Reken uit
- \(\)In een doos met 392 prullen zijn \(\frac{1}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 72 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 576 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 100 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 162 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 378 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 490 leerlingen zijn \(\frac{3}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{7}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{7}\times\frac{5}{7}\times 392=40\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 72=8\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{9}\times 576=16\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{5}\times 100=45\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{5}{6}\times 168=120\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{9}\times 162=18\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{4}\times 288=16\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{7}\times 378=18\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{7}\times 490=42\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{3}{4}\times 320=168\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{4}\times 96=32\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{5}\times 240=72\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)