 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Joran is 10 jaar}\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=28 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  8. \( 6 x-5=\frac{x}{7}+282 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-35=x+1974 \Leftrightarrow 42x-x=1974+35 \Leftrightarrow 41x=2009 \Leftrightarrow x=49\)
  9. \( 9 x-4=\frac{x}{5}+216 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 45x-20=x+1080 \Leftrightarrow 45x-x=1080+20 \Leftrightarrow 44x=1100 \Leftrightarrow x=25\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
  12. \(x=50 + 7 \Leftrightarrow x=57\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-28 01:00:37
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen