Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Op Mars (g = 3{,}72 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 18{,}6 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Imane met een kracht van 900 N. Ilias trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer (k = 9 N/m) verlengt 43 dm . Wat is de veerkracht? \(\)
  4. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 16 kg op Aarde (g = 9{,}81 N/kg)? \(\)
  5. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Dina met een kracht van 1000 N. Nabil trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rojin met een kracht van 400 N. Ilias trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Een veer (k = 4 N/m) verlengt 410 cm . Wat is de veerkracht? \(\)
  8. \(\)Nada en Anissa trekken aan weerszijden van een winkelkar. Nada trekt met een kracht van 500 N, Anissa met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  9. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Zaid met een kracht van 800 N. Rojin staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 1000 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 13 kg op Venus (g = 8{,}6 N/kg)? \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 13 N/m) ondervindt een veerkracht van 11{,}7 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  12. \(\)Op Mercurius (g = 2{,}78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 33{,}36 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op de maan (g = 1{,}62 N/kg). \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{18{,}6N}{3{,}72 N/kg} = 5 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 5 kg}\)
  2. \(\rightarrow F_{Imane} = 900 N ; F_{Ilias} = 300 N \uparrow \\F_R = \sqrt{900^2 + 300^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 948{,}7 N }\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (9 N/m ) . (4{,}3 m) = 38{,}7N \\ \text{De veerkracht is 38{,}7N}\)
  4. \(F_Z = m . g = (16 kg) . (9{,}81 N/kg) = 156{,}96N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 156{,}96N }\)
  5. \(\rightarrow F_{Dina} = 1000 N ; F_{Nabil} = 500 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1400 N (o.b.v. schets) }\)
  6. \(\rightarrow F_{Rojin} = 400 N ; F_{Ilias} = 900 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 1220 N (o.b.v. schets) }\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (4 N/m ) . (4{,}1 m) = 16{,}4N \\ \text{De veerkracht is 16{,}4N}\)
  8. \(\leftarrow F_{Nada} = 500 N ; F_{Anissa} = 300 N \rightarrow \\F_R = 300 N - 500 N = -200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Nada toe}\)
  9. \(\rightarrow F_{Zaid} = 800 N ; F_{Rojin} = 1000 N \rightarrow \\F_R = 800 N + 1000 N = 1800 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1800 N naar Rojin toe}\)
  10. \(F_Z = m . g = (13 kg) . (8{,}6 N/kg) = 111{,}8N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 111{,}8N }\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{11{,}7 N}{13 N/m} = 0{,}9m =90 cm \\ \text{De veer rekt 90 cm uit}\)
  12. \(m = \dfrac{F_Z}{1{,}62 N/kg} = \dfrac{33{,}36 N}{2{,}78 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{33{,}36 N .1{,}62 N/kg}{2{,}78 N/kg} = 19{,}44N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 19{,}44N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-10 17:18:55
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen