Reken uit
- \(\)In een doos met 630 prullen zijn \(\frac{2}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{1}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{2}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 432 prullen zijn \(\frac{6}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 224 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 60 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 72 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 350 leerlingen zijn \(\frac{5}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 300 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{9}\times\frac{3}{7}\times 630=60\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{5}{6}\times 192=20\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{1}{3}\times 210=14\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{7}{9}\times 432=252\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{7}\times 224=60\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{3}\times 60=15\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{4}\times 96=24\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{3}\times 72=18\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{3}\times 144=80\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{9}\times 180=12\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{5}\times 350=100\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{5}\times 300=30\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)