Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 324 werknemers zijn \(\frac{6}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 135 leerlingen zijn \(\frac{1}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 720 leerlingen zijn \(\frac{2}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 128 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 147 leerlingen zijn \(\frac{5}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 36 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{6}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 81 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 48 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{9}\times 324=48\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{9}\times 135=12\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{5}{8}\times 720=100\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{4}\times 128=16\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{4}{9}\times 288=96\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{4}{6}\times 180=84\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{3}\times 147=70\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 36=3\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{3}\times 216=40\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{6}{8}\times 320=180\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{9}\times 81=24\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{4}\times 48=8\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)