Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 20 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)
  2. \(\)Farah en Sofiane trekken aan weerszijden van een winkelkar. Farah trekt met een kracht van 1000 N, Sofiane met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 19 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
  4. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 38{,}92 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg). \(\)
  5. \(\)Farah en Inaya trekken aan weerszijden van een winkelkar. Farah trekt met een kracht van 700 N, Inaya met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 55{,}8 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg). \(\)
  7. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 12{,}96 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Aarde (g = 9{,}81 N/kg). \(\)
  8. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 16 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 5 N/m) verlengt 7500 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  10. \(\)Een veer (k = 10 N/m) verlengt 950 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  11. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Imane met een kracht van 800 N. Nada trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 7{,}9 m en ondervindt een veerkracht van 55{,}3 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_Z = m . g = (20 kg) . (11 N/kg) = 220N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 220N }\)
  2. \(\leftarrow F_{Farah} = 1000 N ; F_{Sofiane} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 1000 N = -600 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 600 N naar Farah toe}\)
  3. \(F_Z = m . g = (19 kg) . (1{,}62 N/kg) = 30{,}78N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 30{,}78N }\)
  4. \(m = \dfrac{F_Z}{22{,}9 N/kg} = \dfrac{38{,}92 N}{2{,}78 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{38{,}92 N .22{,}9 N/kg}{2{,}78 N/kg} = 320{,}6N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Jupiter is 320{,}6N }\)
  5. \(\leftarrow F_{Farah} = 700 N ; F_{Inaya} = 600 N \rightarrow \\F_R = 600 N - 700 N = -100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Farah toe}\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}05 N/kg} = \dfrac{55{,}8 N}{3{,}72 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{55{,}8 N .9{,}05 N/kg}{3{,}72 N/kg} = 135{,}75N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 135{,}75N }\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}81 N/kg} = \dfrac{12{,}96 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{12{,}96 N .9{,}81 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 78{,}48N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 78{,}48N }\)
  8. \(F_Z = m . g = (16 kg) . (1{,}62 N/kg) = 25{,}92N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 25{,}92N }\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (5 N/m ) . (7{,}5 m) = 37{,}5N \\ \text{De veerkracht is 37{,}5N}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (10 N/m ) . (9{,}5 m) = 95N \\ \text{De veerkracht is 95N}\)
  11. \(\rightarrow F_{Imane} = 800 N ; F_{Nada} = 500 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1210 N (o.b.v. schets) }\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{55{,}3N}{7{,}9m} = 7 N/m \\ \text{De veerconstante is 7 N/m}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-04 10:42:20
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen