Reken uit
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 630 prullen zijn \(\frac{7}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 243 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 45 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{9}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 108 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 600 prullen zijn \(\frac{9}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 700 werknemers zijn \(\frac{6}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 336 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 560 dozen zijn \(\frac{2}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 500 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{6}\times 180=75\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{4}{7}\times 630=280\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{9}\times 243=18\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{3}\times 45=12\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{3}{4}\times 240=162\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{4}\times 84=14\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 108=36\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{2}{6}\times 600=180\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{8}{10}\times 700=480\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{6}{8}\times 336=144\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{1}{7}\times 560=16\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{3}{10}\times 500=90\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)