Reken uit
- \(\)In een school met 576 leerlingen zijn \(\frac{6}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{5}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 315 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 540 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{7}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 81 werknemers zijn \(\frac{2}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 336 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 225 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 162 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{8}\times 576=48\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{4}\times 160=20\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{5}\times 200=25\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{4}\times 96=36\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{6}{9}\times 315=126\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{2}{6}\times 540=36\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{3}\times 120=35\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{3}\times 81=6\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{6}\times 336=28\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{5}\times 225=25\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{4}{6}\times 162=48\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{9}{10}\times 320=144\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)