Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 2 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een derde van het getal en 54. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 350. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 65. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 6 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  7. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 155. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een negende van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 152. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=35 - 2 \Leftrightarrow x=33\)
  2. \( 7 x-6=\frac{x}{3}+54 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-18=x+162 \Leftrightarrow 21x-x=162+18 \Leftrightarrow 20x=180 \Leftrightarrow x=9\)
  3. \( 9 x-5=\frac{x}{8}+350 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-40=x+2800 \Leftrightarrow 72x-x=2800+40 \Leftrightarrow 71x=2840 \Leftrightarrow x=40\)
  4. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=35 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=2100 \Leftrightarrow 7x=2100 \Leftrightarrow x=300\)
  5. \(x+30 = 65\Leftrightarrow x=65- 30 \Leftrightarrow x = 35\)
  6. \(x=35 - 6 \Leftrightarrow x=29\)
  7. \( 4 x-7=\frac{x}{7}+155 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-49=x+1085 \Leftrightarrow 28x-x=1085+49 \Leftrightarrow 27x=1134 \Leftrightarrow x=42\)
  8. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=15 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=1050 \Leftrightarrow 3x=1050 \Leftrightarrow x=350\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  10. \( \frac{1}{9}x-\frac{1}{11}x=4 \overset{\mbox{ .99 }}{ \Leftrightarrow } 11x-9x=396 \Leftrightarrow 2x=396 \Leftrightarrow x=198\)
  11. \( 3 x-4=\frac{x}{9}+152 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-36=x+1368 \Leftrightarrow 27x-x=1368+36 \Leftrightarrow 26x=1404 \Leftrightarrow x=54\)
  12. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=9 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=360 \Leftrightarrow 3x=360 \Leftrightarrow x=120\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-15 12:29:13
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen