Reken uit
- \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 84 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 450 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{3}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 196 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 81 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 512 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 384 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{6}\times 120=10\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{1}{9}\times 162=3\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{7}\times 84=12\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{4}\times 144=81\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{9}{10}\times 450=324\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{3}{6}\times 168=36\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{6}{7}\times 196=48\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{9}\times 108=45\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{9}\times 81=18\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{5}{8}\times 512=280\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{6}{8}\times 200=60\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{8}\times 384=24\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)