Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 336 werknemers zijn \(\frac{7}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 480 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 540 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 36 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 147 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 324 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 105 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 54 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{6}\times 336=49\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{7}\times 280=72\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{5}\times 90=6\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{4}{10}\times 480=64\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{5}{10}\times 540=210\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 36=8\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{4}{7}\times 147=36\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{3}{4}\times 324=108\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{3}\times 105=10\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{8}\times 120=70\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{6}\times 54=18\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{4}\times 252=45\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)