Reken uit
- \(\)In een doos met 189 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 315 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 128 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 324 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 350 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 96 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{8}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 252 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{7}\times 189=9\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{4}{7}\times 315=80\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{3}{4}\times 128=24\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{7}\times 224=16\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{6}\times 324=135\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{6}\times 210=28\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{4}{10}\times 350=20\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{7}{8}\times 96=42\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{5}{6}\times 240=160\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{1}{3}\times 210=56\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{9}\times 252=8\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{7}{10}\times 180=42\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)