Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 135 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 224 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 504 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 324 prullen zijn \(\frac{1}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 576 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 147 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{1}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 600 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{4}\times 144=18\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{1}{3}\times 135=40\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{5}{8}\times 280=25\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{7}\times 224=48\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{7}{9}\times 504=224\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{1}{6}\times 324=6\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{6}{8}\times 576=378\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{6}{10}\times 450=90\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{7}{9}\times 162=42\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{3}\times 147=21\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{3}{4}\times 320=24\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{6}{10}\times 600=60\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)