Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 175 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 324 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 448 prullen zijn \(\frac{5}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 630 werknemers zijn \(\frac{8}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een school met 288 leerlingen zijn \(\frac{3}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 336 leerlingen zijn \(\frac{3}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een school met 80 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 72 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 640 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 300 dozen zijn \(\frac{6}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{5}\times 175=112\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{9}\times 324=72\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{5}{8}\times\frac{7}{8}\times 448=245\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{3}{5}\times\frac{5}{7}\times 280=120\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{8}{10}\times\frac{6}{7}\times 630=432\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  6. \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{4}\times 288=54\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  7. \(\frac{2}{4}\times\frac{6}{8}\times 96=36\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{6}\times 336=21\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{4}\times 80=45\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  10. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{8}\times 72=12\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{4}{10}\times\frac{3}{8}\times 640=96\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{6}{10}\times\frac{3}{6}\times 300=90\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-02 14:08:26
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen