Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 3 N/m) ondervindt een veerkracht van 7{,}5 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  2. \(\)Een veer (k = 8 N/m) verlengt 600 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Bilal met een kracht van 1000 N. Nabil trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 25{,}02 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Aarde (g = 9{,}81 N/kg). \(\)
  5. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 18 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 10 kg op Mars (g = 3{,}72 N/kg)? \(\)
  7. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 9{,}6 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  8. \(\)Dina en Ilias trekken aan weerszijden van een winkelkar. Dina trekt met een kracht van 900 N, Ilias met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 4 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Zaid met een kracht van 800 N. Sofiane trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Een veer (k = 3 N/m) verlengt 5900 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 65 dm en ondervindt een veerkracht van 45{,}5 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{7{,}5 N}{3 N/m} = 2{,}5m =2500 mm \\ \text{De veer rekt 2500 mm uit}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (8 N/m ) . (6 m) = 48N \\ \text{De veerkracht is 48N}\)
  3. \(\rightarrow F_{Bilal} = 1000 N ; F_{Nabil} = 700 N \uparrow \\F_R = \sqrt{1000^2 + 700^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1220{,}7 N }\)
  4. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}81 N/kg} = \dfrac{25{,}02 N}{2{,}78 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{25{,}02 N .9{,}81 N/kg}{2{,}78 N/kg} = 88{,}29N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 88{,}29N }\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{18 N}{6 N/m} = 3m =300 cm \\ \text{De veer rekt 300 cm uit}\)
  6. \(F_Z = m . g = (10 kg) . (3{,}72 N/kg) = 37{,}2N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mars is 37{,}2N }\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{9{,}6 N}{6 N/m} = 1{,}6m \\ \text{De veer rekt 1{,}6 m uit}\)
  8. \(\leftarrow F_{Dina} = 900 N ; F_{Ilias} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 900 N = -500 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 500 N naar Dina toe}\)
  9. \(F_Z = m . g = (4 kg) . (1{,}62 N/kg) = 6{,}48N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 6{,}48N }\)
  10. \(\rightarrow F_{Zaid} = 800 N ; F_{Sofiane} = 600 N \uparrow \\F_R = \sqrt{800^2 + 600^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1000 N }\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (3 N/m ) . (5{,}9 m) = 17{,}7N \\ \text{De veerkracht is 17{,}7N}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{45{,}5N}{6{,}5m} = 7 N/m \\ \text{De veerconstante is 7 N/m}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-04 09:01:25
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen