Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  2. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 90. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 170. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een negende van het getal en 79. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 63. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  11. \(\)als je een getal vermindert met 30 bekom je 12. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=40 - 7 \Leftrightarrow x=33\)
  2. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=35 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=2100 \Leftrightarrow 7x=2100 \Leftrightarrow x=300\)
  3. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=20 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=720 \Leftrightarrow 5x=720 \Leftrightarrow x=144\)
  4. \( 8 x-3=\frac{x}{4}+90 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 32x-12=x+360 \Leftrightarrow 32x-x=360+12 \Leftrightarrow 31x=372 \Leftrightarrow x=12\)
  5. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=3 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=84 \Leftrightarrow 3x=84 \Leftrightarrow x=28\)
  6. \( 6 x-5=\frac{x}{6}+170 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-30=x+1020 \Leftrightarrow 36x-x=1020+30 \Leftrightarrow 35x=1050 \Leftrightarrow x=30\)
  7. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=12 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=480 \Leftrightarrow 3x=480 \Leftrightarrow x=160\)
  8. \( 5 x-9=\frac{x}{9}+79 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 45x-81=x+711 \Leftrightarrow 45x-x=711+81 \Leftrightarrow 44x=792 \Leftrightarrow x=18\)
  9. \( 9 x-7=\frac{x}{4}+63 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-28=x+252 \Leftrightarrow 36x-x=252+28 \Leftrightarrow 35x=280 \Leftrightarrow x=8\)
  10. \(x=35 - 3 \Leftrightarrow x=32\)
  11. \(x-30 = 12\Leftrightarrow x=12+ 30 \Leftrightarrow x = 42\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-10 01:29:01
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen