Reken uit
- \(\)In een school met 192 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 324 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 378 dozen zijn \(\frac{4}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{5}{8}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 700 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 120 leerlingen zijn \(\frac{2}{4}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 360 prullen zijn \(\frac{2}{4}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{3}{4}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 100 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 168 leerlingen zijn \(\frac{5}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 80 werknemers zijn \(\frac{2}{4}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{8}\times 192=36\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{1}{3}\times\frac{4}{5}\times 120=32\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{1}{6}\times 324=18\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{6}{7}\times 378=144\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{5}{8}\times\frac{2}{7}\times 168=30\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{5}{10}\times 700=50\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{3}\times 120=40\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{10}\times 360=90\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{7}\times 168=36\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{2}{5}\times 100=20\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{5}{7}\times\frac{1}{3}\times 168=40\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
- \(\frac{2}{4}\times\frac{3}{4}\times 80=30\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)