Reken uit
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 135 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{2}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 720 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 75 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 180 leerlingen zijn \(\frac{1}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 75 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{8}\times\frac{4}{5}\times 240=48\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{10}\times 240=12\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{4}{5}\times 135=12\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{5}{7}\times 630=100\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{10}\times 360=24\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{6}\times 144=32\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{7}{8}\times 720=378\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{5}\times 75=15\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{4}\times 180=18\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{3}\times 75=15\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{4}\times 168=63\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{8}\times 216=6\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)