Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 10 N/m) verlengt 3800 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  2. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 29{,}76 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  3. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 30{,}78 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  4. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Rana met een kracht van 900 N. Bilal staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 5 kg op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg)? \(\)
  6. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 320{,}6 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  7. \(\)Een veer (k = 5 N/m) ondervindt een veerkracht van 3 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Inaya met een kracht van 800 N. Bilal trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 3 kg op Venus (g = 8{,}6 N/kg)? \(\)
  10. \(\)Een veer (k = 13 N/m) verlengt 5800 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  11. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Roukaya met een kracht van 900 N. Rana staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 36{,}2 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (10 N/m ) . (3{,}8 m) = 38N \\ \text{De veerkracht is 38N}\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{29{,}76N}{3{,}72 N/kg} = 8 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 8 kg}\)
  3. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{30{,}78N}{1{,}62 N/kg} = 19 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 19 kg}\)
  4. \(\rightarrow F_{Rana} = 900 N ; F_{Bilal} = 500 N \rightarrow \\F_R = 900 N + 500 N = 1400 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1400 N naar Bilal toe}\)
  5. \(F_Z = m . g = (5 kg) . (9{,}05 N/kg) = 45{,}25N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 45{,}25N }\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{320{,}6N}{22{,}9 N/kg} = 14 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 14 kg}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{3 N}{5 N/m} = 0{,}6m =60 cm \\ \text{De veer rekt 60 cm uit}\)
  8. \(\rightarrow F_{Inaya} = 800 N ; F_{Bilal} = 300 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1030 N (o.b.v. schets) }\)
  9. \(F_Z = m . g = (3 kg) . (8{,}6 N/kg) = 25{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 25{,}8N }\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (13 N/m ) . (5{,}8 m) = 75{,}4N \\ \text{De veerkracht is 75{,}4N}\)
  11. \(\rightarrow F_{Roukaya} = 900 N ; F_{Rana} = 800 N \rightarrow \\F_R = 900 N + 800 N = 1700 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1700 N naar Rana toe}\)
  12. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{36{,}2 N}{9{,}05 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{36{,}2 N .11 N/kg}{9{,}05 N/kg} = 44N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 44N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-30 14:05:42
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen