Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{5}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 567 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 324 prullen zijn \(\frac{6}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 420 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 84 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 576 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 54 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 567 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{9}\times 216=32\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{3}\times 210=35\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  3. \(\frac{4}{7}\times\frac{3}{9}\times 567=108\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  4. \(\frac{6}{9}\times\frac{5}{6}\times 324=180\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{3}{7}\times\frac{6}{10}\times 420=108\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  6. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{3}\times 84=4\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{8}{9}\times\frac{3}{5}\times 270=144\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{8}{9}\times\frac{5}{8}\times 576=320\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{3}\times 54=12\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{7}\times 280=32\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{7}\times 567=72\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{6}\times 144=24\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-10 23:08:31
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen