Reken uit
- \(\)In een doos met 81 prullen zijn \(\frac{5}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 324 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 140 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 54 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 560 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{4}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 630 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 405 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{3}\times 81=30\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{3}\times 84=40\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{9}\times 378=28\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{9}\times 324=81\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{4}\times 140=42\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{3}\times 54=18\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{7}{8}\times 560=294\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{3}\times 240=120\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{8}\times 360=40\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{5}{9}\times 630=200\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{9}\times 405=18\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{6}\times 144=60\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)