Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een getal vermeerdert met 45 bekom je 101. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 8 jaar ouder. Samen zijn ze 36 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  3. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 3 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  4. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en negen is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 93. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 95. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 30. Wat zijn die getallen?\(\)
  7. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een negende van het getal en 183. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 3 jaar jonger. Samen zijn ze 19 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 476. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 12 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+45 = 101\Leftrightarrow x=101- 45 \Leftrightarrow x = 56\)
  2. \(x+x+8 = 36\Leftrightarrow 2x+8=36 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Ilias is 14 jaar}\)
  3. \(x=25 + 3 \Leftrightarrow x=28\)
  4. \( 5 x-9=\frac{x}{7}+93 \overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 35x-63=x+651 \Leftrightarrow 35x-x=651+63 \Leftrightarrow 34x=714 \Leftrightarrow x=21\)
  5. \( 3 x-7=\frac{x}{6}+95 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 18x-42=x+570 \Leftrightarrow 18x-x=570+42 \Leftrightarrow 17x=612 \Leftrightarrow x=36\)
  6. \(x+x+1+x+2 = 30\Leftrightarrow 3x+3=30 \Leftrightarrow 3x = 27\Leftrightarrow x = 9 \text{ De getallen zijn 9, 10 en 11}\)
  7. \( 7 x-3=\frac{x}{9}+183 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 63x-27=x+1647 \Leftrightarrow 63x-x=1647+27 \Leftrightarrow 62x=1674 \Leftrightarrow x=27\)
  8. \(x+x-3 = 19\Leftrightarrow 2x-3=19 \Leftrightarrow 2x = 22\Leftrightarrow x = 11 \text{ Xander is 11 jaar}\)
  9. \( 9 x-4=\frac{x}{9}+476 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-36=x+4284 \Leftrightarrow 81x-x=4284+36 \Leftrightarrow 80x=4320 \Leftrightarrow x=54\)
  10. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{7}x=3 \overset{\mbox{ .28 }}{ \Leftrightarrow } 7x-4x=84 \Leftrightarrow 3x=84 \Leftrightarrow x=28\)
  11. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=12 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=840 \Leftrightarrow 3x=840 \Leftrightarrow x=280\)
  12. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{6}x=3 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=18 \Leftrightarrow 1x=18 \Leftrightarrow x=18\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-22 23:42:24
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen