Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 315 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 100 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 700 prullen zijn \(\frac{3}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 315 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 800 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 180 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{7}\times\frac{6}{9}\times 315=150\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{9}\times 162=48\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{5}\times 120=32\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{8}\times 280=30\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{3}\times 168=42\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{5}\times 100=5\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{6}{10}\times 700=180\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 72=24\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{6}\times 108=12\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{5}{7}\times 315=175\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{4}{10}\times 800=256\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{4}{6}\times 180=100\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)