Reken uit
- \(\)In een doos met 405 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 75 leerlingen zijn \(\frac{4}{5}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 216 prullen zijn \(\frac{2}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 420 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{5}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 63 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 400 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{9}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 441 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{8}{9}\times\frac{2}{5}\times 405=144\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{3}\times 75=20\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{1}{6}\times 216=8\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{8}\times 240=40\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{4}{6}\times 420=80\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{7}\times 210=15\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{4}{6}\times 144=12\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{4}\times 160=48\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{6}\times 210=28\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{7}\times 63=24\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{10}\times\frac{9}{10}\times 400=72\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{7}\times 441=98\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)