Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  2. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  3. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een derde van het getal en 43. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 65. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een negende van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 4 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  9. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 34 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  11. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 36. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
  2. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=12 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=252 \Leftrightarrow 4x=252 \Leftrightarrow x=63\)
  4. \( 8 x-3=\frac{x}{3}+43 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 24x-9=x+129 \Leftrightarrow 24x-x=129+9 \Leftrightarrow 23x=138 \Leftrightarrow x=6\)
  5. \( 6 x-5=\frac{x}{6}+65 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-30=x+390 \Leftrightarrow 36x-x=390+30 \Leftrightarrow 35x=420 \Leftrightarrow x=12\)
  6. \( \frac{1}{9}x-\frac{1}{11}x=2 \overset{\mbox{ .99 }}{ \Leftrightarrow } 11x-9x=198 \Leftrightarrow 2x=198 \Leftrightarrow x=99\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=5 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=30 \Leftrightarrow 1x=30 \Leftrightarrow x=30\)
  8. \(x=45 - 4 \Leftrightarrow x=41\)
  9. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
  10. \(x+x+8 = 34\Leftrightarrow 2x+8=34 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Wietse is 13 jaar}\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
  12. \( 3 x-4=\frac{x}{3}+36 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-12=x+108 \Leftrightarrow 9x-x=108+12 \Leftrightarrow 8x=120 \Leftrightarrow x=15\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-08 12:29:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen