Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 59{,}52 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg). \(\)
  2. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 19 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Ilias met een kracht van 600 N. Farah trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Een veer (k = 6 N/m) ondervindt een veerkracht van 12{,}6 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  5. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 220 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  6. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Inaya met een kracht van 900 N. Dina trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 162{,}9 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Venus (g = 8{,}6 N/kg). \(\)
  8. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 8{,}1 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)
  9. \(\)Een veer verlengt 3600 mm en ondervindt een veerkracht van 25{,}2 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  10. \(\)Een veer verlengt 700 cm en ondervindt een veerkracht van 91 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 22 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  12. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nada met een kracht van 800 N. Nabil trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}05 N/kg} = \dfrac{59{,}52 N}{3{,}72 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{59{,}52 N .9{,}05 N/kg}{3{,}72 N/kg} = 144{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 144{,}8N }\)
  2. \(F_Z = m . g = (19 kg) . (11 N/kg) = 209N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 209N }\)
  3. \(\rightarrow F_{Ilias} = 600 N ; F_{Farah} = 700 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1200 N (o.b.v. schets) }\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{12{,}6 N}{6 N/m} = 2{,}1m \\ \text{De veer rekt 2{,}1 m uit}\)
  5. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{220N}{11 N/kg} = 20 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 20 kg}\)
  6. \(\rightarrow F_{Inaya} = 900 N ; F_{Dina} = 600 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1390 N (o.b.v. schets) }\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{8{,}6 N/kg} = \dfrac{162{,}9 N}{9{,}05 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{162{,}9 N .8{,}6 N/kg}{9{,}05 N/kg} = 154{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 154{,}8N }\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{8{,}1 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{8{,}1 N .11 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 55N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 55N }\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{25{,}2N}{3{,}6m} = 7 N/m \\ \text{De veerconstante is 7 N/m}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{91N}{7m} = 13 N/m \\ \text{De veerconstante is 13 N/m}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{22 N}{11 N/m} = 2m =20 dm \\ \text{De veer rekt 20 dm uit}\)
  12. \(\rightarrow F_{Nada} = 800 N ; F_{Nabil} = 600 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1300 N (o.b.v. schets) }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-02 05:42:18
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen