Reken uit
- \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 250 dozen zijn \(\frac{7}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 180 leerlingen zijn \(\frac{5}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{7}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 100 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{5}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 54 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 441 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 81 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 432 prullen zijn \(\frac{3}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{8}\times 240=30\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{3}{5}\times 250=105\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{3}{6}\times 180=45\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{2}{3}\times 270=126\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{5}\times 100=16\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{3}\times 126=60\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{6}\times 54=18\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{6}{7}\times 441=216\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{5}\times 360=81\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 81=18\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{8}{9}\times 432=144\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{5}\times 210=12\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)