Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nabil met een kracht van 600 N. Nada trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 4{,}86 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg). \(\)
  3. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 3 kg op Venus (g = 8{,}6 N/kg)? \(\)
  4. \(\)Bilal en Rana trekken aan weerszijden van een winkelkar. Bilal trekt met een kracht van 500 N, Rana met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Een veer (k = 12 N/m) verlengt 4200 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  6. \(\)Een veer verlengt 1{,}1 m en ondervindt een veerkracht van 4{,}4 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  7. \(\)Een veer verlengt 0{,}8 m en ondervindt een veerkracht van 8{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  8. \(\)Een veer verlengt 17 dm en ondervindt een veerkracht van 5{,}1 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  9. \(\)Zaid en Ilias trekken aan weerszijden van een winkelkar. Zaid trekt met een kracht van 400 N, Ilias met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Een veer (k = 13 N/m) ondervindt een veerkracht van 2{,}6 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 12 N/m) verlengt 8{,}3 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 390 cm en ondervindt een veerkracht van 19{,}5 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Nabil} = 600 N ; F_{Nada} = 800 N \uparrow \\F_R = \sqrt{600^2 + 800^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1000 N }\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}05 N/kg} = \dfrac{4{,}86 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{4{,}86 N .9{,}05 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 27{,}15N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 27{,}15N }\)
  3. \(F_Z = m . g = (3 kg) . (8{,}6 N/kg) = 25{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 25{,}8N }\)
  4. \(\leftarrow F_{Bilal} = 500 N ; F_{Rana} = 800 N \rightarrow \\F_R = 800 N - 500 N = 300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Rana toe}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (12 N/m ) . (4{,}2 m) = 50{,}4N \\ \text{De veerkracht is 50{,}4N}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{4{,}4N}{1{,}1m} = 4 N/m \\ \text{De veerconstante is 4 N/m}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{8{,}8N}{0{,}8m} = 11 N/m \\ \text{De veerconstante is 11 N/m}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{5{,}1N}{1{,}7m} = 3 N/m \\ \text{De veerconstante is 3 N/m}\)
  9. \(\leftarrow F_{Zaid} = 400 N ; F_{Ilias} = 700 N \rightarrow \\F_R = 700 N - 400 N = 300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Ilias toe}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{2{,}6 N}{13 N/m} = 0{,}2m \\ \text{De veer rekt 0{,}2 m uit}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (12 N/m ) . (8{,}3 m) = 99{,}6N \\ \text{De veerkracht is 99{,}6N}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{19{,}5N}{3{,}9m} = 5 N/m \\ \text{De veerconstante is 5 N/m}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-27 19:44:45
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen