Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{2}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 300 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 432 werknemers zijn \(\frac{2}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 135 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 490 leerlingen zijn \(\frac{5}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 720 dozen zijn \(\frac{2}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 400 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 256 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{10}\times\frac{3}{5}\times 400=48\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{5}\times 300=90\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  3. \(\frac{2}{9}\times\frac{2}{6}\times 432=32\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{5}\times 135=36\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{8}\times 216=36\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{10}\times 490=35\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{2}{10}\times\frac{8}{9}\times 720=128\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{6}\times 168=7\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  9. \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{7}\times 210=80\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{3}{5}\times\frac{7}{8}\times 400=210\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{8}\times 288=96\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  12. \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{4}\times 256=16\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-28 14:59:26
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen