Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 105. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  3. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  7. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 6 jaar ouder. Samen zijn ze 40 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 367. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 229. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  11. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 4 x-3=\frac{x}{7}+105 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-21=x+735 \Leftrightarrow 28x-x=735+21 \Leftrightarrow 27x=756 \Leftrightarrow x=28\)
  2. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=140 \Leftrightarrow 5x=140 \Leftrightarrow x=28\)
  4. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  6. \(x=50 + 7 \Leftrightarrow x=57\)
  7. \(x+x+6 = 40\Leftrightarrow 2x+6=40 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Joran is 17 jaar}\)
  8. \( 9 x-4=\frac{x}{6}+367 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 54x-24=x+2202 \Leftrightarrow 54x-x=2202+24 \Leftrightarrow 53x=2226 \Leftrightarrow x=42\)
  9. \( 7 x-9=\frac{x}{5}+229 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 35x-45=x+1145 \Leftrightarrow 35x-x=1145+45 \Leftrightarrow 34x=1190 \Leftrightarrow x=35\)
  10. \(x=45 + 7 \Leftrightarrow x=52\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=1 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=6 \Leftrightarrow 1x=6 \Leftrightarrow x=6\)
  12. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=350 \Leftrightarrow 2x=350 \Leftrightarrow x=175\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-09 08:54:57
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen