Instapvraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

  1. \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 58 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
  2. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  3. \(\text{Mila heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 61 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  4. \(\text{Lina heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 42 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
  5. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 36 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  6. \(\text{Mila heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 51 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
  7. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 120 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  8. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  9. \(\text{Wouter heeft 34 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 171 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
  10. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
  11. \(\text{Ayman heeft 50 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 195 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
  12. \(\text{Mila heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)

Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.

Verbetersleutel

  1. \(\text{Froukje heeft 7 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 58 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\ 7.x = 58 \\ \Leftrightarrow x = \frac{58}{7} = 8.29 \\ \text{Froukje kan maximaal 8.29 euro uitgeven aan een meter stof}\)
  2. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\ 4.x = 1 \\ \Leftrightarrow x = \frac{1}{4} = 0.25 \\ \text{Nihad legt 0.25 km af per baantje}\)
  3. \(\text{Mila heeft 7 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 61 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 7.x = 61 \\ \Leftrightarrow x = \frac{61}{7} = 8.71 \\ \text{Mila kan maximaal 8.71 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  4. \(\text{Lina heeft 5 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 42 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\ 5.x = 42 \\ \Leftrightarrow x = \frac{42}{5} = 8.4 \\ \text{Lina kan maximaal 8.4 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
  5. \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 36 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 6.x = 36 \\ \Leftrightarrow x = \frac{36}{6} = 6 \\ \text{Jana legt 6 km af per ronde}\)
  6. \(\text{Mila heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 51 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 7.x = 51 \\ \Leftrightarrow x = \frac{51}{7} = 7.29 \\ \text{Mila kan maximaal 7.29 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
  7. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week fietsen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 120 km gefietst.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\ 5.x = 120 \\ \Leftrightarrow x = \frac{120}{5} = 24 \\ \text{Loubna legt 24 km af per tourke}\)
  8. \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 4.x = 20 \\ \Leftrightarrow x = \frac{20}{4} = 5 \\ \text{Nihad legt 5 km af per ronde}\)
  9. \(\text{Wouter heeft 34 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 171 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\ x - 34 = 171 \\ \Leftrightarrow x = 171 + 34 = 205 \\ \text{Wouter had 205 euro}\)
  10. \(\text{Loubna gaat 5 dagen in de week lopen.} \\ \text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\ \text{Aan het einde van de week heeft ze 20 km gelopen.} \\ \text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\ 5.x = 20 \\ \Leftrightarrow x = \frac{20}{5} = 4 \\ \text{Loubna legt 4 km af per ronde}\)
  11. \(\text{Ayman heeft 50 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 195 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\ x - 50 = 195 \\ \Leftrightarrow x = 195 + 50 = 245 \\ \text{Ayman had 245 euro}\)
  12. \(\text{Mila heeft 4 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\ \text{Ze heeft een budget van maximaal 41 euro.} \\ \text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\ 4.x = 41 \\ \Leftrightarrow x = \frac{41}{4} = 10.25 \\ \text{Mila kan maximaal 10.25 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-12 23:46:29
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen