Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 7 gasten zitten, dan hebben 6 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 122 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1347 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 20 euro en 29 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 32241 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 6 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 12 gasten zitten, dan zijn er 42 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 5 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 8 gasten zitten, dan zijn er 65 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 8 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 0 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 19 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 10 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1202 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 26 euro en 30 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 33800 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 6 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 10 gasten zitten, dan zijn er 155 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 13 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 2 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 14 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 10 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1321 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 40 euro en 46 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 56260 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1205 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 34 euro en 42 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 45562 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 5 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 8 gasten zitten, dan zijn er 56 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 8 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 25 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 7 gasten zitten, dan hebben 6 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 122 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 7.x+6 = 11.x -122 } \\
\Leftrightarrow 7.x - 11.x = -122 - 6\\
\Leftrightarrow -4x = -128\\
\Leftrightarrow x = 32 \\
\text{Er staan 32 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1347 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 20 euro en 29 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 32241 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 20 euro }\\
\text{ 1347 - x is het aantal kaarten van 29 euro }\\
\color{red}{ 20.x+29.(1347 - x)=32241 }\\
\Leftrightarrow 20.x+29.1347-29.x=32241 \\
\Leftrightarrow -9.x+39063=32241 \\
\Leftrightarrow -9.x=-6822 \\
\Leftrightarrow x=-6822.\frac{1}{-9} = 758 \\
\text{Er zijn 758 kaarten van 20 euro en 589 kaarten van 29 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 6 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 12 gasten zitten, dan zijn er 42 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 10.x+6 = 12.x -42 } \\
\Leftrightarrow 10.x - 12.x = -42 - 6\\
\Leftrightarrow -2x = -48\\
\Leftrightarrow x = 24 \\
\text{Er staan 24 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 5 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 8 gasten zitten, dan zijn er 65 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 5.x+4 = 8.x -65 } \\
\Leftrightarrow 5.x - 8.x = -65 - 4\\
\Leftrightarrow -3x = -69\\
\Leftrightarrow x = 23 \\
\text{Er staan 23 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 8 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 0 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 19 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 10 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1416 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1202 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 26 euro en 30 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 33800 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 26 euro }\\
\text{ 1202 - x is het aantal kaarten van 30 euro }\\
\color{red}{ 26.x+30.(1202 - x)=33800 }\\
\Leftrightarrow 26.x+30.1202-30.x=33800 \\
\Leftrightarrow -4.x+36060=33800 \\
\Leftrightarrow -4.x=-2260 \\
\Leftrightarrow x=-2260.\frac{1}{-4} = 565 \\
\text{Er zijn 565 kaarten van 26 euro en 637 kaarten van 30 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 6 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 10 gasten zitten, dan zijn er 155 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 6.x+5 = 10.x -155 } \\
\Leftrightarrow 6.x - 10.x = -155 - 5\\
\Leftrightarrow -4x = -160\\
\Leftrightarrow x = 40 \\
\text{Er staan 40 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 13 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 2 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 14 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 10 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1536 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1321 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 40 euro en 46 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 56260 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 40 euro }\\
\text{ 1321 - x is het aantal kaarten van 46 euro }\\
\color{red}{ 40.x+46.(1321 - x)=56260 }\\
\Leftrightarrow 40.x+46.1321-46.x=56260 \\
\Leftrightarrow -6.x+60766=56260 \\
\Leftrightarrow -6.x=-4506 \\
\Leftrightarrow x=-4506.\frac{1}{-6} = 751 \\
\text{Er zijn 751 kaarten van 40 euro en 570 kaarten van 46 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1205 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 34 euro en 42 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 45562 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 34 euro }\\
\text{ 1205 - x is het aantal kaarten van 42 euro }\\
\color{red}{ 34.x+42.(1205 - x)=45562 }\\
\Leftrightarrow 34.x+42.1205-42.x=45562 \\
\Leftrightarrow -8.x+50610=45562 \\
\Leftrightarrow -8.x=-5048 \\
\Leftrightarrow x=-5048.\frac{1}{-8} = 631 \\
\text{Er zijn 631 kaarten van 34 euro en 574 kaarten van 42 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 5 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 8 gasten zitten, dan zijn er 56 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 5.x+4 = 8.x -56 } \\
\Leftrightarrow 5.x - 8.x = -56 - 4\\
\Leftrightarrow -3x = -60\\
\Leftrightarrow x = 20 \\
\text{Er staan 20 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 8 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 25 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 10.x+8 = 11.x -25 } \\
\Leftrightarrow 10.x - 11.x = -25 - 8\\
\Leftrightarrow -x = -33\\
\Leftrightarrow x = 33 \\
\text{Er staan 33 tafels in de feestzaal.}
\)