Reken uit
- \(\)In een doos met 560 prullen zijn \(\frac{3}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 112 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{2}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 700 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{3}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 405 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 480 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 162 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{3}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 27 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{7}\times 560=90\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{7}\times 112=60\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{6}{8}\times 288=72\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{6}\times 240=40\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{6}{7}\times 700=480\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{8}{10}\times 120=72\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{9}\times 405=9\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{4}{6}\times 480=128\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{4}{5}\times 200=120\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{6}\times 162=36\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{7}{8}\times 320=168\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 27=3\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)