Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
- \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 18 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
- \(\)Sofiane en Nada trekken aan weerszijden van een winkelkar.
Sofiane trekt met een kracht van 300 N, Nada met een kracht van 700 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 18 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)
- \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 162{,}9 N.
Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Venus (g = 8{,}6 N/kg). \(\)
- \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Rojin met een kracht van 600 N.
Ilias staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 400 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Ilias en Sofiane trekken aan weerszijden van een winkelkar.
Ilias trekt met een kracht van 1000 N, Sofiane met een kracht van 500 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 60{,}2 N.
Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Aarde (g = 9{,}81 N/kg). \(\)
- \(\)Een veer verlengt 1{,}8 m
en ondervindt een veerkracht van 12{,}6 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
- \(\)Een veer verlengt 30 cm
en ondervindt een veerkracht van 1{,}5 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
- \(\)Een veer (k = 3 N/m) verlengt 200 cm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 9{,}6 N.
Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer verlengt 860 cm
en ondervindt een veerkracht van 103{,}2 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
Verbetersleutel
- \(F_Z = m . g = (18 kg) . (1{,}62 N/kg) = 29{,}16N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 29{,}16N }\)
- \(\leftarrow F_{Sofiane} = 300 N ; F_{Nada} = 700 N \rightarrow
\\F_R = 700 N - 300 N = 400 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 400 N naar Nada toe}\)
- \(F_Z = m . g = (18 kg) . (11 N/kg) = 198N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 198N }\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{8{,}6 N/kg} = \dfrac{162{,}9 N}{9{,}05 N/kg}
\\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{162{,}9 N .8{,}6 N/kg}{9{,}05 N/kg} = 154{,}8N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 154{,}8N }\)
- \(\rightarrow F_{Rojin} = 600 N ; F_{Ilias} = 400 N \rightarrow
\\F_R = 600 N + 400 N = 1000 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1000 N naar Ilias toe}\)
- \(\leftarrow F_{Ilias} = 1000 N ; F_{Sofiane} = 500 N \rightarrow
\\F_R = 500 N - 1000 N = -500 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 500 N naar Ilias toe}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}81 N/kg} = \dfrac{60{,}2 N}{8{,}6 N/kg}
\\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{60{,}2 N .9{,}81 N/kg}{8{,}6 N/kg} = 68{,}67N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 68{,}67N }\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{12{,}6N}{1{,}8m}
= 7 N/m
\\ \text{De veerconstante is 7 N/m}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{1{,}5N}{0{,}3m}
= 5 N/m
\\ \text{De veerconstante is 5 N/m}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (3 N/m ) . (2 m) = 6N
\\ \text{De veerkracht is 6N}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{9{,}6 N}{2 N/m} = 4{,}8m
\\ \text{De veer rekt 4{,}8 m uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{103{,}2N}{8{,}6m}
= 12 N/m
\\ \text{De veerconstante is 12 N/m}\)