Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 384 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 105 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 90 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 108 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 567 prullen zijn \(\frac{5}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 378 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 84 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{8}\times\frac{5}{8}\times 384=120\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{3}\times 120=20\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  3. \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{7}\times 105=27\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{1}{8}\times\frac{3}{4}\times 224=21\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{3}\times 90=24\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{3}\times 108=32\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{9}\times 567=45\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{4}\times 216=18\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{5}{7}\times\frac{5}{6}\times 378=225\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{10}\times 120=12\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{3}\times 144=48\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{4}\times 84=14\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-05 15:42:20
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen