Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 189 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 147 werknemers zijn \(\frac{1}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 384 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 315 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{3}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 60 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{10}\times 180=36\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{4}{7}\times 189=84\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{7}\times 147=3\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{5}{6}\times 384=280\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{7}\times 210=15\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{3}{5}\times 315=81\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{5}{9}\times 180=80\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{4}\times 200=30\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{3}\times 60=15\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{9}\times 270=20\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{8}\times 320=80\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{5}{8}\times 288=30\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)