Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 500 dozen zijn \(\frac{8}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 48 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 108 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 490 prullen zijn \(\frac{3}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 45 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 192 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{6}\times 192=40\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{5}{8}\times 280=105\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{1}{5}\times 500=80\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{8}\times 160=15\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{4}\times 108=18\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{4}\times 48=24\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{9}\times 108=4\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{10}\times 240=40\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{3}\times 162=24\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{5}{7}\times 490=105\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{5}\times 45=6\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{8}\times 192=96\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)