Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 400 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{3}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 720 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 60 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{8}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 252 werknemers zijn \(\frac{1}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{4}\times\frac{8}{10}\times 400=160\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{5}\times 180=36\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{5}{6}\times\frac{5}{8}\times 240=125\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{6}\times 162=45\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  5. \(\frac{3}{9}\times\frac{8}{10}\times 450=120\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{3}\times 120=30\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  7. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{4}\times 144=27\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{1}{9}\times\frac{6}{8}\times 720=60\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  9. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 60=5\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{3}\times 270=160\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{7}\times 252=8\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{2}{7}\times\frac{4}{5}\times 210=48\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-03 17:50:23
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen