Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 700 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 576 dozen zijn \(\frac{5}{8}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 105 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  4. \(\)In een school met 700 leerlingen zijn \(\frac{3}{10}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 450 prullen zijn \(\frac{3}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 168 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 81 werknemers zijn \(\frac{1}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een school met 294 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 640 prullen zijn \(\frac{3}{10}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 350 prullen zijn \(\frac{4}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{5}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{10}\times\frac{6}{7}\times 700=180\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{5}{8}\times\frac{3}{9}\times 576=120\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{3}\times 105=42\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  4. \(\frac{3}{10}\times\frac{2}{10}\times 700=42\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  5. \(\frac{3}{5}\times\frac{4}{10}\times 450=108\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  6. \(\frac{1}{3}\times\frac{7}{8}\times 168=49\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 81=18\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{4}{6}\times\frac{6}{7}\times 294=168\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  9. \(\frac{3}{10}\times\frac{5}{8}\times 640=120\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  10. \(\frac{4}{7}\times\frac{2}{5}\times 350=80\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  11. \(\frac{5}{6}\times\frac{3}{4}\times 240=150\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  12. \(\frac{1}{3}\times\frac{3}{5}\times 120=24\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-19 06:20:44
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen