Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een achtste van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 39. Wat zijn die getallen?\(\)
  3. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 119. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een getal vermindert met 35 bekom je -27. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 37. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 331. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 167. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 82. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{8}x-\frac{1}{11}x=12 \overset{\mbox{ .88 }}{ \Leftrightarrow } 11x-8x=1056 \Leftrightarrow 3x=1056 \Leftrightarrow x=352\)
  2. \(x+x+1+x+2 = 39\Leftrightarrow 3x+3=39 \Leftrightarrow 3x = 36\Leftrightarrow x = 12 \text{ De getallen zijn 12, 13 en 14}\)
  3. \( 8 x-5=\frac{x}{4}+119 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 32x-20=x+476 \Leftrightarrow 32x-x=476+20 \Leftrightarrow 31x=496 \Leftrightarrow x=16\)
  4. \(x-35 = -27\Leftrightarrow x=-27+ 35 \Leftrightarrow x = 8\)
  5. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{11}x=8 \overset{\mbox{ .33 }}{ \Leftrightarrow } 11x-3x=264 \Leftrightarrow 8x=264 \Leftrightarrow x=33\)
  7. \( 4 x-9=\frac{x}{6}+37 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 24x-54=x+222 \Leftrightarrow 24x-x=222+54 \Leftrightarrow 23x=276 \Leftrightarrow x=12\)
  8. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  9. \( 7 x-5=\frac{x}{7}+331 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 49x-35=x+2317 \Leftrightarrow 49x-x=2317+35 \Leftrightarrow 48x=2352 \Leftrightarrow x=49\)
  10. \( 6 x-7=\frac{x}{5}+167 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-35=x+835 \Leftrightarrow 30x-x=835+35 \Leftrightarrow 29x=870 \Leftrightarrow x=30\)
  11. \(x=25 + 2 \Leftrightarrow x=27\)
  12. \(x+40 = 82\Leftrightarrow x=82- 40 \Leftrightarrow x = 42\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-09 04:57:26
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen