Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 225 werknemers zijn \(\frac{4}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 128 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 336 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 112 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 630 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 320 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 128 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{5}\times 225=40\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{3}\times 108=27\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{2}{4}\times 128=56\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{6}{8}\times 336=42\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{7}\times 280=50\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{6}\times 210=30\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{3}{4}\times 112=72\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{8}{9}\times 630=320\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{5}\times 320=80\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{8}\times 128=24\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{7}\times 210=20\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{10}\times 300=18\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)