Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 648 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 105 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 640 dozen zijn \(\frac{7}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 810 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 540 dozen zijn \(\frac{2}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{3}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 81 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 504 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 112 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 84 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 448 prullen zijn \(\frac{6}{7}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{3}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{9}\times 648=108\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  2. \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{7}\times 105=50\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{7}{10}\times\frac{7}{8}\times 640=392\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{8}{10}\times\frac{2}{9}\times 810=144\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{2}{9}\times\frac{4}{6}\times 540=80\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{3}{8}\times\frac{2}{3}\times 240=60\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 81=18\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{4}{7}\times\frac{8}{9}\times 504=256\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  9. \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{7}\times 112=20\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  10. \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{4}\times 84=6\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  11. \(\frac{6}{7}\times\frac{5}{8}\times 448=240\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  12. \(\frac{3}{6}\times\frac{6}{7}\times 378=162\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-28 17:32:20
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen