Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{7}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 420 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 140 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 576 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 168 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{7}{10}\times\frac{1}{3}\times 270=63\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{4}{7}\times\frac{7}{10}\times 420=168\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{3}\times 108=56\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{5}\times 140=4\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{6}\times 288=24\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  6. \(\frac{2}{8}\times\frac{6}{9}\times 576=96\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{9}\times 270=40\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{6}\times 270=27\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{10}\times 240=60\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{7}{9}\times\frac{4}{5}\times 270=168\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 120=10\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{3}\times 168=70\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-20 11:28:01
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen