Reken uit
- \(\)In een doos met 224 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 324 prullen zijn \(\frac{7}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 224 leerlingen zijn \(\frac{7}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{5}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 150 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 576 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 315 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 700 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{7}\times 224=48\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{3}\times 270=120\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{3}{6}\times 324=126\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{4}{7}\times 224=112\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{6}\times 216=36\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{6}{7}\times 280=120\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{6}{9}\times 270=144\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{4}\times 96=18\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{6}\times 150=30\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{1}{8}\times 576=56\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{5}\times 315=27\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{9}{10}\times 700=540\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)