Snelheid

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

  1. \(\)Zoë rijdt aan een constante snelheid van 144 km/h voor een duur van 3105 s. Hoe ver rijdt Zoë?\(\)
  2. \(\)Laura legde een afstand van 5,418 km af aan een constante snelheid van 7 m/s. Hoe lang deed Laura hier over?\(\)
  3. \(\)Noah legde een afstand van 15,822 km af aan een constante snelheid van 6 m/s. Hoe lang deed Noah hier over?\(\)
  4. \(\)Wietse legde een afstand van 85248 m af aan een constante snelheid van 115,2 km/h . Hoe lang deed Wietse hier over?\(\)
  5. \(\)Noah rijdt aan een constante snelheid van 3,6 km/h voor een duur van 171 s. Hoe ver rijdt Noah?\(\)
  6. \(\)Wietse rijdt aan een constante snelheid van 16 m/s voor een duur van 0,995 h . Hoe ver rijdt Wietse?\(\)
  7. \(\)Zoë legde een afstand van 76,293 km af aan een constante snelheid van 176,4 km/h . Hoe lang deed Zoë hier over?\(\)
  8. \(\)Zoë legde een afstand van 22,032 km af aan een constante snelheid van 28,8 km/h . Hoe lang deed Zoë hier over?\(\)
  9. \(\)Zoë legde een afstand van 102384 m af aan een constante snelheid van 48 m/s. Hoe lang deed Zoë hier over?\(\)
  10. \(\)Kaoutar rijdt aan een constante snelheid van 8 m/s voor een duur van 1296 s. Hoe ver rijdt Kaoutar?\(\)
  11. \(\)Sofiane rijdt aan een constante snelheid van 154,8 km/h voor een duur van 0,98 h . Hoe ver rijdt Sofiane?\(\)
  12. \(\)Wietse legde een afstand van 9,828 km af aan een constante snelheid van 10,8 km/h . Hoe lang deed Wietse hier over?\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

Verbetersleutel

  1. \(\begin{align}----&---- \\v&=144 km/h \\ t&=3105 s \\ s&=? \\v &= 144 km/h \rightarrow v = 40 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 40 . 3105 m \\ \Leftrightarrow s &= 124200m\end{align}\)
  2. \(\begin{align}----&---- \\s&=5,418 km \\ v&=7 m/s \\ t&=? \\s &= 5,418 km \rightarrow s = 5418 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{5418}{7} s \\ \Leftrightarrow t &= 774s\end{align}\)
  3. \(\begin{align}----&---- \\s&=15,822 km \\ v&=6 m/s \\ t&=? \\s &= 15,822 km \rightarrow s = 15822 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{15822}{6} s \\ \Leftrightarrow t &= 2637s\end{align}\)
  4. \(\begin{align}----&---- \\s&=85248 m \\ v&=115,2 km/h \\ t&=? \\s &= 85248 m \rightarrow s = 85,248 km \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{85,248}{115,2} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,74h\end{align}\)
  5. \(\begin{align}----&---- \\v&=3,6 km/h \\ t&=171 s \\ s&=? \\v &= 3,6 km/h \rightarrow v = 1 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 1 . 171 m \\ \Leftrightarrow s &= 171m\end{align}\)
  6. \(\begin{align}----&---- \\v&=16 m/s \\ t&=0,995 h \\ s&=? \\v &= 16 m/s \rightarrow v = 57,6 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 57,6 . 0,995 km \\ \Leftrightarrow s &= 57,312km\end{align}\)
  7. \(\begin{align}----&---- \\s&=76,293 km \\ v&=176,4 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{76,293}{176,4} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,4325h\end{align}\)
  8. \(\begin{align}----&---- \\s&=22,032 km \\ v&=28,8 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{22,032}{28,8} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,765h\end{align}\)
  9. \(\begin{align}----&---- \\s&=102384 m \\ v&=48 m/s \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{102384}{48} s \\ \Leftrightarrow t &= 2133s\end{align}\)
  10. \(\begin{align}----&---- \\v&=8 m/s \\ t&=1296 s \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 8 . 1296 m \\ \Leftrightarrow s &= 10368m\end{align}\)
  11. \(\begin{align}----&---- \\v&=154,8 km/h \\ t&=0,98 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 154,8 . 0,98 km \\ \Leftrightarrow s &= 151,704km\end{align}\)
  12. \(\begin{align}----&---- \\s&=9,828 km \\ v&=10,8 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{9,828}{10,8} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,91h\end{align}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-11-07 21:05:00
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen