Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 800 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 189 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 140 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 280 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 300 werknemers zijn \(\frac{4}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 135 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{2}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 504 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 175 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{5}\times 180=96\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{7}{10}\times 800=448\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{9}\times 189=98\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{5}\times 140=40\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{7}{8}\times 280=105\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{4}{9}\times 162=60\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{3}{6}\times 300=60\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{5}\times 135=18\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{8}\times 288=8\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{4}{7}\times 504=160\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{4}{5}\times 240=48\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{7}\times 175=5\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)