Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Dina en Inaya trekken aan weerszijden van een winkelkar. Dina trekt met een kracht van 1000 N, Inaya met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Een veer (k = 4 N/m) verlengt 99 dm . Wat is de veerkracht? \(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Roukaya met een kracht van 700 N. Zaid trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 36{,}2 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  5. \(\)Een veer verlengt 940 cm en ondervindt een veerkracht van 84{,}6 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  6. \(\)Een veer verlengt 1500 mm en ondervindt een veerkracht van 12 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  7. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 183{,}2 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  8. \(\)Een veer verlengt 9600 mm en ondervindt een veerkracht van 38{,}4 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  9. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 2 kg op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg)? \(\)
  10. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 19 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  11. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Imane met een kracht van 600 N. Nada staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Een veer (k = 7 N/m) verlengt 4{,}9 m . Wat is de veerkracht? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\leftarrow F_{Dina} = 1000 N ; F_{Inaya} = 500 N \rightarrow \\F_R = 500 N - 1000 N = -500 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 500 N naar Dina toe}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (4 N/m ) . (9{,}9 m) = 39{,}6N \\ \text{De veerkracht is 39{,}6N}\)
  3. \(\rightarrow F_{Roukaya} = 700 N ; F_{Zaid} = 900 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1480 N (o.b.v. schets) }\)
  4. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{36{,}2N}{9{,}05 N/kg} = 4 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 4 kg}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{84{,}6N}{9{,}4m} = 9 N/m \\ \text{De veerconstante is 9 N/m}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{12N}{1{,}5m} = 8 N/m \\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{183{,}2N}{22{,}9 N/kg} = 8 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 8 kg}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{38{,}4N}{9{,}6m} = 4 N/m \\ \text{De veerconstante is 4 N/m}\)
  9. \(F_Z = m . g = (2 kg) . (2{,}78 N/kg) = 5{,}56N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 5{,}56N }\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{19 N}{2 N/m} = 9{,}5m =950 cm \\ \text{De veer rekt 950 cm uit}\)
  11. \(\rightarrow F_{Imane} = 600 N ; F_{Nada} = 500 N \rightarrow \\F_R = 600 N + 500 N = 1100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1100 N naar Nada toe}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (7 N/m ) . (4{,}9 m) = 34{,}3N \\ \text{De veerkracht is 34{,}3N}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-06 20:07:26
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen