Reken uit
- \(\)In een school met 378 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{3}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 112 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{4}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{2}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 150 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 128 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 125 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{7}{9}\times\frac{5}{7}\times 378=210\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{5}\times 400=30\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{7}\times 112=16\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{9}\times 270=80\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{4}\times 252=108\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{6}\times 240=60\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{4}\times 108=12\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{3}\times 168=32\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{2}{3}\times 240=20\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{5}\times 150=60\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{8}\times 128=8\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{5}\times 125=20\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)