Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 19{,}2 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  2. \(\)Een veer verlengt 510 cm en ondervindt een veerkracht van 40{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  3. \(\)Imane en Rojin trekken aan weerszijden van een winkelkar. Imane trekt met een kracht van 600 N, Rojin met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Ilias en Zaid trekken aan weerszijden van een winkelkar. Ilias trekt met een kracht van 700 N, Zaid met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 4{,}2 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Imane met een kracht van 900 N. Nabil trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Zaid met een kracht van 500 N. Inaya trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Een veer verlengt 5300 mm en ondervindt een veerkracht van 68{,}9 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 4 N/m) ondervindt een veerkracht van 11{,}2 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  10. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 251{,}9 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Uranus (g = 7{,}77 N/kg). \(\)
  11. \(\)Een veer verlengt 30 cm en ondervindt een veerkracht van 3{,}6 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  12. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Nabil met een kracht van 700 N. Farah staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{19{,}2 N}{2 N/m} = 9{,}6m =9600 mm \\ \text{De veer rekt 9600 mm uit}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{40{,}8N}{5{,}1m} = 8 N/m \\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
  3. \(\leftarrow F_{Imane} = 600 N ; F_{Rojin} = 700 N \rightarrow \\F_R = 700 N - 600 N = 100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Rojin toe}\)
  4. \(\leftarrow F_{Ilias} = 700 N ; F_{Zaid} = 600 N \rightarrow \\F_R = 600 N - 700 N = -100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Ilias toe}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{4{,}2 N}{2 N/m} = 2{,}1m =210 cm \\ \text{De veer rekt 210 cm uit}\)
  6. \(\rightarrow F_{Imane} = 900 N ; F_{Nabil} = 500 N \uparrow \\F_R = \sqrt{900^2 + 500^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1029{,}6 N }\)
  7. \(\rightarrow F_{Zaid} = 500 N ; F_{Inaya} = 800 N \uparrow \\F_R = \sqrt{500^2 + 800^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 943{,}4 N }\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{68{,}9N}{5{,}3m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{11{,}2 N}{4 N/m} = 2{,}8m =2800 mm \\ \text{De veer rekt 2800 mm uit}\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{7{,}77 N/kg} = \dfrac{251{,}9 N}{22{,}9 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{251{,}9 N .7{,}77 N/kg}{22{,}9 N/kg} = 85{,}47N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 85{,}47N }\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{3{,}6N}{0{,}3m} = 12 N/m \\ \text{De veerconstante is 12 N/m}\)
  12. \(\rightarrow F_{Nabil} = 700 N ; F_{Farah} = 500 N \rightarrow \\F_R = 700 N + 500 N = 1200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1200 N naar Farah toe}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-06 05:50:55
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen