Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 368. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 115. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een getal vermindert met 50 bekom je -15. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een getal vermeerdert met 50 bekom je 59. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 183. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 212. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 9 x-4=\frac{x}{7}+368 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 63x-28=x+2576 \Leftrightarrow 63x-x=2576+28 \Leftrightarrow 62x=2604 \Leftrightarrow x=42\)
  2. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=5 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=180 \Leftrightarrow 5x=180 \Leftrightarrow x=36\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=420 \Leftrightarrow 4x=420 \Leftrightarrow x=105\)
  4. \( 3 x-5=\frac{x}{7}+115 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 21x-35=x+805 \Leftrightarrow 21x-x=805+35 \Leftrightarrow 20x=840 \Leftrightarrow x=42\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=15 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=150 \Leftrightarrow 3x=150 \Leftrightarrow x=50\)
  6. \(x-50 = -15\Leftrightarrow x=-15+ 50 \Leftrightarrow x = 35\)
  7. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=15 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=1050 \Leftrightarrow 3x=1050 \Leftrightarrow x=350\)
  8. \(x+50 = 59\Leftrightarrow x=59- 50 \Leftrightarrow x = 9\)
  9. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=5 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=20 \Leftrightarrow 1x=20 \Leftrightarrow x=20\)
  10. \( 8 x-3=\frac{x}{4}+183 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 32x-12=x+732 \Leftrightarrow 32x-x=732+12 \Leftrightarrow 31x=744 \Leftrightarrow x=24\)
  11. \( 7 x-8=\frac{x}{8}+212 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 56x-64=x+1696 \Leftrightarrow 56x-x=1696+64 \Leftrightarrow 55x=1760 \Leftrightarrow x=32\)
  12. \(x=25 - 7 \Leftrightarrow x=18\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-16 23:48:18
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen