Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{1}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 224 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 175 dozen zijn \(\frac{4}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 648 werknemers zijn \(\frac{1}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 560 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{10}\times\frac{1}{3}\times 180=6\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{7}\times 224=32\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{5}\times 175=40\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{1}{8}\times\frac{6}{9}\times 648=54\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{4}\times 168=84\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{6}\times 120=75\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{7}{8}\times\frac{4}{10}\times 560=196\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{2}{8}\times\frac{5}{6}\times 288=60\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{9}\times 270=50\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{5}\times 180=96\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{2}{5}\times\frac{6}{8}\times 360=108\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{9}\times 288=8\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-09 05:23:07
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen