Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 196 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 900 prullen zijn \(\frac{5}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{8}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 45 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 96 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 504 prullen zijn \(\frac{4}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 105 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{8}\times 192=48\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{4}\times 280=56\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{4}\times 196=7\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{8}{10}\times 900=360\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{1}{3}\times 120=32\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{4}\times 168=84\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{4}\times 180=10\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{3}\times 45=6\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{6}\times 96=60\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{5}{7}\times 504=180\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{6}\times 288=6\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{6}{7}\times 105=72\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)