Snelheid

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

  1. \(\)Kaoutar legde een afstand van 15,732 km af aan een constante snelheid van 165,6 km/h . Hoe lang deed Kaoutar hier over?\(\)
  2. \(\)Kaoutar legde een afstand van 37,296 km af in 1008 s. Hoe snel reed Kaoutar?\(\)
  3. \(\)Noah rijdt aan een constante snelheid van 10 m/s voor een duur van 189 s. Hoe ver rijdt Noah?\(\)
  4. \(\)Noah legde een afstand van 4,14 km af aan een constante snelheid van 23 m/s. Hoe lang deed Noah hier over?\(\)
  5. \(\)Laura legde een afstand van 9828 m af aan een constante snelheid van 50,4 km/h . Hoe lang deed Laura hier over?\(\)
  6. \(\)Noah rijdt aan een constante snelheid van 10,8 km/h voor een duur van 2079 s. Hoe ver rijdt Noah?\(\)
  7. \(\)Ilias legde een afstand van 101790 m af aan een constante snelheid van 39 m/s. Hoe lang deed Ilias hier over?\(\)
  8. \(\)Amal rijdt aan een constante snelheid van 32,4 km/h voor een duur van 3501 s. Hoe ver rijdt Amal?\(\)
  9. \(\)Laura legde een afstand van 28,809 km af aan een constante snelheid van 11 m/s. Hoe lang deed Laura hier over?\(\)
  10. \(\)Sofiane rijdt aan een constante snelheid van 2 m/s voor een duur van 0,475 h . Hoe ver rijdt Sofiane?\(\)
  11. \(\)Wietse legde een afstand van 33,561 km af aan een constante snelheid van 33 m/s. Hoe lang deed Wietse hier over?\(\)
  12. \(\)Wietse rijdt aan een constante snelheid van 144 km/h voor een duur van 0,49 h . Hoe ver rijdt Wietse?\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

Verbetersleutel

  1. \(\begin{align}----&---- \\s&=15,732 km \\ v&=165,6 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{15,732}{165,6} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,095h\end{align}\)
  2. \(\begin{align}----&---- \\s&=37,296 km \\ t&=1008 s \\ v&=? \\s &= 37,296 km \rightarrow s = 37296 m \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{37296}{1008} m/s \\ \Leftrightarrow v &= 37m/s\end{align}\)
  3. \(\begin{align}----&---- \\v&=10 m/s \\ t&=189 s \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 10 . 189 m \\ \Leftrightarrow s &= 1890m\end{align}\)
  4. \(\begin{align}----&---- \\s&=4,14 km \\ v&=23 m/s \\ t&=? \\s &= 4,14 km \rightarrow s = 4140 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{4140}{23} s \\ \Leftrightarrow t &= 180s\end{align}\)
  5. \(\begin{align}----&---- \\s&=9828 m \\ v&=50,4 km/h \\ t&=? \\s &= 9828 m \rightarrow s = 9,828 km \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{9,828}{50,4} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,195h\end{align}\)
  6. \(\begin{align}----&---- \\v&=10,8 km/h \\ t&=2079 s \\ s&=? \\v &= 10,8 km/h \rightarrow v = 3 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 3 . 2079 m \\ \Leftrightarrow s &= 6237m\end{align}\)
  7. \(\begin{align}----&---- \\s&=101790 m \\ v&=39 m/s \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{101790}{39} s \\ \Leftrightarrow t &= 2610s\end{align}\)
  8. \(\begin{align}----&---- \\v&=32,4 km/h \\ t&=3501 s \\ s&=? \\v &= 32,4 km/h \rightarrow v = 9 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 9 . 3501 m \\ \Leftrightarrow s &= 31509m\end{align}\)
  9. \(\begin{align}----&---- \\s&=28,809 km \\ v&=11 m/s \\ t&=? \\s &= 28,809 km \rightarrow s = 28809 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{28809}{11} s \\ \Leftrightarrow t &= 2619s\end{align}\)
  10. \(\begin{align}----&---- \\v&=2 m/s \\ t&=0,475 h \\ s&=? \\v &= 2 m/s \rightarrow v = 7,2 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 7,2 . 0,475 km \\ \Leftrightarrow s &= 3,42km\end{align}\)
  11. \(\begin{align}----&---- \\s&=33,561 km \\ v&=33 m/s \\ t&=? \\s &= 33,561 km \rightarrow s = 33561 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{33561}{33} s \\ \Leftrightarrow t &= 1017s\end{align}\)
  12. \(\begin{align}----&---- \\v&=144 km/h \\ t&=0,49 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 144 . 0,49 km \\ \Leftrightarrow s &= 70,56km\end{align}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-08-31 12:38:06
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen