Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 420 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{7}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{6}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 175 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 720 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 175 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 81 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{6}\times\frac{5}{10}\times 420=105\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{6}\times 288=64\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{3}\times 96=48\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{3}{6}\times 240=84\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{3}\times 108=48\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{4}{5}\times 175=120\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{3}{9}\times 720=96\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{1}{4}\times 280=21\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{5}\times 90=48\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{7}\times 175=40\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{9}\times 81=15\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{6}\times 96=16\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)