Reken uit
- \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 189 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 600 werknemers zijn \(\frac{6}{10}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die minstens 2 kinderen hebben. Hoeveel mannen die minstens 2 kinderen hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 288 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{8}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 392 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 294 dozen zijn \(\frac{2}{6}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 90 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers mannen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel mannen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{3}{6}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{5}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 175 dozen zijn \(\frac{4}{5}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{4}{5}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 108 leerlingen zijn \(\frac{4}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{2}{3}\times\frac{3}{4}\times 84=42\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{2}{3}\times\frac{5}{9}\times 189=70\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{6}{10}\times\frac{3}{6}\times 600=180\text{ mannen die minstens 2 kinderen hebben}\)
- \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{4}\times 288=9\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{7}\times\frac{4}{7}\times 392=96\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{3}{10}\times\frac{4}{5}\times 400=96\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{7}\times 294=28\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{2}{5}\times\frac{2}{6}\times 90=12\text{ mannen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{5}\times 210=42\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{4}{5}\times\frac{4}{5}\times 175=112\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{6}{7}\times 280=60\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{4}{9}\times\frac{2}{3}\times 108=32\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)