Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 224 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 63 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 540 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 324 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 252 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 150 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 64 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{8}\times 144=9\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  2. \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{6}\times 168=70\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{8}\times 224=14\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{3}\times 63=15\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{6}\times 540=40\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{4}\times 168=7\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{2}{6}\times\frac{5}{9}\times 324=60\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{4}{7}\times\frac{6}{9}\times 252=96\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{5}\times 150=24\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{6}\times 90=10\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{4}\times 64=8\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{6}\times 270=72\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-08 00:54:33
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen