Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 315 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 72 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{2}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{6}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{2}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 648 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 100 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 350 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{5}\times 315=35\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  2. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 72=6\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{2}{6}\times\frac{5}{6}\times 288=80\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  4. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{9}\times 180=10\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  5. \(\frac{6}{10}\times\frac{3}{6}\times 240=72\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{2}{3}\times\frac{9}{10}\times 90=54\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{6}\times 216=56\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{10}\times 360=72\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  9. \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{7}\times 210=20\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  10. \(\frac{3}{9}\times\frac{3}{9}\times 648=72\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{4}\times 100=10\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{5}\times 350=56\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2025-08-29 03:04:05
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen