Reken uit
- \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 294 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 252 werknemers zijn \(\frac{2}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 630 prullen zijn \(\frac{5}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 336 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 175 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 105 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{4}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 125 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{7}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 300 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 162 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{10}\times 180=30\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{4}{7}\times 294=140\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{5}{7}\times 252=40\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{8}{10}\times 630=360\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{5}{8}\times 336=120\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{5}{7}\times 175=75\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{4}{5}\times 105=72\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{6}\times 180=40\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{4}{5}\times 125=60\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{3}{6}\times 360=126\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{8}{10}\times 300=160\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{8}{9}\times 162=96\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)