Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 175 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 126 dozen zijn \(\frac{4}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{5}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{4}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 500 dozen zijn \(\frac{1}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 27 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 36 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{5}\times\frac{4}{5}\times 175=84\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{8}\times 120=18\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{3}{5}\times 210=90\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{4}\times 200=90\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{8}{10}\times 360=144\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{3}\times 126=48\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{2}{3}\times 210=70\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{5}\times 180=16\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{3}{10}\times 500=15\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{5}\times 180=72\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 27=6\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{4}\times 36=6\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)