Reken uit
- \(\)In een doos met 630 prullen zijn \(\frac{6}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 112 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 800 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 600 werknemers zijn \(\frac{1}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 420 prullen zijn \(\frac{6}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 60 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 105 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{9}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{6}{10}\times\frac{1}{9}\times 630=42\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{7}\times 112=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{7}{10}\times 800=280\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{6}\times 126=21\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{2}{10}\times 600=12\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{6}\times 360=60\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{1}{7}\times 420=36\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{6}{10}\times 630=270\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{5}\times 60=8\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{3}\times 105=7\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{4}{5}\times 150=108\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{8}{10}\times 160=32\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)