Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 405 dozen zijn \(\frac{2}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{1}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 256 leerlingen zijn \(\frac{3}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 196 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 63 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{9}\times\frac{2}{5}\times 405=36\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{1}{6}\times\frac{4}{6}\times 144=16\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{8}\times 320=150\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{4}\times 144=6\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{8}\times 256=12\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{6}{7}\times\frac{3}{4}\times 196=126\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{5}\times 200=32\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  8. \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{5}\times 210=36\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{6}\times 90=50\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{4}\times 160=8\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 63=14\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{5}{7}\times\frac{8}{10}\times 280=160\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-09 10:45:52
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen