Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 140 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 720 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 378 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 405 prullen zijn \(\frac{4}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 162 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 384 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 75 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{2}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 252 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{5}{7}\times\frac{4}{5}\times 140=80\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{8}{9}\times 720=80\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{7}{9}\times 378=147\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{3}{5}\times 405=108\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{3}\times 162=18\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{8}\times 384=32\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{1}{3}\times 180=42\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{7}\times 280=100\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{5}\times 75=24\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{5}{9}\times 360=40\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{7}\times 252=72\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{5}\times 280=70\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)