Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 1000 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 280 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 162 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 400 leerlingen zijn \(\frac{3}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 256 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 378 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 384 leerlingen zijn \(\frac{5}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 315 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 504 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{10}\times\frac{4}{10}\times 1000=160\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{6}{7}\times 280=60\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{3}\times 162=90\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{6}{8}\times 400=180\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{5}\times 160=32\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{8}\times 256=120\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{6}\times 252=42\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{5}{7}\times 378=90\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{6}\times 384=120\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{6}\times 192=32\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{9}\times 315=15\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{5}{8}\times 504=135\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)