Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Bilal en Anissa trekken aan weerszijden van een winkelkar. Bilal trekt met een kracht van 1000 N, Anissa met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 14{,}4 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  3. \(\)Een veer (k = 5 N/m) ondervindt een veerkracht van 23 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  4. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rana met een kracht van 1000 N. Farah trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 74{,}4 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  6. \(\)Een veer verlengt 540 cm en ondervindt een veerkracht van 54 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  7. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Zaid met een kracht van 400 N. Bilal trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 6 kg op Aarde (g = 9{,}81 N/kg)? \(\)
  9. \(\)Een veer verlengt 7300 mm en ondervindt een veerkracht van 14{,}6 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Rana met een kracht van 800 N. Dina staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Een veer verlengt 39 dm en ondervindt een veerkracht van 50{,}7 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 8{,}9 m en ondervindt een veerkracht van 26{,}7 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\leftarrow F_{Bilal} = 1000 N ; F_{Anissa} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 1000 N = -600 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 600 N naar Bilal toe}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{14{,}4 N}{6 N/m} = 2{,}4m =24 dm \\ \text{De veer rekt 24 dm uit}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{23 N}{5 N/m} = 4{,}6m =46 dm \\ \text{De veer rekt 46 dm uit}\)
  4. \(\rightarrow F_{Rana} = 1000 N ; F_{Farah} = 600 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1490 N (o.b.v. schets) }\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{74{,}4N}{3{,}72 N/kg} = 20 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{54N}{5{,}4m} = 10 N/m \\ \text{De veerconstante is 10 N/m}\)
  7. \(\rightarrow F_{Zaid} = 400 N ; F_{Bilal} = 900 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1220 N (o.b.v. schets) }\)
  8. \(F_Z = m . g = (6 kg) . (9{,}81 N/kg) = 58{,}86N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 58{,}86N }\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{14{,}6N}{7{,}3m} = 2 N/m \\ \text{De veerconstante is 2 N/m}\)
  10. \(\rightarrow F_{Rana} = 800 N ; F_{Dina} = 900 N \rightarrow \\F_R = 800 N + 900 N = 1700 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1700 N naar Dina toe}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{50{,}7N}{3{,}9m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{26{,}7N}{8{,}9m} = 3 N/m \\ \text{De veerconstante is 3 N/m}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-01 05:14:09
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen