Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 66. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 41. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 48. Wat zijn die getallen?\(\)
  5. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 7 jaar ouder. Samen zijn ze 39 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  7. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 6 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 53. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 16 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 28. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 9 x-4=\frac{x}{4}+66 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-16=x+264 \Leftrightarrow 36x-x=264+16 \Leftrightarrow 35x=280 \Leftrightarrow x=8\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=14 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=252 \Leftrightarrow 7x=252 \Leftrightarrow x=36\)
  3. \( 5 x-7=\frac{x}{5}+41 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 25x-35=x+205 \Leftrightarrow 25x-x=205+35 \Leftrightarrow 24x=240 \Leftrightarrow x=10\)
  4. \(x+x+1+x+2 = 48\Leftrightarrow 3x+3=48 \Leftrightarrow 3x = 45\Leftrightarrow x = 15 \text{ De getallen zijn 15, 16 en 17}\)
  5. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=15 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=600 \Leftrightarrow 3x=600 \Leftrightarrow x=200\)
  6. \(x+x+7 = 39\Leftrightarrow 2x+7=39 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Wietse is 16 jaar}\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=20 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=280 \Leftrightarrow 5x=280 \Leftrightarrow x=56\)
  8. \(x=25 + 6 \Leftrightarrow x=31\)
  9. \( 6 x-5=\frac{x}{5}+53 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-25=x+265 \Leftrightarrow 30x-x=265+25 \Leftrightarrow 29x=290 \Leftrightarrow x=10\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=16 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=336 \Leftrightarrow 4x=336 \Leftrightarrow x=84\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  12. \( 3 x-4=\frac{x}{3}+28 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-12=x+84 \Leftrightarrow 9x-x=84+12 \Leftrightarrow 8x=96 \Leftrightarrow x=12\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-05 04:46:37
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen