Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een derde van het getal en 32. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 55. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 17 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  6. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 155. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 49. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 34. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  12. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 36 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  2. \( 7 x-8=\frac{x}{3}+32 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 21x-24=x+96 \Leftrightarrow 21x-x=96+24 \Leftrightarrow 20x=120 \Leftrightarrow x=6\)
  3. \(x+45 = 55\Leftrightarrow x=55- 45 \Leftrightarrow x = 10\)
  4. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=6 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=210 \Leftrightarrow 2x=210 \Leftrightarrow x=105\)
  5. \(x+x-5 = 17\Leftrightarrow 2x-5=17 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Wietse is 11 jaar}\)
  6. \( 4 x-7=\frac{x}{7}+155 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-49=x+1085 \Leftrightarrow 28x-x=1085+49 \Leftrightarrow 27x=1134 \Leftrightarrow x=42\)
  7. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=35 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=2100 \Leftrightarrow 7x=2100 \Leftrightarrow x=300\)
  8. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=28 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  9. \( 5 x-8=\frac{x}{4}+49 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-32=x+196 \Leftrightarrow 20x-x=196+32 \Leftrightarrow 19x=228 \Leftrightarrow x=12\)
  10. \( 3 x-8=\frac{x}{5}+34 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 15x-40=x+170 \Leftrightarrow 15x-x=170+40 \Leftrightarrow 14x=210 \Leftrightarrow x=15\)
  11. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=36 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=792 \Leftrightarrow 9x=792 \Leftrightarrow x=88\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-23 11:00:40
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen