Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 389{,}3 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Nabil met een kracht van 700 N. Sofiane staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Zaid met een kracht van 600 N. Rana staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Een veer verlengt 1600 mm en ondervindt een veerkracht van 3{,}2 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  5. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 14 kg op Venus (g = 8{,}6 N/kg)? \(\)
  6. \(\)Een veer (k = 4 N/m) ondervindt een veerkracht van 10 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  7. \(\)Een veer (k = 11 N/m) verlengt 2{,}1 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Farah met een kracht van 700 N. Nabil trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Roukaya met een kracht van 300 N. Robin trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 19 kg op Venus (g = 8{,}6 N/kg)? \(\)
  11. \(\)Ilias en Farah trekken aan weerszijden van een winkelkar. Ilias trekt met een kracht van 500 N, Farah met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 510 cm en ondervindt een veerkracht van 20{,}4 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{389{,}3 N}{22{,}9 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{389{,}3 N .11 N/kg}{22{,}9 N/kg} = 187N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 187N }\)
  2. \(\rightarrow F_{Nabil} = 700 N ; F_{Sofiane} = 600 N \rightarrow \\F_R = 700 N + 600 N = 1300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1300 N naar Sofiane toe}\)
  3. \(\rightarrow F_{Zaid} = 600 N ; F_{Rana} = 900 N \rightarrow \\F_R = 600 N + 900 N = 1500 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1500 N naar Rana toe}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{3{,}2N}{1{,}6m} = 2 N/m \\ \text{De veerconstante is 2 N/m}\)
  5. \(F_Z = m . g = (14 kg) . (8{,}6 N/kg) = 120{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 120{,}4N }\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{10 N}{4 N/m} = 2{,}5m =25 dm \\ \text{De veer rekt 25 dm uit}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (11 N/m ) . (2{,}1 m) = 23{,}1N \\ \text{De veerkracht is 23{,}1N}\)
  8. \(\rightarrow F_{Farah} = 700 N ; F_{Nabil} = 400 N \uparrow \\F_R = \sqrt{700^2 + 400^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 806{,}2 N }\)
  9. \(\rightarrow F_{Roukaya} = 300 N ; F_{Robin} = 900 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1130 N (o.b.v. schets) }\)
  10. \(F_Z = m . g = (19 kg) . (8{,}6 N/kg) = 163{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 163{,}4N }\)
  11. \(\leftarrow F_{Ilias} = 500 N ; F_{Farah} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 500 N = -100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Ilias toe}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{20{,}4N}{5{,}1m} = 4 N/m \\ \text{De veerconstante is 4 N/m}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2025-04-06 07:33:00
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen