Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 48 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 400 werknemers zijn \(\frac{3}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 180 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 224 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 80 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 54 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 108 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 105 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{6}\times 216=12\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{4}\times 48=4\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{3}{10}\times\frac{5}{8}\times 400=75\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{5}\times 160=24\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{6}\times 180=40\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{8}\times 224=16\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{4}\times 80=10\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  8. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{8}\times 200=40\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 54=24\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{4}{6}\times\frac{6}{8}\times 288=144\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{3}\times 108=56\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{7}\times 105=20\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-31 09:02:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen