Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{5}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 280 leerlingen zijn \(\frac{3}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 162 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 576 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 80 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 105 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{3}\times 144=30\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{6}\times 270=9\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{5}\times 280=42\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  4. \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{9}\times 432=48\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{3}{10}\times\frac{3}{8}\times 400=45\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{6}\times 120=10\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{6}\times 162=90\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  8. \(\frac{3}{4}\times\frac{6}{10}\times 240=108\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{8}\times 576=81\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{4}\times 80=12\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{8}{9}\times\frac{1}{3}\times 108=32\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{5}{7}\times\frac{3}{5}\times 105=45\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-21 14:04:10
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen