Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 105 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 450 leerlingen zijn \(\frac{8}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 504 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 1000 prullen zijn \(\frac{1}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 336 prullen zijn \(\frac{2}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 72 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{4}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 800 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{8}\times 192=60\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{7}\times 280=50\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{5}\times 105=21\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{8}{9}\times\frac{4}{5}\times 450=320\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{6}{7}\times\frac{3}{8}\times 504=162\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{8}{9}\times\frac{1}{6}\times 216=32\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{4}\times 144=27\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  8. \(\frac{1}{10}\times\frac{6}{10}\times 1000=60\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  9. \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{7}\times 336=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{4}\times 72=24\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{4}{6}\times\frac{5}{9}\times 378=140\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{3}{8}\times\frac{6}{10}\times 800=180\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-12 14:19:52
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen