Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 75 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 225 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 490 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{3}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 315 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 900 dozen zijn \(\frac{1}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 504 dozen zijn \(\frac{7}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 567 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 350 leerlingen zijn \(\frac{6}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{3}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{3}\times 75=5\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{7}{9}\times\frac{1}{5}\times 225=35\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{9}\times 270=36\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{3}{7}\times\frac{3}{7}\times 490=90\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  5. \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{8}\times 160=36\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{2}{7}\times\frac{5}{9}\times 315=50\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{1}{9}\times\frac{7}{10}\times 900=70\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{4}\times 200=30\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  9. \(\frac{7}{8}\times\frac{4}{9}\times 504=196\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{5}{9}\times\frac{8}{9}\times 567=280\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{6}{10}\times\frac{3}{7}\times 350=90\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{3}\times 126=36\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-22 21:34:18
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen