Reken uit
- \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 441 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 490 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 150 leerlingen zijn \(\frac{4}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 720 werknemers zijn \(\frac{7}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 81 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 105 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 27 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{5}\times 160=16\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{5}{9}\times 441=210\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{4}{7}\times 490=160\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{3}\times 72=36\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{1}{5}\times 150=12\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{2}{5}\times 360=18\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{8}\times 120=10\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{8}{9}\times 720=560\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{9}\times 81=18\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{8}\times 288=72\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{5}\times 105=28\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 27=6\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)