Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 630 prullen zijn \(\frac{2}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 224 werknemers zijn \(\frac{2}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 162 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{1}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 567 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 150 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 100 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 243 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{7}\times 630=20\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{2}{4}\times\frac{7}{9}\times 216=84\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  3. \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{4}\times 224=48\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{3}\times 162=96\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{4}\times 288=16\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{9}\times 567=27\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{4}{9}\times\frac{9}{10}\times 360=144\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  8. \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{6}\times 144=20\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{7}{9}\times\frac{5}{8}\times 288=140\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  10. \(\frac{2}{10}\times\frac{2}{3}\times 150=20\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{5}\times 100=16\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{9}\times 243=36\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-24 10:45:08
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen