Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 350 leerlingen zijn \(\frac{1}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 140 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 280 leerlingen zijn \(\frac{5}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{8}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 100 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 252 werknemers zijn \(\frac{6}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{3}\times 90=12\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{4}{5}\times 350=28\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{5}\times 140=63\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{4}\times 144=30\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{10}\times 280=20\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{4}\times 108=48\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{4}\times 100=10\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{9}\times 252=48\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{6}\times 210=7\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{3}\times 108=18\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{7}\times 84=8\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{5}{8}\times 168=15\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)