Reken uit
- \(\)In een doos met 192 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 60 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{1}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 392 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 27 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{6}\times 192=20\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{7}\times 210=96\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{3}\times 60=24\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{7}\times 252=27\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{4}\times 96=48\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{4}{6}\times 288=64\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{3}\times 216=36\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{2}{6}\times 240=8\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{4}\times 96=12\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{7}\times 392=16\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 27=6\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{9}\times 108=8\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)