Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 560 prullen zijn \(\frac{7}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 504 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 140 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{1}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 128 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{5}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 540 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 90=20\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{7}{10}\times\frac{5}{8}\times 560=245\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  3. \(\frac{3}{9}\times\frac{5}{8}\times 504=105\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{5}\times 210=18\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{7}\times 84=48\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{5}\times 90=15\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{7}\times 140=20\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{1}{7}\times\frac{4}{8}\times 168=12\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{4}\times 128=48\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{6}\times 180=100\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{5}{7}\times\frac{3}{6}\times 126=45\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{6}\times 540=80\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-23 23:22:30
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen