Reken uit
- \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{9}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 500 werknemers zijn \(\frac{3}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 320 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 72 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 600 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 490 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{6}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{5}\times 270=30\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{2}{4}\times 120=54\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{6}{10}\times 500=90\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{4}\times 320=120\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{4}\times 160=60\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{6}\times 72=15\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{5}\times 150=10\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{1}{4}\times 108=9\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{4}{6}\times 600=320\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{1}{7}\times 490=7\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{9}\times 270=36\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{6}{9}\times 270=108\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)