Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 45 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 700 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 540 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{5}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 384 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 500 leerlingen zijn \(\frac{3}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{7}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{9}\times 135=18\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{8}\times 192=8\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{2}{4}\times\frac{9}{10}\times 160=72\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{3}\times 45=6\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{4}{10}\times\frac{7}{10}\times 700=196\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{1}{6}\times\frac{9}{10}\times 540=81\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  7. \(\frac{5}{10}\times\frac{2}{4}\times 320=80\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  8. \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{6}\times 384=120\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  9. \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{10}\times 500=30\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  10. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{9}\times 180=20\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{5}{9}\times\frac{3}{6}\times 432=120\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{7}{10}\times\frac{1}{3}\times 270=63\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-07 09:23:19
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen