Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 720 prullen zijn \(\frac{3}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{6}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 378 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 225 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 150 leerlingen zijn \(\frac{3}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 350 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{5}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 350 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{10}\times 720=81\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{6}{9}\times\frac{3}{4}\times 180=90\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{6}\times 378=9\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  4. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{5}\times 270=18\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{5}\times 225=108\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{6}\times 150=30\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{7}\times 350=160\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{8}{10}\times\frac{2}{3}\times 90=48\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{3}{5}\times\frac{7}{8}\times 160=84\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{5}{10}\times\frac{3}{4}\times 360=135\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{3}{7}\times\frac{3}{5}\times 350=90\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{5}\times 300=48\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-25 10:25:56
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen