Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
\(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 13 gasten zitten, dan zijn er 101 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
\(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 13 gasten zitten, dan zijn er 101 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 10.x+7 = 13.x -101 } \\
\Leftrightarrow 10.x - 13.x = -101 - 7\\
\Leftrightarrow -3x = -108\\
\Leftrightarrow x = 36 \\
\text{Er staan 36 tafels in de feestzaal.}
\)