Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 560 leerlingen zijn \(\frac{1}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 324 prullen zijn \(\frac{6}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 800 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 350 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 72 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 441 werknemers zijn \(\frac{2}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 560 leerlingen zijn \(\frac{5}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{8}\times 120=6\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{7}\times 560=10\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{4}\times 324=54\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{2}{10}\times\frac{6}{10}\times 800=96\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{8}\times 120=10\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{5}{6}\times\frac{4}{5}\times 90=60\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  7. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{6}\times 126=21\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  8. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{7}\times 350=60\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{3}\times 72=12\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{3}\times 144=32\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  11. \(\frac{2}{9}\times\frac{5}{7}\times 441=70\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{5}{10}\times\frac{6}{7}\times 560=240\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-22 17:23:14
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen