Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{2}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 81 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 75 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 540 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 504 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 420 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 420 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 490 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 700 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{3}\times 168=14\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{1}{9}\times\frac{1}{3}\times 81=3\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  3. \(\frac{8}{10}\times\frac{1}{3}\times 120=32\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{3}\times 180=60\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{5}\times 75=12\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{5}\times 150=30\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{4}{9}\times\frac{4}{6}\times 540=160\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{3}{9}\times\frac{3}{7}\times 504=72\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  9. \(\frac{3}{6}\times\frac{9}{10}\times 420=189\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{2}{6}\times\frac{4}{7}\times 420=80\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  11. \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{7}\times 490=100\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{6}{10}\times\frac{1}{7}\times 700=60\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-08 05:16:15
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen