Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 192 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 243 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 252 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 270 dozen zijn \(\frac{5}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 250 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 252 werknemers zijn \(\frac{1}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 54 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 48 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 315 prullen zijn \(\frac{7}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 250 werknemers zijn \(\frac{1}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{3}\times 192=24\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{5}{9}\times\frac{1}{9}\times 243=15\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{6}\times 252=42\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{1}{3}\times\frac{6}{10}\times 270=54\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  5. \(\frac{5}{9}\times\frac{7}{10}\times 270=105\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  6. \(\frac{4}{10}\times\frac{4}{5}\times 250=80\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{4}\times 252=9\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{3}{4}\times\frac{6}{10}\times 120=54\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{6}\times 54=12\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 48=4\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  11. \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{5}\times 315=98\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{1}{5}\times\frac{4}{5}\times 250=40\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-21 09:17:15
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen