Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 120 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 90 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 360 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 225 leerlingen zijn \(\frac{1}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 294 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 120 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 63 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 224 prullen zijn \(\frac{1}{4}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{8}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel polsbandjes die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 243 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een bedrijf met 162 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{5}\times 120=12\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{1}{3}\times\frac{1}{5}\times 90=6\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  3. \(\frac{1}{4}\times\frac{1}{4}\times 160=10\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  4. \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{10}\times 360=24\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{1}{9}\times\frac{2}{5}\times 225=10\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{7}\times 294=14\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{10}\times 120=16\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  8. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{3}\times 63=28\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{1}{4}\times\frac{4}{8}\times 224=28\text{ polsbandjes die fluoriscerend zijn}\)
  10. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{9}\times 243=36\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  11. \(\frac{4}{9}\times\frac{1}{3}\times 135=20\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{6}\times 162=18\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-14 15:47:50
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen