Reken uit
- \(\)In een doos met 490 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 75 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 80 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 225 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 800 werknemers zijn \(\frac{3}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 256 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 720 werknemers zijn \(\frac{2}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{10}\times 490=42\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{5}\times 75=20\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{5}\times 80=16\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{4}\times 108=54\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{5}\times 225=144\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{5}{10}\times 800=120\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{6}\times 90=30\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{8}{10}\times 200=64\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{8}\times 256=120\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{10}\times 720=16\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{6}{7}\times 168=72\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{6}\times 216=24\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)