Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 400 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 128 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 560 leerlingen zijn \(\frac{5}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 81 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 112 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 252 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 392 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{1}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{4}\times 96=16\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{10}\times 400=100\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{4}\times 128=24\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{8}\times 560=100\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 81=36\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{4}\times 200=20\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{4}\times 360=140\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{4}\times 112=16\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{6}\times 252=35\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{3}{7}\times 392=126\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{7}\times 210=100\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{10}\times 360=18\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)