Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 63 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 490 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 100 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 300 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 150 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 75 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 400 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{7}\times 63=18\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{6}\times 162=27\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{8}\times 432=30\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{5}{7}\times 490=150\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{10}\times 200=75\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{8}\times 96=6\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{4}\times 100=45\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{1}{3}\times 300=80\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{10}\times 150=10\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{5}\times 75=3\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{3}{5}\times 400=210\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{4}{6}\times 432=128\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)