Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 252 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 280 leerlingen zijn \(\frac{2}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 324 dozen zijn \(\frac{3}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 480 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{9}\times 108=8\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{4}\times 216=90\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{8}{10}\times\frac{3}{5}\times 200=96\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{10}\times 280=42\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{4}\times 252=18\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{2}{10}\times\frac{4}{7}\times 280=32\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{3}{6}\times\frac{4}{6}\times 144=48\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{6}\times 324=36\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{3}{10}\times\frac{1}{4}\times 320=24\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{5}{6}\times\frac{7}{10}\times 480=280\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{3}\times 120=20\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{10}\times 90=42\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-16 00:11:32
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen