Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 480 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 150 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{4}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 540 werknemers zijn \(\frac{8}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 630 werknemers zijn \(\frac{2}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 504 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{10}\times\frac{3}{4}\times 120=27\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{1}{8}\times\frac{5}{10}\times 480=30\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{5}\times 150=48\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  4. \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{4}\times 192=32\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{8}{9}\times\frac{3}{6}\times 540=240\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{2}{10}\times\frac{4}{7}\times 630=72\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{8}\times 192=60\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{2}{9}\times\frac{4}{8}\times 504=56\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  9. \(\frac{2}{9}\times\frac{8}{10}\times 270=48\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{9}\times 180=45\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{6}\times 168=63\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{1}{6}\times\frac{4}{10}\times 240=16\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-10 11:03:43
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen