Reken uit
- \(\)In een doos met 504 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{5}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{5}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 245 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 320 prullen zijn \(\frac{4}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 315 leerlingen zijn \(\frac{2}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 336 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 405 leerlingen zijn \(\frac{8}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{7}\times\frac{6}{8}\times 504=216\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{8}{9}\times 630=280\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{4}{5}\times 160=80\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{7}{10}\times 120=63\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{6}{7}\times 245=90\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{2}{4}\times 320=80\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{3}\times 270=20\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{4}{5}\times 315=56\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{7}\times 336=32\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{8}{9}\times 405=320\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{10}\times 240=16\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{6}{7}\times 168=36\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)