Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 150 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 252 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 60 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 196 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 500 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 125 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{6}\times 150=40\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{6}\times 252=42\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{4}{5}\times 60=36\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{3}\times 108=48\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{5}\times 90=6\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{6}\times 216=36\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{2}{4}\times 196=84\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{9}{10}\times 500=360\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{4}\times 120=24\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{5}\times 125=60\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{6}{10}\times 400=72\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{8}\times 240=36\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)