Reken uit
- \(\)In een doos met 288 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 48 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 189 dozen zijn \(\frac{4}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 150 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 729 leerlingen zijn \(\frac{6}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 315 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 480 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 420 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 36 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{8}\times 288=27\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{4}\times 48=12\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{3}{9}\times 189=36\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{10}\times 150=30\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{7}{9}\times 729=378\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{4}{5}\times 315=196\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{4}{6}\times 480=160\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{10}\times 420=48\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{5}\times 120=12\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 36=8\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{3}\times 135=18\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{2}{3}\times 72=42\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)