Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 6 jaar ouder. Samen zijn ze 30 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  2. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  3. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 31 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  4. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 2 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  5. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  8. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 45 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een derde van het getal en 25. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 209. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een negende van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+6 = 30\Leftrightarrow 2x+6=30 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Noah is 12 jaar}\)
  2. \(x=50 - 3 \Leftrightarrow x=47\)
  3. \(x+x-3 = 31\Leftrightarrow 2x-3=31 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Ilias is 17 jaar}\)
  4. \(x=25 - 2 \Leftrightarrow x=23\)
  5. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  6. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=9 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=630 \Leftrightarrow 3x=630 \Leftrightarrow x=210\)
  7. \(x=20 + 3 \Leftrightarrow x=23\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=45 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=990 \Leftrightarrow 9x=990 \Leftrightarrow x=110\)
  9. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  10. \( 5 x-3=\frac{x}{3}+25 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-9=x+75 \Leftrightarrow 15x-x=75+9 \Leftrightarrow 14x=84 \Leftrightarrow x=6\)
  11. \( 9 x-4=\frac{x}{8}+209 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-32=x+1672 \Leftrightarrow 72x-x=1672+32 \Leftrightarrow 71x=1704 \Leftrightarrow x=24\)
  12. \( \frac{1}{9}x-\frac{1}{11}x=10 \overset{\mbox{ .99 }}{ \Leftrightarrow } 11x-9x=990 \Leftrightarrow 2x=990 \Leftrightarrow x=495\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-06 20:03:38
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen