Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 48 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 540 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 252 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{8}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 324 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 432 werknemers zijn \(\frac{2}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 189 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{6}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{8}\times 192=18\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{4}\times 48=24\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{5}\times 120=32\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{8}{10}\times 540=336\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{4}\times 252=54\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{2}{3}\times 180=96\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{4}{6}\times 324=48\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{4}{8}\times 432=72\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{8}{9}\times 189=144\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{7}{8}\times 168=49\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{5}\times 160=48\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{7}\times 168=16\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)