Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 45 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 162 prullen zijn \(\frac{6}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 320 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{2}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 392 dozen zijn \(\frac{2}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 162 dozen zijn \(\frac{2}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{7}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 486 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 45=20\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{6}{9}\times\frac{3}{6}\times 162=54\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{8}\times 320=48\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{2}{10}\times\frac{2}{3}\times 120=16\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  5. \(\frac{2}{7}\times\frac{5}{7}\times 392=80\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{10}\times 210=28\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{3}\times 162=12\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{9}{10}\times\frac{3}{6}\times 180=81\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{8}\times 168=14\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{7}{8}\times\frac{3}{4}\times 288=189\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{7}{9}\times\frac{1}{4}\times 360=70\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{5}{9}\times\frac{6}{9}\times 486=180\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-13 09:56:31
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen