Reken uit
- \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{2}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 567 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 162 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 252 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 560 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 576 dozen zijn \(\frac{6}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{1}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 90 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 105 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{5}\times 270=12\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{7}{9}\times 567=196\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{9}\times 162=30\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{6}\times 360=50\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{4}{7}\times 252=108\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{8}\times 560=40\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{6}\times 120=45\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{4}{9}\times 576=192\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 96=32\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{2}{4}\times 160=10\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{10}\times 90=9\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{3}\times 105=14\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)