Reken uit
- \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 63 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 245 werknemers zijn \(\frac{1}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 900 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 320 werknemers zijn \(\frac{3}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 336 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 36 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 432 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 320 werknemers zijn \(\frac{5}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 225 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 243 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{8}\times 192=36\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{3}\times 63=12\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{4}{5}\times 245=28\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{5}{9}\times 900=300\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{4}\times 320=90\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{4}{6}\times 336=128\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{4}\times 36=9\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{1}{6}\times 432=56\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{10}\times 320=60\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{4}{5}\times 225=100\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{3}{6}\times 240=24\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{9}\times 243=90\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)