Reken uit
- \(\)In een doos met 567 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 243 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 105 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{6}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 420 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 224 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 490 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{9}\times 567=27\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{7}{10}\times 120=42\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{8}{9}\times 135=24\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{7}\times 210=30\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{7}{9}\times 243=63\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{3}\times 105=10\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{9}{10}\times 360=216\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{8}\times 240=20\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{5}{7}\times 420=250\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{4}\times 224=80\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{4}\times 96=18\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{4}{7}\times 490=240\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)