Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 6 N/m) verlengt 150 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Rana met een kracht van 300 N. Rojin staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 94{,}6 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  4. \(\)Een veer (k = 11 N/m) verlengt 680 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  5. \(\)Een veer (k = 3 N/m) ondervindt een veerkracht van 10{,}5 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 9 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
  7. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 183{,}2 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg). \(\)
  8. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 12 kg op Venus (g = 8{,}6 N/kg)? \(\)
  9. \(\)Een veer verlengt 1300 mm en ondervindt een veerkracht van 16{,}9 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  10. \(\)Een veer (k = 2 N/m) verlengt 4900 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  11. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rana met een kracht van 800 N. Roukaya trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 37{,}2 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg). \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (6 N/m ) . (1{,}5 m) = 9N \\ \text{De veerkracht is 9N}\)
  2. \(\rightarrow F_{Rana} = 300 N ; F_{Rojin} = 600 N \rightarrow \\F_R = 300 N + 600 N = 900 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 900 N naar Rojin toe}\)
  3. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{94{,}6N}{8{,}6 N/kg} = 11 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 11 kg}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (11 N/m ) . (6{,}8 m) = 74{,}8N \\ \text{De veerkracht is 74{,}8N}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{10{,}5 N}{3 N/m} = 3{,}5m =35 dm \\ \text{De veer rekt 35 dm uit}\)
  6. \(F_Z = m . g = (9 kg) . (1{,}62 N/kg) = 14{,}58N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 14{,}58N }\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}05 N/kg} = \dfrac{183{,}2 N}{22{,}9 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{183{,}2 N .9{,}05 N/kg}{22{,}9 N/kg} = 72{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 72{,}4N }\)
  8. \(F_Z = m . g = (12 kg) . (8{,}6 N/kg) = 103{,}2N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 103{,}2N }\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{16{,}9N}{1{,}3m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (2 N/m ) . (4{,}9 m) = 9{,}8N \\ \text{De veerkracht is 9{,}8N}\)
  11. \(\rightarrow F_{Rana} = 800 N ; F_{Roukaya} = 400 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1120 N (o.b.v. schets) }\)
  12. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}05 N/kg} = \dfrac{37{,}2 N}{3{,}72 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{37{,}2 N .9{,}05 N/kg}{3{,}72 N/kg} = 90{,}5N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 90{,}5N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-13 00:35:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen