Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 250 werknemers zijn \(\frac{6}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 540 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 36 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 243 leerlingen zijn \(\frac{3}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{5}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 320 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{6}{10}\times\frac{3}{5}\times 250=90\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{5}\times 210=28\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{6}{9}\times\frac{7}{10}\times 540=252\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  4. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 36=16\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{6}\times 168=42\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{6}\times 162=18\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{4}\times 96=16\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{5}\times 160=16\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{3}{9}\times\frac{1}{3}\times 243=27\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  10. \(\frac{5}{8}\times\frac{4}{6}\times 144=60\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{10}\times 320=32\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{3}{5}\times\frac{6}{8}\times 240=108\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-08 16:31:18
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen