Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 16{,}2 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Venus (g = 8{,}6 N/kg). \(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Bilal met een kracht van 300 N. Inaya trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Anissa met een kracht van 600 N. Ilias staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Een veer verlengt 5{,}6 m en ondervindt een veerkracht van 56 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  5. \(\)Een veer verlengt 4800 mm en ondervindt een veerkracht van 14{,}4 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  6. \(\)Op Aarde (g = 9{,}81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 68{,}67 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Neptunus (g = 11 N/kg). \(\)
  7. \(\)Op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 297{,}7 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  8. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Bilal met een kracht van 600 N. Inaya trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Nabil en Ilias trekken aan weerszijden van een winkelkar. Nabil trekt met een kracht van 300 N, Ilias met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Inaya met een kracht van 600 N. Nabil staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  11. \(\)Op de maan (g = 1{,}62 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 9{,}72 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  12. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 5 kg op Mars (g = 3{,}72 N/kg)? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(m = \dfrac{F_Z}{8{,}6 N/kg} = \dfrac{16{,}2 N}{1{,}62 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{16{,}2 N .8{,}6 N/kg}{1{,}62 N/kg} = 86N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 86N }\)
  2. \(\rightarrow F_{Bilal} = 300 N ; F_{Inaya} = 1000 N \uparrow \\F_R = \sqrt{300^2 + 1000^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1044 N }\)
  3. \(\rightarrow F_{Anissa} = 600 N ; F_{Ilias} = 800 N \rightarrow \\F_R = 600 N + 800 N = 1400 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1400 N naar Ilias toe}\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{56N}{5{,}6m} = 10 N/m \\ \text{De veerconstante is 10 N/m}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{14{,}4N}{4{,}8m} = 3 N/m \\ \text{De veerconstante is 3 N/m}\)
  6. \(m = \dfrac{F_Z}{11 N/kg} = \dfrac{68{,}67 N}{9{,}81 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{68{,}67 N .11 N/kg}{9{,}81 N/kg} = 77N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 77N }\)
  7. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{297{,}7N}{22{,}9 N/kg} = 13 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 13 kg}\)
  8. \(\rightarrow F_{Bilal} = 600 N ; F_{Inaya} = 800 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1300 N (o.b.v. schets) }\)
  9. \(\leftarrow F_{Nabil} = 300 N ; F_{Ilias} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 300 N = 100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Ilias toe}\)
  10. \(\rightarrow F_{Inaya} = 600 N ; F_{Nabil} = 500 N \rightarrow \\F_R = 600 N + 500 N = 1100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1100 N naar Nabil toe}\)
  11. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{9{,}72N}{1{,}62 N/kg} = 6 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 6 kg}\)
  12. \(F_Z = m . g = (5 kg) . (3{,}72 N/kg) = 18{,}6N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mars is 18{,}6N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-03-01 08:51:15
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen