Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
- \(\)Dina en Ilias trekken aan weerszijden van een winkelkar.
Dina trekt met een kracht van 700 N, Ilias met een kracht van 1000 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 74{,}4 N.
Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
- \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 40{,}92 N.
Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Aarde (g = 9{,}81 N/kg). \(\)
- \(\)Een veer verlengt 51 dm
en ondervindt een veerkracht van 61{,}2 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
- \(\)Een veer (k = 9 N/m) ondervindt een veerkracht van 66{,}6 N.
Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een veer verlengt 5200 mm
en ondervindt een veerkracht van 41{,}6 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
- \(\)Een veer (k = 8 N/m) verlengt 2200 mm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 196{,}2 N.
Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
- \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Ilias met een kracht van 400 N.
Imane trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 300 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Een veer (k = 7 N/m) verlengt 35 dm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Een veer (k = 13 N/m) verlengt 700 mm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Een veer (k = 7 N/m) ondervindt een veerkracht van 35 N.
Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
Verbetersleutel
- \(\leftarrow F_{Dina} = 700 N ; F_{Ilias} = 1000 N \rightarrow
\\F_R = 1000 N - 700 N = 300 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Ilias toe}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{74{,}4N}{3{,}72 N/kg} = 20 kg
\\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}81 N/kg} = \dfrac{40{,}92 N}{3{,}72 N/kg}
\\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{40{,}92 N .9{,}81 N/kg}{3{,}72 N/kg} = 107{,}91N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 107{,}91N }\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{61{,}2N}{5{,}1m}
= 12 N/m
\\ \text{De veerconstante is 12 N/m}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{66{,}6 N}{9 N/m} = 7{,}4m =740 cm
\\ \text{De veer rekt 740 cm uit}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{41{,}6N}{5{,}2m}
= 8 N/m
\\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (8 N/m ) . (2{,}2 m) = 17{,}6N
\\ \text{De veerkracht is 17{,}6N}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{196{,}2N}{9{,}81 N/kg} = 20 kg
\\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
- \(\rightarrow F_{Ilias} = 400 N ; F_{Imane} = 300 N \nearrow
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 650 N (o.b.v. schets) }\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (7 N/m ) . (3{,}5 m) = 24{,}5N
\\ \text{De veerkracht is 24{,}5N}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (13 N/m ) . (0{,}7 m) = 9{,}1N
\\ \text{De veerkracht is 9{,}1N}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{35 N}{7 N/m} = 5m =50 dm
\\ \text{De veer rekt 50 dm uit}\)