Reken uit
- \(\)In een school met 504 leerlingen zijn \(\frac{3}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 392 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 567 dozen zijn \(\frac{2}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 336 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 64 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 420 prullen zijn \(\frac{8}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{3}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{4}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 540 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 630 prullen zijn \(\frac{3}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{9}\times\frac{3}{8}\times 504=63\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{6}{7}\times 392=240\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{8}{9}\times 567=112\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{6}\times 336=48\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{9}\times 288=48\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{4}\times 64=24\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{9}\times 216=32\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{4}{6}\times 420=224\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{6}\times 270=30\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{1}{4}\times 240=24\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{5}{9}\times 540=250\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{6}{10}\times 630=162\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)