Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 189 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 189 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 448 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 54 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 280 leerlingen zijn \(\frac{3}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 900 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 63 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 324 prullen zijn \(\frac{2}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{7}\times\frac{6}{9}\times 189=18\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{7}\times 189=36\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{4}{10}\times 320=48\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{6}{8}\times 448=144\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{6}\times 54=18\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{5}{8}\times 280=105\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{3}{10}\times 900=30\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{7}{9}\times 144=28\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{8}{10}\times 200=40\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 63=7\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{5}{6}\times 324=60\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{3}\times 90=24\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)