Snelheid

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

  1. \(\)Amal rijdt aan een constante snelheid van 46 m/s voor een duur van 225 s. Hoe ver rijdt Amal?\(\)
  2. \(\)Sofiane legde een afstand van 13,995 km af aan een constante snelheid van 5 m/s. Hoe lang deed Sofiane hier over?\(\)
  3. \(\)Sofiane legde een afstand van 6570 m af aan een constante snelheid van 5 m/s. Hoe lang deed Sofiane hier over?\(\)
  4. \(\)Zoë rijdt aan een constante snelheid van 48 m/s voor een duur van 0,7225 h . Hoe ver rijdt Zoë?\(\)
  5. \(\)Laura legde een afstand van 30,942 km af aan een constante snelheid van 9 m/s. Hoe lang deed Laura hier over?\(\)
  6. \(\)Amal rijdt aan een constante snelheid van 180 km/h voor een duur van 0,545 h . Hoe ver rijdt Amal?\(\)
  7. \(\)Kaoutar rijdt aan een constante snelheid van 4 m/s voor een duur van 3357 s. Hoe ver rijdt Kaoutar?\(\)
  8. \(\)Sofiane legde een afstand van 68040 m af aan een constante snelheid van 28 m/s. Hoe lang deed Sofiane hier over?\(\)
  9. \(\)Wietse legde een afstand van 4,077 km af in 0,3775 h . Hoe snel reed Wietse?\(\)
  10. \(\)Ilias rijdt aan een constante snelheid van 93,6 km/h voor een duur van 0,7475 h . Hoe ver rijdt Ilias?\(\)
  11. \(\)Kaoutar legde een afstand van 10179 m af aan een constante snelheid van 3 m/s. Hoe lang deed Kaoutar hier over?\(\)
  12. \(\)Kaoutar legde een afstand van 21,168 km af aan een constante snelheid van 176,4 km/h . Hoe lang deed Kaoutar hier over?\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

Verbetersleutel

  1. \(\begin{align}----&---- \\v&=46 m/s \\ t&=225 s \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 46 . 225 m \\ \Leftrightarrow s &= 10350m\end{align}\)
  2. \(\begin{align}----&---- \\s&=13,995 km \\ v&=5 m/s \\ t&=? \\s &= 13,995 km \rightarrow s = 13995 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{13995}{5} s \\ \Leftrightarrow t &= 2799s\end{align}\)
  3. \(\begin{align}----&---- \\s&=6570 m \\ v&=5 m/s \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{6570}{5} s \\ \Leftrightarrow t &= 1314s\end{align}\)
  4. \(\begin{align}----&---- \\v&=48 m/s \\ t&=0,7225 h \\ s&=? \\v &= 48 m/s \rightarrow v = 172,8 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 172,8 . 0,7225 km \\ \Leftrightarrow s &= 124,848km\end{align}\)
  5. \(\begin{align}----&---- \\s&=30,942 km \\ v&=9 m/s \\ t&=? \\s &= 30,942 km \rightarrow s = 30942 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{30942}{9} s \\ \Leftrightarrow t &= 3438s\end{align}\)
  6. \(\begin{align}----&---- \\v&=180 km/h \\ t&=0,545 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 180 . 0,545 km \\ \Leftrightarrow s &= 98,1km\end{align}\)
  7. \(\begin{align}----&---- \\v&=4 m/s \\ t&=3357 s \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 4 . 3357 m \\ \Leftrightarrow s &= 13428m\end{align}\)
  8. \(\begin{align}----&---- \\s&=68040 m \\ v&=28 m/s \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{68040}{28} s \\ \Leftrightarrow t &= 2430s\end{align}\)
  9. \(\begin{align}----&---- \\s&=4,077 km \\ t&=0,3775 h \\ v&=? \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{4,077}{0,3775} km/h \\ \Leftrightarrow v &= 10,8km/h\end{align}\)
  10. \(\begin{align}----&---- \\v&=93,6 km/h \\ t&=0,7475 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 93,6 . 0,7475 km \\ \Leftrightarrow s &= 69,966km\end{align}\)
  11. \(\begin{align}----&---- \\s&=10179 m \\ v&=3 m/s \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{10179}{3} s \\ \Leftrightarrow t &= 3393s\end{align}\)
  12. \(\begin{align}----&---- \\s&=21,168 km \\ v&=176,4 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{21,168}{176,4} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,12h\end{align}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-04-19 20:11:04
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen