Reken uit
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 189 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 490 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 112 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{2}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{5}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{4}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{10}\times 240=90\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{6}\times 378=9\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{9}\times 189=36\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{3}\times 180=20\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{4}{7}\times 490=200\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{4}\times 112=28\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{2}{4}\times 288=32\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{4}\times 160=25\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{9}\times 270=10\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{8}{9}\times 360=256\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{6}{7}\times 126=90\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{3}\times 120=32\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)