Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 324 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 48 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 810 dozen zijn \(\frac{1}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 60 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 540 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 560 werknemers zijn \(\frac{6}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 648 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{3}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 294 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{9}\times 324=81\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{4}\times 48=8\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{5}\times 270=27\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{6}{9}\times 810=60\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{3}\times 60=30\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{7}{10}\times 540=189\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{7}{10}\times 560=336\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{4}{8}\times 648=108\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{6}\times 240=15\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{7}\times 294=21\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{4}\times 288=9\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{8}\times 400=20\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)