Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een negende van het getal en 131. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 53. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 51. Wat zijn die getallen?\(\)
  6. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  7. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 4 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  8. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 18. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 15 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  11. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  12. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 45 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 4 x-9=\frac{x}{9}+131 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 36x-81=x+1179 \Leftrightarrow 36x-x=1179+81 \Leftrightarrow 35x=1260 \Leftrightarrow x=36\)
  2. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=10 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=360 \Leftrightarrow 5x=360 \Leftrightarrow x=72\)
  3. \(x+45 = 53\Leftrightarrow x=53- 45 \Leftrightarrow x = 8\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=4 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=24 \Leftrightarrow 2x=24 \Leftrightarrow x=12\)
  5. \(x+x+1+x+2 = 51\Leftrightarrow 3x+3=51 \Leftrightarrow 3x = 48\Leftrightarrow x = 16 \text{ De getallen zijn 16, 17 en 18}\)
  6. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  7. \(x=35 - 4 \Leftrightarrow x=31\)
  8. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=28 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  9. \( 3 x-4=\frac{x}{4}+18 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 12x-16=x+72 \Leftrightarrow 12x-x=72+16 \Leftrightarrow 11x=88 \Leftrightarrow x=8\)
  10. \(x+x-5 = 15\Leftrightarrow 2x-5=15 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Xander is 10 jaar}\)
  11. \(x=20 + 7 \Leftrightarrow x=27\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=45 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=990 \Leftrightarrow 9x=990 \Leftrightarrow x=110\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-01 06:02:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen