Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 108 prullen zijn \(\frac{4}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 54 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 256 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{6}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 392 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{3}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 72 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 80 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 175 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{9}\times\frac{3}{4}\times 108=36\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 54=12\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  3. \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{4}\times 256=8\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{6}{8}\times\frac{1}{5}\times 240=36\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{7}\times 392=14\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{3}{10}\times\frac{1}{4}\times 120=9\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{3}\times 72=20\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{6}{7}\times\frac{6}{8}\times 224=144\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  9. \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{7}\times 280=128\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{4}\times 80=30\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{5}\times 175=14\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{6}\times 120=48\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-17 19:13:43
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen