Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 350 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 45 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{4}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 90 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 630 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 112 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 343 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{7}\times 350=60\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{5}{6}\times\frac{6}{10}\times 360=180\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 45=5\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{6}\times 288=128\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{5}\times 200=96\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{3}\times 120=60\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{3}\times 90=12\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{6}{7}\times\frac{8}{9}\times 630=480\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  9. \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{10}\times 400=48\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{8}\times 192=8\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{4}\times 112=21\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{7}\times 343=28\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-28 23:05:15
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen