Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 576 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{6}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{2}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 480 werknemers zijn \(\frac{3}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 140 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{6}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 540 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{3}\times 96=4\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{3}{8}\times\frac{5}{9}\times 576=120\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{6}{10}\times\frac{2}{6}\times 360=72\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{3}{6}\times\frac{4}{9}\times 216=48\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{6}\times 192=64\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{2}{7}\times\frac{4}{6}\times 168=32\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{6}\times 480=90\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  8. \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{4}\times 192=12\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{5}\times 140=63\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{8}{10}\times\frac{1}{4}\times 360=72\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{7}\times 168=36\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{1}{6}\times\frac{7}{10}\times 540=63\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-04 18:23:13
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen