Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 90 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 150 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 432 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 128 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 441 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 567 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 80 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{3}\times 120=20\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{5}\times 90=12\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  3. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{10}\times 150=50\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{8}\times 360=72\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{9}\times 432=24\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{4}\times 128=72\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{6}\times 144=60\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{9}\times 441=21\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{8}\times 288=27\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  10. \(\frac{3}{9}\times\frac{5}{7}\times 567=135\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{8}\times 120=30\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{4}\times 80=8\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-14 12:15:14
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen