Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer verlengt 3{,}4 m en ondervindt een veerkracht van 44{,}2 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  2. \(\)Een veer verlengt 840 cm en ondervindt een veerkracht van 109{,}2 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  3. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 124{,}32 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  4. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 19 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)
  5. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Robin met een kracht van 400 N. Roukaya trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 196{,}2 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  7. \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 163{,}4 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  8. \(\)Een veer (k = 3 N/m) ondervindt een veerkracht van 29{,}4 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 12 N/m) ondervindt een veerkracht van 20{,}4 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Sofiane met een kracht van 800 N. Dina trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Robin met een kracht van 300 N. Roukaya staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 187 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{44{,}2N}{3{,}4m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{109{,}2N}{8{,}4m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  3. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{124{,}32N}{7{,}77 N/kg} = 16 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 16 kg}\)
  4. \(F_Z = m . g = (19 kg) . (11 N/kg) = 209N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 209N }\)
  5. \(\rightarrow F_{Robin} = 400 N ; F_{Roukaya} = 700 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1020 N (o.b.v. schets) }\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{196{,}2N}{9{,}81 N/kg} = 20 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{163{,}4N}{8{,}6 N/kg} = 19 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 19 kg}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{29{,}4 N}{3 N/m} = 9{,}8m =98 dm \\ \text{De veer rekt 98 dm uit}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{20{,}4 N}{12 N/m} = 1{,}7m =170 cm \\ \text{De veer rekt 170 cm uit}\)
  10. \(\rightarrow F_{Sofiane} = 800 N ; F_{Dina} = 900 N \uparrow \\F_R = \sqrt{800^2 + 900^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1204{,}2 N }\)
  11. \(\rightarrow F_{Robin} = 300 N ; F_{Roukaya} = 700 N \rightarrow \\F_R = 300 N + 700 N = 1000 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1000 N naar Roukaya toe}\)
  12. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{187N}{11 N/kg} = 17 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 17 kg}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-09 02:29:40
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen