Reken uit
- \(\)In een doos met 441 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 72 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 450 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 405 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 720 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 504 prullen zijn \(\frac{4}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 567 werknemers zijn \(\frac{1}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{7}\times\frac{5}{7}\times 441=45\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{3}\times 72=24\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{6}{8}\times 360=108\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{2}{3}\times 216=72\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{8}{9}\times 288=128\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{10}\times 450=72\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{8}{9}\times 405=280\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{5}\times 180=6\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{3}\times 210=40\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{10}\times 720=48\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{7}\times 504=64\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{5}{9}\times 567=45\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)