Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 504 dozen zijn \(\frac{6}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 420 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 81 werknemers zijn \(\frac{8}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 75 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 60 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 336 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 324 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 336 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 350 leerlingen zijn \(\frac{6}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 400 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 60 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{9}\times 270=36\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  2. \(\frac{6}{8}\times\frac{1}{9}\times 504=42\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{3}{6}\times\frac{8}{10}\times 420=168\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{3}\times 81=48\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  5. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{5}\times 75=10\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  6. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 60=5\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{1}{8}\times\frac{4}{7}\times 336=24\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{4}\times 324=54\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  9. \(\frac{4}{7}\times\frac{4}{6}\times 336=128\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{5}\times 350=120\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{5}\times 400=40\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  12. \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{5}\times 60=18\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-27 03:31:55
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen