Reken uit
- \(\)In een doos met 343 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 432 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{7}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 105 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 648 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 400 stukken snoepgoed zijn \(\frac{9}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{8}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 480 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{7}\times 343=56\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{4}{9}\times 432=32\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{3}{5}\times 135=63\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{5}\times 105=24\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{6}{9}\times 648=240\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{8}{10}\times 240=128\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{7}\times 168=8\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{9}{10}\times\frac{7}{8}\times 400=315\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{10}\times 630=112\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{3}{6}\times 270=75\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{6}\times 480=40\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{8}{9}\times 270=160\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)