Reken uit
- \(\)In een doos met 810 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{4}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 60 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 600 prullen zijn \(\frac{3}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 135 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{8}{9}\times\frac{4}{9}\times 810=320\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{10}\times 210=14\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{8}\times 120=9\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{4}\times 216=36\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{6}\times 72=8\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{3}{5}\times 200=36\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{9}\times 108=18\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{5}\times 60=12\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{5}{7}\times 630=270\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{3}{6}\times 600=90\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{5}\times 135=36\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{1}{4}\times 280=21\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)