Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{2}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 567 leerlingen zijn \(\frac{6}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 252 leerlingen zijn \(\frac{8}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 392 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 192 leerlingen zijn \(\frac{6}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 441 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 350 leerlingen zijn \(\frac{6}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 175 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{9}\times\frac{3}{10}\times 450=30\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{9}\times 567=108\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{7}\times 378=36\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{8}{9}\times\frac{1}{4}\times 252=56\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{7}\times 392=84\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{3}\times 192=96\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{3}\times 270=100\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{8}{9}\times\frac{6}{7}\times 441=336\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  9. \(\frac{2}{8}\times\frac{7}{9}\times 216=42\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{6}{7}\times\frac{8}{10}\times 350=240\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{5}\times 175=10\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{5}\times 360=36\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-29 10:01:42
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen