Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 12{,}96 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg). \(\)
  2. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 19{,}4 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nada met een kracht van 500 N. Anissa trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Een veer verlengt 490 cm en ondervindt een veerkracht van 58{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  5. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 101{,}01 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  6. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 4{,}86 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Venus (g = 8{,}6 N/kg). \(\)
  7. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 27{,}15 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Zaid met een kracht van 500 N. Rana trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een veer verlengt 140 cm en ondervindt een veerkracht van 18{,}2 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  10. \(\)Een veer (k = 10 N/m) verlengt 60 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 10 N/m) verlengt 20 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  12. \(\)Een veer (k = 6 N/m) verlengt 90 cm . Wat is de veerkracht? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}05 N/kg} = \dfrac{12{,}96 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{12{,}96 N .9{,}05 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 72{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 72{,}4N }\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{19{,}4 N}{2 N/m} = 9{,}7m \\ \text{De veer rekt 9{,}7 m uit}\)
  3. \(\rightarrow F_{Nada} = 500 N ; F_{Anissa} = 900 N \uparrow \\F_R = \sqrt{500^2 + 900^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1029{,}6 N }\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{58{,}8N}{4{,}9m} = 12 N/m \\ \text{De veerconstante is 12 N/m}\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{101{,}01N}{7{,}77 N/kg} = 13 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 13 kg}\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{8{,}6 N/kg} = \dfrac{4{,}86 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{4{,}86 N .8{,}6 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 25{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 25{,}8N }\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{27{,}15N}{9{,}05 N/kg} = 3 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 3 kg}\)
  8. \(\rightarrow F_{Zaid} = 500 N ; F_{Rana} = 1000 N \uparrow \\F_R = \sqrt{500^2 + 1000^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1118 N }\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{18{,}2N}{1{,}4m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (10 N/m ) . (0{,}6 m) = 6N \\ \text{De veerkracht is 6N}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (10 N/m ) . (0{,}2 m) = 2N \\ \text{De veerkracht is 2N}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (6 N/m ) . (0{,}9 m) = 5{,}4N \\ \text{De veerkracht is 5{,}4N}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-31 22:31:29
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen