Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
- \(\)Een veer verlengt 88 dm
en ondervindt een veerkracht van 17{,}6 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
- \(\)Een veer (k = 5 N/m) verlengt 2{,}1 m .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Robin en Imane trekken aan weerszijden van een winkelkar.
Robin trekt met een kracht van 600 N, Imane met een kracht van 900 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 5 kg op Uranus (g = 7{,}77 N/kg)? \(\)
- \(\)Een veer (k = 4 N/m) ondervindt een veerkracht van 29{,}2 N.
Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nabil met een kracht van 800 N.
Rojin trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 400 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 88{,}29 N.
Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
- \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Farah met een kracht van 600 N.
Zaid staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 300 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Dina met een kracht van 400 N.
Rojin trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 600 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 5 kg op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg)? \(\)
- \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 5 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
- \(\)Een veer (k = 8 N/m) ondervindt een veerkracht van 65{,}6 N.
Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
Verbetersleutel
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{17{,}6N}{8{,}8m}
= 2 N/m
\\ \text{De veerconstante is 2 N/m}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (5 N/m ) . (2{,}1 m) = 10{,}5N
\\ \text{De veerkracht is 10{,}5N}\)
- \(\leftarrow F_{Robin} = 600 N ; F_{Imane} = 900 N \rightarrow
\\F_R = 900 N - 600 N = 300 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Imane toe}\)
- \(F_Z = m . g = (5 kg) . (7{,}77 N/kg) = 38{,}85N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 38{,}85N }\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{29{,}2 N}{4 N/m} = 7{,}3m =730 cm
\\ \text{De veer rekt 730 cm uit}\)
- \(\rightarrow F_{Nabil} = 800 N ; F_{Rojin} = 400 N \uparrow
\\F_R = \sqrt{800^2 + 400^2} N \text{(Pythagoras)}
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 894{,}4 N }\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{88{,}29N}{9{,}81 N/kg} = 9 kg
\\ \text{De massa van het voorwerp is 9 kg}\)
- \(\rightarrow F_{Farah} = 600 N ; F_{Zaid} = 300 N \rightarrow
\\F_R = 600 N + 300 N = 900 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 900 N naar Zaid toe}\)
- \(\rightarrow F_{Dina} = 400 N ; F_{Rojin} = 600 N \uparrow
\\F_R = \sqrt{400^2 + 600^2} N \text{(Pythagoras)}
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 721{,}1 N }\)
- \(F_Z = m . g = (5 kg) . (2{,}78 N/kg) = 13{,}9N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 13{,}9N }\)
- \(F_Z = m . g = (5 kg) . (1{,}62 N/kg) = 8{,}1N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 8{,}1N }\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{65{,}6 N}{8 N/m} = 8{,}2m =8200 mm
\\ \text{De veer rekt 8200 mm uit}\)