Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 300 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 480 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 900 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 336 prullen zijn \(\frac{3}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 448 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 60 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 100 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 252 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 315 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 150 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 288 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 48 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{10}\times 300=12\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{8}\times 480=10\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{9}\times 900=80\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{8}\times 336=36\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{8}\times 448=28\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{5}\times 60=6\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{4}\times 100=40\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{7}\times 252=54\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{9}\times 315=14\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{3}\times 150=80\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{8}\times 288=90\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{3}\times 48=8\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)