Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 810 werknemers zijn \(\frac{7}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 196 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 245 werknemers zijn \(\frac{6}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{8}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 72 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 200 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 243 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 504 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{7}{10}\times\frac{3}{9}\times 810=189\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{7}\times 196=35\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{3}{5}\times 245=126\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{5}\times 120=40\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{1}{4}\times 144=32\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{3}\times 72=18\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{6}\times 180=50\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{4}\times 200=80\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{4}{9}\times 243=60\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{9}\times 504=63\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{4}{6}\times 144=72\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{5}\times 270=60\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)