Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  3. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 200. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 6 jaar ouder. Samen zijn ze 32 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  6. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een negende van het getal en 121. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)Ruben is x jaar. Zijn zus is 8 jaar jonger. Samen zijn ze 18 jaar. Hoe oud is Ruben ?\(\)
  9. \(\)als je een getal vermindert met 45 bekom je -10. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 86. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=90 \Leftrightarrow 2x=90 \Leftrightarrow x=45\)
  2. \(x=40 - 3 \Leftrightarrow x=37\)
  3. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  4. \( 6 x-5=\frac{x}{7}+200 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-35=x+1400 \Leftrightarrow 42x-x=1400+35 \Leftrightarrow 41x=1435 \Leftrightarrow x=35\)
  5. \(x+x+6 = 32\Leftrightarrow 2x+6=32 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Ilias is 13 jaar}\)
  6. \( 7 x-3=\frac{x}{9}+121 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 63x-27=x+1089 \Leftrightarrow 63x-x=1089+27 \Leftrightarrow 62x=1116 \Leftrightarrow x=18\)
  7. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=20 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=720 \Leftrightarrow 5x=720 \Leftrightarrow x=144\)
  8. \(x+x-8 = 18\Leftrightarrow 2x-8=18 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Ruben is 13 jaar}\)
  9. \(x-45 = -10\Leftrightarrow x=-10+ 45 \Leftrightarrow x = 35\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=1 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=4 \Leftrightarrow 1x=4 \Leftrightarrow x=4\)
  11. \( 4 x-7=\frac{x}{8}+86 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-56=x+688 \Leftrightarrow 32x-x=688+56 \Leftrightarrow 31x=744 \Leftrightarrow x=24\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-01 18:26:10
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen