Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{7}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 300 werknemers zijn \(\frac{9}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 245 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 486 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 36 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 60 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 150 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 392 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{7}{8}\times\frac{5}{8}\times 320=175\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{1}{10}\times 300=27\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{5}\times 245=21\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{7}{10}\times 210=63\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{3}\times 216=48\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{6}\times 486=18\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 36=8\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{4}\times 60=15\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{6}\times 144=24\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{6}\times 192=24\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{6}\times 150=20\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{8}\times 392=42\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)