Reken uit
- \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 432 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 224 leerlingen zijn \(\frac{1}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{6}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 336 werknemers zijn \(\frac{7}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{6}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 105 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{1}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 105 leerlingen zijn \(\frac{6}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{9}\times\frac{3}{8}\times 216=9\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{8}\times 432=72\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{7}\times 224=4\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{8}{9}\times 270=192\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{5}\times 400=120\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{3}{6}\times 336=147\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{6}\times 216=24\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{7}{10}\times 120=21\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{3}\times 105=56\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{3}\times 108=18\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{1}{3}\times 300=10\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{3}\times 105=60\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)