Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 72 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 224 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 336 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 64 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 315 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 448 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 126 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 324 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{2}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{7}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{9}\times 108=15\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{6}\times 72=27\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{7}\times 224=32\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{8}\times 336=18\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{4}\times 120=6\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{4}\times 64=24\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{5}{7}\times 315=150\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{6}{8}\times 448=168\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{6}\times 126=9\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{4}{6}\times 324=72\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{2}{4}\times 360=40\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{4}{5}\times 400=224\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)