Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 171{,}95 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)
  2. \(\)Een veer (k = 8 N/m) verlengt 4{,}9 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  3. \(\)Farah en Rana trekken aan weerszijden van een winkelkar. Farah trekt met een kracht van 400 N, Rana met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Een veer verlengt 0{,}6 m en ondervindt een veerkracht van 4{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  5. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Zaid met een kracht van 800 N. Nabil trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 20 kg op Mars (g = 3{,}72 N/kg)? \(\)
  7. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 7 kg op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg)? \(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nada met een kracht van 900 N. Ilias trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Inaya met een kracht van 300 N. Sofiane trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Imane met een kracht van 800 N. Bilal trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Een veer verlengt 430 cm en ondervindt een veerkracht van 25{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  12. \(\)Een veer (k = 11 N/m) verlengt 7600 mm . Wat is de veerkracht? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{171{,}95 N}{9{,}05 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{171{,}95 N .11 N/kg}{9{,}05 N/kg} = 209N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 209N }\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (8 N/m ) . (4{,}9 m) = 39{,}2N \\ \text{De veerkracht is 39{,}2N}\)
  3. \(\leftarrow F_{Farah} = 400 N ; F_{Rana} = 1000 N \rightarrow \\F_R = 1000 N - 400 N = 600 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 600 N naar Rana toe}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{4{,}8N}{0{,}6m} = 8 N/m \\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
  5. \(\rightarrow F_{Zaid} = 800 N ; F_{Nabil} = 300 N \uparrow \\F_R = \sqrt{800^2 + 300^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 854{,}4 N }\)
  6. \(F_Z = m . g = (20 kg) . (3{,}72 N/kg) = 74{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mars is 74{,}4N }\)
  7. \(F_Z = m . g = (7 kg) . (2{,}78 N/kg) = 19{,}46N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 19{,}46N }\)
  8. \(\rightarrow F_{Nada} = 900 N ; F_{Ilias} = 500 N \uparrow \\F_R = \sqrt{900^2 + 500^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1029{,}6 N }\)
  9. \(\rightarrow F_{Inaya} = 300 N ; F_{Sofiane} = 1000 N \uparrow \\F_R = \sqrt{300^2 + 1000^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1044 N }\)
  10. \(\rightarrow F_{Imane} = 800 N ; F_{Bilal} = 500 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1210 N (o.b.v. schets) }\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{25{,}8N}{4{,}3m} = 6 N/m \\ \text{De veerconstante is 6 N/m}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (11 N/m ) . (7{,}6 m) = 83{,}6N \\ \text{De veerkracht is 83{,}6N}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-29 22:36:10
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen