Reken uit
- \(\)In een school met 490 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 252 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 108 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 135 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 540 prullen zijn \(\frac{5}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{7}\times 490=60\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{7}\times 252=64\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{5}\times 280=28\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{6}\times 108=36\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{3}\times 135=72\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{6}\times 360=30\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{6}\times 540=100\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{6}\times 210=112\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{8}\times 224=14\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{5}\times 210=24\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{8}\times 360=54\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{3}\times 90=40\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)