Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 36 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 189 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 245 leerlingen zijn \(\frac{3}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 72 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 640 prullen zijn \(\frac{4}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 100 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 600 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 560 leerlingen zijn \(\frac{5}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 140 leerlingen zijn \(\frac{5}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 36=8\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{3}\times 189=54\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{6}\times 96=24\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{7}\times 245=21\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{5}\times 200=16\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{4}\times 72=12\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{5}{8}\times 640=200\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{4}\times 100=45\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{7}\times 168=12\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{7}{10}\times 600=280\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{5}{7}\times 560=200\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{4}{5}\times 140=80\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)