Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 110. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een getal vermeerdert met 25 bekom je 46. Wat is het getal?\(\)
  3. \(\) het verschil van het zevenvoud van een getal en drie is gelijk aan de som van een negende van het getal en 121. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 3 jaar ouder. Samen zijn ze 37 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  6. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 14 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)als je een achtste van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 52. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\) het verschil van het achtvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een negende van het getal en 279. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  11. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een achtste van dat getal, dan krijg je 15 . Wat is dat getal? \(\)
  12. \(\)je betaalt 40 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 6 x-5=\frac{x}{4}+110 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 24x-20=x+440 \Leftrightarrow 24x-x=440+20 \Leftrightarrow 23x=460 \Leftrightarrow x=20\)
  2. \(x+25 = 46\Leftrightarrow x=46- 25 \Leftrightarrow x = 21\)
  3. \( 7 x-3=\frac{x}{9}+121 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 63x-27=x+1089 \Leftrightarrow 63x-x=1089+27 \Leftrightarrow 62x=1116 \Leftrightarrow x=18\)
  4. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=2 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=8 \Leftrightarrow 1x=8 \Leftrightarrow x=8\)
  5. \(x+x+3 = 37\Leftrightarrow 2x+3=37 \Leftrightarrow 2x = 34\Leftrightarrow x = 17 \text{ Xander is 17 jaar}\)
  6. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=14 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=252 \Leftrightarrow 7x=252 \Leftrightarrow x=36\)
  7. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{8}x=10 \overset{\mbox{ .24 }}{ \Leftrightarrow } 8x-3x=240 \Leftrightarrow 5x=240 \Leftrightarrow x=48\)
  8. \( 3 x-4=\frac{x}{3}+52 \overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 9x-12=x+156 \Leftrightarrow 9x-x=156+12 \Leftrightarrow 8x=168 \Leftrightarrow x=21\)
  9. \( 8 x-5=\frac{x}{9}+279 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 72x-45=x+2511 \Leftrightarrow 72x-x=2511+45 \Leftrightarrow 71x=2556 \Leftrightarrow x=36\)
  10. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  11. \( \frac{1}{8}x-\frac{1}{11}x=15 \overset{\mbox{ .88 }}{ \Leftrightarrow } 11x-8x=1320 \Leftrightarrow 3x=1320 \Leftrightarrow x=440\)
  12. \(x=40 + 7 \Leftrightarrow x=47\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-13 16:58:17
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen