Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 294 werknemers zijn \(\frac{1}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 392 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 420 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 490 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 60 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 140 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{8}\times\frac{3}{5}\times 160=24\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{6}\times 294=7\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{3}\times 144=64\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{3}{7}\times\frac{5}{7}\times 392=120\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{4}{10}\times\frac{6}{7}\times 420=144\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{6}{7}\times\frac{3}{10}\times 490=126\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 60=5\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  8. \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{9}\times 270=10\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{5}\times 200=40\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{8}\times 240=120\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  11. \(\frac{3}{5}\times\frac{6}{7}\times 140=72\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{6}\times 162=36\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-01 17:49:50
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen