Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 22 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  2. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 8 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
  3. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 11{,}34 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Uranus (g = 7{,}77 N/kg). \(\)
  4. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Ilias met een kracht van 500 N. Dina trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 1{,}1 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Een veer (k = 8 N/m) verlengt 360 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  7. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nabil met een kracht van 300 N. Roukaya trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Een veer (k = 10 N/m) ondervindt een veerkracht van 23 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  9. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Dina met een kracht van 900 N. Roukaya trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Een veer (k = 7 N/m) verlengt 1400 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 49{,}2 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  12. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Roukaya met een kracht van 300 N. Inaya trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{22N}{11 N/kg} = 2 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 2 kg}\)
  2. \(F_Z = m . g = (8 kg) . (1{,}62 N/kg) = 12{,}96N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 12{,}96N }\)
  3. \(m = \dfrac{F_Z}{7{,}77 N/kg} = \dfrac{11{,}34 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{11{,}34 N .7{,}77 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 54{,}39N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 54{,}39N }\)
  4. \(\rightarrow F_{Ilias} = 500 N ; F_{Dina} = 300 N \uparrow \\F_R = \sqrt{500^2 + 300^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 583{,}1 N }\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{1{,}1 N}{11 N/m} = 0{,}1m =100 mm \\ \text{De veer rekt 100 mm uit}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (8 N/m ) . (3{,}6 m) = 28{,}8N \\ \text{De veerkracht is 28{,}8N}\)
  7. \(\rightarrow F_{Nabil} = 300 N ; F_{Roukaya} = 900 N \uparrow \\F_R = \sqrt{300^2 + 900^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 948{,}7 N }\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{23 N}{10 N/m} = 2{,}3m =230 cm \\ \text{De veer rekt 230 cm uit}\)
  9. \(\rightarrow F_{Dina} = 900 N ; F_{Roukaya} = 600 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1390 N (o.b.v. schets) }\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (7 N/m ) . (1{,}4 m) = 9{,}8N \\ \text{De veerkracht is 9{,}8N}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{49{,}2 N}{6 N/m} = 8{,}2m =8200 mm \\ \text{De veer rekt 8200 mm uit}\)
  12. \(\rightarrow F_{Roukaya} = 300 N ; F_{Inaya} = 500 N \uparrow \\F_R = \sqrt{300^2 + 500^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 583{,}1 N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-11-08 00:45:40
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen