Reken uit
- \(\)In een doos met 576 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 256 leerlingen zijn \(\frac{1}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 324 leerlingen zijn \(\frac{6}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 729 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 486 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{7}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 162 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{8}\times\frac{6}{8}\times 576=162\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{6}\times 144=18\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{2}{4}\times 256=16\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{8}\times 96=32\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{4}{5}\times 210=140\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{4}\times 324=54\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{1}{9}\times 729=9\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{2}{6}\times 192=32\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{9}\times 486=135\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{5}{10}\times 400=140\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{3}{5}\times 280=147\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{6}\times 162=18\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)