Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{3}{7}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel vrouwen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 126 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 480 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 90 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{3}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een doos met 300 stukken snoepgoed zijn \(\frac{4}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 54 prullen zijn \(\frac{2}{3}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{2}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 350 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 630 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{1}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 640 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{8}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{3}{7}\times\frac{3}{8}\times 168=27\text{ vrouwen die minstens 2 kinderen hebben}\)
  2. \(\frac{3}{6}\times\frac{1}{3}\times 126=21\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  3. \(\frac{5}{8}\times\frac{8}{10}\times 480=240\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  4. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{6}\times 90=10\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  5. \(\frac{4}{6}\times\frac{4}{5}\times 300=160\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  6. \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{6}\times 288=32\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{3}\times 54=12\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  8. \(\frac{2}{4}\times\frac{5}{8}\times 160=50\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  9. \(\frac{1}{7}\times\frac{3}{5}\times 350=30\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{2}{7}\times\frac{1}{9}\times 630=20\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  11. \(\frac{3}{8}\times\frac{3}{8}\times 640=90\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  12. \(\frac{3}{8}\times\frac{1}{3}\times 96=12\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-04 03:34:42
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen