Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 1{,}2 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Imane met een kracht van 400 N. Inaya staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer verlengt 81 dm en ondervindt een veerkracht van 32{,}4 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  4. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 15{,}2 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  5. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 99{,}55 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Venus (g = 8{,}6 N/kg). \(\)
  6. \(\)Een veer (k = 5 N/m) ondervindt een veerkracht van 16{,}5 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  7. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 10 kg op Aarde (g = 9{,}81 N/kg)? \(\)
  8. \(\)Een veer (k = 8 N/m) verlengt 870 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 11 N/m) verlengt 5 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  10. \(\)Een veer (k = 8 N/m) verlengt 1600 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 12 N/m) ondervindt een veerkracht van 90 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  12. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Rojin met een kracht van 300 N. Inaya staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{1{,}2 N}{2 N/m} = 0{,}6m \\ \text{De veer rekt 0{,}6 m uit}\)
  2. \(\rightarrow F_{Imane} = 400 N ; F_{Inaya} = 900 N \rightarrow \\F_R = 400 N + 900 N = 1300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1300 N naar Inaya toe}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{32{,}4N}{8{,}1m} = 4 N/m \\ \text{De veerconstante is 4 N/m}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{15{,}2 N}{2 N/m} = 7{,}6m \\ \text{De veer rekt 7{,}6 m uit}\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{8{,}6 N/kg} = \dfrac{99{,}55 N}{9{,}05 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{99{,}55 N .8{,}6 N/kg}{9{,}05 N/kg} = 94{,}6N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 94{,}6N }\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{16{,}5 N}{5 N/m} = 3{,}3m =3300 mm \\ \text{De veer rekt 3300 mm uit}\)
  7. \(F_Z = m . g = (10 kg) . (9{,}81 N/kg) = 98{,}1N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 98{,}1N }\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (8 N/m ) . (8{,}7 m) = 69{,}6N \\ \text{De veerkracht is 69{,}6N}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (11 N/m ) . (5 m) = 55N \\ \text{De veerkracht is 55N}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (8 N/m ) . (1{,}6 m) = 12{,}8N \\ \text{De veerkracht is 12{,}8N}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{90 N}{12 N/m} = 7{,}5m \\ \text{De veer rekt 7{,}5 m uit}\)
  12. \(\rightarrow F_{Rojin} = 300 N ; F_{Inaya} = 800 N \rightarrow \\F_R = 300 N + 800 N = 1100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1100 N naar Inaya toe}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-05-10 23:33:55
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen