Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 9 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nabil met een kracht van 900 N. Rana trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 18{,}7 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  4. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 30{,}58 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  5. \(\)Een veer (k = 10 N/m) verlengt 5500 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  6. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Bilal met een kracht van 900 N. Robin staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Een veer verlengt 4000 mm en ondervindt een veerkracht van 16 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  8. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 55 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 8 N/m) verlengt 8800 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  10. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 114{,}5 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  11. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 31{,}08 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg). \(\)
  12. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 274{,}8 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_Z = m . g = (9 kg) . (11 N/kg) = 99N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 99N }\)
  2. \(\rightarrow F_{Nabil} = 900 N ; F_{Rana} = 500 N \uparrow \\F_R = \sqrt{900^2 + 500^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1029{,}6 N }\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{18{,}7 N}{11 N/m} = 1{,}7m \\ \text{De veer rekt 1{,}7 m uit}\)
  4. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{30{,}58N}{2{,}78 N/kg} = 11 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 11 kg}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (10 N/m ) . (5{,}5 m) = 55N \\ \text{De veerkracht is 55N}\)
  6. \(\rightarrow F_{Bilal} = 900 N ; F_{Robin} = 700 N \rightarrow \\F_R = 900 N + 700 N = 1600 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1600 N naar Robin toe}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{16N}{4m} = 4 N/m \\ \text{De veerconstante is 4 N/m}\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{55N}{11 N/kg} = 5 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 5 kg}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (8 N/m ) . (8{,}8 m) = 70{,}4N \\ \text{De veerkracht is 70{,}4N}\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{114{,}5N}{22{,}9 N/kg} = 5 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 5 kg}\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{2{,}78 N/kg} = \dfrac{31{,}08 N}{7{,}77 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{31{,}08 N .2{,}78 N/kg}{7{,}77 N/kg} = 11{,}12N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 11{,}12N }\)
  12. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{274{,}8N}{22{,}9 N/kg} = 12 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 12 kg}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-23 02:04:21
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen