Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 192 prullen zijn \(\frac{3}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 560 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{8}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{2}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 420 prullen zijn \(\frac{8}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 441 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{2}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{1}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{6}\times 192=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  2. \(\frac{3}{7}\times\frac{7}{8}\times 560=210\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{8}{9}\times\frac{1}{8}\times 432=48\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  4. \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{6}\times 180=20\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{8}{10}\times\frac{1}{7}\times 420=48\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{8}\times 160=25\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  7. \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{9}\times 441=42\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{3}\times 168=14\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{1}{6}\times\frac{5}{7}\times 168=20\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{4}\times 288=16\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{4}\times 120=60\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{6}{7}\times\frac{8}{10}\times 280=192\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-30 19:59:11
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen