Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer verlengt 6600 mm en ondervindt een veerkracht van 19{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  2. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 366{,}4 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  3. \(\)Een veer (k = 4 N/m) ondervindt een veerkracht van 20{,}4 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  4. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rojin met een kracht van 400 N. Nabil trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Anissa en Dina trekken aan weerszijden van een winkelkar. Anissa trekt met een kracht van 900 N, Dina met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 19 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)
  7. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 13{,}9 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  8. \(\)Farah en Nada trekken aan weerszijden van een winkelkar. Farah trekt met een kracht van 800 N, Nada met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Farah en Bilal trekken aan weerszijden van een winkelkar. Farah trekt met een kracht van 300 N, Bilal met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 86 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)
  11. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 55{,}8 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)
  12. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 12 kg op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg)? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{19{,}8N}{6{,}6m} = 3 N/m \\ \text{De veerconstante is 3 N/m}\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{366{,}4N}{22{,}9 N/kg} = 16 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 16 kg}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{20{,}4 N}{4 N/m} = 5{,}1m \\ \text{De veer rekt 5{,}1 m uit}\)
  4. \(\rightarrow F_{Rojin} = 400 N ; F_{Nabil} = 500 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 830 N (o.b.v. schets) }\)
  5. \(\leftarrow F_{Anissa} = 900 N ; F_{Dina} = 800 N \rightarrow \\F_R = 800 N - 900 N = -100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Anissa toe}\)
  6. \(F_Z = m . g = (19 kg) . (11 N/kg) = 209N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 209N }\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{13{,}9N}{2{,}78 N/kg} = 5 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 5 kg}\)
  8. \(\leftarrow F_{Farah} = 800 N ; F_{Nada} = 700 N \rightarrow \\F_R = 700 N - 800 N = -100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Farah toe}\)
  9. \(\leftarrow F_{Farah} = 300 N ; F_{Bilal} = 600 N \rightarrow \\F_R = 600 N - 300 N = 300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Bilal toe}\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{86 N}{8{,}6 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{86 N .11 N/kg}{8{,}6 N/kg} = 110N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 110N }\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{55{,}8 N}{3{,}72 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{55{,}8 N .11 N/kg}{3{,}72 N/kg} = 165N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 165N }\)
  12. \(F_Z = m . g = (12 kg) . (2{,}78 N/kg) = 33{,}36N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 33{,}36N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-20 06:57:30
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen