Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 216 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 63 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 60 leerlingen zijn \(\frac{3}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 800 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 540 werknemers zijn \(\frac{7}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 560 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 210 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 560 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{4}\times 216=54\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{7}\times 126=6\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 63=28\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{3}\times 60=24\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{4}{10}\times\frac{2}{8}\times 800=80\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{6}{9}\times 540=252\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{7}\times 560=40\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{7}\times 210=60\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{5}\times 120=32\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{7}{10}\times 560=294\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{6}{10}\times 180=90\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{6}\times 144=64\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)