Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer verlengt 510 cm en ondervindt een veerkracht van 35{,}7 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  2. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 17{,}6 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Ilias met een kracht van 900 N. Roukaya trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Een veer verlengt 91 dm en ondervindt een veerkracht van 118{,}3 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  5. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 54{,}6 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 107{,}91 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Uranus (g = 7{,}77 N/kg). \(\)
  7. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 88 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Farah met een kracht van 600 N. Ilias trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 17{,}2 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  10. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 196{,}2 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  11. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 147{,}15 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 680 cm en ondervindt een veerkracht van 40{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{35{,}7N}{5{,}1m} = 7 N/m \\ \text{De veerconstante is 7 N/m}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{17{,}6 N}{11 N/m} = 1{,}6m =160 cm \\ \text{De veer rekt 160 cm uit}\)
  3. \(\rightarrow F_{Ilias} = 900 N ; F_{Roukaya} = 1000 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1760 N (o.b.v. schets) }\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{118{,}3N}{9{,}1m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{54{,}6 N}{6 N/m} = 9{,}1m =910 cm \\ \text{De veer rekt 910 cm uit}\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{7{,}77 N/kg} = \dfrac{107{,}91 N}{9{,}81 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{107{,}91 N .7{,}77 N/kg}{9{,}81 N/kg} = 85{,}47N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 85{,}47N }\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{88N}{11 N/kg} = 8 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 8 kg}\)
  8. \(\rightarrow F_{Farah} = 600 N ; F_{Ilias} = 800 N \uparrow \\F_R = \sqrt{600^2 + 800^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1000 N }\)
  9. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{17{,}2N}{8{,}6 N/kg} = 2 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 2 kg}\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{196{,}2N}{9{,}81 N/kg} = 20 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{147{,}15N}{9{,}81 N/kg} = 15 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 15 kg}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{40{,}8N}{6{,}8m} = 6 N/m \\ \text{De veerconstante is 6 N/m}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-12 23:06:40
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen