Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 420 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 315 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{9}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 196 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 294 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 288 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 336 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{7}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{10}\times 420=36\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{5}\times 315=35\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{9}{10}\times\frac{5}{8}\times 320=180\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  4. \(\frac{3}{4}\times\frac{4}{7}\times 196=84\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{4}\times 280=60\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{7}\times 294=21\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{4}\times 288=45\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{2}{10}\times\frac{6}{7}\times 280=48\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{5}{6}\times\frac{5}{8}\times 336=175\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{7}{8}\times\frac{5}{9}\times 288=140\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{9}\times 108=56\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{4}{8}\times\frac{2}{5}\times 200=40\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-03 08:26:56
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen