Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{2}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 448 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{8}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 36 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 441 prullen zijn \(\frac{8}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 84 prullen zijn \(\frac{3}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 486 werknemers zijn \(\frac{6}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 196 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 180 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 640 werknemers zijn \(\frac{1}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 800 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 72 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{8}\times\frac{1}{4}\times 160=10\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{8}\times 448=80\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{5}\times 270=96\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{3}{4}\times\frac{1}{3}\times 36=9\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{8}{9}\times\frac{3}{7}\times 441=168\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{3}{7}\times\frac{1}{4}\times 84=9\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  7. \(\frac{6}{9}\times\frac{8}{9}\times 486=288\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{7}\times 196=21\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  9. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{5}\times 180=54\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{1}{8}\times\frac{7}{8}\times 640=70\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{7}{8}\times\frac{7}{10}\times 800=490\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{4}\times 72=12\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-06 01:04:51
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen