Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 4 N/m) ondervindt een veerkracht van 11{,}6 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  2. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 38{,}85 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op de maan (g = 1{,}62 N/kg). \(\)
  3. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 107{,}91 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Venus (g = 8{,}6 N/kg). \(\)
  4. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Farah met een kracht van 900 N. Nabil staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Een veer (k = 8 N/m) ondervindt een veerkracht van 8 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Sofiane en Rana trekken aan weerszijden van een winkelkar. Sofiane trekt met een kracht van 800 N, Rana met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 22 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  8. \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 43 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op de maan (g = 1{,}62 N/kg). \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 10 N/m) verlengt 9{,}3 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  10. \(\)Een veer verlengt 500 cm en ondervindt een veerkracht van 10 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  11. \(\)Een veer verlengt 5 m en ondervindt een veerkracht van 15 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  12. \(\)Rana en Farah trekken aan weerszijden van een winkelkar. Rana trekt met een kracht van 800 N, Farah met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{11{,}6 N}{4 N/m} = 2{,}9m =290 cm \\ \text{De veer rekt 290 cm uit}\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{1{,}62 N/kg} = \dfrac{38{,}85 N}{7{,}77 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{38{,}85 N .1{,}62 N/kg}{7{,}77 N/kg} = 8{,}1N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 8{,}1N }\)
  3. \(m = \dfrac{F_Z}{8{,}6 N/kg} = \dfrac{107{,}91 N}{9{,}81 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{107{,}91 N .8{,}6 N/kg}{9{,}81 N/kg} = 94{,}6N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 94{,}6N }\)
  4. \(\rightarrow F_{Farah} = 900 N ; F_{Nabil} = 800 N \rightarrow \\F_R = 900 N + 800 N = 1700 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1700 N naar Nabil toe}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{8 N}{8 N/m} = 1m =100 cm \\ \text{De veer rekt 100 cm uit}\)
  6. \(\leftarrow F_{Sofiane} = 800 N ; F_{Rana} = 600 N \rightarrow \\F_R = 600 N - 800 N = -200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Sofiane toe}\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{22N}{11 N/kg} = 2 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 2 kg}\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{1{,}62 N/kg} = \dfrac{43 N}{8{,}6 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{43 N .1{,}62 N/kg}{8{,}6 N/kg} = 8{,}1N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 8{,}1N }\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (10 N/m ) . (9{,}3 m) = 93N \\ \text{De veerkracht is 93N}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{10N}{5m} = 2 N/m \\ \text{De veerconstante is 2 N/m}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{15N}{5m} = 3 N/m \\ \text{De veerconstante is 3 N/m}\)
  12. \(\leftarrow F_{Rana} = 800 N ; F_{Farah} = 500 N \rightarrow \\F_R = 500 N - 800 N = -300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Rana toe}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-28 15:51:51
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen