Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een doos met 126 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 160 werknemers zijn \(\frac{1}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 128 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een bedrijf met 256 werknemers zijn \(\frac{2}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 486 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een bedrijf met 720 werknemers zijn \(\frac{6}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 189 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 81 prullen zijn \(\frac{1}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 320 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{3}\times\frac{5}{7}\times 126=30\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  2. \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{3}\times 120=16\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{10}\times 160=20\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{3}{4}\times\frac{3}{4}\times 128=72\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{2}{8}\times\frac{7}{8}\times 256=56\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  6. \(\frac{5}{8}\times\frac{1}{7}\times 280=25\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  7. \(\frac{3}{9}\times\frac{3}{6}\times 486=81\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  8. \(\frac{6}{9}\times\frac{7}{10}\times 720=336\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  9. \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{3}\times 189=28\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 81=18\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  11. \(\frac{5}{6}\times\frac{2}{5}\times 120=40\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{8}\times 320=128\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-02 13:35:16
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen