Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 200 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 400 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 800 prullen zijn \(\frac{7}{8}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 900 dozen zijn \(\frac{7}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 96 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{2}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 500 dozen zijn \(\frac{2}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 504 leerlingen zijn \(\frac{4}{8}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{4}{6}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 350 dozen zijn \(\frac{1}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{4}\times 200=30\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  2. \(\frac{2}{5}\times\frac{6}{8}\times 400=120\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  3. \(\frac{7}{8}\times\frac{4}{10}\times 800=280\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{7}{10}\times\frac{1}{9}\times 900=70\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{3}\times 96=8\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{2}{5}\times\frac{3}{6}\times 240=48\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{8}\times 240=40\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  8. \(\frac{2}{10}\times\frac{3}{5}\times 500=60\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{5}\times 240=24\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{4}{8}\times\frac{5}{9}\times 504=140\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  11. \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{4}\times 168=56\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{1}{10}\times\frac{6}{7}\times 350=30\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-28 15:22:53
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen