Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 98. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 65. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 15 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  7. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  9. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 157. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 39. Wat zijn die getallen?\(\)
  12. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 51. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{11}x=21 \overset{\mbox{ .44 }}{ \Leftrightarrow } 11x-4x=924 \Leftrightarrow 7x=924 \Leftrightarrow x=132\)
  2. \( 3 x-4=\frac{x}{6}+98 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 18x-24=x+588 \Leftrightarrow 18x-x=588+24 \Leftrightarrow 17x=612 \Leftrightarrow x=36\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
  4. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  5. \(x+45 = 65\Leftrightarrow x=65- 45 \Leftrightarrow x = 20\)
  6. \(x+x-5 = 15\Leftrightarrow 2x-5=15 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Wietse is 10 jaar}\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  8. \(x=50 - 3 \Leftrightarrow x=47\)
  9. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  10. \( 7 x-5=\frac{x}{4}+157 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 28x-20=x+628 \Leftrightarrow 28x-x=628+20 \Leftrightarrow 27x=648 \Leftrightarrow x=24\)
  11. \(x+x+1+x+2 = 39\Leftrightarrow 3x+3=39 \Leftrightarrow 3x = 36\Leftrightarrow x = 12 \text{ De getallen zijn 12, 13 en 14}\)
  12. \( 4 x-3=\frac{x}{7}+51 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-21=x+357 \Leftrightarrow 28x-x=357+21 \Leftrightarrow 27x=378 \Leftrightarrow x=14\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-12 23:42:31
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen