Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 405 werknemers zijn \(\frac{1}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 420 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 196 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 36 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 250 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{5}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{6}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{9}\times\frac{1}{9}\times 405=5\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{9}\times 108=6\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{5}\times 150=25\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{10}\times 420=21\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{7}\times 196=21\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{4}\times 36=6\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{5}\times 250=25\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{4}{5}\times 180=80\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{4}\times 180=81\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{3}{4}\times 360=135\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{3}{6}\times 240=90\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{4}{6}\times 180=24\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)