Reken uit
- \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{4}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 384 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 112 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 250 leerlingen zijn \(\frac{1}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{4}\times 180=40\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{5}\times 160=32\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{5}{8}\times 384=60\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{5}\times 200=16\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{4}\times 112=16\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{10}\times 180=27\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{6}\times 90=10\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{4}\times 200=20\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{5}\times 180=72\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{2}{3}\times 90=30\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{1}{5}\times 250=5\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{3}\times 96=24\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)