Reken uit
- \(\)In een doos met 320 prullen zijn \(\frac{3}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 490 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 432 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 192 leerlingen zijn \(\frac{6}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 288 prullen zijn \(\frac{5}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 252 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 100 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 336 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 140 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{8}\times\frac{6}{8}\times 320=90\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{7}\times 490=30\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{7}{9}\times 432=112\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{6}\times 180=18\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{3}{6}\times 192=72\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{6}{8}\times 288=120\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{4}\times 252=18\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{4}\times 100=40\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{9}\times 135=12\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{6}{8}\times 336=36\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{5}\times 140=24\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{3}\times 210=20\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)