Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
- \(\)Sofiane en Rana trekken aan weerszijden van een winkelkar.
Sofiane trekt met een kracht van 800 N, Rana met een kracht van 300 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Een veer verlengt 2 dm
en ondervindt een veerkracht van 2 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
- \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Robin met een kracht van 600 N.
Nabil trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 300 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Een veer (k = 13 N/m) verlengt 900 mm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Een veer verlengt 4{,}3 m
en ondervindt een veerkracht van 38{,}7 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
- \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 7{,}44 N.
Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
- \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 72{,}6 N.
Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer (k = 3 N/m) verlengt 1000 mm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 16{,}2 N.
Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg). \(\)
- \(\)Een veer verlengt 9{,}7 m
en ondervindt een veerkracht van 38{,}8 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
- \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 187 N.
Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Venus (g = 8{,}6 N/kg). \(\)
- \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 117{,}65 N.
Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
Verbetersleutel
- \(\leftarrow F_{Sofiane} = 800 N ; F_{Rana} = 300 N \rightarrow
\\F_R = 300 N - 800 N = -500 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 500 N naar Sofiane toe}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{2N}{0{,}2m}
= 10 N/m
\\ \text{De veerconstante is 10 N/m}\)
- \(\rightarrow F_{Robin} = 600 N ; F_{Nabil} = 300 N \uparrow
\\F_R = \sqrt{600^2 + 300^2} N \text{(Pythagoras)}
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 670{,}8 N }\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (13 N/m ) . (0{,}9 m) = 11{,}7N
\\ \text{De veerkracht is 11{,}7N}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{38{,}7N}{4{,}3m}
= 9 N/m
\\ \text{De veerconstante is 9 N/m}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{7{,}44N}{3{,}72 N/kg} = 2 kg
\\ \text{De massa van het voorwerp is 2 kg}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{72{,}6 N}{11 N/m} = 6{,}6m
\\ \text{De veer rekt 6{,}6 m uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (3 N/m ) . (1 m) = 3N
\\ \text{De veerkracht is 3N}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}05 N/kg} = \dfrac{16{,}2 N}{1{,}62 N/kg}
\\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{16{,}2 N .9{,}05 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 90{,}5N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 90{,}5N }\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{38{,}8N}{9{,}7m}
= 4 N/m
\\ \text{De veerconstante is 4 N/m}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{8{,}6 N/kg} = \dfrac{187 N}{11 N/kg}
\\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{187 N .8{,}6 N/kg}{11 N/kg} = 146{,}2N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 146{,}2N }\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{117{,}65N}{9{,}05 N/kg} = 13 kg
\\ \text{De massa van het voorwerp is 13 kg}\)