Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{ Rebecca en Tibo verzamelen bebloede tanden.}\\\text{ Samen hebben ze er 599, maar Rebecca heeft er 41 meer dan Tibo .} \\\text{ Hoeveel bebloede tanden hebben ze elk? }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 172 meter.} \\\text{De lengte is 68 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Romaisae doet mee aan een quiz waarin je 50 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 3 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Romaisae 290 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Romaisae juist?}\)
- \(\text{ Zahra doet mee aan een quiz waarin je 30 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 5 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Zahra 188 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Zahra juist?}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 218 meter.} \\\text{De lengte is 69 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Emely doet mee aan een quiz waarin je 20 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 5 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Emely 134 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Emely juist?}\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Flamingo's en Hyena's.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Flamingo's en Hyena's samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 64 verschillende koppen en 216 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Flamingo's en Hyena's zijn er precies?}\)
- \(\text{ Mila en Zahra verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 514, maar Mila heeft er 76 minder dan Zahra .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Zahra en Tibo verzamelen bebloede tanden.}\\\text{ Samen hebben ze er 451, maar Zahra heeft er 163 minder dan Tibo .} \\\text{ Hoeveel bebloede tanden hebben ze elk? }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 264 meter.} \\\text{De lengte is 96 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Ines en Mila verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 570, maar Ines heeft er 56 meer dan Mila .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Mila en Rebecca verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 313, maar Mila heeft er 51 minder dan Rebecca .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{ Rebecca en Tibo verzamelen bebloede tanden.}\\\text{ Samen hebben ze er 599, maar Rebecca heeft er 41 meer dan Tibo .} \\\text{ Hoeveel bebloede tanden hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal bebloede tanden van Tibo } \\
\text{ x+41 is het aantal bebloede tanden van Rebecca } \\
\color{red}{x + x +41 = 599} \\
\Leftrightarrow 2.x +41 = 599 \\
\Leftrightarrow 2.x = 599 -41=558\\
\Leftrightarrow x = 279 \\
\text{ Tibo heeft 279 bebloede tanden en Rebecca heeft er 41 meer, dus 320 }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 172 meter.} \\\text{De lengte is 68 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 68 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 68) + x + (x - 68) = 172} \\
\Leftrightarrow 4.x - 136= 172 \\
\Leftrightarrow 4.x = 172 + 136 = 308\\
\Leftrightarrow x = 77 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 77 m en een breedte van 9 m}\)
- \(\text{ Romaisae doet mee aan een quiz waarin je 50 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 3 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Romaisae 290 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Romaisae juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 50 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 8.x-3.(50-x) = 290}\\
\Leftrightarrow 8.x - 3.50 + 3.x = 290 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 11.x - 150 = 290 \\
\Leftrightarrow 11.x = 290 + 150=440 \\
\Leftrightarrow x = 40 \\
\text{ Romaisae heeft 40 antwoorden juist}\)
- \(\text{ Zahra doet mee aan een quiz waarin je 30 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 5 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Zahra 188 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Zahra juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 30 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 8.x-5.(30-x) = 188}\\
\Leftrightarrow 8.x - 5.30 + 5.x = 188 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 13.x - 150 = 188 \\
\Leftrightarrow 13.x = 188 + 150=338 \\
\Leftrightarrow x = 26 \\
\text{ Zahra heeft 26 antwoorden juist}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 218 meter.} \\\text{De lengte is 69 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 69 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 69) + x + (x - 69) = 218} \\
\Leftrightarrow 4.x - 138= 218 \\
\Leftrightarrow 4.x = 218 + 138 = 356\\
\Leftrightarrow x = 89 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 89 m en een breedte van 20 m}\)
- \(\text{ Emely doet mee aan een quiz waarin je 20 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 5 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Emely 134 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Emely juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 20 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 8.x-5.(20-x) = 134}\\
\Leftrightarrow 8.x - 5.20 + 5.x = 134 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 13.x - 100 = 134 \\
\Leftrightarrow 13.x = 134 + 100=234 \\
\Leftrightarrow x = 18 \\
\text{ Emely heeft 18 antwoorden juist}\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Flamingo's en Hyena's.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Flamingo's en Hyena's samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 64 verschillende koppen en 216 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Flamingo's en Hyena's zijn er precies?}\\
\text{x is het aantal Flamingo's}\\
64 - x \text{ is het aantal Hyena's (op basis van het aantal koppen)}\\
\color{red}{2.x + 4.(64-x)=216 } \text{ (op basis van het aantal poten)}\\
\Leftrightarrow 2.x + 4.64 - 4.x = 216 \\
\Leftrightarrow -2.x + 256=216 \\
\Leftrightarrow -2.x = 216 - 256=-40\\
\Leftrightarrow x = -40.\left(\frac{1}{-2}\right)=20\\
\text{Er zijn 20 Flamingo's en dus 44 Hyena's }\)
- \(\text{ Mila en Zahra verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 514, maar Mila heeft er 76 minder dan Zahra .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal stickers van Zahra } \\
\text{ x-76 is het aantal stickers van Mila } \\
\color{red}{x + x -76 = 514} \\
\Leftrightarrow 2.x -76 = 514 \\
\Leftrightarrow 2.x = 514 +76=590\\
\Leftrightarrow x = 295 \\
\text{ Zahra heeft 295 stickers en Mila heeft er 76 minder, dus 219 }\)
- \(\text{ Zahra en Tibo verzamelen bebloede tanden.}\\\text{ Samen hebben ze er 451, maar Zahra heeft er 163 minder dan Tibo .} \\\text{ Hoeveel bebloede tanden hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal bebloede tanden van Tibo } \\
\text{ x-163 is het aantal bebloede tanden van Zahra } \\
\color{red}{x + x -163 = 451} \\
\Leftrightarrow 2.x -163 = 451 \\
\Leftrightarrow 2.x = 451 +163=614\\
\Leftrightarrow x = 307 \\
\text{ Tibo heeft 307 bebloede tanden en Zahra heeft er 163 minder, dus 144 }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 264 meter.} \\\text{De lengte is 96 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 96 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 96) + x + (x - 96) = 264} \\
\Leftrightarrow 4.x - 192= 264 \\
\Leftrightarrow 4.x = 264 + 192 = 456\\
\Leftrightarrow x = 114 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 114 m en een breedte van 18 m}\)
- \(\text{ Ines en Mila verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 570, maar Ines heeft er 56 meer dan Mila .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal magneten van Mila } \\
\text{ x+56 is het aantal magneten van Ines } \\
\color{red}{x + x +56 = 570} \\
\Leftrightarrow 2.x +56 = 570 \\
\Leftrightarrow 2.x = 570 -56=514\\
\Leftrightarrow x = 257 \\
\text{ Mila heeft 257 magneten en Ines heeft er 56 meer, dus 313 }\)
- \(\text{ Mila en Rebecca verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 313, maar Mila heeft er 51 minder dan Rebecca .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal magneten van Rebecca } \\
\text{ x-51 is het aantal magneten van Mila } \\
\color{red}{x + x -51 = 313} \\
\Leftrightarrow 2.x -51 = 313 \\
\Leftrightarrow 2.x = 313 +51=364\\
\Leftrightarrow x = 182 \\
\text{ Rebecca heeft 182 magneten en Mila heeft er 51 minder, dus 131 }\)