Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 105 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{3}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{1}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{6}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 84 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 405 prullen zijn \(\frac{6}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 192 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 640 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{5}\times 105=21\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{3}\times 210=42\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{6}\times 210=35\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{3}{8}\times 360=90\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{5}\times 90=9\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{6}\times 180=40\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{7}\times 84=9\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{7}\times 210=12\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{4}{5}\times 405=216\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{3}{4}\times 224=147\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{4}\times 192=72\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{4}{8}\times 640=280\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)