Reken uit
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 prullen zijn \(\frac{1}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 504 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 324 leerlingen zijn \(\frac{5}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 350 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 567 prullen zijn \(\frac{7}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 490 leerlingen zijn \(\frac{6}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 490 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{7}{10}\times\frac{1}{3}\times 180=42\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{4}{5}\times 90=12\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{6}\times 168=14\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{3}{7}\times 504=27\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{9}\times 324=90\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{3}\times 180=80\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{6}{7}\times 350=120\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{4}{9}\times 567=196\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{4}{6}\times 360=192\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{6}{7}\times 490=360\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{5}{10}\times 490=175\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{3}{5}\times 400=216\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)