Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 432 prullen zijn \(\frac{4}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{6}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 300 leerlingen zijn \(\frac{2}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 72 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{5}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 448 werknemers zijn \(\frac{7}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 540 leerlingen zijn \(\frac{2}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 245 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 384 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 245 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 224 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 450 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{8}\times\frac{7}{9}\times 432=168\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{6}{8}\times\frac{1}{7}\times 280=30\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{2}{10}\times\frac{1}{5}\times 300=12\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  4. \(\frac{1}{8}\times\frac{2}{3}\times 72=6\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{5}{10}\times\frac{2}{3}\times 180=60\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{7}{8}\times\frac{2}{8}\times 448=98\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  7. \(\frac{2}{9}\times\frac{5}{6}\times 540=100\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  8. \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{5}\times 245=42\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{6}\times 384=56\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{7}\times 245=20\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{5}{7}\times\frac{6}{8}\times 224=120\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{3}{9}\times\frac{1}{5}\times 450=30\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-17 09:58:09
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen