Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 320 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 162 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{5}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 490 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 72 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 75 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{4}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 80 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 128 leerlingen zijn \(\frac{1}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{8}\times 320=64\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{5}{9}\times\frac{3}{6}\times 162=45\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{3}\times 216=80\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{2}{7}\times\frac{5}{7}\times 490=100\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{3}\times 72=4\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{2}{4}\times\frac{6}{8}\times 320=120\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{5}\times 75=3\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{5}\times 240=128\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  9. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{4}\times 80=48\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  10. \(\frac{2}{5}\times\frac{8}{10}\times 200=64\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{6}\times 240=80\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{1}{8}\times\frac{2}{4}\times 128=8\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-24 12:43:34
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen