Reken uit
- \(\)In een school met 162 leerlingen zijn \(\frac{3}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{3}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 45 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 500 werknemers zijn \(\frac{2}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{7}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 147 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 450 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{9}\times\frac{5}{6}\times 162=45\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 120=40\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{8}\times 240=30\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{7}\times 168=16\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{6}{8}\times 288=180\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{3}{9}\times 360=36\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{5}\times 45=3\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{6}\times 144=16\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{4}{10}\times 500=40\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{3}{4}\times 120=63\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{3}\times 147=28\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{5}\times 450=54\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)