Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 432 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 72 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 480 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 45 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{4}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 189 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 450 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{9}{10}\times\frac{5}{9}\times 630=315\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{2}{6}\times\frac{5}{8}\times 432=90\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{3}\times 72=18\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  4. \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{8}\times 480=48\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 45=5\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{7}\times 252=81\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{4}{5}\times\frac{8}{9}\times 450=320\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  8. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{4}\times 96=24\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  9. \(\frac{4}{8}\times\frac{7}{10}\times 320=112\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{8}{10}\times\frac{2}{5}\times 200=64\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{9}\times 189=28\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{4}{5}\times\frac{6}{10}\times 450=216\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-23 03:19:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen