Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 64 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 432 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 378 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 256 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 84 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 540 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 392 werknemers zijn \(\frac{7}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 432 prullen zijn \(\frac{1}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{4}\times 64=8\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  2. \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{10}\times 300=5\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{1}{6}\times\frac{7}{8}\times 432=63\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{5}{7}\times\frac{6}{9}\times 378=180\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{5}\times 150=48\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{4}{7}\times\frac{3}{10}\times 210=36\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{1}{8}\times\frac{2}{4}\times 256=16\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{6}{8}\times\frac{4}{9}\times 216=72\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{7}\times 84=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{6}{10}\times\frac{2}{6}\times 540=108\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{7}{8}\times\frac{2}{7}\times 392=98\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{1}{9}\times\frac{3}{8}\times 432=18\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-09 04:29:34
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen