Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 17 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  2. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een derde van het getal en 92. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een getal vermindert met 35 bekom je -21. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 257. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 66. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  8. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 4 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 154. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x-5 = 17\Leftrightarrow 2x-5=17 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Joran is 11 jaar}\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=15 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=360 \Leftrightarrow 5x=360 \Leftrightarrow x=72\)
  3. \( 5 x-6=\frac{x}{3}+92 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-18=x+276 \Leftrightarrow 15x-x=276+18 \Leftrightarrow 14x=294 \Leftrightarrow x=21\)
  4. \(x-35 = -21\Leftrightarrow x=-21+ 35 \Leftrightarrow x = 14\)
  5. \( 9 x-7=\frac{x}{5}+257 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 45x-35=x+1285 \Leftrightarrow 45x-x=1285+35 \Leftrightarrow 44x=1320 \Leftrightarrow x=30\)
  6. \( 3 x-4=\frac{x}{5}+66 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 15x-20=x+330 \Leftrightarrow 15x-x=330+20 \Leftrightarrow 14x=350 \Leftrightarrow x=25\)
  7. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  8. \(x=35 - 4 \Leftrightarrow x=31\)
  9. \( 8 x-7=\frac{x}{3}+154 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 24x-21=x+462 \Leftrightarrow 24x-x=462+21 \Leftrightarrow 23x=483 \Leftrightarrow x=21\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=5 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=20 \Leftrightarrow 1x=20 \Leftrightarrow x=20\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=90 \Leftrightarrow 2x=90 \Leftrightarrow x=45\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=12 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-29 01:37:16
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen