Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 480 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 300 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 54 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 350 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 630 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 640 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{7}\times\frac{3}{8}\times 168=27\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{3}\times 126=21\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{8}{10}\times 480=240\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{6}\times 90=10\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{5}\times 300=160\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{6}\times 288=32\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 54=12\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{8}\times 160=50\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{5}\times 350=30\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{9}\times 630=20\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{8}\times 640=90\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{3}\times 96=12\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)