Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 30 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  2. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een negende van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  5. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 51. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 20. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 149. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  12. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x-4 = 30\Leftrightarrow 2x-4=30 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Sofiane is 17 jaar}\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=5 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=120 \Leftrightarrow 5x=120 \Leftrightarrow x=24\)
  3. \( \frac{1}{9}x-\frac{1}{11}x=8 \overset{\mbox{ .99 }}{ \Leftrightarrow } 11x-9x=792 \Leftrightarrow 2x=792 \Leftrightarrow x=396\)
  4. \(x=40 - 7 \Leftrightarrow x=33\)
  5. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=4 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=84 \Leftrightarrow 4x=84 \Leftrightarrow x=21\)
  6. \(x+30 = 51\Leftrightarrow x=51- 30 \Leftrightarrow x = 21\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=1 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=4 \Leftrightarrow 1x=4 \Leftrightarrow x=4\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=10 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=60 \Leftrightarrow 2x=60 \Leftrightarrow x=30\)
  9. \( 3 x-4=\frac{x}{3}+20 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-12=x+60 \Leftrightarrow 9x-x=60+12 \Leftrightarrow 8x=72 \Leftrightarrow x=9\)
  10. \( 8 x-7=\frac{x}{5}+149 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 40x-35=x+745 \Leftrightarrow 40x-x=745+35 \Leftrightarrow 39x=780 \Leftrightarrow x=20\)
  11. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=7 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=210 \Leftrightarrow 7x=210 \Leftrightarrow x=30\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-10 00:21:25
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen