Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 343 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 420 prullen zijn \(\frac{5}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 441 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 720 werknemers zijn \(\frac{2}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 560 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 112 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 600 leerlingen zijn \(\frac{2}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 378 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{7}\times\frac{5}{7}\times 343=70\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{6}\times 420=50\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{7}\times 441=42\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{10}\times 720=36\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{4}{9}\times 216=80\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{8}\times 160=40\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{4}{8}\times 560=112\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{4}\times 112=28\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{3}\times 96=16\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{10}\times 240=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{5}{10}\times 600=60\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{5}{6}\times 378=175\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)