Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{1}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 140 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 500 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 560 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 360 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 504 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{4}\times 168=105\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{2}{3}\times\frac{8}{9}\times 270=160\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  3. \(\frac{1}{5}\times\frac{5}{10}\times 450=45\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{1}{8}\times\frac{2}{3}\times 216=18\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  5. \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{8}\times 192=48\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  6. \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{4}\times 280=40\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{4}\times 140=42\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{4}{10}\times\frac{1}{5}\times 500=40\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{4}{10}\times\frac{4}{7}\times 560=128\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{8}{10}\times\frac{6}{9}\times 360=192\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  11. \(\frac{3}{7}\times\frac{8}{9}\times 504=192\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{4}{5}\times\frac{3}{8}\times 160=48\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-21 22:16:01
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen