Reken uit
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{1}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 192 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{2}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 350 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 420 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 432 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 147 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{1}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{4}\times 240=10\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{3}\times 144=6\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{3}{8}\times 216=18\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{8}\times 192=48\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{4}{10}\times 400=32\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{6}{10}\times 400=180\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{10}\times 350=50\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{4}{6}\times 420=224\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{5}{9}\times 432=90\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{9}\times 108=20\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{7}\times 147=84\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{2}{8}\times 400=10\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)