Reken uit
- \(\)In een doos met 560 prullen zijn \(\frac{2}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{2}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 225 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 504 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 252 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{7}\times 560=40\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{3}\times 108=30\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{3}\times 144=24\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{6}\times 180=25\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{2}{3}\times 270=40\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{7}\times 280=100\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{8}\times 160=15\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{5}\times 225=80\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{4}\times 180=27\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{5}{8}\times 504=180\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{4}\times 252=45\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{6}{10}\times 180=54\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)