Reken uit
- \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 560 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 540 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 128 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 384 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 800 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 162 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{8}\times 224=35\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{5}{7}\times 560=240\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{4}\times 160=30\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{9}\times 540=20\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{6}{8}\times 288=108\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{6}\times 240=35\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{4}\times 128=24\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{8}\times 384=12\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{4}{8}\times 800=120\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{7}{8}\times 200=105\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{3}\times 162=72\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 108=9\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)