Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 189 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 105 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 300 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 448 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 512 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 810 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 420 dozen zijn \(\frac{5}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 315 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{7}\times 189=108\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{5}\times 105=14\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{4}{10}\times\frac{9}{10}\times 300=108\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{7}\times 448=56\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  5. \(\frac{7}{8}\times\frac{3}{8}\times 512=168\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{5}{10}\times\frac{7}{9}\times 810=315\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{5}{10}\times\frac{2}{6}\times 420=70\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{4}\times 84=14\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{5}\times 315=54\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  10. \(\frac{4}{8}\times\frac{2}{3}\times 240=80\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{3}\times 120=32\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  12. \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{3}\times 90=40\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-16 01:21:31
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen