Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Rana en Nabil trekken aan weerszijden van een winkelkar. Rana trekt met een kracht van 700 N, Nabil met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 209 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Uranus (g = 7{,}77 N/kg). \(\)
  3. \(\)Een veer (k = 5 N/m) ondervindt een veerkracht van 29 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  4. \(\)Een veer verlengt 87 dm en ondervindt een veerkracht van 34{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  5. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 117{,}65 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  6. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 2 kg op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg)? \(\)
  7. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 7 kg op Aarde (g = 9{,}81 N/kg)? \(\)
  8. \(\)Een veer verlengt 5300 mm en ondervindt een veerkracht van 15{,}9 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 52{,}8 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  10. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 8 kg op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg)? \(\)
  11. \(\)Een veer verlengt 8{,}6 m en ondervindt een veerkracht van 111{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  12. \(\)Een veer (k = 4 N/m) verlengt 1700 mm . Wat is de veerkracht? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\leftarrow F_{Rana} = 700 N ; F_{Nabil} = 800 N \rightarrow \\F_R = 800 N - 700 N = 100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Nabil toe}\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{7{,}77 N/kg} = \dfrac{209 N}{11 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{209 N .7{,}77 N/kg}{11 N/kg} = 147{,}63N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 147{,}63N }\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{29 N}{5 N/m} = 5{,}8m =5800 mm \\ \text{De veer rekt 5800 mm uit}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{34{,}8N}{8{,}7m} = 4 N/m \\ \text{De veerconstante is 4 N/m}\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{117{,}65N}{9{,}05 N/kg} = 13 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 13 kg}\)
  6. \(F_Z = m . g = (2 kg) . (22{,}9 N/kg) = 45{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Jupiter is 45{,}8N }\)
  7. \(F_Z = m . g = (7 kg) . (9{,}81 N/kg) = 68{,}67N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 68{,}67N }\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{15{,}9N}{5{,}3m} = 3 N/m \\ \text{De veerconstante is 3 N/m}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{52{,}8 N}{6 N/m} = 8{,}8m \\ \text{De veer rekt 8{,}8 m uit}\)
  10. \(F_Z = m . g = (8 kg) . (2{,}78 N/kg) = 22{,}24N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 22{,}24N }\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{111{,}8N}{8{,}6m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (4 N/m ) . (1{,}7 m) = 6{,}8N \\ \text{De veerkracht is 6{,}8N}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-11 14:32:36
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen