Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 136. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  4. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 111. Wat is het getal?\(\)
  5. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 133. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 25 . Wat is dat getal? \(\)
  7. \(\)je betaalt 50 eurocent voor een chocoladereep, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  8. \(\)je betaalt 25 eurocent voor een cola. De kassierster geeft je 4 eurocent terug. Hoeveel kost een cola ?\(\)
  9. \(\)Ilias is x jaar. Zijn zus is 7 jaar jonger. Samen zijn ze 13 jaar. Hoe oud is Ilias ?\(\)
  10. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 35 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zes is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 89. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een getal vermindert met 25 bekom je 23. Wat is het getal?\(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \( 9 x-4=\frac{x}{4}+136 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-16=x+544 \Leftrightarrow 36x-x=544+16 \Leftrightarrow 35x=560 \Leftrightarrow x=16\)
  2. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{9}x=4 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=252 \Leftrightarrow 2x=252 \Leftrightarrow x=126\)
  3. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{7}x=10 \overset{\mbox{ .35 }}{ \Leftrightarrow } 7x-5x=350 \Leftrightarrow 2x=350 \Leftrightarrow x=175\)
  4. \( 6 x-5=\frac{x}{5}+111 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-25=x+555 \Leftrightarrow 30x-x=555+25 \Leftrightarrow 29x=580 \Leftrightarrow x=20\)
  5. \( 3 x-5=\frac{x}{8}+133 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 24x-40=x+1064 \Leftrightarrow 24x-x=1064+40 \Leftrightarrow 23x=1104 \Leftrightarrow x=48\)
  6. \( \frac{1}{4}x-\frac{1}{9}x=25 \overset{\mbox{ .36 }}{ \Leftrightarrow } 9x-4x=900 \Leftrightarrow 5x=900 \Leftrightarrow x=180\)
  7. \(x=50 + 7 \Leftrightarrow x=57\)
  8. \(x=25 - 4 \Leftrightarrow x=21\)
  9. \(x+x-7 = 13\Leftrightarrow 2x-7=13 \Leftrightarrow 2x = 20\Leftrightarrow x = 10 \text{ Ilias is 10 jaar}\)
  10. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{9}x=35 \overset{\mbox{ .18 }}{ \Leftrightarrow } 9x-2x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  11. \( 5 x-6=\frac{x}{4}+89 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 20x-24=x+356 \Leftrightarrow 20x-x=356+24 \Leftrightarrow 19x=380 \Leftrightarrow x=20\)
  12. \(x-25 = 23\Leftrightarrow x=23+ 25 \Leftrightarrow x = 48\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-24 05:38:33
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen