Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Inaya met een kracht van 700 N. Robin staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Een veer (k = 12 N/m) ondervindt een veerkracht van 73{,}2 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  3. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 251{,}9 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)
  4. \(\)Farah en Zaid trekken aan weerszijden van een winkelkar. Farah trekt met een kracht van 600 N, Zaid met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Een veer (k = 8 N/m) ondervindt een veerkracht van 16 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 14 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)
  7. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Anissa met een kracht van 600 N. Ilias staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Inaya met een kracht van 800 N. Roukaya trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een veer verlengt 5{,}2 m en ondervindt een veerkracht van 62{,}4 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Zaid met een kracht van 800 N. Inaya staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 4{,}8 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 1{,}6 m en ondervindt een veerkracht van 11{,}2 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Inaya} = 700 N ; F_{Robin} = 600 N \rightarrow \\F_R = 700 N + 600 N = 1300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1300 N naar Robin toe}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{73{,}2 N}{12 N/m} = 6{,}1m =6100 mm \\ \text{De veer rekt 6100 mm uit}\)
  3. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{251{,}9 N}{22{,}9 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{251{,}9 N .11 N/kg}{22{,}9 N/kg} = 121N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 121N }\)
  4. \(\leftarrow F_{Farah} = 600 N ; F_{Zaid} = 800 N \rightarrow \\F_R = 800 N - 600 N = 200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Zaid toe}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{16 N}{8 N/m} = 2m \\ \text{De veer rekt 2 m uit}\)
  6. \(F_Z = m . g = (14 kg) . (11 N/kg) = 154N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 154N }\)
  7. \(\rightarrow F_{Anissa} = 600 N ; F_{Ilias} = 400 N \rightarrow \\F_R = 600 N + 400 N = 1000 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1000 N naar Ilias toe}\)
  8. \(\rightarrow F_{Inaya} = 800 N ; F_{Roukaya} = 1000 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1660 N (o.b.v. schets) }\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{62{,}4N}{5{,}2m} = 12 N/m \\ \text{De veerconstante is 12 N/m}\)
  10. \(\rightarrow F_{Zaid} = 800 N ; F_{Inaya} = 900 N \rightarrow \\F_R = 800 N + 900 N = 1700 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1700 N naar Inaya toe}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{4{,}8 N}{6 N/m} = 0{,}8m =80 cm \\ \text{De veer rekt 80 cm uit}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{11{,}2N}{1{,}6m} = 7 N/m \\ \text{De veerconstante is 7 N/m}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-22 09:03:22
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen