Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 256 dozen zijn \(\frac{7}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 432 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 405 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 270 prullen zijn \(\frac{1}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 72 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 450 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 189 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{7}{8}\times\frac{2}{8}\times 256=56\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{6}\times 432=81\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{4}{8}\times 160=48\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{10}\times 160=36\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{9}\times 405=54\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{1}{3}\times 270=10\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{8}\times 72=12\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{5}\times 280=48\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{5}\times 120=24\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{4}\times 84=7\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{9}{10}\times 450=180\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{9}\times 189=84\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)