Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 192 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 224 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 648 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 315 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 630 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{3}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{8}\times 192=32\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  2. \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{6}\times 168=35\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{4}\times 224=40\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{4}{9}\times\frac{7}{8}\times 648=252\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{2}{10}\times\frac{1}{4}\times 240=12\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  6. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{4}\times 160=48\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  7. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{5}\times 180=27\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{4}{9}\times\frac{4}{6}\times 270=80\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{9}\times 315=28\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{8}{10}\times\frac{2}{9}\times 630=112\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  11. \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{6}\times 360=30\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  12. \(\frac{2}{4}\times\frac{8}{9}\times 216=96\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-25 22:12:07
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen