Reken uit
- \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 900 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 384 werknemers zijn \(\frac{2}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{9}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 300 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 320 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 560 prullen zijn \(\frac{9}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 350 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 567 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{4}\times 96=12\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{6}\times 72=27\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{7}{10}\times 900=567\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{3}{5}\times 270=54\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{4}{8}\times 384=48\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{1}{6}\times 360=54\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{4}{5}\times 300=200\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{6}{10}\times 320=96\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{4}{7}\times 560=288\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{2}{4}\times 96=24\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{5}\times 350=20\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{7}\times 567=18\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)