Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 64. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 6 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  3. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 131. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 19 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  6. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een derde van het getal en 52. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 6 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 90. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 100. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 34 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 3 x-5=\frac{x}{8}+64 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 24x-40=x+512 \Leftrightarrow 24x-x=512+40 \Leftrightarrow 23x=552 \Leftrightarrow x=24\)
  2. \(x=25 + 6 \Leftrightarrow x=31\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=15 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=150 \Leftrightarrow 3x=150 \Leftrightarrow x=50\)
  4. \( 6 x-7=\frac{x}{4}+131 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-28=x+524 \Leftrightarrow 24x-x=524+28 \Leftrightarrow 23x=552 \Leftrightarrow x=24\)
  5. \(x+x-3 = 19\Leftrightarrow 2x-3=19 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Wietse is 11 jaar}\)
  6. \( 7 x-8=\frac{x}{3}+52 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-24=x+156 \Leftrightarrow 21x-x=156+24 \Leftrightarrow 20x=180 \Leftrightarrow x=9\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=14 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  8. \(x=35 - 6 \Leftrightarrow x=29\)
  9. \( 5 x-6=\frac{x}{5}+90 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-30=x+450 \Leftrightarrow 25x-x=450+30 \Leftrightarrow 24x=480 \Leftrightarrow x=20\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  11. \( 9 x-5=\frac{x}{4}+100 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-20=x+400 \Leftrightarrow 36x-x=400+20 \Leftrightarrow 35x=420 \Leftrightarrow x=12\)
  12. \(x+x+8 = 34\Leftrightarrow 2x+8=34 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Noah is 13 jaar}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-06 05:17:53
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen