Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 225 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 224 dozen zijn \(\frac{4}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 720 dozen zijn \(\frac{5}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{3}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{9}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 720 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 147 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{7}\times\frac{7}{10}\times 210=63\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{3}\times 144=16\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{4}{5}\times 225=108\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{5}{9}\times 630=300\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{4}\times 224=32\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{4}{8}\times 720=180\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{3}\times 168=21\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{4}{7}\times 210=108\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{8}\times 720=60\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{5}\times 180=24\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{7}\times 147=56\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{1}{6}\times 192=24\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)