Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 392 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 63 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 250 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 810 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{1}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{7}\times\frac{3}{8}\times 392=63\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{1}{4}\times\frac{8}{9}\times 216=48\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{5}\times 280=49\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{3}\times 63=3\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  5. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{7}\times 210=36\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{10}\times 250=45\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{4}{9}\times\frac{3}{9}\times 810=120\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  8. \(\frac{2}{8}\times\frac{7}{8}\times 192=42\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  9. \(\frac{2}{5}\times\frac{6}{9}\times 450=120\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{10}\times 270=27\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  11. \(\frac{1}{9}\times\frac{1}{4}\times 144=4\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{2}{6}\times\frac{7}{10}\times 180=42\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-20 14:56:07
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen