Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 13 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 5 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 14 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 7 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1185 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 31 euro en 41 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 43295 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 6 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 8 gasten zitten, dan zijn er 46 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 13 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 10 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 8 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 5 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 11 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 12 gasten zitten, dan zijn er 19 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1521 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 20 euro en 30 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 38350 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 29 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 8 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 14 gasten zitten, dan zijn er 104 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 14 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 5 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 11 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 5 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 11 gasten zitten, dan hebben 10 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 15 gasten zitten, dan zijn er 154 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 12 gasten zitten, dan zijn er 77 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1201 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 28 euro en 32 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 36140 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 13 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 5 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 14 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 7 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1981 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1185 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 31 euro en 41 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 43295 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 31 euro }\\
\text{ 1185 - x is het aantal kaarten van 41 euro }\\
\color{red}{ 31.x+41.(1185 - x)=43295 }\\
\Leftrightarrow 31.x+41.1185-41.x=43295 \\
\Leftrightarrow -10.x+48585=43295 \\
\Leftrightarrow -10.x=-5290 \\
\Leftrightarrow x=-5290.\frac{1}{-10} = 529 \\
\text{Er zijn 529 kaarten van 31 euro en 656 kaarten van 41 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 6 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 8 gasten zitten, dan zijn er 46 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 6.x+4 = 8.x -46 } \\
\Leftrightarrow 6.x - 8.x = -46 - 4\\
\Leftrightarrow -2x = -50\\
\Leftrightarrow x = 25 \\
\text{Er staan 25 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 13 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 10 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 8 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 5 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1349 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 11 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 12 gasten zitten, dan zijn er 19 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 11.x+7 = 12.x -19 } \\
\Leftrightarrow 11.x - 12.x = -19 - 7\\
\Leftrightarrow -x = -26\\
\Leftrightarrow x = 26 \\
\text{Er staan 26 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1521 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 20 euro en 30 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 38350 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 20 euro }\\
\text{ 1521 - x is het aantal kaarten van 30 euro }\\
\color{red}{ 20.x+30.(1521 - x)=38350 }\\
\Leftrightarrow 20.x+30.1521-30.x=38350 \\
\Leftrightarrow -10.x+45630=38350 \\
\Leftrightarrow -10.x=-7280 \\
\Leftrightarrow x=-7280.\frac{1}{-10} = 728 \\
\text{Er zijn 728 kaarten van 20 euro en 793 kaarten van 30 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 29 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 10.x+5 = 11.x -29 } \\
\Leftrightarrow 10.x - 11.x = -29 - 5\\
\Leftrightarrow -x = -34\\
\Leftrightarrow x = 34 \\
\text{Er staan 34 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 8 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 14 gasten zitten, dan zijn er 104 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 10.x+8 = 14.x -104 } \\
\Leftrightarrow 10.x - 14.x = -104 - 8\\
\Leftrightarrow -4x = -112\\
\Leftrightarrow x = 28 \\
\text{Er staan 28 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 14 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 5 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 11 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 5 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1545 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 11 gasten zitten, dan hebben 10 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 15 gasten zitten, dan zijn er 154 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 11.x+10 = 15.x -154 } \\
\Leftrightarrow 11.x - 15.x = -154 - 10\\
\Leftrightarrow -4x = -164\\
\Leftrightarrow x = 41 \\
\text{Er staan 41 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 12 gasten zitten, dan zijn er 77 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 10.x+7 = 12.x -77 } \\
\Leftrightarrow 10.x - 12.x = -77 - 7\\
\Leftrightarrow -2x = -84\\
\Leftrightarrow x = 42 \\
\text{Er staan 42 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1201 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 28 euro en 32 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 36140 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 28 euro }\\
\text{ 1201 - x is het aantal kaarten van 32 euro }\\
\color{red}{ 28.x+32.(1201 - x)=36140 }\\
\Leftrightarrow 28.x+32.1201-32.x=36140 \\
\Leftrightarrow -4.x+38432=36140 \\
\Leftrightarrow -4.x=-2292 \\
\Leftrightarrow x=-2292.\frac{1}{-4} = 573 \\
\text{Er zijn 573 kaarten van 28 euro en 628 kaarten van 32 euro.}
\)