Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 52. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 160. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een derde van het getal en 49. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 155. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 3 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  6. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 154. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 1 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 39. Wat zijn die getallen?\(\)
  11. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 6 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  12. \(\)als je een twaalfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 3 x-4=\frac{x}{5}+52 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 15x-20=x+260 \Leftrightarrow 15x-x=260+20 \Leftrightarrow 14x=280 \Leftrightarrow x=20\)
  2. \( 7 x-4=\frac{x}{6}+160 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 42x-24=x+960 \Leftrightarrow 42x-x=960+24 \Leftrightarrow 41x=984 \Leftrightarrow x=24\)
  3. \( 5 x-7=\frac{x}{3}+49 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-21=x+147 \Leftrightarrow 15x-x=147+21 \Leftrightarrow 14x=168 \Leftrightarrow x=12\)
  4. \( 4 x-7=\frac{x}{7}+155 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-49=x+1085 \Leftrightarrow 28x-x=1085+49 \Leftrightarrow 27x=1134 \Leftrightarrow x=42\)
  5. \(x=20 - 3 \Leftrightarrow x=17\)
  6. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=35 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=1050 \Leftrightarrow 7x=1050 \Leftrightarrow x=150\)
  7. \( 6 x-5=\frac{x}{9}+154 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 54x-45=x+1386 \Leftrightarrow 54x-x=1386+45 \Leftrightarrow 53x=1431 \Leftrightarrow x=27\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=5 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=70 \Leftrightarrow 5x=70 \Leftrightarrow x=14\)
  9. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=1 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=4 \Leftrightarrow 1x=4 \Leftrightarrow x=4\)
  10. \(x+x+1+x+2 = 39\Leftrightarrow 3x+3=39 \Leftrightarrow 3x = 36\Leftrightarrow x = 12 \text{ De getallen zijn 12, 13 en 14}\)
  11. \(x=35 - 6 \Leftrightarrow x=29\)
  12. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{12}x=10 \overset{\mbox{ .84 }}{ \Leftrightarrow } 12x-7x=840 \Leftrightarrow 5x=840 \Leftrightarrow x=168\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-03 06:59:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen