Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 48. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 47. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  4. \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 58. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 141. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 37. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 30 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  11. \(\)als je een getal vermindert met 45 bekom je 4. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 320. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 9 x-4=\frac{x}{3}+48 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-12=x+144 \Leftrightarrow 27x-x=144+12 \Leftrightarrow 26x=156 \Leftrightarrow x=6\)
  2. \( 4 x-7=\frac{x}{7}+47 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-49=x+329 \Leftrightarrow 28x-x=329+49 \Leftrightarrow 27x=378 \Leftrightarrow x=14\)
  3. \(x=40 + 7 \Leftrightarrow x=47\)
  4. \(x+30 = 58\Leftrightarrow x=58- 30 \Leftrightarrow x = 28\)
  5. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=4 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=48 \Leftrightarrow 1x=48 \Leftrightarrow x=48\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=35 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  8. \( 5 x-3=\frac{x}{5}+141 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-15=x+705 \Leftrightarrow 25x-x=705+15 \Leftrightarrow 24x=720 \Leftrightarrow x=30\)
  9. \( 3 x-7=\frac{x}{4}+37 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 12x-28=x+148 \Leftrightarrow 12x-x=148+28 \Leftrightarrow 11x=176 \Leftrightarrow x=16\)
  10. \(x+x-4 = 30\Leftrightarrow 2x-4=30 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Ilias is 17 jaar}\)
  11. \(x-45 = 4\Leftrightarrow x=4+ 45 \Leftrightarrow x = 49\)
  12. \( 8 x-9=\frac{x}{6}+320 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 48x-54=x+1920 \Leftrightarrow 48x-x=1920+54 \Leftrightarrow 47x=1974 \Leftrightarrow x=42\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-01 07:41:55
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen