Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Sofiane met een kracht van 500 N. Ilias trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Een veer (k = 7 N/m) verlengt 50 dm . Wat is de veerkracht? \(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Ilias met een kracht van 400 N. Nabil staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Een veer (k = 9 N/m) ondervindt een veerkracht van 72{,}9 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  5. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Roukaya met een kracht van 300 N. Anissa trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Een veer verlengt 41 dm en ondervindt een veerkracht van 32{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  7. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 47{,}26 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  8. \(\)Een veer verlengt 36 dm en ondervindt een veerkracht van 46{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  9. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 2 kg op Aarde (g = 9{,}81 N/kg)? \(\)
  10. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 2 kg op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg)? \(\)
  11. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 93{,}24 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Aarde (g = 9{,}81 N/kg). \(\)
  12. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rana met een kracht van 1000 N. Inaya trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Sofiane} = 500 N ; F_{Ilias} = 1000 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1400 N (o.b.v. schets) }\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (7 N/m ) . (5 m) = 35N \\ \text{De veerkracht is 35N}\)
  3. \(\rightarrow F_{Ilias} = 400 N ; F_{Nabil} = 600 N \rightarrow \\F_R = 400 N + 600 N = 1000 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1000 N naar Nabil toe}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{72{,}9 N}{9 N/m} = 8{,}1m \\ \text{De veer rekt 8{,}1 m uit}\)
  5. \(\rightarrow F_{Roukaya} = 300 N ; F_{Anissa} = 600 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 840 N (o.b.v. schets) }\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{32{,}8N}{4{,}1m} = 8 N/m \\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{47{,}26N}{2{,}78 N/kg} = 17 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 17 kg}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{46{,}8N}{3{,}6m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  9. \(F_Z = m . g = (2 kg) . (9{,}81 N/kg) = 19{,}62N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 19{,}62N }\)
  10. \(F_Z = m . g = (2 kg) . (22{,}9 N/kg) = 45{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Jupiter is 45{,}8N }\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}81 N/kg} = \dfrac{93{,}24 N}{7{,}77 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{93{,}24 N .9{,}81 N/kg}{7{,}77 N/kg} = 117{,}72N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 117{,}72N }\)
  12. \(\rightarrow F_{Rana} = 1000 N ; F_{Inaya} = 500 N \uparrow \\F_R = \sqrt{1000^2 + 500^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1118 N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-26 20:07:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen