Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 350 leerlingen zijn \(\frac{7}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 384 prullen zijn \(\frac{6}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 343 leerlingen zijn \(\frac{6}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 540 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 540 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 720 dozen zijn \(\frac{2}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 630 werknemers zijn \(\frac{1}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{3}\times 210=20\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{4}\times 120=25\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{3}{10}\times 450=45\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{3}{5}\times 350=147\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{3}{6}\times 384=144\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{6}{7}\times 343=252\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{6}{9}\times 540=180\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{4}{6}\times 540=240\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{8}\times 216=18\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{5}{8}\times 720=90\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{4}{7}\times 630=40\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{4}{8}\times 288=24\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)