Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 162 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 900 dozen zijn \(\frac{2}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 90 leerlingen zijn \(\frac{1}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 252 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een vrachtwagen met 600 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 640 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 126 prullen zijn \(\frac{1}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 162 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{5}\times\frac{5}{8}\times 280=70\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{9}\times 162=12\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  3. \(\frac{2}{9}\times\frac{4}{10}\times 900=80\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{10}\times 90=12\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{2}{7}\times\frac{3}{8}\times 168=18\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{7}\times 252=18\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{10}\times 600=160\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  8. \(\frac{2}{8}\times\frac{7}{8}\times 640=140\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{3}\times 126=14\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{8}\times 288=54\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  11. \(\frac{4}{6}\times\frac{2}{9}\times 162=24\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  12. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{10}\times 280=28\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-04 05:43:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen