Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 300 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 700 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 189 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 720 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 250 werknemers zijn \(\frac{1}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 224 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 504 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 63 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{5}{10}\times\frac{8}{10}\times 300=120\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{3}{7}\times\frac{4}{10}\times 700=120\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{7}\times 189=90\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{4}{9}\times\frac{7}{10}\times 720=224\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{1}{10}\times\frac{2}{5}\times 250=10\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{1}{7}\times\frac{7}{8}\times 224=28\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{9}\times 504=24\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{4}\times 144=6\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  9. \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{3}\times 63=18\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{3}{10}\times\frac{1}{6}\times 360=18\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{6}\times 300=100\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{6}\times 144=40\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-05 07:15:25
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen