Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 336 werknemers zijn \(\frac{1}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 100 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 90 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 189 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 600 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 448 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 162 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 320 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{8}\times\frac{3}{7}\times 336=18\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{5}\times 280=70\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{9}\times 216=16\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{5}\times 100=32\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 90=20\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{7}\times 189=18\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{9}\times 180=16\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{5}{10}\times 600=50\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{8}\times 96=8\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{7}{8}\times 448=56\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{7}{9}\times 162=63\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{10}\times 320=40\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)