Reken uit
- \(\)In een school met 140 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 294 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 315 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 350 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 72 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 490 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 60 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 500 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{7}\times 140=20\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{3}{6}\times 294=84\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{6}{8}\times 240=144\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{7}\times 315=90\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{5}\times 350=42\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{8}\times 72=12\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{5}{7}\times 490=140\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{9}\times 288=24\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{4}\times 60=10\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{7}{10}\times 500=210\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{7}\times 168=80\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{8}\times 192=24\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)