Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer verlengt 550 cm en ondervindt een veerkracht van 44 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Ilias met een kracht van 1000 N. Inaya staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 7 kg op Mars (g = 3{,}72 N/kg)? \(\)
  4. \(\)Een veer (k = 13 N/m) verlengt 1700 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  5. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nabil met een kracht van 400 N. Zaid trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Een veer verlengt 5{,}5 m en ondervindt een veerkracht van 33 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  7. \(\)Een veer verlengt 8 m en ondervindt een veerkracht van 48 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  8. \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 99{,}55 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  9. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 8 kg op Uranus (g = 7{,}77 N/kg)? \(\)
  10. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 19{,}46 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  11. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Farah met een kracht van 400 N. Bilal trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Een veer (k = 10 N/m) verlengt 140 cm . Wat is de veerkracht? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{44N}{5{,}5m} = 8 N/m \\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
  2. \(\rightarrow F_{Ilias} = 1000 N ; F_{Inaya} = 900 N \rightarrow \\F_R = 1000 N + 900 N = 1900 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1900 N naar Inaya toe}\)
  3. \(F_Z = m . g = (7 kg) . (3{,}72 N/kg) = 26{,}04N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mars is 26{,}04N }\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (13 N/m ) . (1{,}7 m) = 22{,}1N \\ \text{De veerkracht is 22{,}1N}\)
  5. \(\rightarrow F_{Nabil} = 400 N ; F_{Zaid} = 800 N \uparrow \\F_R = \sqrt{400^2 + 800^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 894{,}4 N }\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{33N}{5{,}5m} = 6 N/m \\ \text{De veerconstante is 6 N/m}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{48N}{8m} = 6 N/m \\ \text{De veerconstante is 6 N/m}\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{99{,}55N}{9{,}05 N/kg} = 11 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 11 kg}\)
  9. \(F_Z = m . g = (8 kg) . (7{,}77 N/kg) = 62{,}16N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 62{,}16N }\)
  10. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{19{,}46N}{2{,}78 N/kg} = 7 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 7 kg}\)
  11. \(\rightarrow F_{Farah} = 400 N ; F_{Bilal} = 1000 N \uparrow \\F_R = \sqrt{400^2 + 1000^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1077 N }\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (10 N/m ) . (1{,}4 m) = 14N \\ \text{De veerkracht is 14N}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-25 14:50:50
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen