Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 486 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 147 leerlingen zijn \(\frac{5}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 486 prullen zijn \(\frac{2}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 448 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 336 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 700 prullen zijn \(\frac{5}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 81 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 336 prullen zijn \(\frac{4}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 60 leerlingen zijn \(\frac{2}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{4}{9}\times\frac{5}{6}\times 486=180\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{5}{7}\times 147=75\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{2}{9}\times 486=24\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{4}{8}\times 448=128\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{4}\times 168=24\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{6}\times 270=36\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{3}{7}\times 336=36\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{8}{10}\times 700=400\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{9}\times 81=12\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{4}\times 240=80\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{5}{6}\times 336=140\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{3}\times 60=8\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)