Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 4 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  2. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 23 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  5. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 24 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 4 jaar ouder. Samen zijn ze 24 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 553. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een negende van het getal en 174. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x=25 + 4 \Leftrightarrow x=29\)
  2. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  3. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  4. \(x+x-5 = 23\Leftrightarrow 2x-5=23 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Xander is 14 jaar}\)
  5. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{11}x=24 \overset{\mbox{ .33 }}{ \Leftrightarrow } 11x-3x=792 \Leftrightarrow 8x=792 \Leftrightarrow x=99\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=7 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=210 \Leftrightarrow 7x=210 \Leftrightarrow x=30\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=3 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=30 \Leftrightarrow 3x=30 \Leftrightarrow x=10\)
  8. \(x+x+4 = 24\Leftrightarrow 2x+4=24 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Sofiane is 10 jaar}\)
  9. \( 9 x-7=\frac{x}{9}+553 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-63=x+4977 \Leftrightarrow 81x-x=4977+63 \Leftrightarrow 80x=5040 \Leftrightarrow x=63\)
  10. \( 3 x-8=\frac{x}{9}+174 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-72=x+1566 \Leftrightarrow 27x-x=1566+72 \Leftrightarrow 26x=1638 \Leftrightarrow x=63\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=5 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=20 \Leftrightarrow 1x=20 \Leftrightarrow x=20\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=9 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=252 \Leftrightarrow 3x=252 \Leftrightarrow x=84\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-05 07:36:48
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen