Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{8}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 54 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 350 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 384 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 60 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 324 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 80 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{7}{8}\times\frac{6}{9}\times 288=168\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{4}\times 120=25\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{8}{10}\times\frac{9}{10}\times 400=288\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 54=12\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  5. \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{10}\times 350=70\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{6}\times 384=40\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{3}{4}\times\frac{4}{7}\times 168=72\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{4}\times 120=10\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{7}\times 280=40\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{5}\times 60=32\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{9}\times 324=36\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{5}\times 80=8\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-19 23:23:26
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen