Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 567 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 144 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 125 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 112 werknemers zijn \(\frac{2}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 105 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 270 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 490 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 135 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 400 werknemers zijn \(\frac{2}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 720 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 630 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{8}{9}\times\frac{3}{7}\times 567=216\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  2. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{4}\times 144=36\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  3. \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{5}\times 125=15\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{4}\times 112=8\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  5. \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{5}\times 105=9\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{3}{10}\times\frac{1}{3}\times 270=27\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{3}{7}\times\frac{5}{7}\times 490=150\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{3}{9}\times\frac{3}{5}\times 135=27\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  9. \(\frac{2}{10}\times\frac{1}{5}\times 400=16\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  10. \(\frac{4}{8}\times\frac{9}{10}\times 720=324\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{6}{10}\times\frac{1}{10}\times 400=24\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{10}\times 630=112\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-02 03:10:20
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen