Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 10 kg op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg)? \(\)
  2. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 114{,}5 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  3. \(\)Een veer verlengt 4600 mm en ondervindt een veerkracht van 23 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  4. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 156{,}96 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  5. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 2 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
  6. \(\)Een veer verlengt 20 dm en ondervindt een veerkracht van 18 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  7. \(\)Een veer verlengt 2300 mm en ondervindt een veerkracht van 6{,}9 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  8. \(\)Nada en Dina trekken aan weerszijden van een winkelkar. Nada trekt met een kracht van 500 N, Dina met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 63{,}24 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Aarde (g = 9{,}81 N/kg). \(\)
  10. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 43{,}8 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  11. \(\)Ilias en Bilal trekken aan weerszijden van een winkelkar. Ilias trekt met een kracht van 700 N, Bilal met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 181 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_Z = m . g = (10 kg) . (2{,}78 N/kg) = 27{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 27{,}8N }\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{114{,}5N}{22{,}9 N/kg} = 5 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 5 kg}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{23N}{4{,}6m} = 5 N/m \\ \text{De veerconstante is 5 N/m}\)
  4. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{156{,}96N}{9{,}81 N/kg} = 16 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 16 kg}\)
  5. \(F_Z = m . g = (2 kg) . (1{,}62 N/kg) = 3{,}24N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 3{,}24N }\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{18N}{2m} = 9 N/m \\ \text{De veerconstante is 9 N/m}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{6{,}9N}{2{,}3m} = 3 N/m \\ \text{De veerconstante is 3 N/m}\)
  8. \(\leftarrow F_{Nada} = 500 N ; F_{Dina} = 300 N \rightarrow \\F_R = 300 N - 500 N = -200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Nada toe}\)
  9. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}81 N/kg} = \dfrac{63{,}24 N}{3{,}72 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{63{,}24 N .9{,}81 N/kg}{3{,}72 N/kg} = 166{,}77N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 166{,}77N }\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{43{,}8 N}{6 N/m} = 7{,}3m \\ \text{De veer rekt 7{,}3 m uit}\)
  11. \(\leftarrow F_{Ilias} = 700 N ; F_{Bilal} = 500 N \rightarrow \\F_R = 500 N - 700 N = -200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Ilias toe}\)
  12. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{181N}{9{,}05 N/kg} = 20 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-18 02:55:29
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen