Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 23. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 106. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 50 bekom je 99. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 166. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een negende van het getal en 488. Wat is het getal?\(\)
  11. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 33. Wat zijn die getallen?\(\)
  12. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 3 x-5=\frac{x}{5}+23 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 15x-25=x+115 \Leftrightarrow 15x-x=115+25 \Leftrightarrow 14x=140 \Leftrightarrow x=10\)
  2. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=12 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=840 \Leftrightarrow 3x=840 \Leftrightarrow x=280\)
  3. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=8 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=48 \Leftrightarrow 2x=48 \Leftrightarrow x=24\)
  4. \( 4 x-9=\frac{x}{6}+106 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 24x-54=x+636 \Leftrightarrow 24x-x=636+54 \Leftrightarrow 23x=690 \Leftrightarrow x=30\)
  5. \(x+50 = 99\Leftrightarrow x=99- 50 \Leftrightarrow x = 49\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
  7. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=2 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=70 \Leftrightarrow 2x=70 \Leftrightarrow x=35\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  9. \( 7 x-4=\frac{x}{5}+166 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 35x-20=x+830 \Leftrightarrow 35x-x=830+20 \Leftrightarrow 34x=850 \Leftrightarrow x=25\)
  10. \( 8 x-9=\frac{x}{9}+488 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-81=x+4392 \Leftrightarrow 72x-x=4392+81 \Leftrightarrow 71x=4473 \Leftrightarrow x=63\)
  11. \(x+x+1+x+2 = 33\Leftrightarrow 3x+3=33 \Leftrightarrow 3x = 30\Leftrightarrow x = 10 \text{ De getallen zijn 10, 11 en 12}\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=28 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=840 \Leftrightarrow 7x=840 \Leftrightarrow x=120\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-06 07:57:30
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen