Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 42. Wat zijn die getallen?\(\)
  2. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 152. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 41. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 171. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 84. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een getal vermindert met 35 bekom je -19. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  10. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x+1+x+2 = 42\Leftrightarrow 3x+3=42 \Leftrightarrow 3x = 39\Leftrightarrow x = 13 \text{ De getallen zijn 13, 14 en 15}\)
  2. \( 4 x-9=\frac{x}{6}+152 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 24x-54=x+912 \Leftrightarrow 24x-x=912+54 \Leftrightarrow 23x=966 \Leftrightarrow x=42\)
  3. \( 6 x-5=\frac{x}{4}+41 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-20=x+164 \Leftrightarrow 24x-x=164+20 \Leftrightarrow 23x=184 \Leftrightarrow x=8\)
  4. \( 9 x-4=\frac{x}{4}+171 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-16=x+684 \Leftrightarrow 36x-x=684+16 \Leftrightarrow 35x=700 \Leftrightarrow x=20\)
  5. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=10 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=630 \Leftrightarrow 2x=630 \Leftrightarrow x=315\)
  6. \( 5 x-3=\frac{x}{6}+84 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 30x-18=x+504 \Leftrightarrow 30x-x=504+18 \Leftrightarrow 29x=522 \Leftrightarrow x=18\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  8. \(x-35 = -19\Leftrightarrow x=-19+ 35 \Leftrightarrow x = 16\)
  9. \(x=20 + 7 \Leftrightarrow x=27\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=5 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=70 \Leftrightarrow 5x=70 \Leftrightarrow x=14\)
  11. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  12. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=8 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=280 \Leftrightarrow 2x=280 \Leftrightarrow x=140\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-08 09:12:44
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen