Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 324 leerlingen zijn \(\frac{8}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 224 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 490 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 162 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{3}\times 90=12\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{3}\times 90=10\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{4}\times 160=20\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{1}{6}\times 324=48\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{6}\times 144=12\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{8}\times 224=35\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{9}\times 108=48\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{5}{7}\times 490=140\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{6}\times 210=60\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{3}\times 162=30\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{4}{9}\times 144=48\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{8}\times 320=32\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)