Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{2}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 560 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 200 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 126 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 96 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 112 werknemers zijn \(\frac{5}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 315 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{9}\times\frac{5}{6}\times 216=40\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{8}\times 560=80\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{7}{8}\times 200=70\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{7}{10}\times 400=224\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{4}\times 360=60\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{3}\times 126=14\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{6}{7}\times 126=72\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{3}{4}\times 96=36\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{4}\times 112=20\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{5}{6}\times 192=20\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{4}{5}\times 315=36\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{3}\times 90=10\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)