Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 152. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een derde van het getal en 22. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 364. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 38 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  7. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 138. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  11. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 78. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=25 + 2 \Leftrightarrow x=27\)
  2. \( 6 x-7=\frac{x}{9}+152 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-63=x+1368 \Leftrightarrow 54x-x=1368+63 \Leftrightarrow 53x=1431 \Leftrightarrow x=27\)
  3. \( 5 x-6=\frac{x}{3}+22 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-18=x+66 \Leftrightarrow 15x-x=66+18 \Leftrightarrow 14x=84 \Leftrightarrow x=6\)
  4. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=350 \Leftrightarrow 2x=350 \Leftrightarrow x=175\)
  5. \( 9 x-7=\frac{x}{6}+364 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-42=x+2184 \Leftrightarrow 54x-x=2184+42 \Leftrightarrow 53x=2226 \Leftrightarrow x=42\)
  6. \(x+x+8 = 38\Leftrightarrow 2x+8=38 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Joran is 15 jaar}\)
  7. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{12}x=25 \overset{\mbox{ .84 }}{ \Leftrightarrow } 12x-7x=2100 \Leftrightarrow 5x=2100 \Leftrightarrow x=420\)
  8. \( 8 x-3=\frac{x}{6}+138 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 48x-18=x+828 \Leftrightarrow 48x-x=828+18 \Leftrightarrow 47x=846 \Leftrightarrow x=18\)
  9. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  10. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  11. \( 7 x-4=\frac{x}{6}+78 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 42x-24=x+468 \Leftrightarrow 42x-x=468+24 \Leftrightarrow 41x=492 \Leftrightarrow x=12\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=12 \Leftrightarrow 2x=12 \Leftrightarrow x=6\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-08 23:21:08
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen