Snelheid

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

  1. \(\)Zoë legde een afstand van 11,088 km af aan een constante snelheid van 11 m/s. Hoe lang deed Zoë hier over?\(\)
  2. \(\)Ilias legde een afstand van 92,268 km af aan een constante snelheid van 44 m/s. Hoe lang deed Ilias hier over?\(\)
  3. \(\)Amal legde een afstand van 149,445 km af aan een constante snelheid van 45 m/s. Hoe lang deed Amal hier over?\(\)
  4. \(\)Noah legde een afstand van 55,89 km af in 1863 s. Hoe snel reed Noah?\(\)
  5. \(\)Zoë rijdt aan een constante snelheid van 39,6 km/h voor een duur van 639 s. Hoe ver rijdt Zoë?\(\)
  6. \(\)Amal rijdt aan een constante snelheid van 115,2 km/h voor een duur van 0,8975 h . Hoe ver rijdt Amal?\(\)
  7. \(\)Noah rijdt aan een constante snelheid van 43 m/s voor een duur van 3015 s. Hoe ver rijdt Noah?\(\)
  8. \(\)Laura rijdt aan een constante snelheid van 8 m/s voor een duur van 2817 s. Hoe ver rijdt Laura?\(\)
  9. \(\)Ilias legde een afstand van 66,465 km af aan een constante snelheid van 35 m/s. Hoe lang deed Ilias hier over?\(\)
  10. \(\)Zoë legde een afstand van 35,64 km af aan een constante snelheid van 20 m/s. Hoe lang deed Zoë hier over?\(\)
  11. \(\)Ilias legde een afstand van 41,58 km af aan een constante snelheid van 158,4 km/h . Hoe lang deed Ilias hier over?\(\)
  12. \(\)Kaoutar rijdt aan een constante snelheid van 36 km/h voor een duur van 963 s. Hoe ver rijdt Kaoutar?\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

Verbetersleutel

  1. \(\begin{align}----&---- \\s&=11,088 km \\ v&=11 m/s \\ t&=? \\s &= 11,088 km \rightarrow s = 11088 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{11088}{11} s \\ \Leftrightarrow t &= 1008s\end{align}\)
  2. \(\begin{align}----&---- \\s&=92,268 km \\ v&=44 m/s \\ t&=? \\s &= 92,268 km \rightarrow s = 92268 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{92268}{44} s \\ \Leftrightarrow t &= 2097s\end{align}\)
  3. \(\begin{align}----&---- \\s&=149,445 km \\ v&=45 m/s \\ t&=? \\s &= 149,445 km \rightarrow s = 149445 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{149445}{45} s \\ \Leftrightarrow t &= 3321s\end{align}\)
  4. \(\begin{align}----&---- \\s&=55,89 km \\ t&=1863 s \\ v&=? \\s &= 55,89 km \rightarrow s = 55890 m \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{55890}{1863} m/s \\ \Leftrightarrow v &= 30m/s\end{align}\)
  5. \(\begin{align}----&---- \\v&=39,6 km/h \\ t&=639 s \\ s&=? \\v &= 39,6 km/h \rightarrow v = 11 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 11 . 639 m \\ \Leftrightarrow s &= 7029m\end{align}\)
  6. \(\begin{align}----&---- \\v&=115,2 km/h \\ t&=0,8975 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 115,2 . 0,8975 km \\ \Leftrightarrow s &= 103,392km\end{align}\)
  7. \(\begin{align}----&---- \\v&=43 m/s \\ t&=3015 s \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 43 . 3015 m \\ \Leftrightarrow s &= 129645m\end{align}\)
  8. \(\begin{align}----&---- \\v&=8 m/s \\ t&=2817 s \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 8 . 2817 m \\ \Leftrightarrow s &= 22536m\end{align}\)
  9. \(\begin{align}----&---- \\s&=66,465 km \\ v&=35 m/s \\ t&=? \\s &= 66,465 km \rightarrow s = 66465 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{66465}{35} s \\ \Leftrightarrow t &= 1899s\end{align}\)
  10. \(\begin{align}----&---- \\s&=35,64 km \\ v&=20 m/s \\ t&=? \\s &= 35,64 km \rightarrow s = 35640 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{35640}{20} s \\ \Leftrightarrow t &= 1782s\end{align}\)
  11. \(\begin{align}----&---- \\s&=41,58 km \\ v&=158,4 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{41,58}{158,4} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,2625h\end{align}\)
  12. \(\begin{align}----&---- \\v&=36 km/h \\ t&=963 s \\ s&=? \\v &= 36 km/h \rightarrow v = 10 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 10 . 963 m \\ \Leftrightarrow s &= 9630m\end{align}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-29 17:38:43
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen