Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
\(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 14 gasten zitten, dan zijn er 183 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
\(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 5 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 14 gasten zitten, dan zijn er 183 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 10.x+5 = 14.x -183 } \\
\Leftrightarrow 10.x - 14.x = -183 - 5\\
\Leftrightarrow -4x = -188\\
\Leftrightarrow x = 47 \\
\text{Er staan 47 tafels in de feestzaal.}
\)