Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 400 werknemers zijn \(\frac{6}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 300 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 126 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 900 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 224 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 108 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 630 leerlingen zijn \(\frac{3}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 150 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{3}\times 108=40\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{6}{10}\times\frac{3}{4}\times 400=180\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{5}{10}\times\frac{4}{6}\times 300=100\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{6}\times 126=28\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  5. \(\frac{4}{9}\times\frac{3}{4}\times 144=48\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{3}\times 144=64\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{4}{10}\times\frac{7}{10}\times 900=252\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  8. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{4}\times 224=8\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{9}\times 108=3\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  10. \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{6}\times 240=40\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{7}\times 630=60\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{3}\times 150=40\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-05 09:37:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen