Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 126 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 486 prullen zijn \(\frac{4}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 320 werknemers zijn \(\frac{5}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{1}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 378 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 72 leerlingen zijn \(\frac{2}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 420 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 54 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{6}\times 126=70\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{9}\times 486=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{6}\times 216=54\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{5}\times 320=40\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  5. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{3}\times 72=36\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{5}{10}\times\frac{5}{6}\times 360=150\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{1}{9}\times\frac{3}{4}\times 144=12\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  8. \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{6}\times 216=36\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{2}{6}\times\frac{5}{9}\times 378=70\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{4}\times 72=6\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{10}\times 420=14\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{3}\times 54=12\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-14 05:15:36
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen