Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 560 werknemers zijn \(\frac{2}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 729 dozen zijn \(\frac{7}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 324 prullen zijn \(\frac{5}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 320 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 512 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 480 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 336 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 225 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 252 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 189 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{6}\times\frac{6}{8}\times 192=96\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{8}\times 560=40\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{7}{9}\times\frac{6}{9}\times 729=378\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  4. \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{4}\times 324=45\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  5. \(\frac{4}{5}\times\frac{7}{8}\times 320=224\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  6. \(\frac{5}{8}\times\frac{6}{8}\times 512=240\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{6}\times 480=10\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{1}{7}\times\frac{5}{6}\times 336=40\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{1}{4}\times\frac{9}{10}\times 360=81\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{4}{5}\times\frac{7}{9}\times 225=140\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{6}\times 252=14\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{7}\times 189=48\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-19 18:15:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen