Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 18 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
  2. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 21{,}06 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  3. \(\)Zaid en Inaya trekken aan weerszijden van een winkelkar. Zaid trekt met een kracht van 900 N, Inaya met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Imane en Ilias trekken aan weerszijden van een winkelkar. Imane trekt met een kracht van 300 N, Ilias met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 14 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)
  6. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 63{,}8 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  7. \(\)Een veer (k = 13 N/m) ondervindt een veerkracht van 104 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  8. \(\)Een veer verlengt 460 cm en ondervindt een veerkracht van 9{,}2 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  9. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Roukaya met een kracht van 900 N. Zaid trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Een veer (k = 4 N/m) ondervindt een veerkracht van 38{,}4 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  11. \(\)Een veer verlengt 58 dm en ondervindt een veerkracht van 29 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  12. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 69{,}93 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_Z = m . g = (18 kg) . (1{,}62 N/kg) = 29{,}16N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 29{,}16N }\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{21{,}06N}{1{,}62 N/kg} = 13 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 13 kg}\)
  3. \(\leftarrow F_{Zaid} = 900 N ; F_{Inaya} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 900 N = -500 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 500 N naar Zaid toe}\)
  4. \(\leftarrow F_{Imane} = 300 N ; F_{Ilias} = 600 N \rightarrow \\F_R = 600 N - 300 N = 300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Ilias toe}\)
  5. \(F_Z = m . g = (14 kg) . (11 N/kg) = 154N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 154N }\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{63{,}8 N}{11 N/m} = 5{,}8m =580 cm \\ \text{De veer rekt 580 cm uit}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{104 N}{13 N/m} = 8m =8000 mm \\ \text{De veer rekt 8000 mm uit}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{9{,}2N}{4{,}6m} = 2 N/m \\ \text{De veerconstante is 2 N/m}\)
  9. \(\rightarrow F_{Roukaya} = 900 N ; F_{Zaid} = 400 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1220 N (o.b.v. schets) }\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{38{,}4 N}{4 N/m} = 9{,}6m =960 cm \\ \text{De veer rekt 960 cm uit}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{29N}{5{,}8m} = 5 N/m \\ \text{De veerconstante is 5 N/m}\)
  12. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{69{,}93N}{7{,}77 N/kg} = 9 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 9 kg}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-25 12:42:05
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen