Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 392 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{7}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 400 werknemers zijn \(\frac{3}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 448 werknemers zijn \(\frac{1}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 378 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 288 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 90 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 224 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{7}\times\frac{5}{7}\times 392=40\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  2. \(\frac{4}{5}\times\frac{5}{9}\times 360=160\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{7}{10}\times\frac{2}{9}\times 630=98\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{3}\times 96=24\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{10}\times 400=60\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{1}{8}\times\frac{5}{8}\times 448=35\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  7. \(\frac{3}{7}\times\frac{5}{6}\times 378=135\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{4}{10}\times\frac{3}{8}\times 400=60\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{1}{3}\times\frac{7}{9}\times 108=28\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{5}{9}\times\frac{4}{8}\times 288=80\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 90=40\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  12. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{7}\times 224=32\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-22 23:03:01
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen