Reken uit
- \(\)In een school met 280 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 384 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 45 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 135 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 512 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 128 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{5}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{9}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{8}\times 280=56\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{7}{8}\times 384=168\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{3}\times 45=18\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{3}{5}\times 135=27\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{4}\times 160=60\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{4}\times 120=20\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{7}{8}\times 512=56\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{7}{10}\times 120=63\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{8}\times 128=8\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{7}\times 210=15\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{8}{9}\times 270=160\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{1}{8}\times 240=27\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)