Reken uit
- \(\)In een doos met 175 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 108 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 336 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{2}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 720 dozen zijn \(\frac{6}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 189 dozen zijn \(\frac{5}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 216 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 500 leerlingen zijn \(\frac{7}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 200 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{7}\times 175=10\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{6}\times 168=42\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{6}\times 108=18\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{9}\times 216=54\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{5}{8}\times 336=60\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{9}\times 216=16\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{6}{8}\times\frac{6}{9}\times 720=360\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{2}{9}\times 189=30\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{6}\times 216=24\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{4}{5}\times 500=280\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{8}\times 200=40\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{1}{3}\times 210=40\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)