Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Roukaya en Rana trekken aan weerszijden van een winkelkar. Roukaya trekt met een kracht van 500 N, Rana met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 31{,}08 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  3. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 59{,}52 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  4. \(\)Een veer verlengt 1000 mm en ondervindt een veerkracht van 13 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  5. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 36{,}2 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  6. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Ilias met een kracht van 300 N. Sofiane trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Nabil en Bilal trekken aan weerszijden van een winkelkar. Nabil trekt met een kracht van 300 N, Bilal met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Inaya met een kracht van 700 N. Anissa staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een veer (k = 7 N/m) verlengt 7{,}6 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  10. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 50{,}04 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 11 N/m) verlengt 97 dm . Wat is de veerkracht? \(\)
  12. \(\)Een veer (k = 9 N/m) ondervindt een veerkracht van 62{,}1 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\leftarrow F_{Roukaya} = 500 N ; F_{Rana} = 600 N \rightarrow \\F_R = 600 N - 500 N = 100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Rana toe}\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{31{,}08N}{7{,}77 N/kg} = 4 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 4 kg}\)
  3. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{59{,}52N}{3{,}72 N/kg} = 16 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 16 kg}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{13N}{1m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{36{,}2N}{9{,}05 N/kg} = 4 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 4 kg}\)
  6. \(\rightarrow F_{Ilias} = 300 N ; F_{Sofiane} = 800 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1030 N (o.b.v. schets) }\)
  7. \(\leftarrow F_{Nabil} = 300 N ; F_{Bilal} = 1000 N \rightarrow \\F_R = 1000 N - 300 N = 700 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 700 N naar Bilal toe}\)
  8. \(\rightarrow F_{Inaya} = 700 N ; F_{Anissa} = 1000 N \rightarrow \\F_R = 700 N + 1000 N = 1700 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1700 N naar Anissa toe}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (7 N/m ) . (7{,}6 m) = 53{,}2N \\ \text{De veerkracht is 53{,}2N}\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{50{,}04 N}{2{,}78 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{50{,}04 N .11 N/kg}{2{,}78 N/kg} = 198N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 198N }\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (11 N/m ) . (9{,}7 m) = 106{,}7N \\ \text{De veerkracht is 106{,}7N}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{62{,}1 N}{9 N/m} = 6{,}9m =690 cm \\ \text{De veer rekt 690 cm uit}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-02 21:52:53
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen