Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 630 prullen zijn \(\frac{7}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 480 werknemers zijn \(\frac{9}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{4}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 48 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{7}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 480 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 700 prullen zijn \(\frac{9}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 135 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 486 prullen zijn \(\frac{1}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 105 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{7}{10}\times\frac{3}{7}\times 630=189\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{9}{10}\times\frac{3}{6}\times 480=216\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{4}{9}\times\frac{4}{7}\times 378=96\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{4}\times 48=4\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  5. \(\frac{7}{8}\times\frac{6}{10}\times 240=126\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{3}{6}\times\frac{8}{10}\times 480=192\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{9}{10}\times\frac{6}{10}\times 700=378\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  8. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{6}\times 180=100\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{9}\times 144=4\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{8}{9}\times\frac{1}{5}\times 135=24\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  11. \(\frac{1}{6}\times\frac{4}{9}\times 486=36\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{5}\times 105=3\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-25 17:46:01
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen