Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 72. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 28. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een getal vermindert met 40 bekom je -19. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 118. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een derde van het getal en 92. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 243. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 42. Wat zijn die getallen?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+30 = 72\Leftrightarrow x=72- 30 \Leftrightarrow x = 42\)
  2. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=6 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=378 \Leftrightarrow 2x=378 \Leftrightarrow x=189\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  4. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=4 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=48 \Leftrightarrow 1x=48 \Leftrightarrow x=48\)
  5. \( 3 x-4=\frac{x}{3}+28 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-12=x+84 \Leftrightarrow 9x-x=84+12 \Leftrightarrow 8x=96 \Leftrightarrow x=12\)
  6. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{12}x=14 \overset{\mbox{ .60 }}{ \Leftrightarrow } 12x-5x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
  7. \(x-40 = -19\Leftrightarrow x=-19+ 40 \Leftrightarrow x = 21\)
  8. \( 6 x-5=\frac{x}{7}+118 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-35=x+826 \Leftrightarrow 42x-x=826+35 \Leftrightarrow 41x=861 \Leftrightarrow x=21\)
  9. \( 5 x-6=\frac{x}{3}+92 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-18=x+276 \Leftrightarrow 15x-x=276+18 \Leftrightarrow 14x=294 \Leftrightarrow x=21\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=25 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=350 \Leftrightarrow 5x=350 \Leftrightarrow x=70\)
  11. \( 7 x-3=\frac{x}{6}+243 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 42x-18=x+1458 \Leftrightarrow 42x-x=1458+18 \Leftrightarrow 41x=1476 \Leftrightarrow x=36\)
  12. \(x+x+1+x+2 = 42\Leftrightarrow 3x+3=42 \Leftrightarrow 3x = 39\Leftrightarrow x = 13 \text{ De getallen zijn 13, 14 en 15}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-25 23:54:43
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen