Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 243 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 900 prullen zijn \(\frac{9}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 224 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 75 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{3}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 162 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{3}\times 243=108\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{4}\times 360=80\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{9}{10}\times\frac{7}{9}\times 900=630\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{5}{6}\times\frac{5}{8}\times 192=100\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  5. \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{4}\times 224=48\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  6. \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{3}\times 168=32\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{3}\times 75=20\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{8}\times 120=70\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{4}{6}\times\frac{7}{9}\times 432=224\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  10. \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{7}\times 210=50\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  11. \(\frac{3}{9}\times\frac{1}{10}\times 360=12\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{6}\times 162=42\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-20 14:02:54
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen