Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 198. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 99. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een getal vermeerdert met 50 bekom je 106. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 135. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 556. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een derde van het getal en 53. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 5 jaar ouder. Samen zijn ze 29 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  11. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 6 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  2. \( 6 x-5=\frac{x}{5}+198 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-25=x+990 \Leftrightarrow 30x-x=990+25 \Leftrightarrow 29x=1015 \Leftrightarrow x=35\)
  3. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{11}x=7 \overset{\mbox{ .44 }}{ \Leftrightarrow } 11x-4x=308 \Leftrightarrow 7x=308 \Leftrightarrow x=44\)
  4. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=15 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=1050 \Leftrightarrow 3x=1050 \Leftrightarrow x=350\)
  5. \( 7 x-3=\frac{x}{5}+99 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 35x-15=x+495 \Leftrightarrow 35x-x=495+15 \Leftrightarrow 34x=510 \Leftrightarrow x=15\)
  6. \(x+50 = 106\Leftrightarrow x=106- 50 \Leftrightarrow x = 56\)
  7. \( 4 x-5=\frac{x}{9}+135 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 36x-45=x+1215 \Leftrightarrow 36x-x=1215+45 \Leftrightarrow 35x=1260 \Leftrightarrow x=36\)
  8. \( 9 x-4=\frac{x}{9}+556 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-36=x+5004 \Leftrightarrow 81x-x=5004+36 \Leftrightarrow 80x=5040 \Leftrightarrow x=63\)
  9. \( 5 x-3=\frac{x}{3}+53 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-9=x+159 \Leftrightarrow 15x-x=159+9 \Leftrightarrow 14x=168 \Leftrightarrow x=12\)
  10. \(x+x+5 = 29\Leftrightarrow 2x+5=29 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Joran is 12 jaar}\)
  11. \(x=35 + 6 \Leftrightarrow x=41\)
  12. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=350 \Leftrightarrow 2x=350 \Leftrightarrow x=175\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-19 01:45:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen