Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer (k = 4 N/m) ondervindt een veerkracht van 34{,}4 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Imane met een kracht van 1000 N. Dina trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Imane met een kracht van 500 N. Sofiane trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Nada en Rana trekken aan weerszijden van een winkelkar. Nada trekt met een kracht van 900 N, Rana met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 108{,}78 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  6. \(\)Rojin en Dina trekken aan weerszijden van een winkelkar. Rojin trekt met een kracht van 1000 N, Dina met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nada met een kracht van 700 N. Bilal trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 19{,}62 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  9. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 166{,}77 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  10. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 90{,}5 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  11. \(\)Een veer verlengt 4300 mm en ondervindt een veerkracht van 51{,}6 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  12. \(\)Een veer (k = 10 N/m) verlengt 8400 mm . Wat is de veerkracht? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{34{,}4 N}{4 N/m} = 8{,}6m \\ \text{De veer rekt 8{,}6 m uit}\)
  2. \(\rightarrow F_{Imane} = 1000 N ; F_{Dina} = 400 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1310 N (o.b.v. schets) }\)
  3. \(\rightarrow F_{Imane} = 500 N ; F_{Sofiane} = 600 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1020 N (o.b.v. schets) }\)
  4. \(\leftarrow F_{Nada} = 900 N ; F_{Rana} = 500 N \rightarrow \\F_R = 500 N - 900 N = -400 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 400 N naar Nada toe}\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{108{,}78N}{7{,}77 N/kg} = 14 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 14 kg}\)
  6. \(\leftarrow F_{Rojin} = 1000 N ; F_{Dina} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 1000 N = -600 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 600 N naar Rojin toe}\)
  7. \(\rightarrow F_{Nada} = 700 N ; F_{Bilal} = 500 N \uparrow \\F_R = \sqrt{700^2 + 500^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 860{,}2 N }\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{19{,}62N}{9{,}81 N/kg} = 2 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 2 kg}\)
  9. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{166{,}77N}{9{,}81 N/kg} = 17 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 17 kg}\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{90{,}5N}{9{,}05 N/kg} = 10 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 10 kg}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{51{,}6N}{4{,}3m} = 12 N/m \\ \text{De veerconstante is 12 N/m}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (10 N/m ) . (8{,}4 m) = 84N \\ \text{De veerkracht is 84N}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-15 07:42:28
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen