Reken uit
- \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{4}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 300 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{5}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 480 leerlingen zijn \(\frac{9}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 250 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 288 prullen zijn \(\frac{4}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{5}\times 400=40\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{10}\times 300=80\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{6}{7}\times 280=120\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{7}{9}\times 360=112\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{6}\times 216=90\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{3}{6}\times 480=216\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{5}\times 270=81\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{6}\times 270=36\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{8}\times 360=45\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{8}{10}\times 250=160\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{3}{4}\times 144=96\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{2}{4}\times 288=72\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)