Reken uit
- \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 45 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 125 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 540 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 300 prullen zijn \(\frac{3}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 128 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 392 dozen zijn \(\frac{4}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 100 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 48 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 192 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{6}\times\frac{8}{9}\times 378=224\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{5}\times 45=18\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{5}\times 125=10\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{2}{9}\times 540=96\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{3}\times 96=16\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{5}{10}\times 300=45\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{8}\times 128=4\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{8}\times 392=28\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{4}\times 168=12\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{5}\times 100=30\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{3}\times 48=8\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{8}\times 192=64\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)