Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Maxim heeft 49 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 220 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  2. \(\text{Wouter heeft 52 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 77 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  3. \(\text{Froukje heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 55 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 117 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
  6. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.05 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  7. \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 55 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  8. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 16 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 60 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  10. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 17.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  11. \(\text{Maxim heeft 25 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 230 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 7.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Maxim heeft 49 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 220 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 49 = 220 \\ \Leftrightarrow x = 220 + 49 = 269 \\ \text{Maxim had 269 euro}\)
  2. \(\text{Wouter heeft 52 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 77 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 52 = 77 \\ \Leftrightarrow x = 77 + 52 = 129 \\ \text{Wouter had 129 euro}\)
  3. \(\text{Froukje heeft 6 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 6.x = 54 \\ \Leftrightarrow x = \frac{54}{6} = 9 \\ \text{Froukje kan maximaal 9 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  4. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 10 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 5.x = 10 \\ \Leftrightarrow x = \frac{10}{5} = 2 \\ \text{Jana legt 2 km af per rondje}\)
  5. \(\text{Mohamed heeft 55 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 117 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\ x - 55 = 117 \\ \Leftrightarrow x = 117 + 55 = 172 \\ \text{Mohamed had 172 euro}\)
  6. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1.05 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 3.x = 1.05 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1.05}{3} = 0.35 \\ \text{Nihad legt 0.35 km af per baantje}\)
  7. \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 55 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 3.x = 55 \\ \Leftrightarrow x = \frac{55}{3} = 18.33 \\ \text{Warinda kan maximaal 18.33 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  8. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 16 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 16 \\ \Leftrightarrow x = \frac{16}{4} = 4 \\ \text{Nihad legt 4 km af per ronde}\)
  9. \(\text{Jana gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 60 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 5.x = 60 \\ \Leftrightarrow x = \frac{60}{5} = 12 \\ \text{Jana legt 12 km af per tourke}\)
  10. \(\text{Sarah gaat 5 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 17.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 5.x = 17.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{17.5}{5} = 3.5 \\ \text{Sarah legt 3.5 km af per rondje}\)
  11. \(\text{Maxim heeft 25 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 230 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\ x - 25 = 230 \\ \Leftrightarrow x = 230 + 25 = 255 \\ \text{Maxim had 255 euro}\)
  12. \(\text{Nihad gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 7.5 km geschaatst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\ 3.x = 7.5 \\ \Leftrightarrow x = \frac{7.5}{3} = 2.5 \\ \text{Nihad legt 2.5 km af per rondje}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2025-04-03 23:43:20
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen