Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 7 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 6 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 16 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 8 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1454 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 33 euro en 37 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 50674 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1459 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 31 euro en 34 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 47308 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1423 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 20 euro en 24 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 30968 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1178 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 24 euro en 33 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 33411 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 20 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 11 gasten zitten, dan hebben 6 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 12 gasten zitten, dan zijn er 26 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 11 gasten zitten, dan hebben 8 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 15 gasten zitten, dan zijn er 88 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 12 gasten zitten, dan hebben 8 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 16 gasten zitten, dan zijn er 168 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 13 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 8 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 16 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 2 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 12 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 14 gasten zitten, dan zijn er 62 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1304 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 32 euro en 37 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 45718 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 7 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 6 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 16 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 8 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1784 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1454 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 33 euro en 37 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 50674 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 33 euro }\\
\text{ 1454 - x is het aantal kaarten van 37 euro }\\
\color{red}{ 33.x+37.(1454 - x)=50674 }\\
\Leftrightarrow 33.x+37.1454-37.x=50674 \\
\Leftrightarrow -4.x+53798=50674 \\
\Leftrightarrow -4.x=-3124 \\
\Leftrightarrow x=-3124.\frac{1}{-4} = 781 \\
\text{Er zijn 781 kaarten van 33 euro en 673 kaarten van 37 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1459 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 31 euro en 34 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 47308 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 31 euro }\\
\text{ 1459 - x is het aantal kaarten van 34 euro }\\
\color{red}{ 31.x+34.(1459 - x)=47308 }\\
\Leftrightarrow 31.x+34.1459-34.x=47308 \\
\Leftrightarrow -3.x+49606=47308 \\
\Leftrightarrow -3.x=-2298 \\
\Leftrightarrow x=-2298.\frac{1}{-3} = 766 \\
\text{Er zijn 766 kaarten van 31 euro en 693 kaarten van 34 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1423 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 20 euro en 24 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 30968 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 20 euro }\\
\text{ 1423 - x is het aantal kaarten van 24 euro }\\
\color{red}{ 20.x+24.(1423 - x)=30968 }\\
\Leftrightarrow 20.x+24.1423-24.x=30968 \\
\Leftrightarrow -4.x+34152=30968 \\
\Leftrightarrow -4.x=-3184 \\
\Leftrightarrow x=-3184.\frac{1}{-4} = 796 \\
\text{Er zijn 796 kaarten van 20 euro en 627 kaarten van 24 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1178 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 24 euro en 33 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 33411 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 24 euro }\\
\text{ 1178 - x is het aantal kaarten van 33 euro }\\
\color{red}{ 24.x+33.(1178 - x)=33411 }\\
\Leftrightarrow 24.x+33.1178-33.x=33411 \\
\Leftrightarrow -9.x+38874=33411 \\
\Leftrightarrow -9.x=-5463 \\
\Leftrightarrow x=-5463.\frac{1}{-9} = 607 \\
\text{Er zijn 607 kaarten van 24 euro en 571 kaarten van 33 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 20 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 10.x+7 = 11.x -20 } \\
\Leftrightarrow 10.x - 11.x = -20 - 7\\
\Leftrightarrow -x = -27\\
\Leftrightarrow x = 27 \\
\text{Er staan 27 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 11 gasten zitten, dan hebben 6 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 12 gasten zitten, dan zijn er 26 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 11.x+6 = 12.x -26 } \\
\Leftrightarrow 11.x - 12.x = -26 - 6\\
\Leftrightarrow -x = -32\\
\Leftrightarrow x = 32 \\
\text{Er staan 32 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 11 gasten zitten, dan hebben 8 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 15 gasten zitten, dan zijn er 88 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 11.x+8 = 15.x -88 } \\
\Leftrightarrow 11.x - 15.x = -88 - 8\\
\Leftrightarrow -4x = -96\\
\Leftrightarrow x = 24 \\
\text{Er staan 24 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 12 gasten zitten, dan hebben 8 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 16 gasten zitten, dan zijn er 168 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 12.x+8 = 16.x -168 } \\
\Leftrightarrow 12.x - 16.x = -168 - 8\\
\Leftrightarrow -4x = -176\\
\Leftrightarrow x = 44 \\
\text{Er staan 44 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 13 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 8 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 16 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 2 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1282 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 12 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 14 gasten zitten, dan zijn er 62 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 12.x+4 = 14.x -62 } \\
\Leftrightarrow 12.x - 14.x = -62 - 4\\
\Leftrightarrow -2x = -66\\
\Leftrightarrow x = 33 \\
\text{Er staan 33 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1304 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 32 euro en 37 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 45718 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 32 euro }\\
\text{ 1304 - x is het aantal kaarten van 37 euro }\\
\color{red}{ 32.x+37.(1304 - x)=45718 }\\
\Leftrightarrow 32.x+37.1304-37.x=45718 \\
\Leftrightarrow -5.x+48248=45718 \\
\Leftrightarrow -5.x=-2530 \\
\Leftrightarrow x=-2530.\frac{1}{-5} = 506 \\
\text{Er zijn 506 kaarten van 32 euro en 798 kaarten van 37 euro.}
\)