Reken uit
- \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 600 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 486 leerlingen zijn \(\frac{6}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 256 werknemers zijn \(\frac{2}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{3}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{10}\times 320=8\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{4}\times 120=54\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{6}\times 90=12\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{10}\times 270=18\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{8}\times 320=40\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{9}{10}\times 600=432\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{5}{6}\times 486=270\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{4}\times 256=16\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{3}\times 90=24\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{5}{6}\times 168=60\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{9}\times 216=18\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{10}\times 300=30\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)