Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 343 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 315 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{6}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 350 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 243 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 54 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 45 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 504 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{7}\times\frac{6}{7}\times 343=42\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{5}{9}\times\frac{4}{5}\times 315=140\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{6}\times 432=96\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  4. \(\frac{4}{7}\times\frac{3}{5}\times 350=120\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{3}\times 243=108\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  6. \(\frac{3}{10}\times\frac{4}{8}\times 400=60\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  7. \(\frac{2}{6}\times\frac{4}{7}\times 210=40\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{9}\times 360=90\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 54=6\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  10. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{3}\times 45=12\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  11. \(\frac{1}{8}\times\frac{2}{9}\times 504=14\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{8}\times 96=4\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-27 08:22:38
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen