Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 900 prullen zijn \(\frac{5}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 294 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 60 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 560 prullen zijn \(\frac{6}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{6}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 64 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 252 leerlingen zijn \(\frac{5}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{5}{10}\times\frac{6}{9}\times 900=300\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{6}{9}\times\frac{3}{5}\times 135=54\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{8}\times 160=40\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{4}{7}\times\frac{3}{7}\times 294=72\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{4}\times 60=12\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{6}{8}\times\frac{7}{10}\times 560=294\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  7. \(\frac{2}{5}\times\frac{7}{8}\times 200=70\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{10}\times 160=24\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  9. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{6}\times 108=6\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{6}{8}\times\frac{1}{5}\times 120=18\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{4}\times 64=24\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{6}\times 252=30\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-20 12:37:31
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen