Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 504 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 135 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{3}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 256 prullen zijn \(\frac{2}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 96 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 162 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 64 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{4}\times 192=32\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{5}{9}\times 504=35\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{5}\times 135=27\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{5}{6}\times 288=90\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{5}{8}\times 256=40\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{5}\times 280=96\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{4}\times 96=24\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{6}\times 126=24\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{7}\times 168=24\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{8}{9}\times 162=96\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{4}\times 64=12\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{8}\times 240=12\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)