Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 147 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 243 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 72 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 600 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 147 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 84 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{7}\times\frac{4}{7}\times 147=36\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{8}\times 144=24\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{3}{9}\times\frac{5}{9}\times 243=45\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{5}\times 150=15\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  5. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 72=32\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{1}{6}\times\frac{6}{10}\times 600=60\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{4}\times 120=40\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{7}\times 147=56\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  9. \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{5}\times 200=64\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{4}\times 84=18\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{2}{3}\times\frac{9}{10}\times 270=162\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{4}\times 168=105\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-05 20:26:11
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen