Reken uit
- \(\)In een doos met 486 prullen zijn \(\frac{1}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 192 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 640 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 504 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 336 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 810 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{6}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{1}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{9}\times\frac{1}{6}\times 486=9\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{8}\times 192=64\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{3}{5}\times 240=108\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{8}\times 640=60\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 96=32\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{2}{6}\times 180=54\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{6}{8}\times 504=54\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{6}\times 336=49\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{4}{5}\times 120=80\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{5}{9}\times 810=150\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{1}{3}\times 144=36\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{6}\times 240=40\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)