Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
- \(\)Een veer verlengt 460 cm
en ondervindt een veerkracht van 36{,}8 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
- \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 4 kg op Venus (g = 8{,}6 N/kg)? \(\)
- \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Anissa met een kracht van 400 N.
Zaid trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 800 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Een veer (k = 9 N/m) ondervindt een veerkracht van 72{,}9 N.
Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Bilal met een kracht van 800 N.
Rana staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 500 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Een veer (k = 3 N/m) ondervindt een veerkracht van 11{,}7 N.
Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
- \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 139{,}86 N.
Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
- \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 29{,}43 N.
Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
- \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 52{,}8 N.
Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer (k = 8 N/m) ondervindt een veerkracht van 38{,}4 N.
Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer (k = 10 N/m) verlengt 9300 mm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Een veer verlengt 2900 mm
en ondervindt een veerkracht van 11{,}6 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
Verbetersleutel
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{36{,}8N}{4{,}6m}
= 8 N/m
\\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
- \(F_Z = m . g = (4 kg) . (8{,}6 N/kg) = 34{,}4N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 34{,}4N }\)
- \(\rightarrow F_{Anissa} = 400 N ; F_{Zaid} = 800 N \uparrow
\\F_R = \sqrt{400^2 + 800^2} N \text{(Pythagoras)}
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 894{,}4 N }\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{72{,}9 N}{9 N/m} = 8{,}1m =810 cm
\\ \text{De veer rekt 810 cm uit}\)
- \(\rightarrow F_{Bilal} = 800 N ; F_{Rana} = 500 N \rightarrow
\\F_R = 800 N + 500 N = 1300 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1300 N naar Rana toe}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{11{,}7 N}{3 N/m} = 3{,}9m
\\ \text{De veer rekt 3{,}9 m uit}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{139{,}86N}{7{,}77 N/kg} = 18 kg
\\ \text{De massa van het voorwerp is 18 kg}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{29{,}43N}{9{,}81 N/kg} = 3 kg
\\ \text{De massa van het voorwerp is 3 kg}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{52{,}8 N}{11 N/m} = 4{,}8m
\\ \text{De veer rekt 4{,}8 m uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{38{,}4 N}{8 N/m} = 4{,}8m =480 cm
\\ \text{De veer rekt 480 cm uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (10 N/m ) . (9{,}3 m) = 93N
\\ \text{De veerkracht is 93N}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{11{,}6N}{2{,}9m}
= 4 N/m
\\ \text{De veerconstante is 4 N/m}\)