Reken uit
- \(\)In een doos met 405 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 630 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 336 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 648 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{1}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 448 prullen zijn \(\frac{3}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 140 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 490 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{9}\times 405=72\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{1}{3}\times 90=9\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{4}{5}\times 360=180\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{10}\times 90=6\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{3}\times 96=8\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{4}{9}\times 630=200\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{6}\times 336=24\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{9}\times 648=96\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{4}{8}\times 320=16\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{8}\times 448=48\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{4}\times 140=20\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{6}{7}\times 490=300\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)