Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 128. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 47. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 43. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een getal vermindert met 40 bekom je -28. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  10. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en acht is gelijk aan de som van een negende van het getal en 116. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 4 x-7=\frac{x}{7}+128 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 28x-49=x+896 \Leftrightarrow 28x-x=896+49 \Leftrightarrow 27x=945 \Leftrightarrow x=35\)
  2. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=25 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=600 \Leftrightarrow 5x=600 \Leftrightarrow x=120\)
  3. \( 3 x-5=\frac{x}{9}+47 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 27x-45=x+423 \Leftrightarrow 27x-x=423+45 \Leftrightarrow 26x=468 \Leftrightarrow x=18\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=4 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=16 \Leftrightarrow 1x=16 \Leftrightarrow x=16\)
  5. \(x+35 = 43\Leftrightarrow x=43- 35 \Leftrightarrow x = 8\)
  6. \(x-40 = -28\Leftrightarrow x=-28+ 40 \Leftrightarrow x = 12\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=21 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  8. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=12 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=336 \Leftrightarrow 3x=336 \Leftrightarrow x=112\)
  9. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  10. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=15 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=990 \Leftrightarrow 5x=990 \Leftrightarrow x=198\)
  11. \( 7 x-8=\frac{x}{9}+116 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 63x-72=x+1044 \Leftrightarrow 63x-x=1044+72 \Leftrightarrow 62x=1116 \Leftrightarrow x=18\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=3 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=30 \Leftrightarrow 3x=30 \Leftrightarrow x=10\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-02 12:56:02
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen