Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 567 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 280 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 252 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 192 prullen zijn \(\frac{2}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 105 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 224 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{3}\times 96=48\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{3}{7}\times\frac{7}{10}\times 210=63\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{4}{9}\times\frac{6}{7}\times 567=216\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{4}\times 96=18\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  5. \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{4}\times 160=32\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{1}{7}\times\frac{6}{8}\times 280=30\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{6}\times 252=105\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  8. \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{6}\times 432=112\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{2}{8}\times\frac{5}{8}\times 192=30\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{7}\times 105=3\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{7}\times 224=80\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{3}{10}\times\frac{1}{8}\times 400=15\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-01 23:43:02
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen