Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een negende van het getal en 275. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 240. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 51. Wat zijn die getallen?\(\)
  4. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 105. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 133. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 4 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 8 x-9=\frac{x}{9}+275 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-81=x+2475 \Leftrightarrow 72x-x=2475+81 \Leftrightarrow 71x=2556 \Leftrightarrow x=36\)
  2. \( 9 x-8=\frac{x}{7}+240 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 63x-56=x+1680 \Leftrightarrow 63x-x=1680+56 \Leftrightarrow 62x=1736 \Leftrightarrow x=28\)
  3. \(x+x+1+x+2 = 51\Leftrightarrow 3x+3=51 \Leftrightarrow 3x = 48\Leftrightarrow x = 16 \text{ De getallen zijn 16, 17 en 18}\)
  4. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{5}x=4 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=60 \Leftrightarrow 2x=60 \Leftrightarrow x=30\)
  5. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=6 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=60 \Leftrightarrow 3x=60 \Leftrightarrow x=20\)
  6. \( 4 x-3=\frac{x}{7}+105 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-21=x+735 \Leftrightarrow 28x-x=735+21 \Leftrightarrow 27x=756 \Leftrightarrow x=28\)
  7. \( 6 x-7=\frac{x}{6}+133 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 36x-42=x+798 \Leftrightarrow 36x-x=798+42 \Leftrightarrow 35x=840 \Leftrightarrow x=24\)
  8. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  9. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=2 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=126 \Leftrightarrow 2x=126 \Leftrightarrow x=63\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{7}x=4 \overset{\mbox{ .21 }}{ \Leftrightarrow } 7x-3x=84 \Leftrightarrow 4x=84 \Leftrightarrow x=21\)
  11. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=21 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  12. \(x=45 - 4 \Leftrightarrow x=41\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-14 07:30:13
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen