Reken uit
- \(\)In een doos met 225 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 700 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 630 prullen zijn \(\frac{9}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{9}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 540 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{5}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 810 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 84 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{5}\times\frac{4}{5}\times 225=108\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{5}\times 160=72\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{7}{8}\times 288=42\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{6}{10}\times 700=300\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{6}{9}\times 630=378\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{1}{3}\times 270=81\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{5}{6}\times 540=250\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{4}{5}\times 200=100\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{5}{9}\times 810=200\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{3}{4}\times 360=243\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{7}\times 84=24\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{4}\times 288=27\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)