Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 448 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{5}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 315 prullen zijn \(\frac{2}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 126 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 162 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 405 dozen zijn \(\frac{1}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 280 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 48 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{7}\times 448=96\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{5}\times 120=24\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{6}\times 378=70\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{6}\times 144=48\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  5. \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{5}\times 315=14\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{2}{7}\times\frac{4}{6}\times 126=24\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{9}\times 162=48\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{4}\times 168=14\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{1}{9}\times\frac{5}{9}\times 405=25\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{8}{10}\times\frac{1}{7}\times 280=32\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{3}{4}\times\frac{6}{8}\times 320=180\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{3}\times 48=8\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-08 23:01:01
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen