Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 12 gasten zitten, dan hebben 9 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 16 gasten zitten, dan zijn er 139 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 16 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 8 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 11 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 0 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1248 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 29 euro en 32 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 38148 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1491 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 38 euro en 42 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 59738 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 8 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 9 gasten zitten, dan zijn er 38 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 18 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 3 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 13 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 3 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1383 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 23 euro en 30 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 36156 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1229 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 28 euro en 36 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 39252 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1246 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 26 euro en 31 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 35846 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1417 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 32 euro en 36 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 48504 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 10 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 2 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 13 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 9 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 8 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 95 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 12 gasten zitten, dan hebben 9 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 16 gasten zitten, dan zijn er 139 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 12.x+9 = 16.x -139 } \\
\Leftrightarrow 12.x - 16.x = -139 - 9\\
\Leftrightarrow -4x = -148\\
\Leftrightarrow x = 37 \\
\text{Er staan 37 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 16 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 8 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 11 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 0 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1496 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1248 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 29 euro en 32 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 38148 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 29 euro }\\
\text{ 1248 - x is het aantal kaarten van 32 euro }\\
\color{red}{ 29.x+32.(1248 - x)=38148 }\\
\Leftrightarrow 29.x+32.1248-32.x=38148 \\
\Leftrightarrow -3.x+39936=38148 \\
\Leftrightarrow -3.x=-1788 \\
\Leftrightarrow x=-1788.\frac{1}{-3} = 596 \\
\text{Er zijn 596 kaarten van 29 euro en 652 kaarten van 32 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1491 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 38 euro en 42 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 59738 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 38 euro }\\
\text{ 1491 - x is het aantal kaarten van 42 euro }\\
\color{red}{ 38.x+42.(1491 - x)=59738 }\\
\Leftrightarrow 38.x+42.1491-42.x=59738 \\
\Leftrightarrow -4.x+62622=59738 \\
\Leftrightarrow -4.x=-2884 \\
\Leftrightarrow x=-2884.\frac{1}{-4} = 721 \\
\text{Er zijn 721 kaarten van 38 euro en 770 kaarten van 42 euro.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 8 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 9 gasten zitten, dan zijn er 38 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 8.x+7 = 9.x -38 } \\
\Leftrightarrow 8.x - 9.x = -38 - 7\\
\Leftrightarrow -x = -45\\
\Leftrightarrow x = 45 \\
\text{Er staan 45 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 18 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 3 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 13 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 3 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 939 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1383 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 23 euro en 30 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 36156 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 23 euro }\\
\text{ 1383 - x is het aantal kaarten van 30 euro }\\
\color{red}{ 23.x+30.(1383 - x)=36156 }\\
\Leftrightarrow 23.x+30.1383-30.x=36156 \\
\Leftrightarrow -7.x+41490=36156 \\
\Leftrightarrow -7.x=-5334 \\
\Leftrightarrow x=-5334.\frac{1}{-7} = 762 \\
\text{Er zijn 762 kaarten van 23 euro en 621 kaarten van 30 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1229 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 28 euro en 36 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 39252 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 28 euro }\\
\text{ 1229 - x is het aantal kaarten van 36 euro }\\
\color{red}{ 28.x+36.(1229 - x)=39252 }\\
\Leftrightarrow 28.x+36.1229-36.x=39252 \\
\Leftrightarrow -8.x+44244=39252 \\
\Leftrightarrow -8.x=-4992 \\
\Leftrightarrow x=-4992.\frac{1}{-8} = 624 \\
\text{Er zijn 624 kaarten van 28 euro en 605 kaarten van 36 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1246 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 26 euro en 31 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 35846 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 26 euro }\\
\text{ 1246 - x is het aantal kaarten van 31 euro }\\
\color{red}{ 26.x+31.(1246 - x)=35846 }\\
\Leftrightarrow 26.x+31.1246-31.x=35846 \\
\Leftrightarrow -5.x+38626=35846 \\
\Leftrightarrow -5.x=-2780 \\
\Leftrightarrow x=-2780.\frac{1}{-5} = 556 \\
\text{Er zijn 556 kaarten van 26 euro en 690 kaarten van 31 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1417 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 32 euro en 36 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 48504 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 32 euro }\\
\text{ 1417 - x is het aantal kaarten van 36 euro }\\
\color{red}{ 32.x+36.(1417 - x)=48504 }\\
\Leftrightarrow 32.x+36.1417-36.x=48504 \\
\Leftrightarrow -4.x+51012=48504 \\
\Leftrightarrow -4.x=-2508 \\
\Leftrightarrow x=-2508.\frac{1}{-4} = 627 \\
\text{Er zijn 627 kaarten van 32 euro en 790 kaarten van 36 euro.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 10 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 2 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 13 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 9 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1452 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 8 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 95 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 8.x+4 = 11.x -95 } \\
\Leftrightarrow 8.x - 11.x = -95 - 4\\
\Leftrightarrow -3x = -99\\
\Leftrightarrow x = 33 \\
\text{Er staan 33 tafels in de feestzaal.}
\)