Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 112 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 600 werknemers zijn \(\frac{4}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 432 werknemers zijn \(\frac{6}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 126 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 300 leerlingen zijn \(\frac{3}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 250 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 27 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 250 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 147 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 189 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{4}\times 112=48\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  2. \(\frac{4}{6}\times\frac{8}{10}\times 600=320\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{8}\times 432=36\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{2}{7}\times\frac{8}{10}\times 630=144\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{6}\times 126=28\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  6. \(\frac{3}{10}\times\frac{6}{10}\times 300=54\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{5}\times 250=90\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  8. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 27=6\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{4}\times 120=24\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{7}{10}\times\frac{2}{5}\times 250=70\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{1}{7}\times\frac{4}{7}\times 147=12\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{2}{9}\times\frac{3}{7}\times 189=18\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-07 13:02:18
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen