Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 432 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 560 prullen zijn \(\frac{2}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 100 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{2}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{7}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 63 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 60 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{4}\times 108=54\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{6}\times 432=112\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{7}{9}\times 432=56\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{5}{6}\times 144=100\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{7}{10}\times 560=98\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{5}\times 100=16\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{6}{8}\times 320=48\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{3}{6}\times 240=84\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{6}\times 270=18\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 63=14\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{3}\times 60=10\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{3}{4}\times 144=60\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)