Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 35{,}4 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  2. \(\)Een veer verlengt 6000 mm en ondervindt een veerkracht van 78 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  3. \(\)Een veer verlengt 740 cm en ondervindt een veerkracht van 59{,}2 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  4. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 2{,}4 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  5. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Nabil met een kracht van 800 N. Bilal staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 186{,}39 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Venus (g = 8{,}6 N/kg). \(\)
  7. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nada met een kracht van 500 N. Inaya trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Sofiane met een kracht van 700 N. Farah trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Imane met een kracht van 800 N. Bilal trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rojin met een kracht van 800 N. Anissa trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Een veer verlengt 25 dm en ondervindt een veerkracht van 15 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  12. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 6{,}6 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{35{,}4 N}{6 N/m} = 5{,}9m =5900 mm \\ \text{De veer rekt 5900 mm uit}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{78N}{6m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{59{,}2N}{7{,}4m} = 8 N/m \\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{2{,}4 N}{6 N/m} = 0{,}4m =400 mm \\ \text{De veer rekt 400 mm uit}\)
  5. \(\rightarrow F_{Nabil} = 800 N ; F_{Bilal} = 600 N \rightarrow \\F_R = 800 N + 600 N = 1400 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1400 N naar Bilal toe}\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{8{,}6 N/kg} = \dfrac{186{,}39 N}{9{,}81 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{186{,}39 N .8{,}6 N/kg}{9{,}81 N/kg} = 163{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 163{,}4N }\)
  7. \(\rightarrow F_{Nada} = 500 N ; F_{Inaya} = 400 N \uparrow \\F_R = \sqrt{500^2 + 400^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 640{,}3 N }\)
  8. \(\rightarrow F_{Sofiane} = 700 N ; F_{Farah} = 400 N \uparrow \\F_R = \sqrt{700^2 + 400^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 806{,}2 N }\)
  9. \(\rightarrow F_{Imane} = 800 N ; F_{Bilal} = 600 N \uparrow \\F_R = \sqrt{800^2 + 600^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1000 N }\)
  10. \(\rightarrow F_{Rojin} = 800 N ; F_{Anissa} = 300 N \uparrow \\F_R = \sqrt{800^2 + 300^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 854{,}4 N }\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{15N}{2{,}5m} = 6 N/m \\ \text{De veerconstante is 6 N/m}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{6{,}6 N}{6 N/m} = 1{,}1m =11 dm \\ \text{De veer rekt 11 dm uit}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-23 14:16:15
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen