Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 320 werknemers zijn \(\frac{3}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 60 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 72 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 378 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 324 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 60 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 560 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{9}\times 270=12\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{6}\times 192=48\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{10}\times 320=12\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{4}\times 60=10\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{6}\times 72=16\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{6}\times 378=54\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{6}{10}\times 360=108\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{9}\times 324=54\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{4}\times 60=6\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{7}\times 168=12\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{10}\times 560=32\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{8}\times 240=18\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)