Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 315 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 810 prullen zijn \(\frac{5}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 100 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 250 werknemers zijn \(\frac{9}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 288 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 80 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{5}\times 315=54\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{9}\times 144=20\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{9}\times 810=50\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{4}\times 100=10\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{9}{10}\times\frac{3}{5}\times 250=135\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{2}{6}\times\frac{5}{8}\times 288=60\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  7. \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{8}\times 120=15\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{5}\times 270=27\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{3}\times 270=72\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{5}\times 80=32\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  11. \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{8}\times 216=18\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{6}{8}\times\frac{1}{8}\times 192=18\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-05 01:29:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen