Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 189 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 350 werknemers zijn \(\frac{1}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 280 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 729 prullen zijn \(\frac{6}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 126 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 189 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 48 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 60 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{7}\times 189=27\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  2. \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{5}\times 350=30\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{7}\times 280=80\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  4. \(\frac{6}{9}\times\frac{8}{9}\times 729=432\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{10}\times 270=108\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{8}\times 216=54\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{3}\times 126=21\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  8. \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{3}\times 189=35\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{4}\times 48=8\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{10}\times 160=32\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{5}\times 60=9\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{6}\times 120=10\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-12 13:16:06
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen