Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Op Neptunus (g = 11 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 176 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  2. \(\)Ilias en Nada trekken aan weerszijden van een winkelkar. Ilias trekt met een kracht van 900 N, Nada met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer (k = 8 N/m) ondervindt een veerkracht van 30{,}4 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  4. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Inaya met een kracht van 700 N. Robin trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 7 kg op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg)? \(\)
  6. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 4 kg op Mars (g = 3{,}72 N/kg)? \(\)
  7. \(\)Een veer (k = 2 N/m) verlengt 4{,}5 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rojin met een kracht van 1000 N. Rana trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Robin met een kracht van 900 N. Zaid trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Een veer verlengt 82 dm en ondervindt een veerkracht van 32{,}8 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 3 N/m) verlengt 9{,}4 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 20 cm en ondervindt een veerkracht van 0{,}6 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{176N}{11 N/kg} = 16 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 16 kg}\)
  2. \(\leftarrow F_{Ilias} = 900 N ; F_{Nada} = 500 N \rightarrow \\F_R = 500 N - 900 N = -400 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 400 N naar Ilias toe}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{30{,}4 N}{8 N/m} = 3{,}8m =38 dm \\ \text{De veer rekt 38 dm uit}\)
  4. \(\rightarrow F_{Inaya} = 700 N ; F_{Robin} = 300 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 940 N (o.b.v. schets) }\)
  5. \(F_Z = m . g = (7 kg) . (2{,}78 N/kg) = 19{,}46N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 19{,}46N }\)
  6. \(F_Z = m . g = (4 kg) . (3{,}72 N/kg) = 14{,}88N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mars is 14{,}88N }\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (2 N/m ) . (4{,}5 m) = 9N \\ \text{De veerkracht is 9N}\)
  8. \(\rightarrow F_{Rojin} = 1000 N ; F_{Rana} = 600 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1490 N (o.b.v. schets) }\)
  9. \(\rightarrow F_{Robin} = 900 N ; F_{Zaid} = 500 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1300 N (o.b.v. schets) }\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{32{,}8N}{8{,}2m} = 4 N/m \\ \text{De veerconstante is 4 N/m}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (3 N/m ) . (9{,}4 m) = 28{,}2N \\ \text{De veerkracht is 28{,}2N}\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{0{,}6N}{0{,}2m} = 3 N/m \\ \text{De veerconstante is 3 N/m}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-02-03 16:34:34
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen