Reken uit
- \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 175 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 243 dozen zijn \(\frac{8}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 448 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 420 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 250 dozen zijn \(\frac{5}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 288 prullen zijn \(\frac{5}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 400 werknemers zijn \(\frac{5}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 135 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{5}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{5}\times 200=30\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{4}\times 108=27\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{5}\times 175=21\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{1}{3}\times 243=72\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{7}\times 448=40\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{10}\times 420=84\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{2}{5}\times 250=50\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{4}\times 288=80\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{4}\times 160=20\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{10}\times 400=75\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{9}\times 135=70\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{3}\times 120=50\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)