Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Dina en Nabil trekken aan weerszijden van een winkelkar. Dina trekt met een kracht van 600 N, Nabil met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Een veer (k = 6 N/m) verlengt 520 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  3. \(\)Een veer (k = 3 N/m) verlengt 690 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  4. \(\)Een veer verlengt 6700 mm en ondervindt een veerkracht van 53{,}6 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  5. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 220 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  6. \(\)Een veer (k = 3 N/m) verlengt 3{,}6 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  7. \(\)Dina en Farah trekken aan weerszijden van een winkelkar. Dina trekt met een kracht van 700 N, Farah met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Een veer (k = 4 N/m) ondervindt een veerkracht van 38 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  9. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 33{,}36 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  10. \(\)Anissa en Inaya trekken aan weerszijden van een winkelkar. Anissa trekt met een kracht van 900 N, Inaya met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Een veer verlengt 8{,}6 m en ondervindt een veerkracht van 17{,}2 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  12. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Bilal met een kracht van 1000 N. Sofiane staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\leftarrow F_{Dina} = 600 N ; F_{Nabil} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 600 N = -200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Dina toe}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (6 N/m ) . (5{,}2 m) = 31{,}2N \\ \text{De veerkracht is 31{,}2N}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (3 N/m ) . (6{,}9 m) = 20{,}7N \\ \text{De veerkracht is 20{,}7N}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{53{,}6N}{6{,}7m} = 8 N/m \\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{220N}{11 N/kg} = 20 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (3 N/m ) . (3{,}6 m) = 10{,}8N \\ \text{De veerkracht is 10{,}8N}\)
  7. \(\leftarrow F_{Dina} = 700 N ; F_{Farah} = 1000 N \rightarrow \\F_R = 1000 N - 700 N = 300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Farah toe}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{38 N}{4 N/m} = 9{,}5m =9500 mm \\ \text{De veer rekt 9500 mm uit}\)
  9. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{33{,}36N}{2{,}78 N/kg} = 12 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 12 kg}\)
  10. \(\leftarrow F_{Anissa} = 900 N ; F_{Inaya} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 900 N = -500 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 500 N naar Anissa toe}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{17{,}2N}{8{,}6m} = 2 N/m \\ \text{De veerconstante is 2 N/m}\)
  12. \(\rightarrow F_{Bilal} = 1000 N ; F_{Sofiane} = 800 N \rightarrow \\F_R = 1000 N + 800 N = 1800 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1800 N naar Sofiane toe}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-15 23:13:53
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen