Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 720 leerlingen zijn \(\frac{7}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 112 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 126 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{4}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 75 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 125 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 128 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 441 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{7}{10}\times\frac{7}{9}\times 720=392\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  2. \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{4}\times 112=8\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{7}\times 126=36\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  4. \(\frac{4}{8}\times\frac{1}{3}\times 144=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  5. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{3}\times 75=40\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{5}\times 125=30\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{5}{9}\times\frac{4}{6}\times 216=80\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{7}\times 126=12\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{4}\times 128=48\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{6}\times 210=7\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{7}\times 441=36\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{1}{3}\times\frac{8}{10}\times 180=48\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-09 05:50:14
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen