\(\)In een bedrijf met 240 werknemers zijn \(\frac{4}{8}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
\(\frac{4}{8}\times\frac{2}{3}\times 240=80\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)