Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 720 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 245 werknemers zijn \(\frac{4}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 504 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 315 werknemers zijn \(\frac{3}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 324 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 168 prullen zijn \(\frac{3}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 224 leerlingen zijn \(\frac{4}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 450 dozen zijn \(\frac{1}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 378 prullen zijn \(\frac{5}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 480 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{9}{10}\times\frac{2}{8}\times 720=162\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{3}{5}\times 245=84\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{2}{9}\times 360=20\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{6}{8}\times 504=168\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{3}{5}\times\frac{1}{9}\times 315=21\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{4}{6}\times\frac{8}{9}\times 324=192\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{7}\times 168=36\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{7}\times\frac{5}{8}\times 224=80\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{4}{5}\times 450=40\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{6}\times 252=18\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{7}\times 378=135\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{5}{6}\times 480=320\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)