Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 75 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{6}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 256 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{8}\times 96=3\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{5}\times 75=18\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  3. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{4}\times 180=108\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{6}{10}\times\frac{1}{5}\times 200=24\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{3}\times 72=12\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{6}{10}\times\frac{3}{4}\times 200=90\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  7. \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{6}\times 168=42\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{4}{8}\times\frac{7}{8}\times 256=112\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{3}\times 180=20\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{3}\times 240=20\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  11. \(\frac{3}{5}\times\frac{5}{7}\times 210=90\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{6}\times 210=14\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-07 00:08:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen