Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 504 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 504 werknemers zijn \(\frac{3}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{1}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 560 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 105 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 150 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 84 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 196 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{7}{9}\times\frac{5}{8}\times 504=245\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{3}{8}\times\frac{4}{7}\times 504=108\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{6}{9}\times\frac{7}{10}\times 630=294\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{9}\times 108=20\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{6}\times 168=4\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{8}\times 560=40\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  7. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{7}\times 105=5\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{4}{8}\times\frac{4}{5}\times 240=96\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{10}\times 150=30\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{3}\times 84=14\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{4}{7}\times\frac{4}{7}\times 196=64\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{5}\times 210=35\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-26 06:43:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen