Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 54 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Wouter heeft 59 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 131 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 2 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 42 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 2.1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 75 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Ayman heeft 54 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 221 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Froukje heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 40 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 295 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 7.5 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Ayman heeft 47 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 185 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 54 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
3.x = 54 \\
\Leftrightarrow x = \frac{54}{3} = 18 \\
\text{Loubna legt 18 km af per tourke}\)
- \(\text{Wouter heeft 59 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 131 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 59 = 131 \\
\Leftrightarrow x = 131 + 59 = 190 \\
\text{Wouter had 190 euro}\)
- \(\text{Nihad gaat 5 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 2 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
5.x = 2 \\
\Leftrightarrow x = \frac{2}{5} = 0.4 \\
\text{Nihad legt 0.4 km af per baantje}\)
- \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 42 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
6.x = 42 \\
\Leftrightarrow x = \frac{42}{6} = 7 \\
\text{Jana legt 7 km af per ronde}\)
- \(\text{Sarah gaat 3 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 24 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
3.x = 24 \\
\Leftrightarrow x = \frac{24}{3} = 8 \\
\text{Sarah legt 8 km af per ronde}\)
- \(\text{Loubna gaat 6 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 2.1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
6.x = 2.1 \\
\Leftrightarrow x = \frac{2.1}{6} = 0.35 \\
\text{Loubna legt 0.35 km af per baantje}\)
- \(\text{Mila heeft 6 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 75 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
6.x = 75 \\
\Leftrightarrow x = \frac{75}{6} = 12.5 \\
\text{Mila kan maximaal 12.5 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Ayman heeft 54 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 221 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 54 = 221 \\
\Leftrightarrow x = 221 + 54 = 275 \\
\text{Ayman had 275 euro}\)
- \(\text{Froukje heeft 7 gram chocolade nodig om chocoladecakes te bakken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 54 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de chocolade per gram maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per chocolade} \\
7.x = 54 \\
\Leftrightarrow x = \frac{54}{7} = 7.71 \\
\text{Froukje kan maximaal 7.71 euro uitgeven aan een gram chocolade}\)
- \(\text{Mohamed heeft 40 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 295 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 40 = 295 \\
\Leftrightarrow x = 295 + 40 = 335 \\
\text{Mohamed had 335 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 7.5 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
3.x = 7.5 \\
\Leftrightarrow x = \frac{7.5}{3} = 2.5 \\
\text{Jana legt 2.5 km af per rondje}\)
- \(\text{Ayman heeft 47 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 185 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 47 = 185 \\
\Leftrightarrow x = 185 + 47 = 232 \\
\text{Ayman had 232 euro}\)