Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 128 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{5}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 420 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 140 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 320 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 1000 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 648 prullen zijn \(\frac{7}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{6}{8}\times\frac{3}{4}\times 128=72\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{6}\times 168=12\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{6}\times 126=28\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{5}\times 400=40\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  5. \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{7}\times 210=15\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  6. \(\frac{4}{7}\times\frac{8}{10}\times 420=192\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{7}\times 140=50\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{4}{10}\times\frac{1}{3}\times 240=32\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{8}\times 320=30\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{3}{10}\times\frac{1}{10}\times 1000=30\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{7}{9}\times\frac{1}{9}\times 648=56\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{4}{10}\times\frac{3}{4}\times 360=108\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-13 12:02:55
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen