Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  2. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 475. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 313. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een negende van het getal en 211. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een getal vermindert met 20 bekom je -5. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 66. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=20 - 3 \Leftrightarrow x=17\)
  2. \( 9 x-5=\frac{x}{9}+475 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-45=x+4275 \Leftrightarrow 81x-x=4275+45 \Leftrightarrow 80x=4320 \Leftrightarrow x=54\)
  3. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=9 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=630 \Leftrightarrow 3x=630 \Leftrightarrow x=210\)
  4. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=8 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=280 \Leftrightarrow 2x=280 \Leftrightarrow x=140\)
  5. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=4 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=84 \Leftrightarrow 4x=84 \Leftrightarrow x=21\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=28 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=504 \Leftrightarrow 7x=504 \Leftrightarrow x=72\)
  7. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+313 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+2817 \Leftrightarrow 54x-x=2817+45 \Leftrightarrow 53x=2862 \Leftrightarrow x=54\)
  8. \( 5 x-9=\frac{x}{9}+211 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 45x-81=x+1899 \Leftrightarrow 45x-x=1899+81 \Leftrightarrow 44x=1980 \Leftrightarrow x=45\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=35 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=1050 \Leftrightarrow 7x=1050 \Leftrightarrow x=150\)
  10. \(x-20 = -5\Leftrightarrow x=-5+ 20 \Leftrightarrow x = 15\)
  11. \(x+45 = 66\Leftrightarrow x=66- 45 \Leftrightarrow x = 21\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=8 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=48 \Leftrightarrow 2x=48 \Leftrightarrow x=24\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-30 19:14:02
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen