Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 189 werknemers zijn \(\frac{1}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 378 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 72 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 126 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 108 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 480 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 420 leerlingen zijn \(\frac{2}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{2}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 500 werknemers zijn \(\frac{1}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 343 werknemers zijn \(\frac{6}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{3}\times 189=9\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{4}{6}\times 108=12\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{4}{6}\times 378=168\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{3}\times 72=32\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{6}{7}\times 126=90\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{4}\times 108=36\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{6}{8}\times 480=144\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{5}{10}\times 420=70\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{5}\times 270=27\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{4}\times 96=24\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{6}{10}\times 500=30\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{4}{7}\times 343=168\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)