Reken uit
- \(\)In een doos met 175 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 320 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 144 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 567 leerlingen zijn \(\frac{6}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 96 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 140 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{7}\times\frac{3}{5}\times 175=75\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{6}{7}\times 168=72\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{4}\times 192=24\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{3}{6}\times 216=84\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{10}\times 320=64\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{6}\times 144=12\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{5}\times 160=32\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{4}{9}\times 567=216\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{3}{4}\times 96=63\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{4}\times 140=28\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{1}{8}\times 216=9\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{5}\times 360=112\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)