Zet het vraagstuk om in wiskundetaal
\(\)Sofiane rijdt aan een constante snelheid van 2 m/s voor een duur van 1089 s. Hoe ver rijdt Sofiane?\(\)
\(\begin{align}----&---- \\v&=2 m/s \\ t&=1089 s \\ s&=? \\s &= v . t \\
\Leftrightarrow s &= 2 . 1089 m \\
\Leftrightarrow s &= 2178m\end{align}\)