Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 441 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 60 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 147 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 720 leerlingen zijn \(\frac{1}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 90 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 128 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 162 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 400 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 350 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{7}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{9}\times 441=42\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{5}\times 120=48\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{4}\times 60=20\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{7}\times 147=24\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{1}{10}\times\frac{2}{8}\times 720=18\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  6. \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{6}\times 432=64\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{6}\times 90=30\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{8}\times 128=4\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  9. \(\frac{5}{6}\times\frac{5}{9}\times 162=75\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{4}{10}\times\frac{3}{10}\times 400=48\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{10}\times 350=21\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{7}{8}\times\frac{2}{5}\times 160=56\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-30 16:29:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen