Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 72 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{6}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 84 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{7}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 300 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 336 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 27 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{8}\times 72=42\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{5}\times 200=40\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{6}{9}\times\frac{4}{6}\times 270=120\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  4. \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{7}\times 84=48\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{10}\times 240=12\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{4}\times 84=12\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  7. \(\frac{7}{10}\times\frac{2}{5}\times 450=126\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{6}\times 300=40\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{3}\times 120=50\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{2}{6}\times\frac{6}{7}\times 336=96\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{1}{6}\times\frac{5}{6}\times 144=20\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 27=6\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-29 18:51:46
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen