Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Rojin met een kracht van 600 N. Dina staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Een veer verlengt 220 cm en ondervindt een veerkracht van 26{,}4 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  3. \(\)Een veer (k = 5 N/m) verlengt 69 dm . Wat is de veerkracht? \(\)
  4. \(\)Een veer (k = 9 N/m) ondervindt een veerkracht van 49{,}5 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  5. \(\)Een veer verlengt 35 dm en ondervindt een veerkracht van 28 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  6. \(\)Een veer verlengt 40 dm en ondervindt een veerkracht van 44 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  7. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 12 kg op Aarde (g = 9{,}81 N/kg)? \(\)
  8. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 107{,}91 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg). \(\)
  9. \(\)Inaya en Rana trekken aan weerszijden van een winkelkar. Inaya trekt met een kracht van 400 N, Rana met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 46{,}62 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Aarde (g = 9{,}81 N/kg). \(\)
  11. \(\)Ilias en Rojin trekken aan weerszijden van een winkelkar. Ilias trekt met een kracht van 900 N, Rojin met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Een veer (k = 8 N/m) verlengt 2{,}3 m . Wat is de veerkracht? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Rojin} = 600 N ; F_{Dina} = 300 N \rightarrow \\F_R = 600 N + 300 N = 900 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 900 N naar Dina toe}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{26{,}4N}{2{,}2m} = 12 N/m \\ \text{De veerconstante is 12 N/m}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (5 N/m ) . (6{,}9 m) = 34{,}5N \\ \text{De veerkracht is 34{,}5N}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{49{,}5 N}{9 N/m} = 5{,}5m =550 cm \\ \text{De veer rekt 550 cm uit}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{28N}{3{,}5m} = 8 N/m \\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{44N}{4m} = 11 N/m \\ \text{De veerconstante is 11 N/m}\)
  7. \(F_Z = m . g = (12 kg) . (9{,}81 N/kg) = 117{,}72N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 117{,}72N }\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{2{,}78 N/kg} = \dfrac{107{,}91 N}{9{,}81 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{107{,}91 N .2{,}78 N/kg}{9{,}81 N/kg} = 30{,}58N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 30{,}58N }\)
  9. \(\leftarrow F_{Inaya} = 400 N ; F_{Rana} = 900 N \rightarrow \\F_R = 900 N - 400 N = 500 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 500 N naar Rana toe}\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}81 N/kg} = \dfrac{46{,}62 N}{7{,}77 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{46{,}62 N .9{,}81 N/kg}{7{,}77 N/kg} = 58{,}86N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 58{,}86N }\)
  11. \(\leftarrow F_{Ilias} = 900 N ; F_{Rojin} = 500 N \rightarrow \\F_R = 500 N - 900 N = -400 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 400 N naar Ilias toe}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (8 N/m ) . (2{,}3 m) = 18{,}4N \\ \text{De veerkracht is 18{,}4N}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-26 09:21:23
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen