\(\)In een doos met 450 stukken snoepgoed zijn \(\frac{6}{9}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
\(\frac{6}{9}\times\frac{8}{10}\times 450=240\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)