Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{6}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 343 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 900 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 48 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 486 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{1}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 224 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{6}{9}\times\frac{3}{5}\times 270=108\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{7}\times 343=28\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{6}{9}\times 900=420\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 48=16\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{8}\times 96=48\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{8}\times 160=16\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{9}\times 360=60\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{5}{9}\times 486=135\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{6}{8}\times 400=30\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{5}{10}\times 200=60\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{3}{4}\times 160=90\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{4}\times 224=40\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)