\(\)In een doos met 240 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
\(\frac{5}{6}\times\frac{3}{4}\times 240=150\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)