Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 45. Wat zijn die getallen?\(\)
  4. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 99. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 6 jaar ouder. Samen zijn ze 36 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  8. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 140. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 4 jaar jonger. Samen zijn ze 20 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
  10. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een getal vermindert met 50 bekom je -1. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=35 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=1050 \Leftrightarrow 7x=1050 \Leftrightarrow x=150\)
  2. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  3. \(x+x+1+x+2 = 45\Leftrightarrow 3x+3=45 \Leftrightarrow 3x = 42\Leftrightarrow x = 14 \text{ De getallen zijn 14, 15 en 16}\)
  4. \( 9 x-7=\frac{x}{6}+99 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-42=x+594 \Leftrightarrow 54x-x=594+42 \Leftrightarrow 53x=636 \Leftrightarrow x=12\)
  5. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=6 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=378 \Leftrightarrow 2x=378 \Leftrightarrow x=189\)
  6. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=28 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1680 \Leftrightarrow 7x=1680 \Leftrightarrow x=240\)
  7. \(x+x+6 = 36\Leftrightarrow 2x+6=36 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Noah is 15 jaar}\)
  8. \( 6 x-5=\frac{x}{5}+140 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-25=x+700 \Leftrightarrow 30x-x=700+25 \Leftrightarrow 29x=725 \Leftrightarrow x=25\)
  9. \(x+x-4 = 20\Leftrightarrow 2x-4=20 \Leftrightarrow 2x = 24\Leftrightarrow x = 12 \text{ Wietse is 12 jaar}\)
  10. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=10 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=360 \Leftrightarrow 5x=360 \Leftrightarrow x=72\)
  11. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=20 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=1320 \Leftrightarrow 5x=1320 \Leftrightarrow x=264\)
  12. \(x-50 = -1\Leftrightarrow x=-1+ 50 \Leftrightarrow x = 49\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-07 23:28:09
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen