Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  3. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 36 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een getal vermeerdert met 40 bekom je 61. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 30 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  6. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 20. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 277. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 7 jaar jonger. Samen zijn ze 25 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  9. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 33. Wat zijn die getallen?\(\)
  10. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een negende van het getal en 256. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=420 \Leftrightarrow 4x=420 \Leftrightarrow x=105\)
  2. \(x=45 - 7 \Leftrightarrow x=38\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=36 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=792 \Leftrightarrow 9x=792 \Leftrightarrow x=88\)
  4. \(x+40 = 61\Leftrightarrow x=61- 40 \Leftrightarrow x = 21\)
  5. \(x+x+8 = 30\Leftrightarrow 2x+8=30 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Wietse is 11 jaar}\)
  6. \( 3 x-8=\frac{x}{5}+20 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 15x-40=x+100 \Leftrightarrow 15x-x=100+40 \Leftrightarrow 14x=140 \Leftrightarrow x=10\)
  7. \( 8 x-5=\frac{x}{6}+277 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 48x-30=x+1662 \Leftrightarrow 48x-x=1662+30 \Leftrightarrow 47x=1692 \Leftrightarrow x=36\)
  8. \(x+x-7 = 25\Leftrightarrow 2x-7=25 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Joran is 16 jaar}\)
  9. \(x+x+1+x+2 = 33\Leftrightarrow 3x+3=33 \Leftrightarrow 3x = 30\Leftrightarrow x = 10 \text{ De getallen zijn 10, 11 en 12}\)
  10. \( 5 x-8=\frac{x}{9}+256 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 45x-72=x+2304 \Leftrightarrow 45x-x=2304+72 \Leftrightarrow 44x=2376 \Leftrightarrow x=54\)
  11. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{11}x=8 \overset{\mbox{ .77 }}{ \Leftrightarrow } 11x-7x=616 \Leftrightarrow 4x=616 \Leftrightarrow x=154\)
  12. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=3 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=210 \Leftrightarrow 3x=210 \Leftrightarrow x=70\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-27 00:33:56
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen