Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 294 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 36 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 560 werknemers zijn \(\frac{1}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 225 werknemers zijn \(\frac{8}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 294 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 72 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 540 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 189 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 128 prullen zijn \(\frac{2}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 630 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 162 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{7}\times 294=14\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{3}\times 36=6\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{1}{7}\times\frac{6}{8}\times 560=60\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{8}{9}\times\frac{4}{5}\times 225=160\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{6}\times 294=42\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{3}\times 72=8\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{5}{6}\times\frac{7}{9}\times 540=350\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{3}{9}\times\frac{3}{7}\times 189=27\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  9. \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{4}\times 128=8\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{3}{9}\times\frac{8}{10}\times 630=168\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{6}\times 162=36\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{5}\times 120=24\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-04 17:50:06
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen