Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{1}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 54 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 75 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 1000 werknemers zijn \(\frac{7}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 700 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 900 werknemers zijn \(\frac{3}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{6}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 224 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{6}\times\frac{5}{6}\times 288=120\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{6}{8}\times 168=36\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{2}{3}\times 180=12\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{10}\times 360=9\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 54=24\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{5}\times 75=10\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{8}{10}\times 1000=560\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{10}\times 700=50\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{7}{9}\times 900=210\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{4}\times 216=36\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{7}\times 630=40\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{7}\times 224=16\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)