Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 600 prullen zijn \(\frac{3}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 162 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 256 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 450 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 400 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 54 prullen zijn \(\frac{1}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 480 leerlingen zijn \(\frac{2}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 64 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 405 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 648 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{10}\times\frac{3}{6}\times 600=90\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{2}{9}\times\frac{3}{6}\times 162=18\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{3}{4}\times\frac{7}{8}\times 256=168\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{8}{10}\times\frac{5}{9}\times 450=200\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{1}{4}\times\frac{6}{10}\times 400=60\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  6. \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{3}\times 54=3\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  7. \(\frac{2}{6}\times\frac{6}{10}\times 480=96\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  8. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{4}\times 64=24\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{10}\times 270=90\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  10. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{9}\times 180=10\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{1}{5}\times\frac{8}{9}\times 405=72\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{3}{9}\times\frac{7}{9}\times 648=168\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-02 00:37:25
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen