Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{5}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 60 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 81 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 320 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 350 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 300 prullen zijn \(\frac{9}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 350 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{3}\times 96=16\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{6}{9}\times 108=36\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{5}\times 400=150\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{5}\times 200=32\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{1}{3}\times 270=81\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{5}\times 60=12\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{4}\times 180=108\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 81=18\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{6}{8}\times 320=48\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{5}\times 350=80\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{3}{6}\times 300=135\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{10}\times 350=28\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)