Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 432 werknemers zijn \(\frac{6}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 48 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 900 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 36 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 72 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 405 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 480 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{6}{9}\times\frac{5}{6}\times 432=240\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{4}\times 48=6\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{6}{10}\times 900=240\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 36=12\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{10}\times 360=72\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{6}\times 72=12\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{5}\times 450=72\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{4}\times 180=54\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{3}{5}\times 405=27\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{9}\times 108=6\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{4}{10}\times 480=144\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{5}{9}\times 270=100\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)