Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 567 dozen zijn \(\frac{8}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 135 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 280 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{1}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 224 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 168 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 294 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 540 prullen zijn \(\frac{1}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 392 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{8}\times 192=12\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{8}{9}\times\frac{4}{7}\times 567=288\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{5}\times 135=15\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  4. \(\frac{4}{7}\times\frac{6}{8}\times 280=120\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{1}{9}\times\frac{1}{8}\times 360=5\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{4}\times 224=24\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{4}\times 168=21\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{6}{8}\times\frac{5}{6}\times 192=120\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{8}\times 192=112\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{1}{7}\times\frac{5}{7}\times 294=30\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  11. \(\frac{1}{9}\times\frac{5}{10}\times 540=30\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{4}{8}\times\frac{6}{7}\times 392=168\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-06 20:04:45
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen