Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 432 dozen zijn \(\frac{8}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 448 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 189 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 441 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 567 werknemers zijn \(\frac{8}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 420 prullen zijn \(\frac{5}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 45 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{3}\times 144=8\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{4}{10}\times\frac{3}{4}\times 160=48\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{8}{9}\times\frac{6}{8}\times 432=288\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{8}\times 448=35\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{8}{9}\times 189=56\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  6. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{10}\times 150=18\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{5}{9}\times\frac{6}{7}\times 441=210\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  8. \(\frac{2}{4}\times\frac{7}{9}\times 288=112\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{8}{9}\times\frac{8}{9}\times 567=448\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  10. \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{6}\times 420=100\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  11. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{4}\times 84=7\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 45=10\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-20 03:57:09
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen