Reken uit
- \(\)In een doos met 135 prullen zijn \(\frac{5}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 140 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 60 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 63 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 560 leerlingen zijn \(\frac{6}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 336 leerlingen zijn \(\frac{6}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{1}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 540 prullen zijn \(\frac{9}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{3}\times 135=50\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{4}\times 140=7\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{3}\times 60=32\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 63=14\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{6}{7}\times 560=288\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{8}\times 336=72\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{6}\times 240=40\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{7}\times 280=90\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{9}\times 270=15\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{8}\times 240=24\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{4}\times 96=20\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{2}{9}\times 540=108\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)