Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 208. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 29 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 240. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 154. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  7. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 130. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  12. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 4 x-9=\frac{x}{8}+208 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-72=x+1664 \Leftrightarrow 32x-x=1664+72 \Leftrightarrow 31x=1736 \Leftrightarrow x=56\)
  2. \(x+x-3 = 29\Leftrightarrow 2x-3=29 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Joran is 16 jaar}\)
  3. \( 6 x-5=\frac{x}{6}+240 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-30=x+1440 \Leftrightarrow 36x-x=1440+30 \Leftrightarrow 35x=1470 \Leftrightarrow x=42\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=12 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
  5. \( 8 x-7=\frac{x}{3}+154 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 24x-21=x+462 \Leftrightarrow 24x-x=462+21 \Leftrightarrow 23x=483 \Leftrightarrow x=21\)
  6. \(x=40 - 3 \Leftrightarrow x=37\)
  7. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=10 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=660 \Leftrightarrow 5x=660 \Leftrightarrow x=132\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  9. \( 5 x-3=\frac{x}{4}+130 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-12=x+520 \Leftrightarrow 20x-x=520+12 \Leftrightarrow 19x=532 \Leftrightarrow x=28\)
  10. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=12 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=840 \Leftrightarrow 3x=840 \Leftrightarrow x=280\)
  11. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=4 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=48 \Leftrightarrow 1x=48 \Leftrightarrow x=48\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-15 01:35:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen