Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 45 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 700 leerlingen zijn \(\frac{7}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 400 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{7}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 224 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 250 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 196 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{8}\times 216=36\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  2. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 45=10\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{6}\times 192=32\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{7}{10}\times\frac{1}{10}\times 700=49\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{10}\times 400=90\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  6. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{8}\times 224=28\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  7. \(\frac{7}{8}\times\frac{3}{4}\times 320=210\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{6}\times 120=16\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{9}\times 216=8\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  10. \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{4}\times 224=64\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{5}\times 250=120\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{7}\times 196=21\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-10 04:13:00
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen