Snelheid

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

  1. \(\)Zoë legde een afstand van 3,15 km af in 0,4375 h . Hoe snel reed Zoë?\(\)
  2. \(\)Kaoutar legde een afstand van 12600 m af aan een constante snelheid van 20 m/s. Hoe lang deed Kaoutar hier over?\(\)
  3. \(\)Amal legde een afstand van 66,528 km af aan een constante snelheid van 21 m/s. Hoe lang deed Amal hier over?\(\)
  4. \(\)Sofiane legde een afstand van 14553 m af aan een constante snelheid van 25,2 km/h . Hoe lang deed Sofiane hier over?\(\)
  5. \(\)Wietse legde een afstand van 20,358 km af in 0,195 h . Hoe snel reed Wietse?\(\)
  6. \(\)Kaoutar legde een afstand van 25947 m af aan een constante snelheid van 111,6 km/h . Hoe lang deed Kaoutar hier over?\(\)
  7. \(\)Kaoutar legde een afstand van 26,244 km af aan een constante snelheid van 43,2 km/h . Hoe lang deed Kaoutar hier over?\(\)
  8. \(\)Amal legde een afstand van 32,13 km af aan een constante snelheid van 17 m/s. Hoe lang deed Amal hier over?\(\)
  9. \(\)Zoë legde een afstand van 46,98 km af aan een constante snelheid van 29 m/s. Hoe lang deed Zoë hier over?\(\)
  10. \(\)Kaoutar rijdt aan een constante snelheid van 7,2 km/h voor een duur van 396 s. Hoe ver rijdt Kaoutar?\(\)
  11. \(\)Zoë legde een afstand van 32,94 km af in 3294 s. Hoe snel reed Zoë?\(\)
  12. \(\)Amal rijdt aan een constante snelheid van 31 m/s voor een duur van 468 s. Hoe ver rijdt Amal?\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

Verbetersleutel

  1. \(\begin{align}----&---- \\s&=3,15 km \\ t&=0,4375 h \\ v&=? \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{3,15}{0,4375} km/h \\ \Leftrightarrow v &= 7,2km/h\end{align}\)
  2. \(\begin{align}----&---- \\s&=12600 m \\ v&=20 m/s \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{12600}{20} s \\ \Leftrightarrow t &= 630s\end{align}\)
  3. \(\begin{align}----&---- \\s&=66,528 km \\ v&=21 m/s \\ t&=? \\s &= 66,528 km \rightarrow s = 66528 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{66528}{21} s \\ \Leftrightarrow t &= 3168s\end{align}\)
  4. \(\begin{align}----&---- \\s&=14553 m \\ v&=25,2 km/h \\ t&=? \\s &= 14553 m \rightarrow s = 14,553 km \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{14,553}{25,2} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,5775h\end{align}\)
  5. \(\begin{align}----&---- \\s&=20,358 km \\ t&=0,195 h \\ v&=? \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{20,358}{0,195} km/h \\ \Leftrightarrow v &= 104,4km/h\end{align}\)
  6. \(\begin{align}----&---- \\s&=25947 m \\ v&=111,6 km/h \\ t&=? \\s &= 25947 m \rightarrow s = 25,947 km \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{25,947}{111,6} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,2325h\end{align}\)
  7. \(\begin{align}----&---- \\s&=26,244 km \\ v&=43,2 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{26,244}{43,2} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,6075h\end{align}\)
  8. \(\begin{align}----&---- \\s&=32,13 km \\ v&=17 m/s \\ t&=? \\s &= 32,13 km \rightarrow s = 32130 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{32130}{17} s \\ \Leftrightarrow t &= 1890s\end{align}\)
  9. \(\begin{align}----&---- \\s&=46,98 km \\ v&=29 m/s \\ t&=? \\s &= 46,98 km \rightarrow s = 46980 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{46980}{29} s \\ \Leftrightarrow t &= 1620s\end{align}\)
  10. \(\begin{align}----&---- \\v&=7,2 km/h \\ t&=396 s \\ s&=? \\v &= 7,2 km/h \rightarrow v = 2 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 2 . 396 m \\ \Leftrightarrow s &= 792m\end{align}\)
  11. \(\begin{align}----&---- \\s&=32,94 km \\ t&=3294 s \\ v&=? \\s &= 32,94 km \rightarrow s = 32940 m \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{32940}{3294} m/s \\ \Leftrightarrow v &= 10m/s\end{align}\)
  12. \(\begin{align}----&---- \\v&=31 m/s \\ t&=468 s \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 31 . 468 m \\ \Leftrightarrow s &= 14508m\end{align}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-10 05:59:04
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen