Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 315 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 36 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{2}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 72 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 192 leerlingen zijn \(\frac{2}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 576 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 128 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{5}\times 315=112\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{4}\times 192=24\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{4}\times 36=6\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{2}{10}\times\frac{4}{5}\times 150=24\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{6}\times 72=4\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{2}{6}\times\frac{7}{8}\times 192=56\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{4}\times 120=15\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  8. \(\frac{3}{4}\times\frac{9}{10}\times 200=135\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  9. \(\frac{2}{8}\times\frac{7}{9}\times 576=112\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  10. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{8}\times 128=12\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  11. \(\frac{1}{5}\times\frac{6}{7}\times 210=36\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{3}\times 240=30\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-24 23:50:44
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen