Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{8}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 175 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 500 prullen zijn \(\frac{4}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 108 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 160 leerlingen zijn \(\frac{1}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{2}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 180 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 162 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 288 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{3}\times 270=160\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{3}{5}\times\frac{5}{7}\times 175=75\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{4}{10}\times\frac{6}{10}\times 500=120\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{3}{4}\times\frac{8}{9}\times 108=72\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{7}\times 378=27\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{4}\times 160=5\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{2}{6}\times\frac{5}{10}\times 180=30\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{6}\times 180=96\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  9. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{9}\times 162=6\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{1}{5}\times\frac{6}{8}\times 320=48\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{6}{8}\times\frac{8}{9}\times 216=144\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{3}{6}\times\frac{4}{8}\times 288=72\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-21 08:48:54
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen