Reken uit
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{9}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 405 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 100 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 720 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 400 leerlingen zijn \(\frac{4}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 480 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 315 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 630 prullen zijn \(\frac{5}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{9}{10}\times\frac{1}{3}\times 240=72\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{3}{5}\times 405=108\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{5}\times 100=12\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{2}{9}\times 720=128\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{6}{10}\times 400=96\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 90=10\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{8}\times 480=120\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{6}\times 180=18\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{8}\times 96=24\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{9}\times 315=15\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{5}{10}\times 630=225\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{4}{7}\times 280=100\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)