Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 54 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{9}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 336 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 252 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 147 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 720 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 63 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 324 werknemers zijn \(\frac{1}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 189 leerlingen zijn \(\frac{8}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 720 prullen zijn \(\frac{4}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{6}\times 54=12\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  2. \(\frac{9}{10}\times\frac{1}{4}\times 160=36\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{3}{8}\times\frac{6}{7}\times 336=108\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  4. \(\frac{3}{4}\times\frac{8}{9}\times 252=168\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  5. \(\frac{6}{7}\times\frac{6}{7}\times 147=108\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  6. \(\frac{2}{9}\times\frac{6}{8}\times 720=120\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 63=14\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{1}{9}\times\frac{4}{9}\times 324=16\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  9. \(\frac{8}{9}\times\frac{3}{7}\times 189=72\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  10. \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{10}\times 280=20\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{4}\times 120=12\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{9}\times 720=120\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-18 00:34:58
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen