Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 2 kg op Uranus (g = 7{,}77 N/kg)? \(\)
  2. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 9{,}72 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Uranus (g = 7{,}77 N/kg). \(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nada met een kracht van 900 N. Anissa trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Een veer (k = 11 N/m) verlengt 110 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  5. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 77{,}7 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  6. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 13 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
  7. \(\)Een veer (k = 7 N/m) verlengt 3700 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  8. \(\)Een veer (k = 2 N/m) verlengt 0{,}5 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  9. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 6 kg op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg)? \(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Nabil met een kracht van 500 N. Imane staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 90{,}5 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  12. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 88{,}29 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_Z = m . g = (2 kg) . (7{,}77 N/kg) = 15{,}54N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 15{,}54N }\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{7{,}77 N/kg} = \dfrac{9{,}72 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{9{,}72 N .7{,}77 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 46{,}62N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 46{,}62N }\)
  3. \(\rightarrow F_{Nada} = 900 N ; F_{Anissa} = 300 N \uparrow \\F_R = \sqrt{900^2 + 300^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 948{,}7 N }\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (11 N/m ) . (1{,}1 m) = 12{,}1N \\ \text{De veerkracht is 12{,}1N}\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{77{,}7N}{7{,}77 N/kg} = 10 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 10 kg}\)
  6. \(F_Z = m . g = (13 kg) . (1{,}62 N/kg) = 21{,}06N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 21{,}06N }\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (7 N/m ) . (3{,}7 m) = 25{,}9N \\ \text{De veerkracht is 25{,}9N}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (2 N/m ) . (0{,}5 m) = 1N \\ \text{De veerkracht is 1N}\)
  9. \(F_Z = m . g = (6 kg) . (22{,}9 N/kg) = 137{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Jupiter is 137{,}4N }\)
  10. \(\rightarrow F_{Nabil} = 500 N ; F_{Imane} = 400 N \rightarrow \\F_R = 500 N + 400 N = 900 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 900 N naar Imane toe}\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{90{,}5N}{9{,}05 N/kg} = 10 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 10 kg}\)
  12. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{88{,}29N}{9{,}81 N/kg} = 9 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 9 kg}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-03 01:40:32
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen