Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 576 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 300 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{1}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 192 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 180 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 448 dozen zijn \(\frac{5}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 80 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 250 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 162 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{9}\times 576=16\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{6}\times 300=90\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{4}\times 180=10\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{7}\times 280=50\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{7}{8}\times 192=56\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{3}\times 180=50\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{3}{9}\times\frac{6}{10}\times 360=72\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{5}{8}\times\frac{4}{8}\times 448=140\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{4}\times 80=15\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{4}{5}\times\frac{5}{8}\times 160=80\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{5}\times 250=90\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{3}\times 162=24\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-31 19:28:19
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen