Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 378 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 72 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 256 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 243 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{2}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 224 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{6}\times\frac{5}{9}\times 378=35\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{5}\times 200=24\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  3. \(\frac{5}{6}\times\frac{4}{7}\times 252=120\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{6}\times 120=30\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 72=32\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{2}{4}\times\frac{6}{8}\times 256=96\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  7. \(\frac{3}{9}\times\frac{7}{9}\times 243=63\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{4}\times 192=24\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{9}\times 144=8\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{2}{8}\times\frac{4}{5}\times 200=40\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{10}\times 200=50\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{2}{4}\times\frac{6}{7}\times 224=96\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-27 01:15:37
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen