Reken uit
- \(\)In een school met 126 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 320 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 630 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 75 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{7}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 567 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 112 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 315 prullen zijn \(\frac{5}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 800 prullen zijn \(\frac{9}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{6}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{7}\times 126=60\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{4}\times 320=30\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{2}{7}\times 630=144\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{5}\times 75=24\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{3}{5}\times 360=189\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{7}{9}\times 567=245\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{4}\times 112=7\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{7}\times 315=25\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{5}{8}\times 800=450\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{4}\times 120=45\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{4}{6}\times 216=80\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{1}{5}\times 200=24\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)