Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 224 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 300 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{7}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{3}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 432 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 135 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 1000 prullen zijn \(\frac{6}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{4}\times 224=48\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{7}\times 280=60\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{1}{3}\times\frac{8}{10}\times 300=80\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{7}{9}\times\frac{8}{10}\times 360=224\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  5. \(\frac{3}{10}\times\frac{3}{7}\times 280=36\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{9}\times 252=21\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  7. \(\frac{5}{9}\times\frac{3}{8}\times 432=90\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{4}\times 168=28\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{9}\times 135=70\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  10. \(\frac{6}{10}\times\frac{4}{10}\times 1000=240\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  11. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{6}\times 150=40\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{3}\times 210=40\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-11 12:19:23
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen