Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 100. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 29. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 322. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 6 jaar ouder. Samen zijn ze 30 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  6. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  7. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 183. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 58. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 153. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 48. Wat zijn die getallen?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 3 x-4=\frac{x}{9}+100 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-36=x+900 \Leftrightarrow 27x-x=900+36 \Leftrightarrow 26x=936 \Leftrightarrow x=36\)
  2. \(x=35 + 2 \Leftrightarrow x=37\)
  3. \( 5 x-9=\frac{x}{4}+29 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-36=x+116 \Leftrightarrow 20x-x=116+36 \Leftrightarrow 19x=152 \Leftrightarrow x=8\)
  4. \( 7 x-8=\frac{x}{8}+322 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 56x-64=x+2576 \Leftrightarrow 56x-x=2576+64 \Leftrightarrow 55x=2640 \Leftrightarrow x=48\)
  5. \(x+x+6 = 30\Leftrightarrow 2x+6=30 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Joran is 12 jaar}\)
  6. \(x=40 - 7 \Leftrightarrow x=33\)
  7. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=12 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=480 \Leftrightarrow 3x=480 \Leftrightarrow x=160\)
  8. \( 8 x-3=\frac{x}{4}+183 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 32x-12=x+732 \Leftrightarrow 32x-x=732+12 \Leftrightarrow 31x=744 \Leftrightarrow x=24\)
  9. \(x+40 = 58\Leftrightarrow x=58- 40 \Leftrightarrow x = 18\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=5 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=70 \Leftrightarrow 5x=70 \Leftrightarrow x=14\)
  11. \( 4 x-9=\frac{x}{7}+153 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-63=x+1071 \Leftrightarrow 28x-x=1071+63 \Leftrightarrow 27x=1134 \Leftrightarrow x=42\)
  12. \(x+x+1+x+2 = 48\Leftrightarrow 3x+3=48 \Leftrightarrow 3x = 45\Leftrightarrow x = 15 \text{ De getallen zijn 15, 16 en 17}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-24 17:08:08
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen