Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 392 leerlingen zijn \(\frac{3}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 48 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een school met 400 leerlingen zijn \(\frac{3}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 189 prullen zijn \(\frac{6}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{1}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 384 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 192 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 288 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 315 leerlingen zijn \(\frac{1}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{7}\times 392=42\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  2. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 48=16\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{8}\times 400=60\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  4. \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{3}\times 189=42\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  5. \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{6}\times 168=35\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{4}\times 216=54\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{9}\times 270=48\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  8. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{3}\times 126=14\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{4}{8}\times\frac{4}{6}\times 384=128\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{2}{8}\times\frac{4}{8}\times 192=24\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{6}\times 288=128\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{5}\times 315=27\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-23 13:11:21
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen