Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 48. Wat zijn die getallen?\(\)
  3. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 51. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 87. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 149. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  7. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 133. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 16 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 179. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=9 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=630 \Leftrightarrow 3x=630 \Leftrightarrow x=210\)
  2. \(x+x+1+x+2 = 48\Leftrightarrow 3x+3=48 \Leftrightarrow 3x = 45\Leftrightarrow x = 15 \text{ De getallen zijn 15, 16 en 17}\)
  3. \( 5 x-7=\frac{x}{6}+51 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 30x-42=x+306 \Leftrightarrow 30x-x=306+42 \Leftrightarrow 29x=348 \Leftrightarrow x=12\)
  4. \(x+45 = 87\Leftrightarrow x=87- 45 \Leftrightarrow x = 42\)
  5. \( 3 x-7=\frac{x}{9}+149 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-63=x+1341 \Leftrightarrow 27x-x=1341+63 \Leftrightarrow 26x=1404 \Leftrightarrow x=54\)
  6. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=7 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=126 \Leftrightarrow 7x=126 \Leftrightarrow x=18\)
  8. \( 4 x-7=\frac{x}{9}+133 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 36x-63=x+1197 \Leftrightarrow 36x-x=1197+63 \Leftrightarrow 35x=1260 \Leftrightarrow x=36\)
  9. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{9}x=16 \overset{\mbox{ .45 }}{ \Leftrightarrow } 9x-5x=720 \Leftrightarrow 4x=720 \Leftrightarrow x=180\)
  10. \( 8 x-7=\frac{x}{4}+179 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 32x-28=x+716 \Leftrightarrow 32x-x=716+28 \Leftrightarrow 31x=744 \Leftrightarrow x=24\)
  11. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=2 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=126 \Leftrightarrow 2x=126 \Leftrightarrow x=63\)
  12. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-24 14:27:20
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen