Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 75 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 72 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 810 prullen zijn \(\frac{4}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 147 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 81 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 72 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 500 leerlingen zijn \(\frac{6}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{3}\times 75=10\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{4}\times 72=12\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{4}\times 200=20\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{1}{9}\times\frac{3}{5}\times 360=24\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{4}{9}\times\frac{4}{9}\times 810=160\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{7}\times 147=3\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  7. \(\frac{2}{7}\times\frac{4}{10}\times 210=24\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  8. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{9}\times 81=12\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  9. \(\frac{7}{8}\times\frac{3}{5}\times 280=147\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{6}\times 72=8\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{6}\times 180=18\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{6}{10}\times\frac{1}{10}\times 500=30\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-11 22:56:54
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen