Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 105 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 256 werknemers zijn \(\frac{6}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 384 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 400 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 72 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 180 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 45 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een bedrijf met 336 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 140 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 210 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{3}\times 105=30\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{6}{8}\times\frac{2}{8}\times 256=48\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  3. \(\frac{2}{6}\times\frac{7}{8}\times 384=112\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{8}{10}\times\frac{3}{8}\times 400=120\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{2}{3}\times\frac{4}{6}\times 72=32\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{1}{5}\times\frac{6}{9}\times 180=24\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{3}{8}\times\frac{8}{9}\times 360=120\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  8. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 45=5\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  9. \(\frac{4}{7}\times\frac{5}{8}\times 336=120\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  10. \(\frac{4}{7}\times\frac{7}{9}\times 378=168\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  11. \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{7}\times 140=30\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{6}\times 210=30\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-08 14:32:02
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen