\(\)In een school met 360 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
\(\frac{4}{6}\times\frac{2}{10}\times 360=48\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)