Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 800 leerlingen zijn \(\frac{7}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 72 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 720 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 48 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{1}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{3}\times 96=48\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{7}{10}\times\frac{3}{8}\times 800=210\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{10}\times 300=30\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  4. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{8}\times 160=10\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{3}\times 150=30\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 72=16\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{4}{8}\times\frac{5}{9}\times 720=200\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{6}\times 216=54\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{4}\times 48=18\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{9}\times 270=72\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  11. \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{10}\times 280=8\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{6}\times 270=9\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-29 20:58:57
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen