Reken uit
- \(\)In een school met 192 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 48 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 162 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 810 werknemers zijn \(\frac{6}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 640 werknemers zijn \(\frac{1}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 504 dozen zijn \(\frac{2}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 105 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 500 werknemers zijn \(\frac{7}{10}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{7}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 144 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{2}{9}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{6}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 270 werknemers zijn \(\frac{5}{9}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{8}\times\frac{2}{3}\times 192=32\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{4}\times 48=24\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{9}\times 162=12\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{8}{9}\times 810=432\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{1}{8}\times 640=8\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{8}\times\frac{6}{7}\times 504=108\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{6}{7}\times\frac{1}{5}\times 105=18\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{7}{10}\times\frac{1}{5}\times 500=70\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{5}\times 240=42\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{9}\times 144=16\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{2}{9}\times\frac{6}{10}\times 270=36\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{3}\times 270=100\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)