Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 315 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 105 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 480 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 162 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 105 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 224 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 336 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 64 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{7}\times\frac{2}{5}\times 315=18\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{7}\times 105=30\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{4}{8}\times\frac{7}{9}\times 216=84\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  4. \(\frac{9}{10}\times\frac{7}{8}\times 480=378\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{9}\times 162=30\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  6. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{5}\times 105=14\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  7. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{8}\times 224=14\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{6}\times 336=16\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{1}{9}\times\frac{5}{6}\times 270=25\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  10. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{4}\times 64=12\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{4}{5}\times\frac{5}{8}\times 320=160\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{5}\times 200=96\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-30 23:39:52
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen