Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{2}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 108 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 540 leerlingen zijn \(\frac{4}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 196 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 81 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 128 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 350 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 378 leerlingen zijn \(\frac{5}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 486 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 60 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{4}\times 144=24\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{6}\times 108=30\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{4}{10}\times\frac{4}{6}\times 540=144\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  4. \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{7}\times 196=8\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 81=18\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{4}\times 128=24\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{6}{7}\times\frac{7}{10}\times 350=210\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  8. \(\frac{1}{8}\times\frac{4}{7}\times 224=16\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{5}{7}\times\frac{3}{6}\times 378=135\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  10. \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{9}\times 270=75\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  11. \(\frac{6}{9}\times\frac{7}{9}\times 486=252\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{5}\times 60=4\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-04 05:14:57
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen