Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 8 N/m) verlengt 610 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Imane met een kracht van 1000 N. Farah trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 13{,}2 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  4. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 37{,}2 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Venus (g = 8{,}6 N/kg). \(\)
  5. \(\)Een veer (k = 8 N/m) ondervindt een veerkracht van 79{,}2 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Dina met een kracht van 900 N. Inaya trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Zaid met een kracht van 500 N. Dina trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Zaid met een kracht van 900 N. Dina trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Bilal en Dina trekken aan weerszijden van een winkelkar. Bilal trekt met een kracht van 800 N, Dina met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Een veer (k = 7 N/m) ondervindt een veerkracht van 11{,}9 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 9 N/m) verlengt 3{,}9 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  12. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 20 kg op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg)? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (8 N/m ) . (6{,}1 m) = 48{,}8N \\ \text{De veerkracht is 48{,}8N}\)
  2. \(\rightarrow F_{Imane} = 1000 N ; F_{Farah} = 300 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1230 N (o.b.v. schets) }\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{13{,}2 N}{6 N/m} = 2{,}2m =220 cm \\ \text{De veer rekt 220 cm uit}\)
  4. \(m = \dfrac{F_Z}{8{,}6 N/kg} = \dfrac{37{,}2 N}{3{,}72 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{37{,}2 N .8{,}6 N/kg}{3{,}72 N/kg} = 86N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 86N }\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{79{,}2 N}{8 N/m} = 9{,}9m =99 dm \\ \text{De veer rekt 99 dm uit}\)
  6. \(\rightarrow F_{Dina} = 900 N ; F_{Inaya} = 800 N \uparrow \\F_R = \sqrt{900^2 + 800^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1204{,}2 N }\)
  7. \(\rightarrow F_{Zaid} = 500 N ; F_{Dina} = 900 N \uparrow \\F_R = \sqrt{500^2 + 900^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1029{,}6 N }\)
  8. \(\rightarrow F_{Zaid} = 900 N ; F_{Dina} = 300 N \uparrow \\F_R = \sqrt{900^2 + 300^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 948{,}7 N }\)
  9. \(\leftarrow F_{Bilal} = 800 N ; F_{Dina} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 800 N = -400 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 400 N naar Bilal toe}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{11{,}9 N}{7 N/m} = 1{,}7m =17 dm \\ \text{De veer rekt 17 dm uit}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (9 N/m ) . (3{,}9 m) = 35{,}1N \\ \text{De veerkracht is 35{,}1N}\)
  12. \(F_Z = m . g = (20 kg) . (9{,}05 N/kg) = 181N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 181N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-20 17:07:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen