Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 189 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 180 leerlingen zijn \(\frac{2}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 54 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 560 prullen zijn \(\frac{5}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{6}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 420 werknemers zijn \(\frac{4}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 100 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{7}\times 189=90\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{4}\times 180=10\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{4}{9}\times\frac{3}{6}\times 162=36\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  4. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{6}\times 54=6\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{10}\times 200=20\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{5}{10}\times\frac{2}{8}\times 560=70\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  7. \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{3}\times 120=60\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  8. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{8}\times 240=40\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{2}{5}\times\frac{7}{9}\times 450=140\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{6}\times 420=56\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{4}\times 100=5\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{5}\times 120=36\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-02 00:28:33
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen