Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 100. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een getal vermindert met 40 bekom je -19. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 108. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  8. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 39. Wat zijn die getallen?\(\)
  9. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 93. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  12. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=14 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=420 \Leftrightarrow 7x=420 \Leftrightarrow x=60\)
  3. \( 4 x-5=\frac{x}{9}+100 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 36x-45=x+900 \Leftrightarrow 36x-x=900+45 \Leftrightarrow 35x=945 \Leftrightarrow x=27\)
  4. \(x-40 = -19\Leftrightarrow x=-19+ 40 \Leftrightarrow x = 21\)
  5. \( 8 x-7=\frac{x}{3}+108 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 24x-21=x+324 \Leftrightarrow 24x-x=324+21 \Leftrightarrow 23x=345 \Leftrightarrow x=15\)
  6. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=15 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=540 \Leftrightarrow 5x=540 \Leftrightarrow x=108\)
  7. \(x=20 + 7 \Leftrightarrow x=27\)
  8. \(x+x+1+x+2 = 39\Leftrightarrow 3x+3=39 \Leftrightarrow 3x = 36\Leftrightarrow x = 12 \text{ De getallen zijn 12, 13 en 14}\)
  9. \( 3 x-7=\frac{x}{7}+93 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 21x-49=x+651 \Leftrightarrow 21x-x=651+49 \Leftrightarrow 20x=700 \Leftrightarrow x=35\)
  10. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{12}x=20 \overset{\mbox{ .84 }}{ \Leftrightarrow } 12x-7x=1680 \Leftrightarrow 5x=1680 \Leftrightarrow x=336\)
  11. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-12 12:23:03
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen