Reken uit
- \(\)In een school met 72 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{3}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 350 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 490 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 324 werknemers zijn \(\frac{4}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 576 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 72 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{3}\times 72=16\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{6}\times 216=32\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 120=40\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{7}\times 280=45\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{5}\times 350=60\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{8}\times 144=45\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{3}{7}\times 490=180\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{6}\times 324=72\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{1}{9}\times 630=28\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{5}\times 160=24\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{4}{8}\times 576=36\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{6}\times 72=32\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)