Reken uit
- \(\)In een school met 480 leerlingen zijn \(\frac{6}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 560 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{5}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{2}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 72 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 504 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 140 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{3}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 810 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{6}{10}\times\frac{2}{6}\times 480=96\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{6}{8}\times 560=210\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{6}\times 240=50\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{4}{5}\times 280=32\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{2}{3}\times 120=16\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{6}\times 72=9\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{3}{7}\times 504=54\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{5}\times 140=63\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{3}\times 210=30\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{4}\times 168=18\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{7}\times 252=36\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{7}{9}\times 810=441\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)