Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 350 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{2}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 126 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 200 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 315 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 81 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 36 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 189 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 96 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{5}\times 350=20\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{7}\times 252=12\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{2}{10}\times\frac{2}{3}\times 180=24\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{6}\times 126=3\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{5}\times 200=32\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  6. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{10}\times 200=48\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{4}{5}\times\frac{5}{9}\times 315=140\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 81=18\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{6}\times 210=56\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{3}\times 36=6\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{3}\times 189=14\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{7}{8}\times\frac{2}{4}\times 96=42\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-20 04:11:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen