Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 75{,}9 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  2. \(\)Een veer (k = 7 N/m) ondervindt een veerkracht van 49{,}7 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rana met een kracht van 900 N. Dina trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 36{,}14 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)
  5. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Ilias met een kracht van 300 N. Robin staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Een veer (k = 9 N/m) verlengt 5{,}9 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  7. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Farah met een kracht van 700 N. Roukaya trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Nabil met een kracht van 800 N. Nada staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een veer (k = 12 N/m) ondervindt een veerkracht van 6 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  10. \(\)Een veer (k = 8 N/m) ondervindt een veerkracht van 30{,}4 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  11. \(\)Een veer verlengt 10 dm en ondervindt een veerkracht van 10 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  12. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Zaid met een kracht van 500 N. Robin staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{75{,}9 N}{11 N/m} = 6{,}9m =690 cm \\ \text{De veer rekt 690 cm uit}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{49{,}7 N}{7 N/m} = 7{,}1m \\ \text{De veer rekt 7{,}1 m uit}\)
  3. \(\rightarrow F_{Rana} = 900 N ; F_{Dina} = 600 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1390 N (o.b.v. schets) }\)
  4. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{36{,}14 N}{2{,}78 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{36{,}14 N .11 N/kg}{2{,}78 N/kg} = 143N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 143N }\)
  5. \(\rightarrow F_{Ilias} = 300 N ; F_{Robin} = 1000 N \rightarrow \\F_R = 300 N + 1000 N = 1300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1300 N naar Robin toe}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (9 N/m ) . (5{,}9 m) = 53{,}1N \\ \text{De veerkracht is 53{,}1N}\)
  7. \(\rightarrow F_{Farah} = 700 N ; F_{Roukaya} = 300 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 940 N (o.b.v. schets) }\)
  8. \(\rightarrow F_{Nabil} = 800 N ; F_{Nada} = 500 N \rightarrow \\F_R = 800 N + 500 N = 1300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1300 N naar Nada toe}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{6 N}{12 N/m} = 0{,}5m \\ \text{De veer rekt 0{,}5 m uit}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{30{,}4 N}{8 N/m} = 3{,}8m =380 cm \\ \text{De veer rekt 380 cm uit}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{10N}{1m} = 10 N/m \\ \text{De veerconstante is 10 N/m}\)
  12. \(\rightarrow F_{Zaid} = 500 N ; F_{Robin} = 400 N \rightarrow \\F_R = 500 N + 400 N = 900 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 900 N naar Robin toe}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-21 05:29:38
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen