Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 36 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 315 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 800 leerlingen zijn \(\frac{3}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 432 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 294 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 630 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 480 prullen zijn \(\frac{7}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 36=4\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{5}\times 315=70\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{4}\times 160=50\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{6}{10}\times 800=144\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{6}\times 144=16\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{5}{8}\times 432=135\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{5}\times 210=12\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{3}{5}\times 200=15\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{5}{7}\times 294=175\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{6}{10}\times 630=108\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{9}\times 144=16\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{7}{8}\times 480=294\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)