Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 126 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 150 dozen zijn \(\frac{2}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 800 prullen zijn \(\frac{1}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 105 werknemers zijn \(\frac{2}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 441 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 504 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 135 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{5}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 450 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{7}\times 126=12\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{3}\times 96=24\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{3}{5}\times 150=18\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{2}{10}\times 800=16\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{5}\times 105=18\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{3}{7}\times 441=135\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{8}\times 360=30\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{5}{7}\times 504=200\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{9}\times 135=5\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{4}\times 288=45\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{7}{10}\times 450=175\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{5}\times 120=12\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)