Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 560 dozen zijn \(\frac{4}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{2}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 810 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 196 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 200 leerlingen zijn \(\frac{1}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 420 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 504 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{4}\times 96=36\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{4}{7}\times\frac{4}{8}\times 560=160\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{2}{9}\times\frac{5}{8}\times 216=30\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  4. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{7}\times 210=36\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{9}\times 810=100\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{7}\times 196=21\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{10}\times 200=12\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  8. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{8}\times 96=24\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{5}\times 160=32\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  10. \(\frac{2}{7}\times\frac{4}{6}\times 420=80\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{2}{8}\times\frac{5}{7}\times 280=50\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{5}{9}\times\frac{6}{7}\times 504=240\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-17 03:22:42
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen