Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 36 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 700 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{1}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{7}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 480 werknemers zijn \(\frac{9}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 224 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{2}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 486 leerlingen zijn \(\frac{3}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 90 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{3}\times 36=6\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{5}\times 120=32\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{5}{10}\times 700=105\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{5}{8}\times 320=25\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{1}{4}\times 360=70\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{4}{8}\times 480=216\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{4}\times 224=14\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{2}{8}\times 216=12\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{1}{9}\times 486=18\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{6}\times 360=160\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{3}{10}\times 450=120\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{6}\times 90=50\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)