Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 250 leerlingen zijn \(\frac{3}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 700 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 405 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 189 werknemers zijn \(\frac{2}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 800 leerlingen zijn \(\frac{9}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 648 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{5}\times 200=40\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{3}\times 90=15\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{4}{10}\times\frac{1}{3}\times 210=28\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{3}{5}\times\frac{6}{10}\times 250=90\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{5}{10}\times\frac{4}{10}\times 700=140\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{4}{9}\times\frac{8}{9}\times 405=160\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{9}\times 189=18\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  8. \(\frac{3}{4}\times\frac{7}{8}\times 96=63\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{4}\times 84=7\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  10. \(\frac{9}{10}\times\frac{5}{8}\times 800=450\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{8}{9}\times\frac{3}{8}\times 648=216\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{7}\times 280=48\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-09 02:02:49
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen