Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 199. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 51. Wat zijn die getallen?\(\)
  5. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 130. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 37 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 18 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 140. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 70. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 6 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=5 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=120 \Leftrightarrow 5x=120 \Leftrightarrow x=24\)
  2. \( 7 x-6=\frac{x}{6}+199 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 42x-36=x+1194 \Leftrightarrow 42x-x=1194+36 \Leftrightarrow 41x=1230 \Leftrightarrow x=30\)
  3. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=15 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=540 \Leftrightarrow 5x=540 \Leftrightarrow x=108\)
  4. \(x+x+1+x+2 = 51\Leftrightarrow 3x+3=51 \Leftrightarrow 3x = 48\Leftrightarrow x = 16 \text{ De getallen zijn 16, 17 en 18}\)
  5. \( 4 x-3=\frac{x}{5}+130 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-15=x+650 \Leftrightarrow 20x-x=650+15 \Leftrightarrow 19x=665 \Leftrightarrow x=35\)
  6. \(x+x+3 = 37\Leftrightarrow 2x+3=37 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Sofiane is 17 jaar}\)
  7. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=18 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=396 \Leftrightarrow 9x=396 \Leftrightarrow x=44\)
  8. \( 6 x-5=\frac{x}{5}+140 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-25=x+700 \Leftrightarrow 30x-x=700+25 \Leftrightarrow 29x=725 \Leftrightarrow x=25\)
  9. \( 5 x-6=\frac{x}{4}+70 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-24=x+280 \Leftrightarrow 20x-x=280+24 \Leftrightarrow 19x=304 \Leftrightarrow x=16\)
  10. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
  11. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=28 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=1680 \Leftrightarrow 7x=1680 \Leftrightarrow x=240\)
  12. \(x=25 + 6 \Leftrightarrow x=31\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-13 15:11:13
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen