Reken uit
- \(\)In een doos met 336 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 490 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 128 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 180 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 480 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{9}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 108 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 560 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 224 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 315 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{6}\times 336=48\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{3}{7}\times 490=42\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{4}\times 128=16\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{2}{6}\times 180=48\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{10}\times 480=72\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{1}{4}\times 160=36\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{4}\times 108=9\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{3}{4}\times 144=84\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{4}\times 160=20\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{7}\times 560=50\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{7}\times 224=48\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{6}{9}\times 315=30\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)