Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 112 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 180 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 324 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 336 werknemers zijn \(\frac{3}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 300 werknemers zijn \(\frac{7}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 189 prullen zijn \(\frac{6}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 567 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 343 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{3}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 560 dozen zijn \(\frac{8}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{4}\times 112=12\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  2. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{6}\times 300=80\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{10}\times 180=6\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  4. \(\frac{1}{6}\times\frac{8}{9}\times 324=48\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{7}\times 336=36\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{3}\times 108=48\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{7}{10}\times\frac{3}{5}\times 300=126\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{3}\times 189=84\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  9. \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{9}\times 567=90\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{4}{7}\times\frac{4}{7}\times 343=112\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  11. \(\frac{3}{9}\times\frac{6}{8}\times 216=54\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{8}{10}\times\frac{3}{8}\times 560=168\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-21 22:29:30
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen