Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.
- \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
- \(\)je betaalt 35 eurocent voor een cola, maar de kassierster zegt dat je 6 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een cola ?\(\)
- \(\)als je een getal vermeerdert met 30 bekom je 86. Wat is het getal?\(\)
- \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 5 jaar ouder. Samen zijn ze 31 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
- \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)
- \(\)als je een getal vermindert met 35 bekom je -23. Wat is het getal?\(\)
- \(\)Wietse is x jaar. Zijn zus is 6 jaar jonger. Samen zijn ze 22 jaar. Hoe oud is Wietse ?\(\)
- \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 20 . Wat is dat getal? \(\)
- \(\)je betaalt 40 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
- \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 36. Wat zijn die getallen?\(\)
- \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een derde van het getal en 52. Wat is het getal?\(\)
- \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een zevende van het getal en 282. Wat is het getal?\(\)
Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.
Verbetersleutel
- \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{6}x=6
\overset{\mbox{ .6 }}{ \Leftrightarrow } 3x-1x=36
\Leftrightarrow 2x=36
\Leftrightarrow x=18\)
- \(x=35 + 6 \Leftrightarrow x=41\)
- \(x+30 = 86\Leftrightarrow x=86- 30 \Leftrightarrow x = 56\)
- \(x+x+5 = 31\Leftrightarrow 2x+5=31 \Leftrightarrow 2x = 26\Leftrightarrow x = 13 \text{ Wietse is 13 jaar}\)
- \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{4}x=5
\overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 2x-1x=20
\Leftrightarrow 1x=20
\Leftrightarrow x=20\)
- \(x-35 = -23\Leftrightarrow x=-23+ 35 \Leftrightarrow x = 12\)
- \(x+x-6 = 22\Leftrightarrow 2x-6=22 \Leftrightarrow 2x = 28\Leftrightarrow x = 14 \text{ Wietse is 14 jaar}\)
- \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{9}x=20
\overset{\mbox{ .45 }}{ \Leftrightarrow } 9x-5x=900
\Leftrightarrow 4x=900
\Leftrightarrow x=225\)
- \(x=40 + 7 \Leftrightarrow x=47\)
- \(x+x+1+x+2 = 36\Leftrightarrow 3x+3=36 \Leftrightarrow 3x = 33\Leftrightarrow x = 11 \text{ De getallen zijn 11, 12 en 13}\)
- \( 5 x-4=\frac{x}{3}+52
\overset{\mbox{ .3 }}{ \Leftrightarrow } 15x-12=x+156
\Leftrightarrow 15x-x=156+12
\Leftrightarrow 14x=168
\Leftrightarrow x=12\)
- \( 6 x-5=\frac{x}{7}+282
\overset{\mbox{ .7 }}{ \Leftrightarrow } 42x-35=x+1974
\Leftrightarrow 42x-x=1974+35
\Leftrightarrow 41x=2009
\Leftrightarrow x=49\)