Reken uit
- \(\)In een doos met 63 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 135 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 720 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{3}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 540 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 175 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 500 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 63=14\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{2}{9}\times 360=56\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{9}\times 135=5\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{7}{10}\times 240=84\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{8}\times 720=50\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{8}\times 288=90\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{8}\times 192=96\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{3}\times 120=64\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{4}\times 320=48\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{9}\times 540=10\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{5}\times 175=30\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{9}{10}\times 500=360\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)