Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{6}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 196 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{3}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 105 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 140 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 54 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 432 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 245 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{6}{9}\times\frac{3}{4}\times 216=108\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  2. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{5}\times 200=20\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{5}{6}\times\frac{4}{5}\times 210=140\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{1}{7}\times\frac{6}{7}\times 196=24\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  5. \(\frac{3}{8}\times\frac{5}{9}\times 360=75\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{6}\times 432=108\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{7}\times 105=20\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  8. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{4}\times 140=84\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{3}\times 54=18\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{2}{6}\times\frac{5}{9}\times 432=80\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{6}\times 180=40\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{7}\times 245=56\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-18 17:03:52
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen