Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 63 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{1}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 336 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 504 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 84 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 504 werknemers zijn \(\frac{5}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 350 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 80 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 125 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{3}\times 63=18\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{10}\times 210=70\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  3. \(\frac{1}{8}\times\frac{2}{3}\times 168=14\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  4. \(\frac{1}{7}\times\frac{4}{6}\times 336=32\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{6}{7}\times\frac{3}{8}\times 504=162\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{4}\times 84=24\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  7. \(\frac{5}{8}\times\frac{5}{9}\times 504=175\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{6}{10}\times\frac{4}{7}\times 210=72\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{5}{7}\times\frac{9}{10}\times 350=225\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  10. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{5}\times 80=12\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{8}\times 120=6\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{5}\times 125=60\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-20 07:00:43
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen