Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 189 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 63 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 320 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 128 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 243 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 75 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{4}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 126 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 80 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{3}\times 189=45\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{2}{3}\times 216=72\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{3}\times 180=20\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{7}\times 63=9\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{6}{8}\times 320=180\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 108=9\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{3}{4}\times 128=24\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{8}{9}\times 243=72\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{5}\times 75=6\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{5}\times 270=144\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{3}{6}\times 126=27\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{4}\times 80=20\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)