Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Roukaya en Nada trekken aan weerszijden van een winkelkar. Roukaya trekt met een kracht van 600 N, Nada met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 144{,}8 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Aarde (g = 9{,}81 N/kg). \(\)
  3. \(\)Een veer (k = 6 N/m) verlengt 270 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  4. \(\)Een veer (k = 8 N/m) ondervindt een veerkracht van 56{,}8 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  5. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 0{,}6 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 5{,}56 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  7. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 13 kg op Aarde (g = 9{,}81 N/kg)? \(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Imane met een kracht van 900 N. Nada staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Inaya met een kracht van 800 N. Rana staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 19{,}62 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 4 N/m) ondervindt een veerkracht van 32{,}4 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  12. \(\)Een veer (k = 10 N/m) ondervindt een veerkracht van 10 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\leftarrow F_{Roukaya} = 600 N ; F_{Nada} = 500 N \rightarrow \\F_R = 500 N - 600 N = -100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Roukaya toe}\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}81 N/kg} = \dfrac{144{,}8 N}{9{,}05 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{144{,}8 N .9{,}81 N/kg}{9{,}05 N/kg} = 156{,}96N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 156{,}96N }\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (6 N/m ) . (2{,}7 m) = 16{,}2N \\ \text{De veerkracht is 16{,}2N}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{56{,}8 N}{8 N/m} = 7{,}1m =71 dm \\ \text{De veer rekt 71 dm uit}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{0{,}6 N}{6 N/m} = 0{,}1m =10 cm \\ \text{De veer rekt 10 cm uit}\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{5{,}56N}{2{,}78 N/kg} = 2 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 2 kg}\)
  7. \(F_Z = m . g = (13 kg) . (9{,}81 N/kg) = 127{,}53N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 127{,}53N }\)
  8. \(\rightarrow F_{Imane} = 900 N ; F_{Nada} = 1000 N \rightarrow \\F_R = 900 N + 1000 N = 1900 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1900 N naar Nada toe}\)
  9. \(\rightarrow F_{Inaya} = 800 N ; F_{Rana} = 900 N \rightarrow \\F_R = 800 N + 900 N = 1700 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1700 N naar Rana toe}\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{19{,}62N}{9{,}81 N/kg} = 2 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 2 kg}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{32{,}4 N}{4 N/m} = 8{,}1m \\ \text{De veer rekt 8{,}1 m uit}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{10 N}{10 N/m} = 1m =10 dm \\ \text{De veer rekt 10 dm uit}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-10-14 17:08:07
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen