Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer verlengt 8{,}5 m en ondervindt een veerkracht van 17 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  2. \(\)Een veer verlengt 8800 mm en ondervindt een veerkracht van 17{,}6 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  3. \(\)Dina en Farah trekken aan weerszijden van een winkelkar. Dina trekt met een kracht van 700 N, Farah met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 38{,}92 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)
  5. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 14 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Een veer (k = 12 N/m) verlengt 38 dm . Wat is de veerkracht? \(\)
  7. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Nabil met een kracht van 900 N. Nada staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 69{,}93 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg). \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 13 N/m) verlengt 590 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  10. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 99{,}55 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  11. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 15 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)
  12. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 25{,}3 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{17N}{8{,}5m} = 2 N/m \\ \text{De veerconstante is 2 N/m}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{17{,}6N}{8{,}8m} = 2 N/m \\ \text{De veerconstante is 2 N/m}\)
  3. \(\leftarrow F_{Dina} = 700 N ; F_{Farah} = 800 N \rightarrow \\F_R = 800 N - 700 N = 100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Farah toe}\)
  4. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{38{,}92 N}{2{,}78 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{38{,}92 N .11 N/kg}{2{,}78 N/kg} = 154N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 154N }\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{14 N}{2 N/m} = 7m =700 cm \\ \text{De veer rekt 700 cm uit}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (12 N/m ) . (3{,}8 m) = 45{,}6N \\ \text{De veerkracht is 45{,}6N}\)
  7. \(\rightarrow F_{Nabil} = 900 N ; F_{Nada} = 600 N \rightarrow \\F_R = 900 N + 600 N = 1500 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1500 N naar Nada toe}\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}05 N/kg} = \dfrac{69{,}93 N}{7{,}77 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{69{,}93 N .9{,}05 N/kg}{7{,}77 N/kg} = 81{,}45N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 81{,}45N }\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (13 N/m ) . (5{,}9 m) = 76{,}7N \\ \text{De veerkracht is 76{,}7N}\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{99{,}55N}{9{,}05 N/kg} = 11 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 11 kg}\)
  11. \(F_Z = m . g = (15 kg) . (1{,}62 N/kg) = 24{,}3N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 24{,}3N }\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{25{,}3 N}{11 N/m} = 2{,}3m \\ \text{De veer rekt 2{,}3 m uit}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-20 16:30:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen