Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 103{,}2 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Farah met een kracht van 300 N. Rojin staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Roukaya met een kracht van 800 N. Imane staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 94{,}6 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  5. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 62{,}16 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  6. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Bilal met een kracht van 400 N. Imane trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Farah en Rojin trekken aan weerszijden van een winkelkar. Farah trekt met een kracht van 800 N, Rojin met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 4 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)
  9. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 3 kg op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg)? \(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Rojin met een kracht van 400 N. Inaya staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 196{,}2 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 3{,}8 m en ondervindt een veerkracht van 11{,}4 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{103{,}2N}{8{,}6 N/kg} = 12 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 12 kg}\)
  2. \(\rightarrow F_{Farah} = 300 N ; F_{Rojin} = 500 N \rightarrow \\F_R = 300 N + 500 N = 800 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 800 N naar Rojin toe}\)
  3. \(\rightarrow F_{Roukaya} = 800 N ; F_{Imane} = 400 N \rightarrow \\F_R = 800 N + 400 N = 1200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1200 N naar Imane toe}\)
  4. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{94{,}6N}{8{,}6 N/kg} = 11 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 11 kg}\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{62{,}16N}{7{,}77 N/kg} = 8 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 8 kg}\)
  6. \(\rightarrow F_{Bilal} = 400 N ; F_{Imane} = 500 N \uparrow \\F_R = \sqrt{400^2 + 500^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 640{,}3 N }\)
  7. \(\leftarrow F_{Farah} = 800 N ; F_{Rojin} = 1000 N \rightarrow \\F_R = 1000 N - 800 N = 200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Rojin toe}\)
  8. \(F_Z = m . g = (4 kg) . (11 N/kg) = 44N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 44N }\)
  9. \(F_Z = m . g = (3 kg) . (9{,}05 N/kg) = 27{,}15N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 27{,}15N }\)
  10. \(\rightarrow F_{Rojin} = 400 N ; F_{Inaya} = 500 N \rightarrow \\F_R = 400 N + 500 N = 900 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 900 N naar Inaya toe}\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{196{,}2N}{9{,}81 N/kg} = 20 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{11{,}4N}{3{,}8m} = 3 N/m \\ \text{De veerconstante is 3 N/m}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-05 08:12:01
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen