Reken uit
- \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{6}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{1}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 350 prullen zijn \(\frac{8}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 126 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 192 leerlingen zijn \(\frac{5}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 420 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 125 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 480 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 294 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 72 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{6}{10}\times\frac{3}{6}\times 360=108\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{7}\times 210=20\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{4}\times 96=3\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{3}{5}\times 350=168\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{7}\times 126=12\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{3}\times 192=80\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 120=10\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{6}{10}\times 420=72\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{5}\times 125=20\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{6}\times 480=120\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{4}{6}\times 294=112\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{4}\times 72=3\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)