Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nada met een kracht van 600 N. Rojin trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Rojin en Farah trekken aan weerszijden van een winkelkar. Rojin trekt met een kracht van 600 N, Farah met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer verlengt 9{,}3 m en ondervindt een veerkracht van 37{,}2 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  4. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 18 kg op Venus (g = 8{,}6 N/kg)? \(\)
  5. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 55{,}6 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  6. \(\)Een veer verlengt 3600 mm en ondervindt een veerkracht van 39{,}6 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  7. \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 137{,}6 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  8. \(\)Een veer (k = 10 N/m) verlengt 5000 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  9. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 7 kg op Aarde (g = 9{,}81 N/kg)? \(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Imane met een kracht van 500 N. Inaya trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 274{,}8 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  12. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 93{,}24 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Nada} = 600 N ; F_{Rojin} = 500 N \uparrow \\F_R = \sqrt{600^2 + 500^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 781 N }\)
  2. \(\leftarrow F_{Rojin} = 600 N ; F_{Farah} = 800 N \rightarrow \\F_R = 800 N - 600 N = 200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Farah toe}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{37{,}2N}{9{,}3m} = 4 N/m \\ \text{De veerconstante is 4 N/m}\)
  4. \(F_Z = m . g = (18 kg) . (8{,}6 N/kg) = 154{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 154{,}8N }\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{55{,}6N}{2{,}78 N/kg} = 20 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{39{,}6N}{3{,}6m} = 11 N/m \\ \text{De veerconstante is 11 N/m}\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{137{,}6N}{8{,}6 N/kg} = 16 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 16 kg}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (10 N/m ) . (5 m) = 50N \\ \text{De veerkracht is 50N}\)
  9. \(F_Z = m . g = (7 kg) . (9{,}81 N/kg) = 68{,}67N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 68{,}67N }\)
  10. \(\rightarrow F_{Imane} = 500 N ; F_{Inaya} = 400 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 830 N (o.b.v. schets) }\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{274{,}8N}{22{,}9 N/kg} = 12 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 12 kg}\)
  12. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{93{,}24N}{7{,}77 N/kg} = 12 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 12 kg}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-18 02:13:01
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen