Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 7 N/m) ondervindt een veerkracht van 49 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  2. \(\)Ilias en Rojin trekken aan weerszijden van een winkelkar. Ilias trekt met een kracht van 1000 N, Rojin met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 43 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op de maan (g = 1{,}62 N/kg). \(\)
  4. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Rojin met een kracht van 400 N. Nada staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 14 kg op Venus (g = 8{,}6 N/kg)? \(\)
  6. \(\)Een veer verlengt 5 dm en ondervindt een veerkracht van 3 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  7. \(\)Nada en Inaya trekken aan weerszijden van een winkelkar. Nada trekt met een kracht van 300 N, Inaya met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Een veer (k = 12 N/m) ondervindt een veerkracht van 66 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  9. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 45{,}25 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  10. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 12 kg op Venus (g = 8{,}6 N/kg)? \(\)
  11. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 297{,}7 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Uranus (g = 7{,}77 N/kg). \(\)
  12. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 14 kg op Uranus (g = 7{,}77 N/kg)? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{49 N}{7 N/m} = 7m =70 dm \\ \text{De veer rekt 70 dm uit}\)
  2. \(\leftarrow F_{Ilias} = 1000 N ; F_{Rojin} = 700 N \rightarrow \\F_R = 700 N - 1000 N = -300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Ilias toe}\)
  3. \(m = \dfrac{F_Z}{1{,}62 N/kg} = \dfrac{43 N}{8{,}6 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{43 N .1{,}62 N/kg}{8{,}6 N/kg} = 8{,}1N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 8{,}1N }\)
  4. \(\rightarrow F_{Rojin} = 400 N ; F_{Nada} = 900 N \rightarrow \\F_R = 400 N + 900 N = 1300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1300 N naar Nada toe}\)
  5. \(F_Z = m . g = (14 kg) . (8{,}6 N/kg) = 120{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 120{,}4N }\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{3N}{0{,}5m} = 6 N/m \\ \text{De veerconstante is 6 N/m}\)
  7. \(\leftarrow F_{Nada} = 300 N ; F_{Inaya} = 1000 N \rightarrow \\F_R = 1000 N - 300 N = 700 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 700 N naar Inaya toe}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{66 N}{12 N/m} = 5{,}5m \\ \text{De veer rekt 5{,}5 m uit}\)
  9. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{45{,}25N}{9{,}05 N/kg} = 5 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 5 kg}\)
  10. \(F_Z = m . g = (12 kg) . (8{,}6 N/kg) = 103{,}2N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 103{,}2N }\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{7{,}77 N/kg} = \dfrac{297{,}7 N}{22{,}9 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{297{,}7 N .7{,}77 N/kg}{22{,}9 N/kg} = 101{,}01N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 101{,}01N }\)
  12. \(F_Z = m . g = (14 kg) . (7{,}77 N/kg) = 108{,}78N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 108{,}78N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-24 22:39:46
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen