Reken uit
- \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 378 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 560 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 225 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 432 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 189 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 324 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 300 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 90=40\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{8}{9}\times 378=168\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{1}{7}\times 560=72\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{6}{9}\times 225=60\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{6}\times 126=70\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{6}{8}\times 432=108\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{10}\times 360=72\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{3}\times 189=28\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{4}\times 160=32\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{6}\times 120=40\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{6}\times 324=72\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{9}{10}\times 300=180\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)