Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 196 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 648 prullen zijn \(\frac{2}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 560 leerlingen zijn \(\frac{5}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 720 prullen zijn \(\frac{6}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 405 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 294 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{7}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{6}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{7}\times 196=63\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{2}{8}\times\frac{5}{9}\times 648=90\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{8}\times 160=10\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{3}\times 90=24\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{7}\times 560=150\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{10}\times 720=48\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  7. \(\frac{1}{3}\times\frac{7}{8}\times 240=70\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  8. \(\frac{5}{9}\times\frac{3}{5}\times 405=135\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{3}{6}\times\frac{5}{7}\times 294=105\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{9}\times 270=100\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{7}{10}\times\frac{4}{10}\times 300=84\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{6}{8}\times\frac{6}{10}\times 240=108\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-06 17:37:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen