Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{8}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 80 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 243 dozen zijn \(\frac{3}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 90 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 168 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 441 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 350 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 480 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 900 dozen zijn \(\frac{3}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 36 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 150 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{8}{10}\times\frac{2}{3}\times 210=112\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{5}\times 80=16\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{3}{9}\times\frac{1}{3}\times 243=27\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{5}\times 90=36\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{7}\times 168=6\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  6. \(\frac{1}{7}\times\frac{5}{9}\times 441=35\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{10}\times 350=30\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  8. \(\frac{3}{8}\times\frac{7}{10}\times 480=126\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{3}{9}\times\frac{4}{10}\times 900=120\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{3}\times 36=18\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{5}{10}\times\frac{2}{6}\times 360=60\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{3}\times 150=20\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-09 19:01:02
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen