Snelheid

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

  1. \(\)Zoë rijdt aan een constante snelheid van 115,2 km/h voor een duur van 0,8025 h . Hoe ver rijdt Zoë?\(\)
  2. \(\)Kaoutar rijdt aan een constante snelheid van 118,8 km/h voor een duur van 927 s. Hoe ver rijdt Kaoutar?\(\)
  3. \(\)Kaoutar legde een afstand van 29484 m af aan een constante snelheid van 151,2 km/h . Hoe lang deed Kaoutar hier over?\(\)
  4. \(\)Wietse legde een afstand van 52,866 km af in 2403 s. Hoe snel reed Wietse?\(\)
  5. \(\)Laura rijdt aan een constante snelheid van 133,2 km/h voor een duur van 0,69 h . Hoe ver rijdt Laura?\(\)
  6. \(\)Zoë rijdt aan een constante snelheid van 93,6 km/h voor een duur van 3060 s. Hoe ver rijdt Zoë?\(\)
  7. \(\)Wietse rijdt aan een constante snelheid van 32 m/s voor een duur van 0,2375 h . Hoe ver rijdt Wietse?\(\)
  8. \(\)Laura legde een afstand van 91,08 km af aan een constante snelheid van 158,4 km/h . Hoe lang deed Laura hier over?\(\)
  9. \(\)Noah legde een afstand van 11070 m af aan een constante snelheid van 30 m/s. Hoe lang deed Noah hier over?\(\)
  10. \(\)Zoë rijdt aan een constante snelheid van 7 m/s voor een duur van 0,1 h . Hoe ver rijdt Zoë?\(\)
  11. \(\)Ilias rijdt aan een constante snelheid van 9 m/s voor een duur van 0,125 h . Hoe ver rijdt Ilias?\(\)
  12. \(\)Wietse legde een afstand van 39933 m af in 1377 s. Hoe snel reed Wietse?\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

Verbetersleutel

  1. \(\begin{align}----&---- \\v&=115,2 km/h \\ t&=0,8025 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 115,2 . 0,8025 km \\ \Leftrightarrow s &= 92,448km\end{align}\)
  2. \(\begin{align}----&---- \\v&=118,8 km/h \\ t&=927 s \\ s&=? \\v &= 118,8 km/h \rightarrow v = 33 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 33 . 927 m \\ \Leftrightarrow s &= 30591m\end{align}\)
  3. \(\begin{align}----&---- \\s&=29484 m \\ v&=151,2 km/h \\ t&=? \\s &= 29484 m \rightarrow s = 29,484 km \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{29,484}{151,2} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,195h\end{align}\)
  4. \(\begin{align}----&---- \\s&=52,866 km \\ t&=2403 s \\ v&=? \\s &= 52,866 km \rightarrow s = 52866 m \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{52866}{2403} m/s \\ \Leftrightarrow v &= 22m/s\end{align}\)
  5. \(\begin{align}----&---- \\v&=133,2 km/h \\ t&=0,69 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 133,2 . 0,69 km \\ \Leftrightarrow s &= 91,908km\end{align}\)
  6. \(\begin{align}----&---- \\v&=93,6 km/h \\ t&=3060 s \\ s&=? \\v &= 93,6 km/h \rightarrow v = 26 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 26 . 3060 m \\ \Leftrightarrow s &= 79560m\end{align}\)
  7. \(\begin{align}----&---- \\v&=32 m/s \\ t&=0,2375 h \\ s&=? \\v &= 32 m/s \rightarrow v = 115,2 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 115,2 . 0,2375 km \\ \Leftrightarrow s &= 27,36km\end{align}\)
  8. \(\begin{align}----&---- \\s&=91,08 km \\ v&=158,4 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{91,08}{158,4} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,575h\end{align}\)
  9. \(\begin{align}----&---- \\s&=11070 m \\ v&=30 m/s \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{11070}{30} s \\ \Leftrightarrow t &= 369s\end{align}\)
  10. \(\begin{align}----&---- \\v&=7 m/s \\ t&=0,1 h \\ s&=? \\v &= 7 m/s \rightarrow v = 25,2 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 25,2 . 0,1 km \\ \Leftrightarrow s &= 2,52km\end{align}\)
  11. \(\begin{align}----&---- \\v&=9 m/s \\ t&=0,125 h \\ s&=? \\v &= 9 m/s \rightarrow v = 32,4 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 32,4 . 0,125 km \\ \Leftrightarrow s &= 4,05km\end{align}\)
  12. \(\begin{align}----&---- \\s&=39933 m \\ t&=1377 s \\ v&=? \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{39933}{1377} m/s \\ \Leftrightarrow v &= 29m/s\end{align}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-07-29 03:45:46
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen