Reken uit
- \(\)In een doos met 450 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 420 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{6}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 560 dozen zijn \(\frac{7}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 192 leerlingen zijn \(\frac{6}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 432 prullen zijn \(\frac{6}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 84 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{5}\times\frac{7}{9}\times 450=70\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{7}{10}\times 420=245\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{5}\times 160=4\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{4}{6}\times 144=84\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{3}\times 168=96\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{2}{3}\times 210=112\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{5}{7}\times 560=350\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{4}{10}\times 210=60\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{4}{8}\times 192=72\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{3}{6}\times 432=144\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{4}\times 84=14\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{7}\times 168=32\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)