Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 111. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 492. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 27 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 216. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  7. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 124. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 6 jaar jonger. Samen zijn ze 28 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  9. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 52. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  11. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 200. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 39. Wat zijn die getallen?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=8 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=120 \Leftrightarrow 2x=120 \Leftrightarrow x=60\)
  2. \( 3 x-4=\frac{x}{8}+111 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 24x-32=x+888 \Leftrightarrow 24x-x=888+32 \Leftrightarrow 23x=920 \Leftrightarrow x=40\)
  3. \( 8 x-5=\frac{x}{9}+492 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-45=x+4428 \Leftrightarrow 72x-x=4428+45 \Leftrightarrow 71x=4473 \Leftrightarrow x=63\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=27 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=594 \Leftrightarrow 9x=594 \Leftrightarrow x=66\)
  5. \( 9 x-4=\frac{x}{5}+216 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 45x-20=x+1080 \Leftrightarrow 45x-x=1080+20 \Leftrightarrow 44x=1100 \Leftrightarrow x=25\)
  6. \(x=25 + 3 \Leftrightarrow x=28\)
  7. \( 5 x-9=\frac{x}{4}+124 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-36=x+496 \Leftrightarrow 20x-x=496+36 \Leftrightarrow 19x=532 \Leftrightarrow x=28\)
  8. \(x+x-6 = 28\Leftrightarrow 2x-6=28 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Wietse is 17 jaar}\)
  9. \(x+40 = 52\Leftrightarrow x=52- 40 \Leftrightarrow x = 12\)
  10. \(x=40 + 7 \Leftrightarrow x=47\)
  11. \( 6 x-5=\frac{x}{7}+200 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-35=x+1400 \Leftrightarrow 42x-x=1400+35 \Leftrightarrow 41x=1435 \Leftrightarrow x=35\)
  12. \(x+x+1+x+2 = 39\Leftrightarrow 3x+3=39 \Leftrightarrow 3x = 36\Leftrightarrow x = 12 \text{ De getallen zijn 12, 13 en 14}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-11 20:59:21
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen