Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 112 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 45 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 336 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 60 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 448 werknemers zijn \(\frac{6}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 600 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 112 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 225 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{8}\times 288=90\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{4}\times 192=16\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{7}\times 112=60\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  4. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{5}\times 45=6\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  5. \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{7}\times 336=120\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{5}\times 60=9\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{6}{7}\times\frac{5}{8}\times 448=240\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{2}{6}\times\frac{5}{10}\times 600=100\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{4}\times 112=48\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{4}{8}\times\frac{4}{5}\times 240=96\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{5}\times 200=96\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{4}{9}\times\frac{3}{5}\times 225=60\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-21 15:31:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen