Reken uit
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{1}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 245 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 189 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 280 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 320 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 189 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 800 prullen zijn \(\frac{6}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{9}\times\frac{1}{4}\times 180=5\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{10}\times 240=48\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{6}\times 72=18\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{6}\times 120=64\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{4}{6}\times 144=36\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{4}\times 160=8\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{5}\times 245=42\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{9}\times 189=42\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{4}\times 280=30\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{4}\times 320=150\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{7}\times 189=90\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{6}{8}\times 800=360\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)