Rechthoek

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)De leerkracht LO bakent een rechthoekig gebied af met lengte 14 m en breedte 13 m en bedekt het met een zeil. Hoeveel meter is één rondje rond dit gebied?\(\)
  2. \(\)De leerkracht LO bakent een rechthoekig gebied af met lengte 15 m en breedte 11 m en bedekt het met een zeil. Hoe groot is dit zeil?\(\)
  3. \(\)Je verzaagt een lange plank tot een kader voor een poster met lengte 13 dm en breedte 20 dm. Hoe groot is die poster?\(\)
  4. \(\)Je versiert een foto met lengte 16 cm en breedte 6 cm met een felkleurig lint. Hoe lang moet je lint minstens zijn?\(\)
  5. \(\)De leerkracht LO bakent een rechthoekig gebied af met lengte 10 m en breedte 3 m en bedekt het met een zeil. Hoeveel meter is één rondje rond dit gebied?\(\)
  6. \(\)De leerkracht LO bakent een rechthoekig gebied af met lengte 9 m en breedte 14 m en bedekt het met een zeil. Hoeveel meter is één rondje rond dit gebied?\(\)
  7. \(\)Je bakent met een touw een rechthoekig gebied af met lengte 13 m en breedte 9 m. Hoe lang moet je touw minstens zijn?\(\)
  8. \(\)Je bakent met een touw een rechthoekig gebied af met lengte 10 m en breedte 18 m. Hoe groot is dat gebied?\(\)
  9. \(\)Je versiert een foto met lengte 17 cm en breedte 2 cm met een felkleurig lint. Hoe groot is die foto?\(\)
  10. \(\)Je verzaagt een lange plank tot een kader voor een poster met lengte 3 dm en breedte 5 dm. Hoe lang moet de plank minstens zijn?\(\)
  11. \(\)De leerkracht LO bakent een rechthoekig gebied af met lengte 8 m en breedte 20 m en bedekt het met een zeil. Hoe groot is dit zeil?\(\)
  12. \(\)Je kleurt de rand van een strook papier met lengte 14 cm en breedte 15 cm. Hoeveel centimeter moet je kleuren?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(2 \times (14\text{ m}+13\text{ m})=54\text{ m}\)
  2. \(15\text{ m}\times11\text{ m}=165\text{ m}^2\)
  3. \(13\text{ dm}\times20\text{ dm}=260\text{ dm}^2\)
  4. \(2 \times (16\text{ cm}+6\text{ cm})=44\text{ cm}\)
  5. \(2 \times (10\text{ m}+3\text{ m})=26\text{ m}\)
  6. \(2 \times (9\text{ m}+14\text{ m})=46\text{ m}\)
  7. \(2 \times (13\text{ m}+9\text{ m})=44\text{ m}\)
  8. \(10\text{ m}\times18\text{ m}=180\text{ m}^2\)
  9. \(17\text{ cm}\times2\text{ cm}=34\text{ cm}^2\)
  10. \(2 \times (3\text{ dm}+5\text{ dm})=16\text{ dm}\)
  11. \(8\text{ m}\times20\text{ m}=160\text{ m}^2\)
  12. \(2 \times (14\text{ cm}+15\text{ cm})=58\text{ cm}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2025-04-03 23:56:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen