Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 60 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een doos met 81 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{3}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 350 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{5}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 720 leerlingen zijn \(\frac{8}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een vrachtwagen met 45 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 630 stukken snoepgoed zijn \(\frac{8}{9}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 189 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{7}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  10. \(\)In een vrachtwagen met 324 dozen zijn \(\frac{4}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  11. \(\)In een bedrijf met 168 werknemers zijn \(\frac{1}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een doos met 420 stukken snoepgoed zijn \(\frac{9}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{4}\times 60=6\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  2. \(\frac{1}{9}\times\frac{1}{3}\times 81=3\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  3. \(\frac{3}{5}\times\frac{2}{7}\times 280=48\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{10}\times 350=14\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
  5. \(\frac{8}{10}\times\frac{6}{8}\times 720=432\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{5}\times 45=18\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  7. \(\frac{8}{9}\times\frac{8}{10}\times 630=448\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{6}{7}\times\frac{6}{9}\times 189=108\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  9. \(\frac{3}{6}\times\frac{3}{4}\times 240=90\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  10. \(\frac{4}{6}\times\frac{3}{9}\times 324=72\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  11. \(\frac{1}{6}\times\frac{2}{7}\times 168=8\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  12. \(\frac{9}{10}\times\frac{1}{6}\times 420=63\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-25 18:14:12
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen