Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 640 dozen zijn \(\frac{5}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 294 prullen zijn \(\frac{5}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 336 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 378 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 150 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 720 werknemers zijn \(\frac{6}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{8}\times 640=50\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{3}{5}\times 200=15\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{3}{7}\times 294=90\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{6}{8}\times 336=72\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{4}\times 160=10\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{6}\times 120=40\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{5}{9}\times 378=105\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{4}{10}\times 280=16\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{3}\times 270=100\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{5}\times 150=80\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{3}\times 180=60\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{3}{8}\times 720=162\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)