Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)Lennert is x jaar. Zijn zus is 5 jaar ouder. Samen zijn ze 31 jaar. Hoe oud is Lennert ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 99. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 45. Wat zijn die getallen?\(\)
  5. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 241. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een derde van het getal en 48. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 181. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 96. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 6 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  11. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een getal vermindert met 20 bekom je 22. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=3 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
  2. \(x+x+5 = 31\Leftrightarrow 2x+5=31 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Lennert is 13 jaar}\)
  3. \( 7 x-3=\frac{x}{5}+99 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 35x-15=x+495 \Leftrightarrow 35x-x=495+15 \Leftrightarrow 34x=510 \Leftrightarrow x=15\)
  4. \(x+x+1+x+2 = 45\Leftrightarrow 3x+3=45 \Leftrightarrow 3x = 42\Leftrightarrow x = 14 \text{ De getallen zijn 14, 15 en 16}\)
  5. \( 9 x-7=\frac{x}{7}+241 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 63x-49=x+1687 \Leftrightarrow 63x-x=1687+49 \Leftrightarrow 62x=1736 \Leftrightarrow x=28\)
  6. \( 5 x-8=\frac{x}{3}+48 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-24=x+144 \Leftrightarrow 15x-x=144+24 \Leftrightarrow 14x=168 \Leftrightarrow x=12\)
  7. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=4 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=252 \Leftrightarrow 2x=252 \Leftrightarrow x=126\)
  8. \( 6 x-7=\frac{x}{8}+181 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 48x-56=x+1448 \Leftrightarrow 48x-x=1448+56 \Leftrightarrow 47x=1504 \Leftrightarrow x=32\)
  9. \( 3 x-4=\frac{x}{7}+96 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 21x-28=x+672 \Leftrightarrow 21x-x=672+28 \Leftrightarrow 20x=700 \Leftrightarrow x=35\)
  10. \(x=25 - 6 \Leftrightarrow x=19\)
  11. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  12. \(x-20 = 22\Leftrightarrow x=22+ 20 \Leftrightarrow x = 42\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-22 15:34:16
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen