Reken uit
- \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{1}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 441 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 343 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{6}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 400 leerlingen zijn \(\frac{1}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 324 werknemers zijn \(\frac{7}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 600 werknemers zijn \(\frac{5}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 432 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{3}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 192 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{3}\times 90=18\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{8}\times 360=18\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{8}{9}\times 441=224\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{7}\times 343=21\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{9}\times\frac{5}{8}\times 360=150\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{3}{10}\times 400=15\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{4}\times 120=60\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{7}{9}\times\frac{1}{9}\times 324=28\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{6}{10}\times 600=300\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{1}{8}\times 432=45\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{3}\times 135=30\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{7}{8}\times 192=112\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)