Reken uit
- \(\)In een doos met 560 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 504 leerlingen zijn \(\frac{5}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 720 prullen zijn \(\frac{1}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 720 leerlingen zijn \(\frac{6}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 600 dozen zijn \(\frac{1}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 63 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 80 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 486 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{7}\times\frac{5}{8}\times 560=100\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{9}\times 504=35\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{6}\times 90=20\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{8}{10}\times 400=160\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{3}{8}\times 720=27\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{6}{9}\times 720=288\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{5}{6}\times 600=50\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{7}\times 63=18\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{5}\times 80=8\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{6}\times 180=30\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{6}\times 486=18\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{6}\times 120=30\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)