Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 75 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 420 leerlingen zijn \(\frac{6}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 400 leerlingen zijn \(\frac{3}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 448 dozen zijn \(\frac{7}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 245 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 450 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{5}\times 75=18\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{4}\times 120=20\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{3}{6}\times\frac{8}{9}\times 378=168\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{9}\times 216=6\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{1}{3}\times\frac{7}{9}\times 135=35\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{6}{10}\times\frac{4}{6}\times 420=168\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{5}\times 120=48\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{3}{10}\times\frac{4}{5}\times 400=96\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{7}{8}\times\frac{4}{8}\times 448=196\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{3}{5}\times\frac{6}{7}\times 245=126\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{4}{5}\times\frac{5}{6}\times 120=80\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{1}{5}\times\frac{3}{9}\times 450=30\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-10 08:31:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen