Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)Noah is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 38 jaar. Hoe oud is Noah ?\(\)
  3. \(\)als je een getal vermeerdert met 35 bekom je 71. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  5. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 243. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 96. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)je betaalt 35 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 2 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  11. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 48. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{9}x=20 \overset{\mbox{ .45 }}{ \Leftrightarrow } 9x-5x=900 \Leftrightarrow 4x=900 \Leftrightarrow x=225\)
  2. \(x+x+8 = 38\Leftrightarrow 2x+8=38 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Noah is 15 jaar}\)
  3. \(x+35 = 71\Leftrightarrow x=71- 35 \Leftrightarrow x = 36\)
  4. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
  5. \( 7 x-5=\frac{x}{9}+243 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 63x-45=x+2187 \Leftrightarrow 63x-x=2187+45 \Leftrightarrow 62x=2232 \Leftrightarrow x=36\)
  6. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=25 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=900 \Leftrightarrow 5x=900 \Leftrightarrow x=180\)
  7. \( 5 x-6=\frac{x}{7}+96 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-42=x+672 \Leftrightarrow 35x-x=672+42 \Leftrightarrow 34x=714 \Leftrightarrow x=21\)
  8. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=9 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=630 \Leftrightarrow 3x=630 \Leftrightarrow x=210\)
  9. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  10. \(x=35 + 2 \Leftrightarrow x=37\)
  11. \( 3 x-7=\frac{x}{4}+48 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 12x-28=x+192 \Leftrightarrow 12x-x=192+28 \Leftrightarrow 11x=220 \Leftrightarrow x=20\)
  12. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{8}x=3 \overset{\mbox{ .40 }}{ \Leftrightarrow } 8x-5x=120 \Leftrightarrow 3x=120 \Leftrightarrow x=40\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-15 03:49:31
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen