Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 315 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 84 dozen zijn \(\frac{4}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 225 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 400 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 294 werknemers zijn \(\frac{2}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 384 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 189 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 504 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 343 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 432 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{7}\times\frac{5}{9}\times 315=100\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{10}\times 360=18\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  3. \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{4}\times 84=12\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{1}{5}\times\frac{7}{9}\times 225=35\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{4}{5}\times\frac{6}{10}\times 400=192\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{2}{7}\times\frac{5}{6}\times 294=70\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  7. \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{8}\times 384=72\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{7}{9}\times\frac{3}{7}\times 189=63\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  9. \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{6}\times 288=48\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{8}\times 504=27\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{2}{7}\times\frac{6}{7}\times 343=84\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{4}{9}\times\frac{4}{6}\times 432=128\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-23 08:48:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen