Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
- \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Anissa met een kracht van 1000 N.
Bilal staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 800 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 85{,}47 N.
Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
- \(\)Ilias en Roukaya trekken aan weerszijden van een winkelkar.
Ilias trekt met een kracht van 700 N, Roukaya met een kracht van 600 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Een veer (k = 5 N/m) ondervindt een veerkracht van 33{,}5 N.
Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer (k = 7 N/m) ondervindt een veerkracht van 16{,}1 N.
Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer verlengt 2{,}6 m
en ondervindt een veerkracht van 13 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
- \(\)Een veer (k = 5 N/m) ondervindt een veerkracht van 3 N.
Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer (k = 9 N/m) ondervindt een veerkracht van 22{,}5 N.
Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 8 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
- \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 4 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
- \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 8 kg op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg)? \(\)
- \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Sofiane met een kracht van 700 N.
Imane staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 300 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
Verbetersleutel
- \(\rightarrow F_{Anissa} = 1000 N ; F_{Bilal} = 800 N \rightarrow
\\F_R = 1000 N + 800 N = 1800 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1800 N naar Bilal toe}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{85{,}47N}{7{,}77 N/kg} = 11 kg
\\ \text{De massa van het voorwerp is 11 kg}\)
- \(\leftarrow F_{Ilias} = 700 N ; F_{Roukaya} = 600 N \rightarrow
\\F_R = 600 N - 700 N = -100 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Ilias toe}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{33{,}5 N}{5 N/m} = 6{,}7m =670 cm
\\ \text{De veer rekt 670 cm uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{16{,}1 N}{7 N/m} = 2{,}3m =230 cm
\\ \text{De veer rekt 230 cm uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{13N}{2{,}6m}
= 5 N/m
\\ \text{De veerconstante is 5 N/m}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{3 N}{5 N/m} = 0{,}6m =60 cm
\\ \text{De veer rekt 60 cm uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{22{,}5 N}{9 N/m} = 2{,}5m =25 dm
\\ \text{De veer rekt 25 dm uit}\)
- \(F_Z = m . g = (8 kg) . (1{,}62 N/kg) = 12{,}96N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 12{,}96N }\)
- \(F_Z = m . g = (4 kg) . (1{,}62 N/kg) = 6{,}48N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 6{,}48N }\)
- \(F_Z = m . g = (8 kg) . (2{,}78 N/kg) = 22{,}24N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 22{,}24N }\)
- \(\rightarrow F_{Sofiane} = 700 N ; F_{Imane} = 300 N \rightarrow
\\F_R = 700 N + 300 N = 1000 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1000 N naar Imane toe}\)