Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  2. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  5. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 24 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 243. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een getal vermeerdert met 20 bekom je 38. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 24 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een getal vermindert met 45 bekom je -17. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=20 + 3 \Leftrightarrow x=23\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  3. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=2 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=126 \Leftrightarrow 2x=126 \Leftrightarrow x=63\)
  4. \(x=50 - 3 \Leftrightarrow x=47\)
  5. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{9}x=20 \overset{\mbox{ .45 }}{ \Leftrightarrow } 9x-5x=900 \Leftrightarrow 4x=900 \Leftrightarrow x=225\)
  6. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{11}x=24 \overset{\mbox{ .55 }}{ \Leftrightarrow } 11x-5x=1320 \Leftrightarrow 6x=1320 \Leftrightarrow x=220\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=21 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  8. \( 7 x-5=\frac{x}{9}+243 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 63x-45=x+2187 \Leftrightarrow 63x-x=2187+45 \Leftrightarrow 62x=2232 \Leftrightarrow x=36\)
  9. \(x+20 = 38\Leftrightarrow x=38- 20 \Leftrightarrow x = 18\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{11}x=24 \overset{\mbox{ .33 }}{ \Leftrightarrow } 11x-3x=792 \Leftrightarrow 8x=792 \Leftrightarrow x=99\)
  11. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=3 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=210 \Leftrightarrow 3x=210 \Leftrightarrow x=70\)
  12. \(x-45 = -17\Leftrightarrow x=-17+ 45 \Leftrightarrow x = 28\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-25 23:07:26
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen