Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{ Khadija doet mee aan een quiz waarin je 40 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 3 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Khadija 231 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Khadija juist?}\)
- \(\text{ Anthe en Romaisae verzamelen streaks.}\\\text{ Samen hebben ze er 290, maar Anthe heeft er 14 meer dan Romaisae .} \\\text{ Hoeveel streaks hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Emely doet mee aan een quiz waarin je 40 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 9 euro. Bij een fout antwoord gaat er 2 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Emely 195 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Emely juist?}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 182 meter.} \\\text{De lengte is 59 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Zahra en Tibo verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 468, maar Zahra heeft er 166 meer dan Tibo .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 288 meter.} \\\text{De lengte is 104 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Mila en Ines verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 358, maar Mila heeft er 8 meer dan Ines .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Ines en Rebecca verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 562, maar Ines heeft er 74 minder dan Rebecca .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Tibo en Amani verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 520, maar Tibo heeft er 48 minder dan Amani .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Ines doet mee aan een quiz waarin je 35 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 9 euro. Bij een fout antwoord gaat er 3 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Ines 135 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Ines juist?}\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Flamingo's en Kamelen.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Flamingo's en Kamelen samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 50 verschillende koppen en 142 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Flamingo's en Kamelen zijn er precies?}\)
- \(\text{ Zahra doet mee aan een quiz waarin je 25 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 9 euro. Bij een fout antwoord gaat er 2 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Zahra 203 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Zahra juist?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{ Khadija doet mee aan een quiz waarin je 40 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 3 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Khadija 231 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Khadija juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 40 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 10.x-3.(40-x) = 231}\\
\Leftrightarrow 10.x - 3.40 + 3.x = 231 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 13.x - 120 = 231 \\
\Leftrightarrow 13.x = 231 + 120=351 \\
\Leftrightarrow x = 27 \\
\text{ Khadija heeft 27 antwoorden juist}\)
- \(\text{ Anthe en Romaisae verzamelen streaks.}\\\text{ Samen hebben ze er 290, maar Anthe heeft er 14 meer dan Romaisae .} \\\text{ Hoeveel streaks hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal streaks van Romaisae } \\
\text{ x+14 is het aantal streaks van Anthe } \\
\color{red}{x + x +14 = 290} \\
\Leftrightarrow 2.x +14 = 290 \\
\Leftrightarrow 2.x = 290 -14=276\\
\Leftrightarrow x = 138 \\
\text{ Romaisae heeft 138 streaks en Anthe heeft er 14 meer, dus 152 }\)
- \(\text{ Emely doet mee aan een quiz waarin je 40 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 9 euro. Bij een fout antwoord gaat er 2 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Emely 195 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Emely juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 40 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 9.x-2.(40-x) = 195}\\
\Leftrightarrow 9.x - 2.40 + 2.x = 195 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 11.x - 80 = 195 \\
\Leftrightarrow 11.x = 195 + 80=275 \\
\Leftrightarrow x = 25 \\
\text{ Emely heeft 25 antwoorden juist}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 182 meter.} \\\text{De lengte is 59 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 59 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 59) + x + (x - 59) = 182} \\
\Leftrightarrow 4.x - 118= 182 \\
\Leftrightarrow 4.x = 182 + 118 = 300\\
\Leftrightarrow x = 75 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 75 m en een breedte van 16 m}\)
- \(\text{ Zahra en Tibo verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 468, maar Zahra heeft er 166 meer dan Tibo .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal stickers van Tibo } \\
\text{ x+166 is het aantal stickers van Zahra } \\
\color{red}{x + x +166 = 468} \\
\Leftrightarrow 2.x +166 = 468 \\
\Leftrightarrow 2.x = 468 -166=302\\
\Leftrightarrow x = 151 \\
\text{ Tibo heeft 151 stickers en Zahra heeft er 166 meer, dus 317 }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 288 meter.} \\\text{De lengte is 104 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 104 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 104) + x + (x - 104) = 288} \\
\Leftrightarrow 4.x - 208= 288 \\
\Leftrightarrow 4.x = 288 + 208 = 496\\
\Leftrightarrow x = 124 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 124 m en een breedte van 20 m}\)
- \(\text{ Mila en Ines verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 358, maar Mila heeft er 8 meer dan Ines .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal stickers van Ines } \\
\text{ x+8 is het aantal stickers van Mila } \\
\color{red}{x + x +8 = 358} \\
\Leftrightarrow 2.x +8 = 358 \\
\Leftrightarrow 2.x = 358 -8=350\\
\Leftrightarrow x = 175 \\
\text{ Ines heeft 175 stickers en Mila heeft er 8 meer, dus 183 }\)
- \(\text{ Ines en Rebecca verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 562, maar Ines heeft er 74 minder dan Rebecca .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal stickers van Rebecca } \\
\text{ x-74 is het aantal stickers van Ines } \\
\color{red}{x + x -74 = 562} \\
\Leftrightarrow 2.x -74 = 562 \\
\Leftrightarrow 2.x = 562 +74=636\\
\Leftrightarrow x = 318 \\
\text{ Rebecca heeft 318 stickers en Ines heeft er 74 minder, dus 244 }\)
- \(\text{ Tibo en Amani verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 520, maar Tibo heeft er 48 minder dan Amani .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal magneten van Amani } \\
\text{ x-48 is het aantal magneten van Tibo } \\
\color{red}{x + x -48 = 520} \\
\Leftrightarrow 2.x -48 = 520 \\
\Leftrightarrow 2.x = 520 +48=568\\
\Leftrightarrow x = 284 \\
\text{ Amani heeft 284 magneten en Tibo heeft er 48 minder, dus 236 }\)
- \(\text{ Ines doet mee aan een quiz waarin je 35 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 9 euro. Bij een fout antwoord gaat er 3 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Ines 135 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Ines juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 35 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 9.x-3.(35-x) = 135}\\
\Leftrightarrow 9.x - 3.35 + 3.x = 135 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 12.x - 105 = 135 \\
\Leftrightarrow 12.x = 135 + 105=240 \\
\Leftrightarrow x = 20 \\
\text{ Ines heeft 20 antwoorden juist}\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Flamingo's en Kamelen.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Flamingo's en Kamelen samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 50 verschillende koppen en 142 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Flamingo's en Kamelen zijn er precies?}\\
\text{x is het aantal Flamingo's}\\
50 - x \text{ is het aantal Kamelen (op basis van het aantal koppen)}\\
\color{red}{2.x + 4.(50-x)=142 } \text{ (op basis van het aantal poten)}\\
\Leftrightarrow 2.x + 4.50 - 4.x = 142 \\
\Leftrightarrow -2.x + 200=142 \\
\Leftrightarrow -2.x = 142 - 200=-58\\
\Leftrightarrow x = -58.\left(\frac{1}{-2}\right)=29\\
\text{Er zijn 29 Flamingo's en dus 21 Kamelen }\)
- \(\text{ Zahra doet mee aan een quiz waarin je 25 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 9 euro. Bij een fout antwoord gaat er 2 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Zahra 203 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Zahra juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 25 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 9.x-2.(25-x) = 203}\\
\Leftrightarrow 9.x - 2.25 + 2.x = 203 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 11.x - 50 = 203 \\
\Leftrightarrow 11.x = 203 + 50=253 \\
\Leftrightarrow x = 23 \\
\text{ Zahra heeft 23 antwoorden juist}\)