Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 486 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 96 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 450 stukken snoepgoed zijn \(\frac{9}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{5}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 448 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 180 dozen zijn \(\frac{6}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 147 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 225 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{8}{9}\times\frac{6}{9}\times 486=288\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{7}{9}\times\frac{1}{6}\times 270=35\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{6}\times 96=16\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{9}{10}\times\frac{2}{9}\times 450=90\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{4}\times 96=45\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{5}{7}\times\frac{7}{8}\times 448=280\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{4}\times 144=24\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{6}{9}\times\frac{1}{4}\times 180=30\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{7}\times 147=24\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{6}\times 180=36\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{3}\times 210=80\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{5}\times 225=25\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-31 03:16:27
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen