Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  2. \(\)Joran is x jaar. Zijn zus is 5 jaar jonger. Samen zijn ze 15 jaar. Hoe oud is Joran ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een zesde van het getal en 47. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 8 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)als je een getal vermeerdert met 20 bekom je 41. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een zesde van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  8. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  9. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een negende van het getal en 476. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=14 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=252 \Leftrightarrow 7x=252 \Leftrightarrow x=36\)
  2. \(x+x-5 = 15\Leftrightarrow 2x-5=15 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Joran is 10 jaar}\)
  3. \( 3 x-4=\frac{x}{6}+47 \overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 18x-24=x+282 \Leftrightarrow 18x-x=282+24 \Leftrightarrow 17x=306 \Leftrightarrow x=18\)
  4. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{11}x=8 \overset{\mbox{ .77 }}{ \Leftrightarrow } 11x-7x=616 \Leftrightarrow 4x=616 \Leftrightarrow x=154\)
  5. \(x+20 = 41\Leftrightarrow x=41- 20 \Leftrightarrow x = 21\)
  6. \( \frac{1}{6}x-\frac{1}{11}x=15 \overset{\mbox{ .66 }}{ \Leftrightarrow } 11x-6x=990 \Leftrightarrow 5x=990 \Leftrightarrow x=198\)
  7. \(x=50 - 7 \Leftrightarrow x=43\)
  8. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{5}x=3 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=30 \Leftrightarrow 3x=30 \Leftrightarrow x=10\)
  9. \( 9 x-4=\frac{x}{9}+476 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 81x-36=x+4284 \Leftrightarrow 81x-x=4284+36 \Leftrightarrow 80x=4320 \Leftrightarrow x=54\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{10}x=35 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=1050 \Leftrightarrow 7x=1050 \Leftrightarrow x=150\)
  11. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=3 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=210 \Leftrightarrow 3x=210 \Leftrightarrow x=70\)
  12. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 3x-2x=24 \Leftrightarrow 1x=24 \Leftrightarrow x=24\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-05 20:10:22
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen