Zet het vraagstuk om in wiskundetaal
\(\)Wietse rijdt aan een constante snelheid van 33 m/s voor een duur van 540 s. Hoe ver rijdt Wietse?\(\)
\(\begin{align}----&---- \\v&=33 m/s \\ t&=540 s \\ s&=? \\s &= v . t \\
\Leftrightarrow s &= 33 . 540 m \\
\Leftrightarrow s &= 17820m\end{align}\)