Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 11 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 10 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 6 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 5 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1289 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 21 euro en 28 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 32228 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 6 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 9 gasten zitten, dan zijn er 146 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 9 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 14 gasten zitten, dan zijn er 179 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1460 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 31 euro en 35 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 48280 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 6 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 10 gasten zitten, dan zijn er 88 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 8 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 10 gasten zitten, dan zijn er 46 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1460 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 22 euro en 32 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 39610 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1293 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 34 euro en 38 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 46638 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1068 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 33 euro en 38 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 37834 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 9 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 3 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 16 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 5 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1243 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 40 euro en 46 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 52978 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 11 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 10 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 6 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 5 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1319 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1289 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 21 euro en 28 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 32228 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 21 euro }\\
\text{ 1289 - x is het aantal kaarten van 28 euro }\\
\color{red}{ 21.x+28.(1289 - x)=32228 }\\
\Leftrightarrow 21.x+28.1289-28.x=32228 \\
\Leftrightarrow -7.x+36092=32228 \\
\Leftrightarrow -7.x=-3864 \\
\Leftrightarrow x=-3864.\frac{1}{-7} = 552 \\
\text{Er zijn 552 kaarten van 21 euro en 737 kaarten van 28 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 6 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 9 gasten zitten, dan zijn er 146 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 6.x+4 = 9.x -146 } \\
\Leftrightarrow 6.x - 9.x = -146 - 4\\
\Leftrightarrow -3x = -150\\
\Leftrightarrow x = 50 \\
\text{Er staan 50 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 9 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 14 gasten zitten, dan zijn er 179 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 10.x+9 = 14.x -179 } \\
\Leftrightarrow 10.x - 14.x = -179 - 9\\
\Leftrightarrow -4x = -188\\
\Leftrightarrow x = 47 \\
\text{Er staan 47 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1460 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 31 euro en 35 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 48280 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 31 euro }\\
\text{ 1460 - x is het aantal kaarten van 35 euro }\\
\color{red}{ 31.x+35.(1460 - x)=48280 }\\
\Leftrightarrow 31.x+35.1460-35.x=48280 \\
\Leftrightarrow -4.x+51100=48280 \\
\Leftrightarrow -4.x=-2820 \\
\Leftrightarrow x=-2820.\frac{1}{-4} = 705 \\
\text{Er zijn 705 kaarten van 31 euro en 755 kaarten van 35 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 6 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 10 gasten zitten, dan zijn er 88 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 6.x+4 = 10.x -88 } \\
\Leftrightarrow 6.x - 10.x = -88 - 4\\
\Leftrightarrow -4x = -92\\
\Leftrightarrow x = 23 \\
\text{Er staan 23 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 8 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 10 gasten zitten, dan zijn er 46 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 8.x+4 = 10.x -46 } \\
\Leftrightarrow 8.x - 10.x = -46 - 4\\
\Leftrightarrow -2x = -50\\
\Leftrightarrow x = 25 \\
\text{Er staan 25 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1460 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 22 euro en 32 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 39610 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 22 euro }\\
\text{ 1460 - x is het aantal kaarten van 32 euro }\\
\color{red}{ 22.x+32.(1460 - x)=39610 }\\
\Leftrightarrow 22.x+32.1460-32.x=39610 \\
\Leftrightarrow -10.x+46720=39610 \\
\Leftrightarrow -10.x=-7110 \\
\Leftrightarrow x=-7110.\frac{1}{-10} = 711 \\
\text{Er zijn 711 kaarten van 22 euro en 749 kaarten van 32 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1293 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 34 euro en 38 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 46638 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 34 euro }\\
\text{ 1293 - x is het aantal kaarten van 38 euro }\\
\color{red}{ 34.x+38.(1293 - x)=46638 }\\
\Leftrightarrow 34.x+38.1293-38.x=46638 \\
\Leftrightarrow -4.x+49134=46638 \\
\Leftrightarrow -4.x=-2496 \\
\Leftrightarrow x=-2496.\frac{1}{-4} = 624 \\
\text{Er zijn 624 kaarten van 34 euro en 669 kaarten van 38 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1068 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 33 euro en 38 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 37834 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 33 euro }\\
\text{ 1068 - x is het aantal kaarten van 38 euro }\\
\color{red}{ 33.x+38.(1068 - x)=37834 }\\
\Leftrightarrow 33.x+38.1068-38.x=37834 \\
\Leftrightarrow -5.x+40584=37834 \\
\Leftrightarrow -5.x=-2750 \\
\Leftrightarrow x=-2750.\frac{1}{-5} = 550 \\
\text{Er zijn 550 kaarten van 33 euro en 518 kaarten van 38 euro.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 9 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 3 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 16 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 5 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1893 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1243 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 40 euro en 46 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 52978 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 40 euro }\\
\text{ 1243 - x is het aantal kaarten van 46 euro }\\
\color{red}{ 40.x+46.(1243 - x)=52978 }\\
\Leftrightarrow 40.x+46.1243-46.x=52978 \\
\Leftrightarrow -6.x+57178=52978 \\
\Leftrightarrow -6.x=-4200 \\
\Leftrightarrow x=-4200.\frac{1}{-6} = 700 \\
\text{Er zijn 700 kaarten van 40 euro en 543 kaarten van 46 euro.}
\)