Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 24{,}3 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg). \(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Dina met een kracht van 700 N. Nada staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer (k = 13 N/m) ondervindt een veerkracht van 1{,}3 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  4. \(\)Een veer (k = 13 N/m) ondervindt een veerkracht van 44{,}2 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  5. \(\)Een veer (k = 13 N/m) verlengt 7{,}4 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  6. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 56{,}1 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  7. \(\)Een veer (k = 11 N/m) verlengt 90 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Dina met een kracht van 600 N. Sofiane trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een veer verlengt 3{,}7 m en ondervindt een veerkracht van 11{,}1 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  10. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 181 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  11. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 11 kg op Uranus (g = 7{,}77 N/kg)? \(\)
  12. \(\)Een veer (k = 11 N/m) verlengt 1{,}2 m . Wat is de veerkracht? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(m = \dfrac{F_Z}{22{,}9 N/kg} = \dfrac{24{,}3 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{24{,}3 N .22{,}9 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 343{,}5N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Jupiter is 343{,}5N }\)
  2. \(\rightarrow F_{Dina} = 700 N ; F_{Nada} = 400 N \rightarrow \\F_R = 700 N + 400 N = 1100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1100 N naar Nada toe}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{1{,}3 N}{13 N/m} = 0{,}1m =100 mm \\ \text{De veer rekt 100 mm uit}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{44{,}2 N}{13 N/m} = 3{,}4m =3400 mm \\ \text{De veer rekt 3400 mm uit}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (13 N/m ) . (7{,}4 m) = 96{,}2N \\ \text{De veerkracht is 96{,}2N}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{56{,}1 N}{11 N/m} = 5{,}1m =51 dm \\ \text{De veer rekt 51 dm uit}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (11 N/m ) . (0{,}9 m) = 9{,}9N \\ \text{De veerkracht is 9{,}9N}\)
  8. \(\rightarrow F_{Dina} = 600 N ; F_{Sofiane} = 300 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 840 N (o.b.v. schets) }\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{11{,}1N}{3{,}7m} = 3 N/m \\ \text{De veerconstante is 3 N/m}\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{181N}{9{,}05 N/kg} = 20 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
  11. \(F_Z = m . g = (11 kg) . (7{,}77 N/kg) = 85{,}47N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 85{,}47N }\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (11 N/m ) . (1{,}2 m) = 13{,}2N \\ \text{De veerkracht is 13{,}2N}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-22 19:07:39
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen