Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Ilias met een kracht van 400 N. Nabil trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Een veer verlengt 99 dm en ondervindt een veerkracht van 118{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Sofiane met een kracht van 1000 N. Dina trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Een veer (k = 2 N/m) verlengt 3300 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  5. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Sofiane met een kracht van 500 N. Ilias trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 3 kg op Aarde (g = 9{,}81 N/kg)? \(\)
  7. \(\)Rojin en Zaid trekken aan weerszijden van een winkelkar. Rojin trekt met een kracht van 1000 N, Zaid met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 143 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg). \(\)
  9. \(\)Dina en Rana trekken aan weerszijden van een winkelkar. Dina trekt met een kracht van 700 N, Rana met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Een veer verlengt 37 dm en ondervindt een veerkracht van 22{,}2 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  11. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 24{,}3 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  12. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 22{,}24 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Venus (g = 8{,}6 N/kg). \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Ilias} = 400 N ; F_{Nabil} = 1000 N \uparrow \\F_R = \sqrt{400^2 + 1000^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1077 N }\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{118{,}8N}{9{,}9m} = 12 N/m \\ \text{De veerconstante is 12 N/m}\)
  3. \(\rightarrow F_{Sofiane} = 1000 N ; F_{Dina} = 900 N \uparrow \\F_R = \sqrt{1000^2 + 900^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1345{,}4 N }\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (2 N/m ) . (3{,}3 m) = 6{,}6N \\ \text{De veerkracht is 6{,}6N}\)
  5. \(\rightarrow F_{Sofiane} = 500 N ; F_{Ilias} = 1000 N \uparrow \\F_R = \sqrt{500^2 + 1000^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1118 N }\)
  6. \(F_Z = m . g = (3 kg) . (9{,}81 N/kg) = 29{,}43N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 29{,}43N }\)
  7. \(\leftarrow F_{Rojin} = 1000 N ; F_{Zaid} = 800 N \rightarrow \\F_R = 800 N - 1000 N = -200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Rojin toe}\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{2{,}78 N/kg} = \dfrac{143 N}{11 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{143 N .2{,}78 N/kg}{11 N/kg} = 36{,}14N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 36{,}14N }\)
  9. \(\leftarrow F_{Dina} = 700 N ; F_{Rana} = 900 N \rightarrow \\F_R = 900 N - 700 N = 200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Rana toe}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{22{,}2N}{3{,}7m} = 6 N/m \\ \text{De veerconstante is 6 N/m}\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{24{,}3N}{1{,}62 N/kg} = 15 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 15 kg}\)
  12. \(m = \dfrac{F_Z}{8{,}6 N/kg} = \dfrac{22{,}24 N}{2{,}78 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{22{,}24 N .8{,}6 N/kg}{2{,}78 N/kg} = 68{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 68{,}8N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-09 19:30:51
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen