Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
- \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 2{,}6 N.
Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Rojin en Farah trekken aan weerszijden van een winkelkar.
Rojin trekt met een kracht van 700 N, Farah met een kracht van 400 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 17{,}8 N.
Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer (k = 12 N/m) verlengt 500 mm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Een veer (k = 7 N/m) verlengt 4700 mm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 22 N.
Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg). \(\)
- \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 13{,}9 N.
Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Aarde (g = 9{,}81 N/kg). \(\)
- \(\)Een veer verlengt 670 cm
en ondervindt een veerkracht van 87{,}1 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
- \(\)Een veer (k = 7 N/m) ondervindt een veerkracht van 53{,}9 N.
Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer (k = 2 N/m) verlengt 4900 mm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Een veer (k = 4 N/m) verlengt 6{,}4 m .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 29{,}43 N.
Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
Verbetersleutel
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{2{,}6 N}{2 N/m} = 1{,}3m =13 dm
\\ \text{De veer rekt 13 dm uit}\)
- \(\leftarrow F_{Rojin} = 700 N ; F_{Farah} = 400 N \rightarrow
\\F_R = 400 N - 700 N = -300 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Rojin toe}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{17{,}8 N}{2 N/m} = 8{,}9m =89 dm
\\ \text{De veer rekt 89 dm uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (12 N/m ) . (0{,}5 m) = 6N
\\ \text{De veerkracht is 6N}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (7 N/m ) . (4{,}7 m) = 32{,}9N
\\ \text{De veerkracht is 32{,}9N}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}05 N/kg} = \dfrac{22 N}{11 N/kg}
\\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{22 N .9{,}05 N/kg}{11 N/kg} = 18{,}1N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 18{,}1N }\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}81 N/kg} = \dfrac{13{,}9 N}{2{,}78 N/kg}
\\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{13{,}9 N .9{,}81 N/kg}{2{,}78 N/kg} = 49{,}05N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 49{,}05N }\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{87{,}1N}{6{,}7m}
= 13 N/m
\\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{53{,}9 N}{7 N/m} = 7{,}7m =770 cm
\\ \text{De veer rekt 770 cm uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (2 N/m ) . (4{,}9 m) = 9{,}8N
\\ \text{De veerkracht is 9{,}8N}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (4 N/m ) . (6{,}4 m) = 25{,}6N
\\ \text{De veerkracht is 25{,}6N}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{29{,}43N}{9{,}81 N/kg} = 3 kg
\\ \text{De massa van het voorwerp is 3 kg}\)