Reken uit
- \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{3}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 196 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 500 stukken snoepgoed zijn \(\frac{9}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 100 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 405 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{4}\times 320=60\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{9}\times 270=72\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{7}\times 210=50\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{4}{7}\times 196=32\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{6}\times 144=40\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{9}{10}\times 500=405\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{5}\times 100=48\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{4}{5}\times 405=108\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{3}\times 90=12\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{7}{8}\times 144=42\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{3}\times 126=42\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{10}\times 200=20\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)