Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 6 jaar jonger. Samen zijn ze 26 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  2. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  3. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 196. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een getal vermindert met 40 bekom je 9. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 156. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 168. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 134. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 119. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 27 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x-6 = 26\Leftrightarrow 2x-6=26 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Ilias is 16 jaar}\)
  2. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  3. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=15 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=540 \Leftrightarrow 5x=540 \Leftrightarrow x=108\)
  4. \( 7 x-8=\frac{x}{5}+196 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 35x-40=x+980 \Leftrightarrow 35x-x=980+40 \Leftrightarrow 34x=1020 \Leftrightarrow x=30\)
  5. \(x-40 = 9\Leftrightarrow x=9+ 40 \Leftrightarrow x = 49\)
  6. \( 6 x-5=\frac{x}{4}+156 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-20=x+624 \Leftrightarrow 24x-x=624+20 \Leftrightarrow 23x=644 \Leftrightarrow x=28\)
  7. \( 9 x-7=\frac{x}{4}+168 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-28=x+672 \Leftrightarrow 36x-x=672+28 \Leftrightarrow 35x=700 \Leftrightarrow x=20\)
  8. \( 3 x-4=\frac{x}{8}+134 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 24x-32=x+1072 \Leftrightarrow 24x-x=1072+32 \Leftrightarrow 23x=1104 \Leftrightarrow x=48\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=8 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=120 \Leftrightarrow 2x=120 \Leftrightarrow x=60\)
  10. \( 8 x-5=\frac{x}{4}+119 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 32x-20=x+476 \Leftrightarrow 32x-x=476+20 \Leftrightarrow 31x=496 \Leftrightarrow x=16\)
  11. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=9 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=360 \Leftrightarrow 3x=360 \Leftrightarrow x=120\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{11}x=27 \overset{\mbox{ .22 }}{ \Leftrightarrow } 11x-2x=594 \Leftrightarrow 9x=594 \Leftrightarrow x=66\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-27 18:08:01
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen