Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Anissa met een kracht van 800 N. Nabil staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Rana en Nada trekken aan weerszijden van een winkelkar. Rana trekt met een kracht van 800 N, Nada met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer (k = 7 N/m) verlengt 80 dm . Wat is de veerkracht? \(\)
  4. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 14 kg op Venus (g = 8{,}6 N/kg)? \(\)
  5. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 59{,}52 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg). \(\)
  6. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 117{,}65 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  7. \(\)Inaya en Imane trekken aan weerszijden van een winkelkar. Inaya trekt met een kracht van 1000 N, Imane met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Bilal met een kracht van 700 N. Roukaya staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 22{,}8 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  10. \(\)Een veer verlengt 5{,}2 m en ondervindt een veerkracht van 46{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 4 N/m) ondervindt een veerkracht van 13{,}2 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  12. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 93{,}24 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Anissa} = 800 N ; F_{Nabil} = 700 N \rightarrow \\F_R = 800 N + 700 N = 1500 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1500 N naar Nabil toe}\)
  2. \(\leftarrow F_{Rana} = 800 N ; F_{Nada} = 600 N \rightarrow \\F_R = 600 N - 800 N = -200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Rana toe}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (7 N/m ) . (8 m) = 56N \\ \text{De veerkracht is 56N}\)
  4. \(F_Z = m . g = (14 kg) . (8{,}6 N/kg) = 120{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 120{,}4N }\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}05 N/kg} = \dfrac{59{,}52 N}{3{,}72 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{59{,}52 N .9{,}05 N/kg}{3{,}72 N/kg} = 144{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 144{,}8N }\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{117{,}65N}{9{,}05 N/kg} = 13 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 13 kg}\)
  7. \(\leftarrow F_{Inaya} = 1000 N ; F_{Imane} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 1000 N = -600 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 600 N naar Inaya toe}\)
  8. \(\rightarrow F_{Bilal} = 700 N ; F_{Roukaya} = 300 N \rightarrow \\F_R = 700 N + 300 N = 1000 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1000 N naar Roukaya toe}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{22{,}8 N}{6 N/m} = 3{,}8m =38 dm \\ \text{De veer rekt 38 dm uit}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{46{,}8N}{5{,}2m} = 9 N/m \\ \text{De veerconstante is 9 N/m}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{13{,}2 N}{4 N/m} = 3{,}3m \\ \text{De veer rekt 3{,}3 m uit}\)
  12. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{93{,}24N}{7{,}77 N/kg} = 12 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 12 kg}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-24 10:22:24
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen