Reken uit
- \(\)In een doos met 60 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 60 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 294 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 250 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{7}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 75 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{4}\times 60=5\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{5}\times 60=18\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{5}{6}\times 294=105\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 108=36\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{5}\times 250=80\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{3}\times 108=56\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{10}\times 120=6\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{5}\times 200=15\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{5}\times 75=15\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{5}{7}\times 210=125\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{8}{9}\times 450=160\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{5}{8}\times 240=90\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)