Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een negende van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 268. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 24 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  11. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 51. Wat zijn die getallen?\(\)
  12. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 45 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=28 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1680 \Leftrightarrow 7x=1680 \Leftrightarrow x=240\)
  2. \( \frac{1}{9}x-\frac{1}{11}x=2 \overset{\mbox{ .99 }}{ \Leftrightarrow } 11x-9x=198 \Leftrightarrow 2x=198 \Leftrightarrow x=99\)
  3. \( 8 x-7=\frac{x}{7}+268 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 56x-49=x+1876 \Leftrightarrow 56x-x=1876+49 \Leftrightarrow 55x=1925 \Leftrightarrow x=35\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
  5. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=15 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=1050 \Leftrightarrow 3x=1050 \Leftrightarrow x=350\)
  6. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=15 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=540 \Leftrightarrow 5x=540 \Leftrightarrow x=108\)
  7. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=8 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=504 \Leftrightarrow 2x=504 \Leftrightarrow x=252\)
  8. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{11}x=24 \overset{\mbox{ .33 }}{ \Leftrightarrow } 11x-3x=792 \Leftrightarrow 8x=792 \Leftrightarrow x=99\)
  9. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  10. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
  11. \(x+x+1+x+2 = 51\Leftrightarrow 3x+3=51 \Leftrightarrow 3x = 48\Leftrightarrow x = 16 \text{ De getallen zijn 16, 17 en 18}\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=45 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=990 \Leftrightarrow 9x=990 \Leftrightarrow x=110\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-16 11:58:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen