Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 378 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 245 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 63 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{4}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 135 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 288 prullen zijn \(\frac{3}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 180 leerlingen zijn \(\frac{1}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{7}\times\frac{4}{6}\times 378=144\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{7}\times 245=14\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  3. \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{5}\times 120=12\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{7}\times 63=18\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  5. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{6}\times 108=36\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  6. \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{3}\times 90=12\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  7. \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{3}\times 216=128\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{7}{8}\times\frac{2}{3}\times 144=84\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  9. \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{8}\times 288=24\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{9}\times 135=40\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{4}\times 288=54\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{1}{5}\times\frac{7}{9}\times 180=28\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-01 18:20:26
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen