Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 441 dozen zijn \(\frac{3}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 252 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 560 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 256 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 81 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 800 prullen zijn \(\frac{9}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 27 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 84 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{9}\times\frac{4}{7}\times 441=84\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{8}\times 192=80\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{5}{7}\times 252=30\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{7}\times 560=10\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{6}{8}\times 256=24\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{9}\times 81=24\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{6}\times 240=10\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{6}\times 120=48\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{8}\times 120=30\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{2}{10}\times 800=144\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 27=6\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{3}\times 84=24\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)