Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{4}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 112 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 224 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 81 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{5}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 80 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{2}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{5}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{5}\times 210=48\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{7}\times 224=48\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{4}\times 112=42\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{7}\times 224=16\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{9}\times 81=42\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{5}{8}\times 320=100\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{5}\times 80=8\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{9}\times 180=30\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{8}\times 168=14\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{3}{5}\times 160=72\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{8}\times 288=24\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{3}\times 126=60\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)