Reken uit
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 480 leerlingen zijn \(\frac{7}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 540 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 450 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 315 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 140 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{2}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{4}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 576 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{4}\times 120=12\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{5}{6}\times 480=350\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{2}{6}\times 540=108\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{9}\times 450=50\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{6}\times 144=48\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{6}{7}\times 315=216\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{7}\times 140=40\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{3}\times 240=40\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{6}\times 270=72\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{5}\times 240=8\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{4}{10}\times 280=64\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{6}{9}\times 576=48\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)