Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 54 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  2. \(\text{Wouter heeft 59 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 131 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 2 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  4. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 42 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 2.1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 75 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 54 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 221 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  9. \(\text{Froukje heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  10. \(\text{Mohamed heeft 40 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 295 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  11. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 7.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  12. \(\text{Ayman heeft 47 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 185 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 54 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 3.x = 54 \\ \Leftrightarrow x = \frac{54}{3} = 18 \\ \text{Loubna legt 18 km af per tourke}\)
  2. \(\text{Wouter heeft 59 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 131 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 59 = 131 \\ \Leftrightarrow x = 131 + 59 = 190 \\ \text{Wouter had 190 euro}\)
  3. \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 2 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 5.x = 2 \\ \Leftrightarrow x = \frac{2}{5} = 0.4 \\ \text{Nihad legt 0.4 km af per baantje}\)
  4. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 42 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 6.x = 42 \\ \Leftrightarrow x = \frac{42}{6} = 7 \\ \text{Jana legt 7 km af per ronde}\)
  5. \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 3.x = 24 \\ \Leftrightarrow x = \frac{24}{3} = 8 \\ \text{Sarah legt 8 km af per ronde}\)
  6. \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 2.1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 6.x = 2.1 \\ \Leftrightarrow x = \frac{2.1}{6} = 0.35 \\ \text{Loubna legt 0.35 km af per baantje}\)
  7. \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 75 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 6.x = 75 \\ \Leftrightarrow x = \frac{75}{6} = 12.5 \\ \text{Mila kan maximaal 12.5 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  8. \(\text{Ayman heeft 54 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 221 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 54 = 221 \\ \Leftrightarrow x = 221 + 54 = 275 \\ \text{Ayman had 275 euro}\)
  9. \(\text{Froukje heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 7.x = 54 \\ \Leftrightarrow x = \frac{54}{7} = 7.71 \\ \text{Froukje kan maximaal 7.71 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  10. \(\text{Mohamed heeft 40 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 295 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 40 = 295 \\ \Leftrightarrow x = 295 + 40 = 335 \\ \text{Mohamed had 335 euro}\)
  11. \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 7.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 7.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{7.5}{3} = 2.5 \\ \text{Jana legt 2.5 km af per rondje}\)
  12. \(\text{Ayman heeft 47 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 185 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 47 = 185 \\ \Leftrightarrow x = 185 + 47 = 232 \\ \text{Ayman had 232 euro}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-09 03:17:17
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen