Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
\(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 9 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 21 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
\(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 10 gasten zitten, dan hebben 9 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 11 gasten zitten, dan zijn er 21 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 10.x+9 = 11.x -21 } \\
\Leftrightarrow 10.x - 11.x = -21 - 9\\
\Leftrightarrow -x = -30\\
\Leftrightarrow x = 30 \\
\text{Er staan 30 tafels in de feestzaal.}
\)