Reken uit
- \(\)In een doos met 81 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 448 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 72 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 324 leerlingen zijn \(\frac{3}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 189 dozen zijn \(\frac{7}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 720 leerlingen zijn \(\frac{5}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 432 dozen zijn \(\frac{1}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 200 leerlingen zijn \(\frac{1}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 81=36\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{8}\times 448=24\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{4}\times 144=6\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 72=24\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{4}\times 324=54\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{1}{3}\times 189=49\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{4}{9}\times 720=160\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{7}{8}\times 432=42\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{4}{5}\times 200=16\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{8}\times 280=42\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{4}\times 160=10\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{3}\times 168=32\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)