Snelheid

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

  1. \(\)Zoë legde een afstand van 136,08 km af in 2835 s. Hoe snel reed Zoë?\(\)
  2. \(\)Wietse legde een afstand van 3,708 km af aan een constante snelheid van 7,2 km/h . Hoe lang deed Wietse hier over?\(\)
  3. \(\)Zoë legde een afstand van 14670 m af aan een constante snelheid van 10 m/s. Hoe lang deed Zoë hier over?\(\)
  4. \(\)Wietse rijdt aan een constante snelheid van 4 m/s voor een duur van 0,4325 h . Hoe ver rijdt Wietse?\(\)
  5. \(\)Noah legde een afstand van 14,4 km af aan een constante snelheid van 16 m/s. Hoe lang deed Noah hier over?\(\)
  6. \(\)Wietse legde een afstand van 32508 m af in 0,7525 h . Hoe snel reed Wietse?\(\)
  7. \(\)Ilias legde een afstand van 60,552 km af aan een constante snelheid van 104,4 km/h . Hoe lang deed Ilias hier over?\(\)
  8. \(\)Kaoutar rijdt aan een constante snelheid van 64,8 km/h voor een duur van 441 s. Hoe ver rijdt Kaoutar?\(\)
  9. \(\)Zoë legde een afstand van 10530 m af aan een constante snelheid van 10 m/s. Hoe lang deed Zoë hier over?\(\)
  10. \(\)Kaoutar legde een afstand van 11,322 km af aan een constante snelheid van 133,2 km/h . Hoe lang deed Kaoutar hier over?\(\)
  11. \(\)Zoë legde een afstand van 2,538 km af in 1269 s. Hoe snel reed Zoë?\(\)
  12. \(\)Amal rijdt aan een constante snelheid van 2 m/s voor een duur van 288 s. Hoe ver rijdt Amal?\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

Verbetersleutel

  1. \(\begin{align}----&---- \\s&=136,08 km \\ t&=2835 s \\ v&=? \\s &= 136,08 km \rightarrow s = 136080 m \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{136080}{2835} m/s \\ \Leftrightarrow v &= 48m/s\end{align}\)
  2. \(\begin{align}----&---- \\s&=3,708 km \\ v&=7,2 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{3,708}{7,2} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,515h\end{align}\)
  3. \(\begin{align}----&---- \\s&=14670 m \\ v&=10 m/s \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{14670}{10} s \\ \Leftrightarrow t &= 1467s\end{align}\)
  4. \(\begin{align}----&---- \\v&=4 m/s \\ t&=0,4325 h \\ s&=? \\v &= 4 m/s \rightarrow v = 14,4 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 14,4 . 0,4325 km \\ \Leftrightarrow s &= 6,228km\end{align}\)
  5. \(\begin{align}----&---- \\s&=14,4 km \\ v&=16 m/s \\ t&=? \\s &= 14,4 km \rightarrow s = 14400 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{14400}{16} s \\ \Leftrightarrow t &= 900s\end{align}\)
  6. \(\begin{align}----&---- \\s&=32508 m \\ t&=0,7525 h \\ v&=? \\s &= 32508 m \rightarrow s = 32,508 km \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{32,508}{0,7525} km/h \\ \Leftrightarrow v &= 43,2km/h\end{align}\)
  7. \(\begin{align}----&---- \\s&=60,552 km \\ v&=104,4 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{60,552}{104,4} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,58h\end{align}\)
  8. \(\begin{align}----&---- \\v&=64,8 km/h \\ t&=441 s \\ s&=? \\v &= 64,8 km/h \rightarrow v = 18 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 18 . 441 m \\ \Leftrightarrow s &= 7938m\end{align}\)
  9. \(\begin{align}----&---- \\s&=10530 m \\ v&=10 m/s \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{10530}{10} s \\ \Leftrightarrow t &= 1053s\end{align}\)
  10. \(\begin{align}----&---- \\s&=11,322 km \\ v&=133,2 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{11,322}{133,2} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,085h\end{align}\)
  11. \(\begin{align}----&---- \\s&=2,538 km \\ t&=1269 s \\ v&=? \\s &= 2,538 km \rightarrow s = 2538 m \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{2538}{1269} m/s \\ \Leftrightarrow v &= 2m/s\end{align}\)
  12. \(\begin{align}----&---- \\v&=2 m/s \\ t&=288 s \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 2 . 288 m \\ \Leftrightarrow s &= 576m\end{align}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-07 14:42:16
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen