Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 384 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 168 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{3}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 245 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{6}\times 120=16\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{4}{8}\times\frac{5}{6}\times 240=100\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  3. \(\frac{4}{8}\times\frac{6}{8}\times 384=144\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{6}\times 192=72\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{8}\times 240=30\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{6}{7}\times\frac{4}{6}\times 168=96\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{6}\times 216=54\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{8}\times 160=75\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  9. \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{3}\times 180=36\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  10. \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{7}\times 245=21\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{4}{5}\times\frac{6}{8}\times 280=168\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{9}\times 180=12\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-05 18:57:31
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen