Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 350 werknemers zijn \(\frac{6}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 504 werknemers zijn \(\frac{5}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 320 werknemers zijn \(\frac{7}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 54 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 105 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{6}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 105 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{5}\times 350=120\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{5}{8}\times\frac{4}{7}\times 504=180\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{7}{10}\times\frac{2}{8}\times 320=56\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 54=12\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{3}\times 105=14\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{3}\times 96=48\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{6}{10}\times\frac{2}{9}\times 270=36\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  8. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{5}\times 105=14\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  9. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{9}\times 216=18\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{4}\times 120=72\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{9}\times 216=8\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{5}\times 120=60\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-15 18:23:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen