Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 45 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{4}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 350 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 720 dozen zijn \(\frac{8}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 490 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{10}\times 240=30\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{6}\times 72=20\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{5}\times 45=6\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{3}\times 270=80\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{8}\times 160=75\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{4}{5}\times 350=120\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{8}{10}\times 210=48\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{4}{8}\times 720=288\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{8}\times 216=9\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{3}\times 126=14\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{4}{7}\times 490=240\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{6}\times 192=32\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)