Reken uit
- \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 243 prullen zijn \(\frac{1}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{2}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 392 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 125 leerlingen zijn \(\frac{1}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 196 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 150 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 480 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{5}\times 210=56\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{3}\times 243=18\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{2}{4}\times 360=40\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{6}{7}\times 392=192\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{5}\times 280=49\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{5}\times 125=15\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{7}\times 196=21\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{5}\times 150=40\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{3}{5}\times 280=120\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{6}\times 480=20\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{6}\times 216=54\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{2}{6}\times 216=48\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)