Reken uit
- \(\)In een doos met 225 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 504 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 45 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 320 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 630 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 486 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 540 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 224 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{2}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 810 prullen zijn \(\frac{5}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{5}\times 225=108\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{6}{9}\times 504=42\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{5}\times 45=3\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{9}{10}\times 320=180\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{6}{10}\times 630=54\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{5}\times 240=80\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{3}\times 270=50\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{5}{9}\times 486=225\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{8}{10}\times 540=48\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{8}\times 224=4\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{1}{4}\times 240=12\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{7}{9}\times 810=315\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)