Reken uit
- \(\)In een school met 81 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 250 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{5}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 630 prullen zijn \(\frac{5}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 96 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 405 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 720 prullen zijn \(\frac{5}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 320 prullen zijn \(\frac{3}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 243 leerlingen zijn \(\frac{2}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 600 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 81=36\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{5}\times 250=40\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{4}\times 160=50\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{4}{7}\times 630=180\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{6}\times 216=135\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{4}\times 96=32\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{5}\times 405=54\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{4}\times 216=36\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{6}{8}\times 720=300\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{1}{8}\times 320=12\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{3}\times 243=18\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{4}{10}\times 600=80\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)