Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 72 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{9}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 432 werknemers zijn \(\frac{1}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 105 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{5}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 1000 prullen zijn \(\frac{5}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 200 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 135 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{3}\times 72=12\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{9}{10}\times\frac{2}{6}\times 360=108\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  3. \(\frac{1}{9}\times\frac{4}{6}\times 432=32\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{5}\times 105=56\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{6}\times 108=12\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{4}\times 320=50\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  7. \(\frac{5}{10}\times\frac{4}{10}\times 1000=200\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  8. \(\frac{4}{6}\times\frac{7}{10}\times 240=112\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{4}{8}\times\frac{2}{5}\times 200=40\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  10. \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{7}\times 210=30\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{1}{3}\times\frac{8}{10}\times 210=56\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{9}\times 135=5\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-30 08:15:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen