Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 150 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 560 werknemers zijn \(\frac{3}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 315 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 175 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{1}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 108 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 490 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 420 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{10}\times 150=30\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{5}\times 200=128\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{6}\times 168=21\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{7}\times 560=48\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  5. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{9}\times 315=28\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{6}\times 210=70\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{7}\times 175=15\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{1}{10}\times\frac{4}{6}\times 360=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  9. \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{5}\times 270=90\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  10. \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{9}\times 108=20\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{7}\times 490=60\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{10}\times 420=105\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-19 04:20:29
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen