Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 10 N/m) ondervindt een veerkracht van 65 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  2. \(\)Nabil en Dina trekken aan weerszijden van een winkelkar. Nabil trekt met een kracht van 400 N, Dina met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer (k = 12 N/m) verlengt 9{,}1 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  4. \(\)Een veer (k = 2 N/m) verlengt 1700 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  5. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 297{,}7 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg). \(\)
  6. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 23{,}31 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  7. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 8{,}34 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op de maan (g = 1{,}62 N/kg). \(\)
  8. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 9{,}72 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)
  9. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 183{,}2 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op de maan (g = 1{,}62 N/kg). \(\)
  10. \(\)Rana en Dina trekken aan weerszijden van een winkelkar. Rana trekt met een kracht van 1000 N, Dina met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Bilal en Robin trekken aan weerszijden van een winkelkar. Bilal trekt met een kracht van 900 N, Robin met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 7 m en ondervindt een veerkracht van 63 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{65 N}{10 N/m} = 6{,}5m =65 dm \\ \text{De veer rekt 65 dm uit}\)
  2. \(\leftarrow F_{Nabil} = 400 N ; F_{Dina} = 500 N \rightarrow \\F_R = 500 N - 400 N = 100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Dina toe}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (12 N/m ) . (9{,}1 m) = 109{,}2N \\ \text{De veerkracht is 109{,}2N}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (2 N/m ) . (1{,}7 m) = 3{,}4N \\ \text{De veerkracht is 3{,}4N}\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{2{,}78 N/kg} = \dfrac{297{,}7 N}{22{,}9 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{297{,}7 N .2{,}78 N/kg}{22{,}9 N/kg} = 36{,}14N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 36{,}14N }\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{23{,}31N}{7{,}77 N/kg} = 3 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 3 kg}\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{1{,}62 N/kg} = \dfrac{8{,}34 N}{2{,}78 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{8{,}34 N .1{,}62 N/kg}{2{,}78 N/kg} = 4{,}86N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 4{,}86N }\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{9{,}72 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{9{,}72 N .11 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 66N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 66N }\)
  9. \(m = \dfrac{F_Z}{1{,}62 N/kg} = \dfrac{183{,}2 N}{22{,}9 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{183{,}2 N .1{,}62 N/kg}{22{,}9 N/kg} = 12{,}96N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 12{,}96N }\)
  10. \(\leftarrow F_{Rana} = 1000 N ; F_{Dina} = 500 N \rightarrow \\F_R = 500 N - 1000 N = -500 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 500 N naar Rana toe}\)
  11. \(\leftarrow F_{Bilal} = 900 N ; F_{Robin} = 300 N \rightarrow \\F_R = 300 N - 900 N = -600 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 600 N naar Bilal toe}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{63N}{7m} = 9 N/m \\ \text{De veerconstante is 9 N/m}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-19 13:18:33
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen