Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{1}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 36 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 810 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 225 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 448 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 280 leerlingen zijn \(\frac{6}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{6}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 700 leerlingen zijn \(\frac{5}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{8}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 96 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{6}\times\frac{6}{9}\times 378=42\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 36=4\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{3}{10}\times\frac{5}{9}\times 810=135\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 120=40\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{4}{5}\times\frac{5}{9}\times 225=100\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{6}{8}\times\frac{4}{8}\times 448=168\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{6}{10}\times\frac{2}{4}\times 280=84\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  8. \(\frac{3}{5}\times\frac{5}{6}\times 180=90\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  9. \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{4}\times 168=72\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  10. \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{10}\times 700=50\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  11. \(\frac{8}{9}\times\frac{1}{5}\times 360=64\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{8}\times 96=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-08 13:50:36
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen