Reken uit
- \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 128 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 36 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 480 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{7}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 900 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 378 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 480 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{6}\times 360=30\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{6}{8}\times 128=24\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{7}{9}\times 360=210\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 36=16\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{5}{10}\times 480=150\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{5}\times 240=42\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{6}\times 300=80\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{3}{10}\times 900=108\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{4}\times 160=90\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{3}\times 240=60\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{9}\times 378=28\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{8}\times 480=50\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)