Reken uit
- \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{1}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 60 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 147 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 324 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{3}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 75 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{9}\times\frac{3}{7}\times 378=18\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{4}\times 60=6\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{10}\times 120=6\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{3}\times 147=21\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{5}{6}\times 324=180\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{3}{4}\times 280=63\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{9}{10}\times 240=81\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{8}\times 288=18\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{5}\times 75=10\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{9}{10}\times 210=162\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{4}{9}\times 270=60\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{5}\times 150=5\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)