Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 11 N/m) verlengt 3100 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  2. \(\)Een veer verlengt 8100 mm en ondervindt een veerkracht van 56{,}7 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Robin met een kracht van 1000 N. Anissa staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 15 kg op Mars (g = 3{,}72 N/kg)? \(\)
  5. \(\)Een veer (k = 5 N/m) verlengt 3900 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  6. \(\)Een veer (k = 8 N/m) verlengt 2800 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  7. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 20{,}9 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  8. \(\)Een veer (k = 10 N/m) verlengt 8200 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  9. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 45{,}8 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  10. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 18 kg op Aarde (g = 9{,}81 N/kg)? \(\)
  11. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rojin met een kracht van 500 N. Rana trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Een veer (k = 10 N/m) ondervindt een veerkracht van 68 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (11 N/m ) . (3{,}1 m) = 34{,}1N \\ \text{De veerkracht is 34{,}1N}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{56{,}7N}{8{,}1m} = 7 N/m \\ \text{De veerconstante is 7 N/m}\)
  3. \(\rightarrow F_{Robin} = 1000 N ; F_{Anissa} = 700 N \rightarrow \\F_R = 1000 N + 700 N = 1700 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1700 N naar Anissa toe}\)
  4. \(F_Z = m . g = (15 kg) . (3{,}72 N/kg) = 55{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mars is 55{,}8N }\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (5 N/m ) . (3{,}9 m) = 19{,}5N \\ \text{De veerkracht is 19{,}5N}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (8 N/m ) . (2{,}8 m) = 22{,}4N \\ \text{De veerkracht is 22{,}4N}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{20{,}9 N}{11 N/m} = 1{,}9m \\ \text{De veer rekt 1{,}9 m uit}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (10 N/m ) . (8{,}2 m) = 82N \\ \text{De veerkracht is 82N}\)
  9. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{45{,}8N}{22{,}9 N/kg} = 2 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 2 kg}\)
  10. \(F_Z = m . g = (18 kg) . (9{,}81 N/kg) = 176{,}58N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 176{,}58N }\)
  11. \(\rightarrow F_{Rojin} = 500 N ; F_{Rana} = 1000 N \uparrow \\F_R = \sqrt{500^2 + 1000^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1118 N }\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{68 N}{10 N/m} = 6{,}8m \\ \text{De veer rekt 6{,}8 m uit}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-05 16:11:08
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen