Reken uit
- \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{8}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 80 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{1}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 392 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 450 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 450 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 112 dozen zijn \(\frac{4}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 350 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 84 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 64 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{8}{9}\times\frac{4}{8}\times 288=128\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{4}\times 80=8\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{9}\times 270=30\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{5}\times 90=12\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{8}\times 392=7\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{7}{10}\times 280=56\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{4}{5}\times 450=72\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{2}{10}\times 450=20\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{4}\times 112=16\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{9}{10}\times 350=189\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{7}\times 84=9\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{4}\times 64=8\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)