Reken uit
- \(\)In een doos met 300 prullen zijn \(\frac{1}{6}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 150 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 72 leerlingen zijn \(\frac{1}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 560 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{10}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 216 leerlingen zijn \(\frac{3}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{5}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 112 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 315 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 96 dozen zijn \(\frac{7}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 504 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 320 dozen zijn \(\frac{4}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{6}\times\frac{3}{5}\times 300=30\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{5}\times 150=48\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{6}\times 72=15\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{4}{9}\times 360=128\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{8}{10}\times\frac{4}{7}\times 560=256\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{9}\times\frac{5}{6}\times 216=60\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{4}{7}\times 112=32\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{2}{8}\times 280=14\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{5}\times 315=28\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{7}{8}\times\frac{3}{4}\times 96=63\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{6}{9}\times 504=210\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{8}\times\frac{2}{8}\times 320=40\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)