Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 19 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 4 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 5 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 3 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 5 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 7 gasten zitten, dan zijn er 64 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1230 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 40 euro en 43 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 50736 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 6 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 7 gasten zitten, dan zijn er 16 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 5 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 9 gasten zitten, dan zijn er 92 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 12 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 15 gasten zitten, dan zijn er 103 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1280 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 34 euro en 43 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 49649 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 9 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 61 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 12 gasten zitten, dan hebben 11 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 16 gasten zitten, dan zijn er 145 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 18 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 14 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 7 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 6 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1318 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 25 euro en 28 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 34798 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 9 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 36 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 19 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 4 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 5 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 3 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1733 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 5 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 7 gasten zitten, dan zijn er 64 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 5.x+4 = 7.x -64 } \\
\Leftrightarrow 5.x - 7.x = -64 - 4\\
\Leftrightarrow -2x = -68\\
\Leftrightarrow x = 34 \\
\text{Er staan 34 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1230 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 40 euro en 43 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 50736 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 40 euro }\\
\text{ 1230 - x is het aantal kaarten van 43 euro }\\
\color{red}{ 40.x+43.(1230 - x)=50736 }\\
\Leftrightarrow 40.x+43.1230-43.x=50736 \\
\Leftrightarrow -3.x+52890=50736 \\
\Leftrightarrow -3.x=-2154 \\
\Leftrightarrow x=-2154.\frac{1}{-3} = 718 \\
\text{Er zijn 718 kaarten van 40 euro en 512 kaarten van 43 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 6 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 7 gasten zitten, dan zijn er 16 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 6.x+5 = 7.x -16 } \\
\Leftrightarrow 6.x - 7.x = -16 - 5\\
\Leftrightarrow -x = -21\\
\Leftrightarrow x = 21 \\
\text{Er staan 21 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 5 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 9 gasten zitten, dan zijn er 92 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 5.x+4 = 9.x -92 } \\
\Leftrightarrow 5.x - 9.x = -92 - 4\\
\Leftrightarrow -4x = -96\\
\Leftrightarrow x = 24 \\
\text{Er staan 24 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 12 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 15 gasten zitten, dan zijn er 103 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 12.x+5 = 15.x -103 } \\
\Leftrightarrow 12.x - 15.x = -103 - 5\\
\Leftrightarrow -3x = -108\\
\Leftrightarrow x = 36 \\
\text{Er staan 36 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1280 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 34 euro en 43 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 49649 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 34 euro }\\
\text{ 1280 - x is het aantal kaarten van 43 euro }\\
\color{red}{ 34.x+43.(1280 - x)=49649 }\\
\Leftrightarrow 34.x+43.1280-43.x=49649 \\
\Leftrightarrow -9.x+55040=49649 \\
\Leftrightarrow -9.x=-5391 \\
\Leftrightarrow x=-5391.\frac{1}{-9} = 599 \\
\text{Er zijn 599 kaarten van 34 euro en 681 kaarten van 43 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 9 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 61 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 9.x+5 = 11.x -61 } \\
\Leftrightarrow 9.x - 11.x = -61 - 5\\
\Leftrightarrow -2x = -66\\
\Leftrightarrow x = 33 \\
\text{Er staan 33 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 12 gasten zitten, dan hebben 11 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 16 gasten zitten, dan zijn er 145 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 12.x+11 = 16.x -145 } \\
\Leftrightarrow 12.x - 16.x = -145 - 11\\
\Leftrightarrow -4x = -156\\
\Leftrightarrow x = 39 \\
\text{Er staan 39 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 18 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 14 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 7 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 6 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1238 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1318 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 25 euro en 28 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 34798 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 25 euro }\\
\text{ 1318 - x is het aantal kaarten van 28 euro }\\
\color{red}{ 25.x+28.(1318 - x)=34798 }\\
\Leftrightarrow 25.x+28.1318-28.x=34798 \\
\Leftrightarrow -3.x+36904=34798 \\
\Leftrightarrow -3.x=-2106 \\
\Leftrightarrow x=-2106.\frac{1}{-3} = 702 \\
\text{Er zijn 702 kaarten van 25 euro en 616 kaarten van 28 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 9 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 36 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 9.x+4 = 11.x -36 } \\
\Leftrightarrow 9.x - 11.x = -36 - 4\\
\Leftrightarrow -2x = -40\\
\Leftrightarrow x = 20 \\
\text{Er staan 20 tafels in de feestzaal.}
\)