Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 4 jaar ouder. Samen zijn ze 36 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  3. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  4. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 4 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 205. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 208. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 7 jaar jonger. Samen zijn ze 23 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  8. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  10. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 98. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=21 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  2. \(x+x+4 = 36\Leftrightarrow 2x+4=36 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Xander is 16 jaar}\)
  3. \(x=50 - 3 \Leftrightarrow x=47\)
  4. \(x=25 + 4 \Leftrightarrow x=29\)
  5. \( 6 x-5=\frac{x}{6}+205 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-30=x+1230 \Leftrightarrow 36x-x=1230+30 \Leftrightarrow 35x=1260 \Leftrightarrow x=36\)
  6. \( 9 x-5=\frac{x}{8}+208 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-40=x+1664 \Leftrightarrow 72x-x=1664+40 \Leftrightarrow 71x=1704 \Leftrightarrow x=24\)
  7. \(x+x-7 = 23\Leftrightarrow 2x-7=23 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Xander is 15 jaar}\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  9. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  10. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=15 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=360 \Leftrightarrow 5x=360 \Leftrightarrow x=72\)
  12. \( 3 x-4=\frac{x}{6}+98 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 18x-24=x+588 \Leftrightarrow 18x-x=588+24 \Leftrightarrow 17x=612 \Leftrightarrow x=36\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-09 21:39:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen