Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  2. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  3. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 6 jaar jonger. Samen zijn ze 14 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  4. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 20 bekom je 62. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 61. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 45. Wat zijn die getallen?\(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 132. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 71. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 247. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  2. \(x=30 + 7 \Leftrightarrow x=37\)
  3. \(x+x-6 = 14\Leftrightarrow 2x-6=14 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Xander is 10 jaar}\)
  4. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{11}x=35 \overset{\mbox{ .44 }}{ \Leftrightarrow } 11x-4x=1540 \Leftrightarrow 7x=1540 \Leftrightarrow x=220\)
  5. \(x+20 = 62\Leftrightarrow x=62- 20 \Leftrightarrow x = 42\)
  6. \( 3 x-7=\frac{x}{6}+61 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 18x-42=x+366 \Leftrightarrow 18x-x=366+42 \Leftrightarrow 17x=408 \Leftrightarrow x=24\)
  7. \(x+x+1+x+2 = 45\Leftrightarrow 3x+3=45 \Leftrightarrow 3x = 42\Leftrightarrow x = 14 \text{ De getallen zijn 14, 15 en 16}\)
  8. \( 9 x-8=\frac{x}{4}+132 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-32=x+528 \Leftrightarrow 36x-x=528+32 \Leftrightarrow 35x=560 \Leftrightarrow x=16\)
  9. \( 4 x-5=\frac{x}{5}+71 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-25=x+355 \Leftrightarrow 20x-x=355+25 \Leftrightarrow 19x=380 \Leftrightarrow x=20\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=14 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=252 \Leftrightarrow 7x=252 \Leftrightarrow x=36\)
  11. \( 8 x-5=\frac{x}{8}+247 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 64x-40=x+1976 \Leftrightarrow 64x-x=1976+40 \Leftrightarrow 63x=2016 \Leftrightarrow x=32\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=12 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-15 10:13:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen