Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 14. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 52. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 270. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een negende van het getal en 417. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 30 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 25 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  7. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  8. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 258. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een getal vermindert met 20 bekom je 22. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 3 x-8=\frac{x}{4}+14 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 12x-32=x+56 \Leftrightarrow 12x-x=56+32 \Leftrightarrow 11x=88 \Leftrightarrow x=8\)
  2. \( 5 x-6=\frac{x}{6}+52 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 30x-36=x+312 \Leftrightarrow 30x-x=312+36 \Leftrightarrow 29x=348 \Leftrightarrow x=12\)
  3. \( 7 x-5=\frac{x}{8}+270 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 56x-40=x+2160 \Leftrightarrow 56x-x=2160+40 \Leftrightarrow 55x=2200 \Leftrightarrow x=40\)
  4. \( 8 x-9=\frac{x}{9}+417 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-81=x+3753 \Leftrightarrow 72x-x=3753+81 \Leftrightarrow 71x=3834 \Leftrightarrow x=54\)
  5. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{11}x=30 \overset{\mbox{ .55 }}{ \Leftrightarrow } 11x-5x=1650 \Leftrightarrow 6x=1650 \Leftrightarrow x=275\)
  6. \(x+x-5 = 25\Leftrightarrow 2x-5=25 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Wietse is 15 jaar}\)
  7. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  8. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=35 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=2100 \Leftrightarrow 7x=2100 \Leftrightarrow x=300\)
  9. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  10. \( 6 x-7=\frac{x}{9}+258 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-63=x+2322 \Leftrightarrow 54x-x=2322+63 \Leftrightarrow 53x=2385 \Leftrightarrow x=45\)
  11. \(x-20 = 22\Leftrightarrow x=22+ 20 \Leftrightarrow x = 42\)
  12. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=9 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=630 \Leftrightarrow 3x=630 \Leftrightarrow x=210\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-12 16:45:46
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen