Reken uit
- \(\)In een doos met 810 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{6}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 162 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{4}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 504 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 84 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 288 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{8}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 256 leerlingen zijn \(\frac{5}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 54 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{8}{9}\times\frac{9}{10}\times 810=648\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{1}{4}\times 160=30\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{3}\times 162=18\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{3}{7}\times 210=36\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{5}{8}\times 504=175\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{4}\times 84=7\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{6}\times 288=48\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{2}{4}\times 280=112\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{8}\times 160=45\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{3}\times 168=64\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{7}{8}\times 256=140\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 54=6\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)