Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 900 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 480 leerlingen zijn \(\frac{5}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{8}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 441 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 400 leerlingen zijn \(\frac{7}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 140 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{7}\times 210=20\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{10}\times 240=32\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{5}{9}\times\frac{6}{10}\times 900=300\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  4. \(\frac{5}{10}\times\frac{4}{6}\times 480=160\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{6}\times 120=5\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{5}\times 120=36\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{8}{9}\times\frac{3}{4}\times 216=144\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{7}\times 441=56\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{6}\times 210=42\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{7}{10}\times\frac{1}{8}\times 400=35\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{1}{8}\times\frac{3}{9}\times 288=12\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{7}\times 140=4\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-01 00:06:33
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen