Reken uit
- \(\)In een doos met 324 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 81 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 315 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 480 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{4}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{2}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 720 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{4}\times\frac{8}{9}\times 324=144\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 81=18\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{9}{10}\times 150=45\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{9}\times 315=15\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{6}{10}\times 480=252\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{4}{5}\times 200=40\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{3}\times 210=56\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{6}\times 270=9\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{7}{8}\times 320=56\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{4}\times 360=45\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{8}\times 320=30\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{5}{9}\times 720=50\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)