Reken uit
- \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{1}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 189 werknemers zijn \(\frac{8}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 75 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{1}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 432 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 480 dozen zijn \(\frac{2}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{4}\times\frac{8}{10}\times 160=64\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{8}\times 144=30\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{6}{9}\times 216=18\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{4}\times 288=18\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{7}\times 189=48\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{5}\times 75=30\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{9}\times 270=80\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{4}{5}\times 180=16\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{6}\times 210=42\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{6}\times 432=27\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{6}{8}\times 168=36\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{5}{8}\times 480=60\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)