Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 450 dozen zijn \(\frac{4}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 108 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een bedrijf met 144 werknemers zijn \(\frac{2}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 490 werknemers zijn \(\frac{6}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 81 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{5}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 648 leerlingen zijn \(\frac{5}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 72 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een bedrijf met 196 werknemers zijn \(\frac{6}{7}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 144 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 75 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{5}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{4}{10}\times\frac{4}{9}\times 450=80\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{6}\times 108=12\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  3. \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{6}\times 144=8\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  4. \(\frac{6}{10}\times\frac{2}{7}\times 490=84\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 81=36\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  6. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{10}\times 280=7\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{5}{10}\times\frac{3}{4}\times 280=105\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  8. \(\frac{5}{9}\times\frac{2}{9}\times 648=80\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  9. \(\frac{2}{6}\times\frac{3}{4}\times 72=18\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  10. \(\frac{6}{7}\times\frac{4}{7}\times 196=96\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
  11. \(\frac{3}{9}\times\frac{1}{4}\times 144=12\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  12. \(\frac{4}{5}\times\frac{1}{5}\times 75=12\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-21 06:30:17
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen