Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 256 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 60 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 420 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 400 werknemers zijn \(\frac{4}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{8}\times 256=64\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{10}\times 300=30\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{5}\times 60=9\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{10}\times 120=48\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{8}\times 192=18\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  6. \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{4}\times 216=60\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{3}\times 162=90\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{4}{10}\times\frac{4}{6}\times 360=96\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{5}\times 210=14\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{6}\times 210=28\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{6}\times 420=30\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{4}{10}\times\frac{3}{4}\times 400=120\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-10 19:32:37
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen