Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rojin met een kracht van 500 N. Nabil trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 7 kg op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg)? \(\)
  3. \(\)Robin en Imane trekken aan weerszijden van een winkelkar. Robin trekt met een kracht van 600 N, Imane met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Een veer (k = 12 N/m) verlengt 870 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  5. \(\)Een veer (k = 8 N/m) ondervindt een veerkracht van 11{,}2 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Inaya met een kracht van 900 N. Sofiane trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Inaya met een kracht van 600 N. Nada staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Een veer verlengt 130 cm en ondervindt een veerkracht van 6{,}5 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 6 N/m) verlengt 1600 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  10. \(\)Een veer verlengt 500 cm en ondervindt een veerkracht van 10 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  11. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 121 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  12. \(\)Een veer (k = 13 N/m) verlengt 9{,}5 m . Wat is de veerkracht? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Rojin} = 500 N ; F_{Nabil} = 900 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1300 N (o.b.v. schets) }\)
  2. \(F_Z = m . g = (7 kg) . (2{,}78 N/kg) = 19{,}46N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 19{,}46N }\)
  3. \(\leftarrow F_{Robin} = 600 N ; F_{Imane} = 1000 N \rightarrow \\F_R = 1000 N - 600 N = 400 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 400 N naar Imane toe}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (12 N/m ) . (8{,}7 m) = 104{,}4N \\ \text{De veerkracht is 104{,}4N}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{11{,}2 N}{8 N/m} = 1{,}4m =140 cm \\ \text{De veer rekt 140 cm uit}\)
  6. \(\rightarrow F_{Inaya} = 900 N ; F_{Sofiane} = 700 N \uparrow \\F_R = \sqrt{900^2 + 700^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1140{,}2 N }\)
  7. \(\rightarrow F_{Inaya} = 600 N ; F_{Nada} = 400 N \rightarrow \\F_R = 600 N + 400 N = 1000 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1000 N naar Nada toe}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{6{,}5N}{1{,}3m} = 5 N/m \\ \text{De veerconstante is 5 N/m}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (6 N/m ) . (1{,}6 m) = 9{,}6N \\ \text{De veerkracht is 9{,}6N}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{10N}{5m} = 2 N/m \\ \text{De veerconstante is 2 N/m}\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{121N}{11 N/kg} = 11 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 11 kg}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (13 N/m ) . (9{,}5 m) = 123{,}5N \\ \text{De veerkracht is 123{,}5N}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-19 07:30:21
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen