Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{6}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 560 leerlingen zijn \(\frac{5}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 648 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 432 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 225 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 150 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 140 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 378 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 300 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 294 prullen zijn \(\frac{5}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{6}{10}\times\frac{2}{3}\times 180=72\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{7}{10}\times 560=245\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{8}{9}\times 648=144\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{7}{8}\times 432=252\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{8}{9}\times 225=120\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{6}\times 150=50\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{7}\times 140=30\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{5}{6}\times 216=80\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{7}\times 378=27\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{9}{10}\times 300=180\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{6}\times 294=35\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{5}{6}\times 144=20\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)