Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 245 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 243 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 192 prullen zijn \(\frac{2}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{4}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 150 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 900 stukken snoepgoed zijn \(\frac{9}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{7}\times\frac{4}{5}\times 245=28\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{5}{10}\times\frac{3}{5}\times 200=60\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{8}\times 144=24\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{3}\times 180=50\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{9}\times 243=18\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{5}\times 120=18\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  7. \(\frac{2}{8}\times\frac{3}{6}\times 192=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{10}\times 120=32\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{10}\times 280=21\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{5}\times 280=84\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  11. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{5}\times 150=10\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  12. \(\frac{9}{10}\times\frac{8}{10}\times 900=648\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-19 07:48:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen