Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 215. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 7 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 88. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  8. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 27 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  9. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 2 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  10. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 55. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)als je een getal vermeerdert met 20 bekom je 29. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 123. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=5 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=330 \Leftrightarrow 5x=330 \Leftrightarrow x=66\)
  2. \( 7 x-5=\frac{x}{8}+215 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 56x-40=x+1720 \Leftrightarrow 56x-x=1720+40 \Leftrightarrow 55x=1760 \Leftrightarrow x=32\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=12 \Leftrightarrow 1x=12 \Leftrightarrow x=12\)
  4. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=5 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=60 \Leftrightarrow 1x=60 \Leftrightarrow x=60\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=7 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=126 \Leftrightarrow 7x=126 \Leftrightarrow x=18\)
  6. \( 5 x-7=\frac{x}{4}+88 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-28=x+352 \Leftrightarrow 20x-x=352+28 \Leftrightarrow 19x=380 \Leftrightarrow x=20\)
  7. \(x=20 - 3 \Leftrightarrow x=17\)
  8. \(x+x-3 = 27\Leftrightarrow 2x-3=27 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Joran is 15 jaar}\)
  9. \(x=45 - 2 \Leftrightarrow x=43\)
  10. \( 4 x-5=\frac{x}{4}+55 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 16x-20=x+220 \Leftrightarrow 16x-x=220+20 \Leftrightarrow 15x=240 \Leftrightarrow x=16\)
  11. \(x+20 = 29\Leftrightarrow x=29- 20 \Leftrightarrow x = 9\)
  12. \( 9 x-7=\frac{x}{3}+123 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 27x-21=x+369 \Leftrightarrow 27x-x=369+21 \Leftrightarrow 26x=390 \Leftrightarrow x=15\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-07 08:13:07
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen