Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 630 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 384 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 480 dozen zijn \(\frac{1}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 400 prullen zijn \(\frac{7}{10}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 324 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 180 werknemers zijn \(\frac{2}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 640 leerlingen zijn \(\frac{6}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 135 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 60 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 210 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{7}\times 168=64\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  2. \(\frac{3}{10}\times\frac{5}{7}\times 630=135\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{8}\times 384=32\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{1}{6}\times\frac{7}{10}\times 480=56\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{7}{10}\times\frac{2}{4}\times 400=140\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{7}{9}\times\frac{3}{9}\times 324=84\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{5}\times 180=36\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{6}{10}\times\frac{4}{8}\times 640=192\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  9. \(\frac{1}{9}\times\frac{1}{3}\times 135=5\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{9}{10}\times\frac{2}{3}\times 270=162\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{3}{5}\times\frac{3}{4}\times 60=27\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{7}\times 210=24\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-01 05:40:19
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen