Reken uit
- \(\)In een doos met 150 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 189 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 140 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 315 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 441 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 252 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 640 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 prullen zijn \(\frac{5}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{5}\times 150=15\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{3}\times 189=84\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{5}\times 140=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{5}\times 315=84\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{3}\times 108=27\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{5}{7}\times 441=135\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{5}{7}\times 252=150\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{4}{8}\times 640=120\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{6}\times 108=12\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{6}\times 120=10\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{3}\times 90=15\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{6}{8}\times 200=120\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)