Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 51. Wat zijn die getallen?\(\)
  3. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 140. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 164. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 275. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  10. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  12. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  2. \(x+x+1+x+2 = 51\Leftrightarrow 3x+3=51 \Leftrightarrow 3x = 48\Leftrightarrow x = 16 \text{ De getallen zijn 16, 17 en 18}\)
  3. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
  4. \( 6 x-5=\frac{x}{5}+140 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-25=x+700 \Leftrightarrow 30x-x=700+25 \Leftrightarrow 29x=725 \Leftrightarrow x=25\)
  5. \( 5 x-4=\frac{x}{5}+164 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-20=x+820 \Leftrightarrow 25x-x=820+20 \Leftrightarrow 24x=840 \Leftrightarrow x=35\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=4 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=24 \Leftrightarrow 2x=24 \Leftrightarrow x=12\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=15 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=150 \Leftrightarrow 3x=150 \Leftrightarrow x=50\)
  8. \( 8 x-7=\frac{x}{6}+275 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 48x-42=x+1650 \Leftrightarrow 48x-x=1650+42 \Leftrightarrow 47x=1692 \Leftrightarrow x=36\)
  9. \(x=50 + 3 \Leftrightarrow x=53\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=9 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=198 \Leftrightarrow 9x=198 \Leftrightarrow x=22\)
  11. \(x=35 + 2 \Leftrightarrow x=37\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=14 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=252 \Leftrightarrow 7x=252 \Leftrightarrow x=36\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-04 14:39:48
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen