Reken uit
- \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{2}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 567 leerlingen zijn \(\frac{6}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 252 leerlingen zijn \(\frac{8}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 392 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 192 leerlingen zijn \(\frac{6}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 441 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 350 leerlingen zijn \(\frac{6}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 175 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{9}\times\frac{3}{10}\times 450=30\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{9}\times 567=108\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{7}\times 378=36\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{1}{4}\times 252=56\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{7}\times 392=84\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{3}\times 192=96\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{3}\times 270=100\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{6}{7}\times 441=336\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{7}{9}\times 216=42\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{8}{10}\times 350=240\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{5}\times 175=10\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{5}\times 360=36\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)