Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 250 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 420 prullen zijn \(\frac{2}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{5}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 729 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 150 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 100 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 378 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{4}\times 160=60\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{4}{10}\times\frac{1}{5}\times 250=20\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{2}{10}\times\frac{3}{6}\times 420=42\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{4}\times 96=30\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{6}\times 72=16\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{3}{7}\times\frac{3}{10}\times 210=27\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{7}\times 224=32\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{9}\times 729=45\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{10}\times 150=24\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{5}\times 100=45\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{4}\times 108=54\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{9}\times 378=84\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-10 00:44:36
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen