Reken uit
- \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 125 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 400 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{5}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 294 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 84 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 648 dozen zijn \(\frac{8}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 320 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 189 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{7}\times\frac{9}{10}\times 210=135\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{5}\times 125=40\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{7}\times 210=54\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{8}\times 400=120\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{6}{7}\times 280=150\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{7}\times 294=35\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{4}\times 240=20\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{3}\times 84=48\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{4}{8}\times 648=288\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{5}{8}\times 320=60\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{9}\times 189=14\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{4}{6}\times 180=60\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)