Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 405 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 384 leerlingen zijn \(\frac{7}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 294 werknemers zijn \(\frac{2}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 112 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 175 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 252 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 405 werknemers zijn \(\frac{4}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{1}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{3}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{5}\times 405=90\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{7}{8}\times\frac{2}{6}\times 384=112\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  3. \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{6}\times 294=14\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{3}{4}\times\frac{4}{7}\times 112=48\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{7}\times 175=50\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{4}\times 252=54\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  7. \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{4}\times 160=32\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{4}{9}\times\frac{3}{9}\times 405=60\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  9. \(\frac{5}{10}\times\frac{3}{5}\times 200=60\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  10. \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{4}\times 180=10\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{6}\times 240=24\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  12. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{8}\times 168=70\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-15 14:37:39
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen