Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 84 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 560 werknemers zijn \(\frac{1}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 700 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{6}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{3}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 448 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{2}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 135 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 75 leerlingen zijn \(\frac{1}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{7}\times 84=24\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{1}{10}\times\frac{3}{8}\times 560=21\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{8}\times 288=36\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{1}{8}\times\frac{3}{5}\times 400=30\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{7}{10}\times\frac{6}{10}\times 700=294\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  6. \(\frac{6}{10}\times\frac{4}{7}\times 630=216\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{6}{10}\times\frac{1}{6}\times 360=36\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{3}\times 135=30\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{4}{8}\times\frac{6}{7}\times 448=192\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{2}{6}\times\frac{4}{6}\times 216=48\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{9}\times 135=20\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{5}\times 75=9\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-27 09:50:54
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen