Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 450 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 60 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 560 werknemers zijn \(\frac{1}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{4}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 448 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{9}\times\frac{9}{10}\times 450=45\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 90=40\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{6}\times 96=40\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{4}\times 200=20\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  5. \(\frac{5}{7}\times\frac{4}{8}\times 280=100\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{5}\times 60=16\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{4}\times 96=24\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{5}{6}\times\frac{4}{9}\times 432=160\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{1}{8}\times\frac{7}{10}\times 560=49\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{8}\times 160=40\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{4}{10}\times\frac{1}{4}\times 360=36\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  12. \(\frac{4}{8}\times\frac{4}{8}\times 448=112\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-13 00:26:04
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen