Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 96 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 392 leerlingen zijn \(\frac{5}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 504 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 252 leerlingen zijn \(\frac{2}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 60 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 150 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 315 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 540 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{8}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{6}\times 108=27\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{4}\times 96=3\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{3}{6}\times\frac{4}{5}\times 180=72\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{7}\times 392=40\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{9}\times 504=8\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{2}{9}\times\frac{4}{7}\times 252=32\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{4}\times 60=18\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  8. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{3}\times 150=40\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{5}\times 315=108\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{6}{10}\times\frac{4}{6}\times 540=216\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{8}\times 240=60\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{8}{9}\times\frac{1}{6}\times 216=32\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-25 11:33:25
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen