Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 540 dozen zijn \(\frac{2}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 75 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 378 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 315 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 405 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 420 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 252 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{5}\times\frac{4}{7}\times 280=96\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  2. \(\frac{2}{10}\times\frac{2}{6}\times 540=36\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{5}\times 75=12\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{7}\times 378=54\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  5. \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{8}\times 240=48\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{5}\times 200=40\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  7. \(\frac{3}{9}\times\frac{4}{7}\times 315=60\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  8. \(\frac{8}{9}\times\frac{5}{9}\times 405=200\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  9. \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{10}\times 420=63\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{5}\times 120=32\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{9}\times 252=12\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  12. \(\frac{4}{9}\times\frac{3}{4}\times 288=96\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-17 18:11:30
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen