Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 720 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 189 werknemers zijn \(\frac{4}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 500 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 189 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 108 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 540 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 112 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 600 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 189 dozen zijn \(\frac{3}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{8}{10}\times\frac{3}{9}\times 720=192\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{4}\times 120=60\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  3. \(\frac{4}{9}\times\frac{6}{7}\times 189=72\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{2}{10}\times\frac{4}{5}\times 500=80\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{7}\times 189=45\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{1}{3}\times\frac{7}{8}\times 144=42\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{9}\times 108=16\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  8. \(\frac{8}{9}\times\frac{4}{6}\times 540=320\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{4}\times 112=8\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{5}{6}\times\frac{6}{10}\times 600=300\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{8}\times 224=16\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{3}\times 189=42\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-11 12:24:53
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen