Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 486 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 450 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 63 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 720 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 540 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 384 werknemers zijn \(\frac{4}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 300 prullen zijn \(\frac{7}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 81 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 567 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{6}\times 270=90\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{6}{9}\times\frac{7}{9}\times 486=252\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{1}{5}\times\frac{7}{9}\times 450=70\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{3}\times 63=12\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{1}{7}\times\frac{9}{10}\times 210=27\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  6. \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{10}\times 720=36\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{2}{6}\times\frac{6}{10}\times 540=108\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{9}\times 216=48\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  9. \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{8}\times 384=128\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  10. \(\frac{7}{10}\times\frac{4}{5}\times 300=168\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  11. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 81=18\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{1}{7}\times\frac{7}{9}\times 567=63\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-24 22:03:42
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen