Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Imane met een kracht van 400 N. Farah staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Een veer (k = 9 N/m) ondervindt een veerkracht van 82{,}8 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  3. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 33 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  4. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 3 kg op Aarde (g = 9{,}81 N/kg)? \(\)
  5. \(\)Een veer (k = 13 N/m) ondervindt een veerkracht van 83{,}2 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Een veer (k = 5 N/m) verlengt 20 dm . Wat is de veerkracht? \(\)
  7. \(\)Een veer (k = 5 N/m) ondervindt een veerkracht van 14 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rana met een kracht van 800 N. Sofiane trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Zaid en Dina trekken aan weerszijden van een winkelkar. Zaid trekt met een kracht van 1000 N, Dina met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Rojin met een kracht van 900 N. Imane staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Een veer verlengt 310 cm en ondervindt een veerkracht van 40{,}3 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  12. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Nabil met een kracht van 500 N. Anissa staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Imane} = 400 N ; F_{Farah} = 700 N \rightarrow \\F_R = 400 N + 700 N = 1100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1100 N naar Farah toe}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{82{,}8 N}{9 N/m} = 9{,}2m =92 dm \\ \text{De veer rekt 92 dm uit}\)
  3. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{33N}{11 N/kg} = 3 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 3 kg}\)
  4. \(F_Z = m . g = (3 kg) . (9{,}81 N/kg) = 29{,}43N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 29{,}43N }\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{83{,}2 N}{13 N/m} = 6{,}4m \\ \text{De veer rekt 6{,}4 m uit}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (5 N/m ) . (2 m) = 10N \\ \text{De veerkracht is 10N}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{14 N}{5 N/m} = 2{,}8m =280 cm \\ \text{De veer rekt 280 cm uit}\)
  8. \(\rightarrow F_{Rana} = 800 N ; F_{Sofiane} = 500 N \uparrow \\F_R = \sqrt{800^2 + 500^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 943{,}4 N }\)
  9. \(\leftarrow F_{Zaid} = 1000 N ; F_{Dina} = 800 N \rightarrow \\F_R = 800 N - 1000 N = -200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Zaid toe}\)
  10. \(\rightarrow F_{Rojin} = 900 N ; F_{Imane} = 700 N \rightarrow \\F_R = 900 N + 700 N = 1600 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1600 N naar Imane toe}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{40{,}3N}{3{,}1m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  12. \(\rightarrow F_{Nabil} = 500 N ; F_{Anissa} = 900 N \rightarrow \\F_R = 500 N + 900 N = 1400 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1400 N naar Anissa toe}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-17 11:20:00
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen