Reken uit
- \(\)In een doos met 252 prullen zijn \(\frac{3}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 405 prullen zijn \(\frac{5}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 480 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 80 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 81 prullen zijn \(\frac{4}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{4}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 900 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{7}\times\frac{3}{6}\times 252=54\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{3}{5}\times 405=135\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{9}\times 216=24\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{5}\times 180=18\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{4}{6}\times 480=160\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{7}{8}\times 280=49\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{4}\times 80=15\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{3}\times 81=24\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{7}{8}\times 168=49\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{3}\times 120=32\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{4}{9}\times 900=320\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{7}\times 252=16\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)