Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 31 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  2. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 33. Wat zijn die getallen?\(\)
  5. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 105. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een derde van het getal en 75. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 212. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 77. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 18 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 73. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+3 = 31\Leftrightarrow 2x+3=31 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Wietse is 14 jaar}\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=15 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=150 \Leftrightarrow 3x=150 \Leftrightarrow x=50\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  4. \(x+x+1+x+2 = 33\Leftrightarrow 3x+3=33 \Leftrightarrow 3x = 30\Leftrightarrow x = 10 \text{ De getallen zijn 10, 11 en 12}\)
  5. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=35 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=2100 \Leftrightarrow 7x=2100 \Leftrightarrow x=300\)
  6. \( 4 x-9=\frac{x}{5}+105 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-45=x+525 \Leftrightarrow 20x-x=525+45 \Leftrightarrow 19x=570 \Leftrightarrow x=30\)
  7. \( 7 x-5=\frac{x}{3}+75 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-15=x+225 \Leftrightarrow 21x-x=225+15 \Leftrightarrow 20x=240 \Leftrightarrow x=12\)
  8. \( 9 x-8=\frac{x}{5}+212 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 45x-40=x+1060 \Leftrightarrow 45x-x=1060+40 \Leftrightarrow 44x=1100 \Leftrightarrow x=25\)
  9. \( 5 x-7=\frac{x}{3}+77 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-21=x+231 \Leftrightarrow 15x-x=231+21 \Leftrightarrow 14x=252 \Leftrightarrow x=18\)
  10. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{11}x=18 \overset{\mbox{ .55 }}{ \Leftrightarrow } 11x-5x=990 \Leftrightarrow 6x=990 \Leftrightarrow x=165\)
  11. \(x+45 = 73\Leftrightarrow x=73- 45 \Leftrightarrow x = 28\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=28 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-05 21:23:49
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen