Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 92. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 100. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 182. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 30 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  10. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 164. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 101. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 62. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 5 x-3=\frac{x}{4}+92 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-12=x+368 \Leftrightarrow 20x-x=368+12 \Leftrightarrow 19x=380 \Leftrightarrow x=20\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=1 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=4 \Leftrightarrow 1x=4 \Leftrightarrow x=4\)
  3. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
  4. \( 9 x-4=\frac{x}{3}+100 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-12=x+300 \Leftrightarrow 27x-x=300+12 \Leftrightarrow 26x=312 \Leftrightarrow x=12\)
  5. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=15 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=1050 \Leftrightarrow 3x=1050 \Leftrightarrow x=350\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=14 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  7. \( 4 x-7=\frac{x}{7}+182 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-49=x+1274 \Leftrightarrow 28x-x=1274+49 \Leftrightarrow 27x=1323 \Leftrightarrow x=49\)
  8. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{11}x=30 \overset{\mbox{ .55 }}{ \Leftrightarrow } 11x-5x=1650 \Leftrightarrow 6x=1650 \Leftrightarrow x=275\)
  9. \(x=50 + 7 \Leftrightarrow x=57\)
  10. \( 7 x-6=\frac{x}{5}+164 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 35x-30=x+820 \Leftrightarrow 35x-x=820+30 \Leftrightarrow 34x=850 \Leftrightarrow x=25\)
  11. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+101 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+909 \Leftrightarrow 54x-x=909+45 \Leftrightarrow 53x=954 \Leftrightarrow x=18\)
  12. \( 3 x-4=\frac{x}{4}+62 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 12x-16=x+248 \Leftrightarrow 12x-x=248+16 \Leftrightarrow 11x=264 \Leftrightarrow x=24\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-19 02:06:17
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen