Reken uit
- \(\)In een doos met 405 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 252 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 63 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 150 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 128 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 400 werknemers zijn \(\frac{7}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{7}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 405 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{5}\times 405=54\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{4}{7}\times 252=48\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 84=28\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{3}\times 63=24\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{5}\times 150=20\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{4}\times 128=24\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{2}{5}\times 400=112\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{3}{9}\times 360=84\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{6}\times 360=50\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{8}{9}\times 405=288\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{10}\times 180=84\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{9}\times 288=16\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)