Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 105 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 60 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 196 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 84 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 135 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{3}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 900 leerlingen zijn \(\frac{2}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 336 leerlingen zijn \(\frac{6}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 72 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 140 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{6}\times 192=48\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{3}\times 105=5\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{3}\times 60=30\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{4}{7}\times 196=64\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{7}\times 84=3\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{8}{9}\times 135=80\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{3}\times 270=40\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{10}\times 240=27\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{5}{10}\times 900=100\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{3}{6}\times 336=126\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{4}\times 72=12\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{6}{7}\times 140=96\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)