Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{4}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 405 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 540 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 189 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 448 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 336 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 900 leerlingen zijn \(\frac{7}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 560 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 648 leerlingen zijn \(\frac{8}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{10}\times\frac{7}{9}\times 360=112\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{4}\times 160=40\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{1}{5}\times\frac{6}{9}\times 405=54\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{6}\times 540=72\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  5. \(\frac{5}{9}\times\frac{4}{7}\times 189=60\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{4}{8}\times\frac{4}{7}\times 448=128\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  7. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{8}\times 336=14\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{7}{10}\times\frac{9}{10}\times 900=567\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  9. \(\frac{3}{7}\times\frac{4}{10}\times 560=96\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{8}{9}\times\frac{7}{9}\times 648=448\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  11. \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{4}\times 280=60\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{1}{6}\times\frac{8}{10}\times 240=32\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-04 11:57:47
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen