Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 6 N/m) verlengt 63 dm . Wat is de veerkracht? \(\)
  2. \(\)Een veer verlengt 700 cm en ondervindt een veerkracht van 28 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  3. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 15 kg op Mars (g = 3{,}72 N/kg)? \(\)
  4. \(\)Een veer (k = 12 N/m) verlengt 2{,}6 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  5. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 9{,}72 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  6. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 11 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)
  7. \(\)Rojin en Inaya trekken aan weerszijden van een winkelkar. Rojin trekt met een kracht van 1000 N, Inaya met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 117{,}65 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Venus (g = 8{,}6 N/kg). \(\)
  9. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Farah met een kracht van 800 N. Dina staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 74{,}4 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op de maan (g = 1{,}62 N/kg). \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 2 N/m) verlengt 9{,}8 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  12. \(\)Een veer (k = 5 N/m) verlengt 68 dm . Wat is de veerkracht? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (6 N/m ) . (6{,}3 m) = 37{,}8N \\ \text{De veerkracht is 37{,}8N}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{28N}{7m} = 4 N/m \\ \text{De veerconstante is 4 N/m}\)
  3. \(F_Z = m . g = (15 kg) . (3{,}72 N/kg) = 55{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mars is 55{,}8N }\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (12 N/m ) . (2{,}6 m) = 31{,}2N \\ \text{De veerkracht is 31{,}2N}\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{9{,}72N}{1{,}62 N/kg} = 6 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 6 kg}\)
  6. \(F_Z = m . g = (11 kg) . (11 N/kg) = 121N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 121N }\)
  7. \(\leftarrow F_{Rojin} = 1000 N ; F_{Inaya} = 700 N \rightarrow \\F_R = 700 N - 1000 N = -300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Rojin toe}\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{8{,}6 N/kg} = \dfrac{117{,}65 N}{9{,}05 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{117{,}65 N .8{,}6 N/kg}{9{,}05 N/kg} = 111{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 111{,}8N }\)
  9. \(\rightarrow F_{Farah} = 800 N ; F_{Dina} = 500 N \rightarrow \\F_R = 800 N + 500 N = 1300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1300 N naar Dina toe}\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{1{,}62 N/kg} = \dfrac{74{,}4 N}{3{,}72 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{74{,}4 N .1{,}62 N/kg}{3{,}72 N/kg} = 32{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 32{,}4N }\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (2 N/m ) . (9{,}8 m) = 19{,}6N \\ \text{De veerkracht is 19{,}6N}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (5 N/m ) . (6{,}8 m) = 34N \\ \text{De veerkracht is 34N}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-30 21:08:17
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen