Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Ilias met een kracht van 400 N. Dina trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 160{,}3 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  3. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 11 kg op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg)? \(\)
  4. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Dina met een kracht van 800 N. Sofiane trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 24{,}3 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  6. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Imane met een kracht van 700 N. Rojin trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 72{,}4 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Dina met een kracht van 800 N. Imane trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 196{,}2 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg). \(\)
  10. \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 120{,}4 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg). \(\)
  11. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 137{,}34 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  12. \(\)Een veer (k = 4 N/m) verlengt 2000 mm . Wat is de veerkracht? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Ilias} = 400 N ; F_{Dina} = 300 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 650 N (o.b.v. schets) }\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{160{,}3N}{22{,}9 N/kg} = 7 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 7 kg}\)
  3. \(F_Z = m . g = (11 kg) . (22{,}9 N/kg) = 251{,}9N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Jupiter is 251{,}9N }\)
  4. \(\rightarrow F_{Dina} = 800 N ; F_{Sofiane} = 400 N \uparrow \\F_R = \sqrt{800^2 + 400^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 894{,}4 N }\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{24{,}3N}{1{,}62 N/kg} = 15 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 15 kg}\)
  6. \(\rightarrow F_{Imane} = 700 N ; F_{Rojin} = 600 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1200 N (o.b.v. schets) }\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{72{,}4 N}{9{,}05 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{72{,}4 N .11 N/kg}{9{,}05 N/kg} = 88N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 88N }\)
  8. \(\rightarrow F_{Dina} = 800 N ; F_{Imane} = 500 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1210 N (o.b.v. schets) }\)
  9. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}05 N/kg} = \dfrac{196{,}2 N}{9{,}81 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{196{,}2 N .9{,}05 N/kg}{9{,}81 N/kg} = 181N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 181N }\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{22{,}9 N/kg} = \dfrac{120{,}4 N}{8{,}6 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{120{,}4 N .22{,}9 N/kg}{8{,}6 N/kg} = 320{,}6N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Jupiter is 320{,}6N }\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{137{,}34N}{9{,}81 N/kg} = 14 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 14 kg}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (4 N/m ) . (2 m) = 8N \\ \text{De veerkracht is 8N}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-24 02:26:05
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen