Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{5}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 320 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 60 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 500 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 320 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{4}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 256 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 648 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{3}\times\frac{8}{10}\times 240=64\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{6}\times 288=60\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{8}\times 320=80\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{4}\times 60=6\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{4}{5}\times\frac{7}{10}\times 500=280\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  6. \(\frac{7}{8}\times\frac{6}{10}\times 320=168\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{5}\times 210=48\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{6}{7}\times\frac{5}{6}\times 252=180\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{4}\times 256=16\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{3}{9}\times\frac{4}{5}\times 180=48\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{3}{9}\times\frac{1}{9}\times 648=24\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{2}{4}\times\frac{7}{10}\times 160=56\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-31 07:57:25
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen