Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 576 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 600 werknemers zijn \(\frac{4}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 315 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 294 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 96 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 540 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{7}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 560 prullen zijn \(\frac{5}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 324 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 540 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 54 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{9}\times 576=96\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{4}{10}\times\frac{6}{10}\times 600=144\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{7}\times 315=36\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  4. \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{6}\times 294=28\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{4}\times 96=20\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{9}\times 540=80\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{6}\times 144=36\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{3}\times 192=56\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{8}\times 560=50\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{9}\times 324=72\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{4}{10}\times\frac{1}{9}\times 540=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{3}\times 54=24\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-02 22:55:00
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen