Reken uit
- \(\)In een doos met 45 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 36 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 810 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 336 leerlingen zijn \(\frac{7}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 640 prullen zijn \(\frac{2}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 192 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{3}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 324 dozen zijn \(\frac{8}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 140 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{3}\times 45=12\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{3}\times 144=16\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{3}\times 36=18\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{4}{5}\times 210=56\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{7}{10}\times 810=63\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{3}{7}\times 336=126\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{4}{8}\times 640=64\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{7}{8}\times 192=140\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{5}\times 200=30\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{4}{9}\times 324=128\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{4}\times 140=40\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{5}\times 160=32\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)