Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 405 werknemers zijn \(\frac{2}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 75 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 720 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 504 werknemers zijn \(\frac{4}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{3}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 810 dozen zijn \(\frac{7}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 300 leerlingen zijn \(\frac{3}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 378 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 720 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 60 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{9}\times\frac{4}{5}\times 405=72\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{5}\times 75=24\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{6}\times 270=18\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 90=40\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{2}{9}\times 720=80\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{5}{7}\times 504=160\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{4}{5}\times 400=120\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{2}{9}\times 810=126\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{10}\times 300=18\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{5}{6}\times 378=45\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{5}{8}\times 720=270\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{5}\times 60=8\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)