Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 243 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{2}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 54 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{6}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 245 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 196 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 576 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 576 prullen zijn \(\frac{4}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 480 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{10}\times 120=32\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{3}{9}\times 243=9\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{4}\times 96=60\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{5}\times 120=16\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 54=6\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{3}{4}\times 120=54\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{5}{7}\times 245=105\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{7}\times 196=4\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{4}{8}\times 576=36\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{3}\times 216=27\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{5}{9}\times 576=160\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{8}\times 480=60\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)