Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 7 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 10 gasten zitten, dan zijn er 139 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1467 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 40 euro en 46 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 62988 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1283 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 22 euro en 30 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 34442 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 8 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 12 gasten zitten, dan zijn er 121 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1063 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 39 euro en 44 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 44067 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 7 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 0 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 19 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 0 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1403 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 22 euro en 30 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 36378 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 12 gasten zitten, dan hebben 6 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 14 gasten zitten, dan zijn er 72 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 5 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 9 gasten zitten, dan zijn er 168 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1388 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 35 euro en 42 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 53865 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 11 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 1 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 9 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 0 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 30 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 7 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 10 gasten zitten, dan zijn er 139 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 7.x+5 = 10.x -139 } \\
\Leftrightarrow 7.x - 10.x = -139 - 5\\
\Leftrightarrow -3x = -144\\
\Leftrightarrow x = 48 \\
\text{Er staan 48 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1467 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 40 euro en 46 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 62988 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 40 euro }\\
\text{ 1467 - x is het aantal kaarten van 46 euro }\\
\color{red}{ 40.x+46.(1467 - x)=62988 }\\
\Leftrightarrow 40.x+46.1467-46.x=62988 \\
\Leftrightarrow -6.x+67482=62988 \\
\Leftrightarrow -6.x=-4494 \\
\Leftrightarrow x=-4494.\frac{1}{-6} = 749 \\
\text{Er zijn 749 kaarten van 40 euro en 718 kaarten van 46 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1283 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 22 euro en 30 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 34442 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 22 euro }\\
\text{ 1283 - x is het aantal kaarten van 30 euro }\\
\color{red}{ 22.x+30.(1283 - x)=34442 }\\
\Leftrightarrow 22.x+30.1283-30.x=34442 \\
\Leftrightarrow -8.x+38490=34442 \\
\Leftrightarrow -8.x=-4048 \\
\Leftrightarrow x=-4048.\frac{1}{-8} = 506 \\
\text{Er zijn 506 kaarten van 22 euro en 777 kaarten van 30 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 8 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 12 gasten zitten, dan zijn er 121 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 8.x+7 = 12.x -121 } \\
\Leftrightarrow 8.x - 12.x = -121 - 7\\
\Leftrightarrow -4x = -128\\
\Leftrightarrow x = 32 \\
\text{Er staan 32 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1063 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 39 euro en 44 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 44067 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 39 euro }\\
\text{ 1063 - x is het aantal kaarten van 44 euro }\\
\color{red}{ 39.x+44.(1063 - x)=44067 }\\
\Leftrightarrow 39.x+44.1063-44.x=44067 \\
\Leftrightarrow -5.x+46772=44067 \\
\Leftrightarrow -5.x=-2705 \\
\Leftrightarrow x=-2705.\frac{1}{-5} = 541 \\
\text{Er zijn 541 kaarten van 39 euro en 522 kaarten van 44 euro.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 7 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 0 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 19 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 0 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1197 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1403 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 22 euro en 30 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 36378 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 22 euro }\\
\text{ 1403 - x is het aantal kaarten van 30 euro }\\
\color{red}{ 22.x+30.(1403 - x)=36378 }\\
\Leftrightarrow 22.x+30.1403-30.x=36378 \\
\Leftrightarrow -8.x+42090=36378 \\
\Leftrightarrow -8.x=-5712 \\
\Leftrightarrow x=-5712.\frac{1}{-8} = 714 \\
\text{Er zijn 714 kaarten van 22 euro en 689 kaarten van 30 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 12 gasten zitten, dan hebben 6 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 14 gasten zitten, dan zijn er 72 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 12.x+6 = 14.x -72 } \\
\Leftrightarrow 12.x - 14.x = -72 - 6\\
\Leftrightarrow -2x = -78\\
\Leftrightarrow x = 39 \\
\text{Er staan 39 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 5 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 9 gasten zitten, dan zijn er 168 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 5.x+4 = 9.x -168 } \\
\Leftrightarrow 5.x - 9.x = -168 - 4\\
\Leftrightarrow -4x = -172\\
\Leftrightarrow x = 43 \\
\text{Er staan 43 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1388 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 35 euro en 42 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 53865 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 35 euro }\\
\text{ 1388 - x is het aantal kaarten van 42 euro }\\
\color{red}{ 35.x+42.(1388 - x)=53865 }\\
\Leftrightarrow 35.x+42.1388-42.x=53865 \\
\Leftrightarrow -7.x+58296=53865 \\
\Leftrightarrow -7.x=-4431 \\
\Leftrightarrow x=-4431.\frac{1}{-7} = 633 \\
\text{Er zijn 633 kaarten van 35 euro en 755 kaarten van 42 euro.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 11 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 1 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 9 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 0 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1233 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 30 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 10.x+7 = 11.x -30 } \\
\Leftrightarrow 10.x - 11.x = -30 - 7\\
\Leftrightarrow -x = -37\\
\Leftrightarrow x = 37 \\
\text{Er staan 37 tafels in de feestzaal.}
\)