Reken uit
- \(\)In een doos met 405 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 324 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 540 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 252 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 432 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{3}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 320 werknemers zijn \(\frac{5}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 300 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 720 leerlingen zijn \(\frac{5}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 500 werknemers zijn \(\frac{1}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{5}\times 405=45\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{6}\times 180=20\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{5}{9}\times 324=120\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{7}{10}\times 540=315\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{6}{7}\times 252=162\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{3}{6}\times 432=72\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{3}\times 240=60\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{5}\times 320=120\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{5}{10}\times 300=105\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{6}\times 168=7\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{10}\times 720=135\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{2}{5}\times 500=20\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)