Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 84 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 81 dozen zijn \(\frac{7}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 350 prullen zijn \(\frac{5}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 150 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 378 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 560 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 420 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{7}{8}\times\frac{4}{5}\times 360=252\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{4}\times 84=3\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{7}{9}\times\frac{1}{3}\times 81=21\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{9}\times 270=120\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{5}\times 180=54\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  6. \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{7}\times 350=25\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  7. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{4}\times 144=18\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{8}\times 240=30\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  9. \(\frac{4}{5}\times\frac{7}{10}\times 150=84\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{5}{7}\times\frac{5}{6}\times 378=225\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{3}{10}\times\frac{1}{8}\times 560=21\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{4}{6}\times\frac{9}{10}\times 420=252\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-19 12:16:13
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen