Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 315 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 600 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 224 werknemers zijn \(\frac{1}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 63 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 135 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 384 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 378 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 64 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 84 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 324 prullen zijn \(\frac{1}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 300 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{5}\times\frac{6}{7}\times 315=216\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{9}{10}\times 600=360\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{4}\times 224=16\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{2}{3}\times 90=54\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 63=28\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{3}\times 135=36\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{5}{8}\times 384=200\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{8}{9}\times 378=280\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{4}\times 64=8\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{7}\times 84=6\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{4}\times 324=18\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{10}\times 300=96\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)