Reken uit
- \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{4}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{5}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 320 prullen zijn \(\frac{5}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 45 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 315 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{7}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 392 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 576 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{5}\times\frac{6}{8}\times 280=84\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{3}{4}\times 320=96\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{4}\times 288=135\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{6}{8}\times 320=120\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 45=10\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{8}{10}\times 120=72\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{9}\times 315=35\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{5}{6}\times 288=210\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{8}\times 392=7\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{4}\times 240=20\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{2}{9}\times 576=16\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{7}\times 280=16\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)