Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 140 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 350 leerlingen zijn \(\frac{4}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{3}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{1}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 243 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 105 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 72 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{9}\times 360=50\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{7}\times 140=5\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{4}{10}\times\frac{4}{5}\times 350=112\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  4. \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{3}\times 210=42\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{1}{10}\times\frac{1}{4}\times 160=4\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{4}\times 216=84\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{9}\times 243=45\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{3}{6}\times\frac{7}{8}\times 144=63\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{8}\times 72=36\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{5}\times 105=14\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{4}\times 72=36\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{5}{6}\times\frac{9}{10}\times 300=225\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-09 05:21:06
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen