Reken uit
- \(\)In een school met 162 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 288 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 448 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 252 leerlingen zijn \(\frac{2}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 432 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 125 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 45 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{7}{9}\times\frac{4}{6}\times 162=84\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{10}\times 240=30\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{9}\times 108=24\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{7}{8}\times 288=189\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{3}{5}\times 200=48\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{7}{8}\times 448=168\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{3}{7}\times 252=24\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{7}\times 126=30\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{6}{9}\times 432=144\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{6}{10}\times 200=48\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{5}\times 125=20\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{5}\times 45=3\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)