Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 45{,}25 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  2. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 88 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  3. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 69{,}93 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Mars (g = 3{,}72 N/kg). \(\)
  4. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 17 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)
  5. \(\)Nabil en Bilal trekken aan weerszijden van een winkelkar. Nabil trekt met een kracht van 600 N, Bilal met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 33 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  7. \(\)Een veer verlengt 68 dm en ondervindt een veerkracht van 88{,}4 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  8. \(\)Een veer verlengt 10 cm en ondervindt een veerkracht van 1{,}1 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  9. \(\)Een veer verlengt 820 cm en ondervindt een veerkracht van 24{,}6 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  10. \(\)Een veer verlengt 530 cm en ondervindt een veerkracht van 26{,}5 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  11. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 29{,}16 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg). \(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 45 dm en ondervindt een veerkracht van 31{,}5 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{45{,}25N}{9{,}05 N/kg} = 5 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 5 kg}\)
  2. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{88N}{11 N/kg} = 8 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 8 kg}\)
  3. \(m = \dfrac{F_Z}{3{,}72 N/kg} = \dfrac{69{,}93 N}{7{,}77 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{69{,}93 N .3{,}72 N/kg}{7{,}77 N/kg} = 33{,}48N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mars is 33{,}48N }\)
  4. \(F_Z = m . g = (17 kg) . (11 N/kg) = 187N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 187N }\)
  5. \(\leftarrow F_{Nabil} = 600 N ; F_{Bilal} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 600 N = -200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Nabil toe}\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{33N}{11 N/kg} = 3 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 3 kg}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{88{,}4N}{6{,}8m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  8. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{1{,}1N}{0{,}1m} = 11 N/m \\ \text{De veerconstante is 11 N/m}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{24{,}6N}{8{,}2m} = 3 N/m \\ \text{De veerconstante is 3 N/m}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{26{,}5N}{5{,}3m} = 5 N/m \\ \text{De veerconstante is 5 N/m}\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{22{,}9 N/kg} = \dfrac{29{,}16 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{29{,}16 N .22{,}9 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 412{,}2N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Jupiter is 412{,}2N }\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{31{,}5N}{4{,}5m} = 7 N/m \\ \text{De veerconstante is 7 N/m}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-31 04:14:27
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen