Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  4. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 31 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 236. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  8. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 419. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 88. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 45. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=21 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=378 \Leftrightarrow 7x=378 \Leftrightarrow x=54\)
  3. \(x=40 - 7 \Leftrightarrow x=33\)
  4. \(x+x+3 = 31\Leftrightarrow 2x+3=31 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Joran is 14 jaar}\)
  5. \( 7 x-4=\frac{x}{7}+236 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 49x-28=x+1652 \Leftrightarrow 49x-x=1652+28 \Leftrightarrow 48x=1680 \Leftrightarrow x=35\)
  6. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
  7. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=4 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=24 \Leftrightarrow 2x=24 \Leftrightarrow x=12\)
  9. \( 9 x-7=\frac{x}{8}+419 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 72x-56=x+3352 \Leftrightarrow 72x-x=3352+56 \Leftrightarrow 71x=3408 \Leftrightarrow x=48\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  11. \( 4 x-7=\frac{x}{5}+88 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-35=x+440 \Leftrightarrow 20x-x=440+35 \Leftrightarrow 19x=475 \Leftrightarrow x=25\)
  12. \(x+35 = 45\Leftrightarrow x=45- 35 \Leftrightarrow x = 10\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-11 06:11:46
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen