Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 36 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 252 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 225 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 189 leerlingen zijn \(\frac{6}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 504 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 300 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 648 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{4}\times 36=12\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{6}\times 120=12\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{7}\times 252=27\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{5}\times 225=18\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{4}{7}\times\frac{3}{4}\times 84=36\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{3}\times 189=54\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{8}\times 216=27\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{4}{7}\times\frac{3}{9}\times 504=96\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{5}\times 300=50\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{3}\times 120=32\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{1}{8}\times\frac{6}{9}\times 648=54\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{4}{6}\times\frac{5}{8}\times 144=60\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-11 04:04:39
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen