Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 91{,}6 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  2. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 343{,}5 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  3. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 144{,}8 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg). \(\)
  4. \(\)Een veer verlengt 82 dm en ondervindt een veerkracht van 32{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  5. \(\)Een veer verlengt 6{,}8 m en ondervindt een veerkracht van 47{,}6 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  6. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 229 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg). \(\)
  7. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Inaya met een kracht van 500 N. Robin trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Een veer (k = 3 N/m) ondervindt een veerkracht van 27{,}3 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 2{,}2 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Ilias met een kracht van 800 N. Bilal trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 15{,}4 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  12. \(\)Roukaya en Imane trekken aan weerszijden van een winkelkar. Roukaya trekt met een kracht van 900 N, Imane met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{91{,}6N}{22{,}9 N/kg} = 4 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 4 kg}\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{343{,}5N}{22{,}9 N/kg} = 15 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 15 kg}\)
  3. \(m = \dfrac{F_Z}{22{,}9 N/kg} = \dfrac{144{,}8 N}{9{,}05 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{144{,}8 N .22{,}9 N/kg}{9{,}05 N/kg} = 366{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Jupiter is 366{,}4N }\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{32{,}8N}{8{,}2m} = 4 N/m \\ \text{De veerconstante is 4 N/m}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{47{,}6N}{6{,}8m} = 7 N/m \\ \text{De veerconstante is 7 N/m}\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}05 N/kg} = \dfrac{229 N}{22{,}9 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{229 N .9{,}05 N/kg}{22{,}9 N/kg} = 90{,}5N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 90{,}5N }\)
  7. \(\rightarrow F_{Inaya} = 500 N ; F_{Robin} = 1000 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1400 N (o.b.v. schets) }\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{27{,}3 N}{3 N/m} = 9{,}1m =910 cm \\ \text{De veer rekt 910 cm uit}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{2{,}2 N}{2 N/m} = 1{,}1m =11 dm \\ \text{De veer rekt 11 dm uit}\)
  10. \(\rightarrow F_{Ilias} = 800 N ; F_{Bilal} = 900 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1570 N (o.b.v. schets) }\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{15{,}4 N}{2 N/m} = 7{,}7m =7700 mm \\ \text{De veer rekt 7700 mm uit}\)
  12. \(\leftarrow F_{Roukaya} = 900 N ; F_{Imane} = 1000 N \rightarrow \\F_R = 1000 N - 900 N = 100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Imane toe}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-14 20:21:49
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen