Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 55. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een derde van het getal en 25. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een getal vermindert met 30 bekom je -2. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 80. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 7 jaar jonger. Samen zijn ze 27 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  8. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 6 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  9. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 2 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  11. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 4 x-5=\frac{x}{4}+55 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 16x-20=x+220 \Leftrightarrow 16x-x=220+20 \Leftrightarrow 15x=240 \Leftrightarrow x=16\)
  2. \( 5 x-3=\frac{x}{3}+25 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-9=x+75 \Leftrightarrow 15x-x=75+9 \Leftrightarrow 14x=84 \Leftrightarrow x=6\)
  3. \(x-30 = -2\Leftrightarrow x=-2+ 30 \Leftrightarrow x = 28\)
  4. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=12 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=840 \Leftrightarrow 3x=840 \Leftrightarrow x=280\)
  5. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{9}x=8 \overset{\mbox{ .45 }}{ \Leftrightarrow } 9x-5x=360 \Leftrightarrow 4x=360 \Leftrightarrow x=90\)
  6. \( 6 x-5=\frac{x}{3}+80 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 18x-15=x+240 \Leftrightarrow 18x-x=240+15 \Leftrightarrow 17x=255 \Leftrightarrow x=15\)
  7. \(x+x-7 = 27\Leftrightarrow 2x-7=27 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Wietse is 17 jaar}\)
  8. \(x=25 + 6 \Leftrightarrow x=31\)
  9. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=12 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=336 \Leftrightarrow 3x=336 \Leftrightarrow x=112\)
  10. \(x=35 - 2 \Leftrightarrow x=33\)
  11. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{12}x=10 \overset{\mbox{ .84 }}{ \Leftrightarrow } 12x-7x=840 \Leftrightarrow 5x=840 \Leftrightarrow x=168\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=12 \Leftrightarrow 2x=12 \Leftrightarrow x=6\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-02 06:41:58
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen