Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 252 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{2}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 81 werknemers zijn \(\frac{2}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{1}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 720 dozen zijn \(\frac{5}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 600 leerlingen zijn \(\frac{4}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{1}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 224 werknemers zijn \(\frac{6}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 252 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 54 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{6}\times 192=16\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{1}{4}\times\frac{6}{9}\times 252=42\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{2}{10}\times\frac{3}{4}\times 280=42\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{3}{4}\times\frac{8}{10}\times 400=240\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{2}{9}\times\frac{2}{3}\times 81=12\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{1}{10}\times\frac{1}{3}\times 270=9\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{5}{8}\times\frac{9}{10}\times 720=405\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{4}{10}\times\frac{7}{10}\times 600=168\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{1}{6}\times\frac{5}{8}\times 240=25\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{4}\times 224=48\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{7}\times 252=72\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{3}\times 54=6\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-07 07:28:30
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen