Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 63 prullen zijn \(\frac{3}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 350 werknemers zijn \(\frac{9}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 294 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 147 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{7}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 350 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 720 leerlingen zijn \(\frac{3}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{3}\times 63=9\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{9}{10}\times\frac{5}{7}\times 350=225\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{3}{6}\times\frac{5}{8}\times 192=60\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  4. \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{7}\times 294=36\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{7}\times 147=21\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  6. \(\frac{7}{10}\times\frac{1}{4}\times 200=35\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{3}{4}\times\frac{4}{10}\times 160=48\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  8. \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{4}\times 96=12\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{3}{7}\times\frac{8}{10}\times 350=120\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{8}\times 320=64\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  11. \(\frac{3}{10}\times\frac{6}{9}\times 720=144\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{6}\times 180=10\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-20 13:15:42
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen