Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 500 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 504 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 252 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 350 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 294 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 504 werknemers zijn \(\frac{4}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 48 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 540 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 250 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{6}\times 192=32\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{10}\times 500=40\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{5}\times 120=27\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{5}{7}\times\frac{3}{9}\times 504=120\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{1}{9}\times\frac{3}{4}\times 252=21\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  6. \(\frac{2}{10}\times\frac{3}{7}\times 350=30\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{7}{8}\times\frac{2}{3}\times 240=140\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{7}\times 294=7\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{7}\times 504=64\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 48=16\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{7}{9}\times\frac{3}{6}\times 540=210\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{3}{10}\times\frac{4}{5}\times 250=60\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-08 05:18:25
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen