Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 7 jaar ouder. Samen zijn ze 27 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  2. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 20. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 36. Wat zijn die getallen?\(\)
  6. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  7. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 136. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 393. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+7 = 27\Leftrightarrow 2x+7=27 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Noah is 10 jaar}\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=12 \Leftrightarrow 2x=12 \Leftrightarrow x=6\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=21 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  4. \( 3 x-4=\frac{x}{3}+20 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-12=x+60 \Leftrightarrow 9x-x=60+12 \Leftrightarrow 8x=72 \Leftrightarrow x=9\)
  5. \(x+x+1+x+2 = 36\Leftrightarrow 3x+3=36 \Leftrightarrow 3x = 33\Leftrightarrow x = 11 \text{ De getallen zijn 11, 12 en 13}\)
  6. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
  7. \( 6 x-5=\frac{x}{8}+136 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-40=x+1088 \Leftrightarrow 48x-x=1088+40 \Leftrightarrow 47x=1128 \Leftrightarrow x=24\)
  8. \(x=25 + 2 \Leftrightarrow x=27\)
  9. \( 9 x-7=\frac{x}{9}+393 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-63=x+3537 \Leftrightarrow 81x-x=3537+63 \Leftrightarrow 80x=3600 \Leftrightarrow x=45\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=3 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=30 \Leftrightarrow 3x=30 \Leftrightarrow x=10\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
  12. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-29 15:28:34
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen