Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 640 werknemers zijn \(\frac{2}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 147 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 810 prullen zijn \(\frac{2}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{5}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 100 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 256 leerlingen zijn \(\frac{7}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{2}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{8}\times\frac{9}{10}\times 640=144\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{6}{7}\times\frac{4}{7}\times 147=72\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{2}{9}\times\frac{9}{10}\times 810=162\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{7}\times 224=16\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{5}{10}\times\frac{2}{4}\times 280=70\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 96=32\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  7. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{4}\times 100=40\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{3}{4}\times\frac{9}{10}\times 320=216\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{4}\times 256=56\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  10. \(\frac{2}{6}\times\frac{4}{7}\times 168=32\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{2}{5}\times\frac{7}{8}\times 160=56\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{3}\times 180=60\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-12 00:50:34
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen