Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 75 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 256 prullen zijn \(\frac{2}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 560 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 300 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{3}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 243 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 84 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{2}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 252 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{5}\times 75=18\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{2}{8}\times\frac{3}{8}\times 256=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{3}{7}\times\frac{6}{8}\times 560=180\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{10}\times 360=27\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  5. \(\frac{5}{10}\times\frac{5}{6}\times 300=125\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{3}{9}\times\frac{1}{3}\times 162=18\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{9}\times 243=90\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{3}\times 84=42\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{6}{10}\times\frac{6}{10}\times 400=144\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{6}\times 144=24\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{6}{8}\times\frac{4}{9}\times 360=120\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{4}\times 252=70\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-06 00:54:26
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen