Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 252 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 162 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 640 prullen zijn \(\frac{6}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{2}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 300 werknemers zijn \(\frac{2}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{2}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 336 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 36 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{6}\times 252=70\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{9}\times 162=72\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{6}{8}\times\frac{4}{8}\times 640=240\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{2}{10}\times\frac{1}{3}\times 270=18\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{1}{4}\times\frac{9}{10}\times 200=45\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  6. \(\frac{2}{6}\times\frac{9}{10}\times 300=90\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{8}\times 240=96\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  8. \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{3}\times 90=5\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{6}{7}\times\frac{9}{10}\times 210=162\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{2}{9}\times\frac{2}{8}\times 216=12\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  11. \(\frac{1}{6}\times\frac{5}{8}\times 336=35\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{4}\times 36=6\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-07 18:03:09
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen