Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{6}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 810 prullen zijn \(\frac{7}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 54 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 60 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 729 werknemers zijn \(\frac{1}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 48 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 128 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{3}\times 120=64\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{5}\times 270=27\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{6}{8}\times\frac{1}{5}\times 400=60\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{7}{9}\times\frac{7}{10}\times 810=441\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{6}\times 54=9\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{3}\times 60=10\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{1}{9}\times\frac{4}{9}\times 729=36\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  8. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{4}\times 48=24\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  9. \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{4}\times 128=16\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{9}\times 360=20\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 72=16\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{3}\times 168=32\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-26 00:31:39
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen