Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 162 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 162 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 486 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 432 werknemers zijn \(\frac{1}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 64 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 490 leerlingen zijn \(\frac{5}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 392 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 75 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{1}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{6}\times 162=18\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{9}\times 162=84\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{4}{6}\times 486=108\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{9}{10}\times 360=54\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{2}{4}\times 96=6\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{3}{8}\times 432=18\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{4}\times 64=12\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{5}{7}\times 490=175\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{4}{8}\times 288=120\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{7}{8}\times 392=49\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{5}\times 75=12\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{6}{8}\times 360=54\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)