Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 90 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 48 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 36 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{8}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 640 werknemers zijn \(\frac{1}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 128 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 135 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 448 prullen zijn \(\frac{3}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 150 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 90=40\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{4}\times 48=4\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{1}{6}\times\frac{7}{8}\times 240=35\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 36=3\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{8}{10}\times\frac{6}{8}\times 320=192\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{1}{8}\times\frac{3}{10}\times 640=24\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{8}\times 216=90\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  8. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{4}\times 128=32\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{5}\times 135=9\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{3}{7}\times\frac{4}{8}\times 448=96\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  11. \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{3}\times 90=5\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{10}\times 150=9\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-22 14:24:07
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen