Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 54 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{7}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 700 werknemers zijn \(\frac{2}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 320 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 384 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{3}\times 54=30\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{7}{10}\times\frac{1}{3}\times 240=56\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{6}\times 288=24\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{6}\times 180=10\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  5. \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{10}\times 700=20\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{4}\times 168=84\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  7. \(\frac{5}{9}\times\frac{4}{5}\times 135=60\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{8}\times 320=10\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  9. \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{8}\times 384=24\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{7}\times 84=12\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{4}{9}\times\frac{7}{8}\times 288=112\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{7}\times 210=75\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-22 20:44:37
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen