Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 600 werknemers zijn \(\frac{2}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{8}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 189 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 112 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 405 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 80 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 150 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 243 werknemers zijn \(\frac{3}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{6}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{10}\times\frac{5}{6}\times 600=100\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{10}\times 120=18\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  3. \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{8}\times 288=64\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  4. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{3}\times 189=9\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{5}{7}\times\frac{3}{4}\times 112=60\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{9}\times 405=30\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  7. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{4}\times 80=16\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{4}\times 96=12\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{3}{5}\times\frac{7}{10}\times 150=63\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  10. \(\frac{3}{9}\times\frac{1}{3}\times 243=27\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 96=32\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{6}{7}\times\frac{3}{8}\times 280=90\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-04 05:11:11
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen