Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
- \(\)Dina en Nabil trekken aan weerszijden van een winkelkar.
Dina trekt met een kracht van 300 N, Nabil met een kracht van 900 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Een veer (k = 10 N/m) verlengt 10 dm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Een veer (k = 13 N/m) ondervindt een veerkracht van 117 N.
Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
- \(\)Robin en Rana trekken aan weerszijden van een winkelkar.
Robin trekt met een kracht van 400 N, Rana met een kracht van 900 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Op Saturnus (g = 9{,}05 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 72{,}4 N.
Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Uranus (g = 7{,}77 N/kg). \(\)
- \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 9{,}72 N.
Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
- \(\)Een veer verlengt 46 dm
en ondervindt een veerkracht van 41{,}4 N.
Wat is de veerconstante? \(\)
- \(\)Een veer (k = 4 N/m) verlengt 50 cm .
Wat is de veerkracht? \(\)
- \(\)Een veer (k = 7 N/m) ondervindt een veerkracht van 30{,}1 N.
Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
- \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Roukaya met een kracht van 500 N.
Imane staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 800 N.
Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
- \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 103{,}2 N.
Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Aarde (g = 9{,}81 N/kg). \(\)
- \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 2 kg op Aarde (g = 9{,}81 N/kg)? \(\)
Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken
Verbetersleutel
- \(\leftarrow F_{Dina} = 300 N ; F_{Nabil} = 900 N \rightarrow
\\F_R = 900 N - 300 N = 600 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 600 N naar Nabil toe}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (10 N/m ) . (1 m) = 10N
\\ \text{De veerkracht is 10N}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{117 N}{13 N/m} = 9m
\\ \text{De veer rekt 9 m uit}\)
- \(\leftarrow F_{Robin} = 400 N ; F_{Rana} = 900 N \rightarrow
\\F_R = 900 N - 400 N = 500 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 500 N naar Rana toe}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{7{,}77 N/kg} = \dfrac{72{,}4 N}{9{,}05 N/kg}
\\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{72{,}4 N .7{,}77 N/kg}{9{,}05 N/kg} = 62{,}16N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Uranus is 62{,}16N }\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{9{,}72N}{1{,}62 N/kg} = 6 kg
\\ \text{De massa van het voorwerp is 6 kg}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{41{,}4N}{4{,}6m}
= 9 N/m
\\ \text{De veerconstante is 9 N/m}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow F_V = (4 N/m ) . (0{,}5 m) = 2N
\\ \text{De veerkracht is 2N}\)
- \(F_V = k . \Delta l
\\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{30{,}1 N}{7 N/m} = 4{,}3m =430 cm
\\ \text{De veer rekt 430 cm uit}\)
- \(\rightarrow F_{Roukaya} = 500 N ; F_{Imane} = 800 N \rightarrow
\\F_R = 500 N + 800 N = 1300 N
\\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1300 N naar Imane toe}\)
- \(m = \dfrac{F_Z}{9{,}81 N/kg} = \dfrac{103{,}2 N}{8{,}6 N/kg}
\\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{103{,}2 N .9{,}81 N/kg}{8{,}6 N/kg} = 117{,}72N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 117{,}72N }\)
- \(F_Z = m . g = (2 kg) . (9{,}81 N/kg) = 19{,}62N
\\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 19{,}62N }\)