Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rana met een kracht van 300 N. Ilias trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Imane met een kracht van 500 N. Nabil trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer (k = 12 N/m) ondervindt een veerkracht van 85{,}2 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  4. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Bilal met een kracht van 500 N. Nabil trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Een veer verlengt 480 cm en ondervindt een veerkracht van 38{,}4 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  6. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 220 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  7. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 44{,}48 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  8. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 15 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  9. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 2 kg op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg)? \(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Farah met een kracht van 900 N. Dina trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 220 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Venus (g = 8{,}6 N/kg). \(\)
  12. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 22 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Rana} = 300 N ; F_{Ilias} = 500 N \uparrow \\F_R = \sqrt{300^2 + 500^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 583{,}1 N }\)
  2. \(\rightarrow F_{Imane} = 500 N ; F_{Nabil} = 300 N \uparrow \\F_R = \sqrt{500^2 + 300^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 583{,}1 N }\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{85{,}2 N}{12 N/m} = 7{,}1m \\ \text{De veer rekt 7{,}1 m uit}\)
  4. \(\rightarrow F_{Bilal} = 500 N ; F_{Nabil} = 400 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 830 N (o.b.v. schets) }\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{38{,}4N}{4{,}8m} = 8 N/m \\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{220N}{11 N/kg} = 20 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{44{,}48N}{2{,}78 N/kg} = 16 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 16 kg}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{15 N}{2 N/m} = 7{,}5m =7500 mm \\ \text{De veer rekt 7500 mm uit}\)
  9. \(F_Z = m . g = (2 kg) . (2{,}78 N/kg) = 5{,}56N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 5{,}56N }\)
  10. \(\rightarrow F_{Farah} = 900 N ; F_{Dina} = 700 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1480 N (o.b.v. schets) }\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{8{,}6 N/kg} = \dfrac{220 N}{11 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{220 N .8{,}6 N/kg}{11 N/kg} = 172N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 172N }\)
  12. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{22N}{11 N/kg} = 2 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 2 kg}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-06 09:42:14
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen