Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 225 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 512 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 324 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 336 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 250 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 150 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 540 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{5}\times\frac{8}{9}\times 225=160\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{6}{9}\times 378=84\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{4}{8}\times 512=128\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{7}{8}\times 360=105\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{5}{8}\times 160=60\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{3}{4}\times 324=108\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{3}{7}\times 336=18\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{10}\times 250=20\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{3}\times 150=80\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{4}{9}\times 378=144\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{6}{10}\times 540=180\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{6}\times 180=18\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)