Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Anissa met een kracht van 800 N. Bilal trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Ilias met een kracht van 700 N. Roukaya trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer verlengt 60 cm en ondervindt een veerkracht van 3 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  4. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 16 kg op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg)? \(\)
  5. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 17{,}82 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg). \(\)
  6. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 160{,}3 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  7. \(\)Een veer (k = 10 N/m) ondervindt een veerkracht van 22 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nabil met een kracht van 900 N. Rojin trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een veer (k = 13 N/m) ondervindt een veerkracht van 52 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  10. \(\)Een veer (k = 6 N/m) verlengt 96 dm . Wat is de veerkracht? \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 9 N/m) ondervindt een veerkracht van 87{,}3 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  12. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Inaya met een kracht van 400 N. Sofiane trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Anissa} = 800 N ; F_{Bilal} = 500 N \uparrow \\F_R = \sqrt{800^2 + 500^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 943{,}4 N }\)
  2. \(\rightarrow F_{Ilias} = 700 N ; F_{Roukaya} = 900 N \uparrow \\F_R = \sqrt{700^2 + 900^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1140{,}2 N }\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{3N}{0{,}6m} = 5 N/m \\ \text{De veerconstante is 5 N/m}\)
  4. \(F_Z = m . g = (16 kg) . (22{,}9 N/kg) = 366{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Jupiter is 366{,}4N }\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{2{,}78 N/kg} = \dfrac{17{,}82 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{17{,}82 N .2{,}78 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 30{,}58N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 30{,}58N }\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{160{,}3N}{22{,}9 N/kg} = 7 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 7 kg}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{22 N}{10 N/m} = 2{,}2m =22 dm \\ \text{De veer rekt 22 dm uit}\)
  8. \(\rightarrow F_{Nabil} = 900 N ; F_{Rojin} = 700 N \uparrow \\F_R = \sqrt{900^2 + 700^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1140{,}2 N }\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{52 N}{13 N/m} = 4m \\ \text{De veer rekt 4 m uit}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (6 N/m ) . (9{,}6 m) = 57{,}6N \\ \text{De veerkracht is 57{,}6N}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{87{,}3 N}{9 N/m} = 9{,}7m =970 cm \\ \text{De veer rekt 970 cm uit}\)
  12. \(\rightarrow F_{Inaya} = 400 N ; F_{Sofiane} = 1000 N \uparrow \\F_R = \sqrt{400^2 + 1000^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1077 N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-11-05 08:45:41
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen