Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
- \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 1{,}8 N.
Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 8{,}34 N.
Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Uranus (g = 7{,}77 N/kg). \(\)
- \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Nabil met een kracht van 300 N.
Robin staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 700 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Roukaya met een kracht van 500 N.
Robin staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 700 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 9 kg op Venus (g = 8{,}6 N/kg)? \(\)
- \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 251{,}9 N.
Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
- \(\)Nada en Dina trekken aan weerszijden van een winkelkar.
Nada trekt met een kracht van 400 N, Dina met een kracht van 800 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Een veer (k = 2 N/m) verlengt 380 cm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Een veer (k = 12 N/m) ondervindt een veerkracht van 51{,}6 N.
Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer (k = 12 N/m) ondervindt een veerkracht van 102 N.
Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer (k = 13 N/m) ondervindt een veerkracht van 124{,}8 N.
Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer (k = 6 N/m) verlengt 860 cm .
Wat is de veerkracht? \(\)
Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
Verbetersleutel
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{1{,}8 N}{2 N/m} = 0{,}9m =900 mm
\\ \text{De veer rekt 900 mm uit}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{7{,}77 N/kg} = \dfrac{8{,}34 N}{2{,}78 N/kg}
\\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{8{,}34 N .7{,}77 N/kg}{2{,}78 N/kg} = 23{,}31N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 23{,}31N }\)
- \(\rightarrow F_{Nabil} = 300 N ; F_{Robin} = 700 N \rightarrow
\\F_R = 300 N + 700 N = 1000 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1000 N naar Robin toe}\)
- \(\rightarrow F_{Roukaya} = 500 N ; F_{Robin} = 700 N \rightarrow
\\F_R = 500 N + 700 N = 1200 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1200 N naar Robin toe}\)
- \(F_Z = m . g = (9 kg) . (8{,}6 N/kg) = 77{,}4N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 77{,}4N }\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{251{,}9N}{22{,}9 N/kg} = 11 kg
\\ \text{De massa van het voorwerp is 11 kg}\)
- \(\leftarrow F_{Nada} = 400 N ; F_{Dina} = 800 N \rightarrow
\\F_R = 800 N - 400 N = 400 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 400 N naar Dina toe}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (2 N/m ) . (3{,}8 m) = 7{,}6N
\\ \text{De veerkracht is 7{,}6N}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{51{,}6 N}{12 N/m} = 4{,}3m =430 cm
\\ \text{De veer rekt 430 cm uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{102 N}{12 N/m} = 8{,}5m =85 dm
\\ \text{De veer rekt 85 dm uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{124{,}8 N}{13 N/m} = 9{,}6m =960 cm
\\ \text{De veer rekt 960 cm uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (6 N/m ) . (8{,}6 m) = 51{,}6N
\\ \text{De veerkracht is 51{,}6N}\)