Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 9 N/m) verlengt 6{,}2 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  2. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 9 kg op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg)? \(\)
  3. \(\)Nabil en Anissa trekken aan weerszijden van een winkelkar. Nabil trekt met een kracht van 1000 N, Anissa met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 88{,}29 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  5. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nada met een kracht van 400 N. Rojin trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Een veer (k = 12 N/m) ondervindt een veerkracht van 100{,}8 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  7. \(\)Een veer (k = 10 N/m) ondervindt een veerkracht van 73 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  8. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 11 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  9. \(\)Een veer verlengt 4{,}2 m en ondervindt een veerkracht van 42 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  10. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 9{,}6 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  11. \(\)Zaid en Bilal trekken aan weerszijden van een winkelkar. Zaid trekt met een kracht van 500 N, Bilal met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 1300 mm en ondervindt een veerkracht van 7{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (9 N/m ) . (6{,}2 m) = 55{,}8N \\ \text{De veerkracht is 55{,}8N}\)
  2. \(F_Z = m . g = (9 kg) . (9{,}05 N/kg) = 81{,}45N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 81{,}45N }\)
  3. \(\leftarrow F_{Nabil} = 1000 N ; F_{Anissa} = 700 N \rightarrow \\F_R = 700 N - 1000 N = -300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Nabil toe}\)
  4. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{88{,}29N}{9{,}81 N/kg} = 9 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 9 kg}\)
  5. \(\rightarrow F_{Nada} = 400 N ; F_{Rojin} = 900 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1220 N (o.b.v. schets) }\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{100{,}8 N}{12 N/m} = 8{,}4m =8400 mm \\ \text{De veer rekt 8400 mm uit}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{73 N}{10 N/m} = 7{,}3m \\ \text{De veer rekt 7{,}3 m uit}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{11 N}{11 N/m} = 1m =1000 mm \\ \text{De veer rekt 1000 mm uit}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{42N}{4{,}2m} = 10 N/m \\ \text{De veerconstante is 10 N/m}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{9{,}6 N}{2 N/m} = 4{,}8m =4800 mm \\ \text{De veer rekt 4800 mm uit}\)
  11. \(\leftarrow F_{Zaid} = 500 N ; F_{Bilal} = 600 N \rightarrow \\F_R = 600 N - 500 N = 100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Bilal toe}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{7{,}8N}{1{,}3m} = 6 N/m \\ \text{De veerconstante is 6 N/m}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-02 06:16:37
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen