Reken uit
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{6}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 567 leerlingen zijn \(\frac{3}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 128 leerlingen zijn \(\frac{3}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 350 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 147 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{6}{10}\times\frac{3}{4}\times 240=108\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{7}\times 280=40\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{5}{7}\times 567=135\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{4}\times 128=24\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{6}\times 126=14\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{10}\times 120=24\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{4}{6}\times 252=144\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{10}\times 350=5\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{7}{8}\times 160=84\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{5}{7}\times 280=120\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{7}\times 147=28\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{3}{6}\times 240=24\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)