Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 378 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{2}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 54 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 256 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 648 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 60 leerlingen zijn \(\frac{1}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 480 werknemers zijn \(\frac{4}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{4}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 256 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{5}{9}\times\frac{5}{6}\times 378=175\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{2}{10}\times\frac{6}{10}\times 400=48\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{3}\times 54=18\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{6}{8}\times\frac{8}{10}\times 240=144\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{4}{8}\times\frac{4}{8}\times 256=64\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{5}\times 180=9\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  7. \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{9}\times 648=40\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{3}\times 60=8\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  9. \(\frac{4}{6}\times\frac{5}{10}\times 480=160\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{4}\times 144=18\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  11. \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{4}\times 280=80\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{3}{4}\times\frac{7}{8}\times 256=168\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-16 03:04:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen