Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 10 kg op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg)? \(\)
  2. \(\)Dina en Anissa trekken aan weerszijden van een winkelkar. Dina trekt met een kracht van 500 N, Anissa met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer (k = 7 N/m) verlengt 6300 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  4. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 11{,}16 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  5. \(\)Ilias en Rana trekken aan weerszijden van een winkelkar. Ilias trekt met een kracht van 700 N, Rana met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nada met een kracht van 600 N. Zaid trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Een veer verlengt 44 dm en ondervindt een veerkracht van 35{,}2 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  8. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 220 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  9. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 30{,}78 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg). \(\)
  10. \(\)Een veer verlengt 6100 mm en ondervindt een veerkracht van 54{,}9 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  11. \(\)Een veer verlengt 4 dm en ondervindt een veerkracht van 4{,}4 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  12. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 16 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_Z = m . g = (10 kg) . (9{,}05 N/kg) = 90{,}5N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 90{,}5N }\)
  2. \(\leftarrow F_{Dina} = 500 N ; F_{Anissa} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 500 N = -100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Dina toe}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (7 N/m ) . (6{,}3 m) = 44{,}1N \\ \text{De veerkracht is 44{,}1N}\)
  4. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{11{,}16N}{3{,}72 N/kg} = 3 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 3 kg}\)
  5. \(\leftarrow F_{Ilias} = 700 N ; F_{Rana} = 1000 N \rightarrow \\F_R = 1000 N - 700 N = 300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Rana toe}\)
  6. \(\rightarrow F_{Nada} = 600 N ; F_{Zaid} = 500 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1020 N (o.b.v. schets) }\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{35{,}2N}{4{,}4m} = 8 N/m \\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{220N}{11 N/kg} = 20 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
  9. \(m = \dfrac{F_Z}{2{,}78 N/kg} = \dfrac{30{,}78 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{30{,}78 N .2{,}78 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 52{,}82N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 52{,}82N }\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{54{,}9N}{6{,}1m} = 9 N/m \\ \text{De veerconstante is 9 N/m}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{4{,}4N}{0{,}4m} = 11 N/m \\ \text{De veerconstante is 11 N/m}\)
  12. \(F_Z = m . g = (16 kg) . (11 N/kg) = 176N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 176N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-26 19:30:10
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen