Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 350 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 135 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{9}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{9}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een bedrijf met 486 werknemers zijn \(\frac{2}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{7}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 196 leerlingen zijn \(\frac{3}{7}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel jongens die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 245 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{7}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  7. \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{4}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  8. \(\)In een vrachtwagen met 100 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 360 dozen zijn \(\frac{1}{9}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 135 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen jongens. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel jongens die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een school met 567 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{9}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 72 leerlingen zijn \(\frac{2}{3}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{9}{10}\times\frac{1}{5}\times 350=63\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{9}\times 135=60\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{9}{10}\times\frac{3}{4}\times 400=270\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{2}{6}\times\frac{7}{9}\times 486=126\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  5. \(\frac{3}{7}\times\frac{3}{4}\times 196=63\text{ jongens die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{2}{7}\times\frac{2}{7}\times 245=20\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  7. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{3}\times 90=48\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  8. \(\frac{4}{5}\times\frac{2}{5}\times 100=32\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  9. \(\frac{1}{9}\times\frac{3}{5}\times 360=24\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{3}\times 135=70\text{ jongens die eten van thuis meenemen}\)
  11. \(\frac{7}{9}\times\frac{2}{9}\times 567=98\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  12. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{4}\times 72=24\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-05 08:35:24
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen