Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 448 leerlingen zijn \(\frac{7}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 504 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 441 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 84 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 63 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 420 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 567 werknemers zijn \(\frac{1}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 256 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{7}{8}\times\frac{4}{7}\times 448=224\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{8}\times 504=35\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{9}\times 441=21\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 84=7\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{3}\times 135=60\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{8}{10}\times\frac{5}{6}\times 360=240\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{3}\times 63=12\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  8. \(\frac{3}{7}\times\frac{5}{10}\times 420=90\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{9}\times 216=80\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{1}{9}\times\frac{4}{9}\times 567=28\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{5}\times 210=35\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{4}\times 256=56\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-14 19:30:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen