Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{ Zahra doet mee aan een quiz waarin je 25 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 4 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Zahra 180 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Zahra juist?}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 180 meter.} \\\text{De lengte is 70 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Rebecca en Ines verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 534, maar Rebecca heeft er 40 minder dan Ines .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 150 meter.} \\\text{De lengte is 47 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Romaisae en Emely verzamelen pokemonkaarten.}\\\text{ Samen hebben ze er 427, maar Romaisae heeft er 33 minder dan Emely .} \\\text{ Hoeveel pokemonkaarten hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Tibo doet mee aan een quiz waarin je 40 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 3 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Tibo 177 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Tibo juist?}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 102 meter.} \\\text{De lengte is 27 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Rebecca en Mila verzamelen pokemonkaarten.}\\\text{ Samen hebben ze er 448, maar Rebecca heeft er 34 meer dan Mila .} \\\text{ Hoeveel pokemonkaarten hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Rebecca doet mee aan een quiz waarin je 50 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 4 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Rebecca 220 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Rebecca juist?}\)
- \(\text{ Zahra en Anthe verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 469, maar Zahra heeft er 155 minder dan Anthe .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 132 meter.} \\\text{De lengte is 34 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Romaisae en Ines verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 328, maar Romaisae heeft er 80 minder dan Ines .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{ Zahra doet mee aan een quiz waarin je 25 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 4 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Zahra 180 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Zahra juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 25 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 10.x-4.(25-x) = 180}\\
\Leftrightarrow 10.x - 4.25 + 4.x = 180 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 14.x - 100 = 180 \\
\Leftrightarrow 14.x = 180 + 100=280 \\
\Leftrightarrow x = 20 \\
\text{ Zahra heeft 20 antwoorden juist}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 180 meter.} \\\text{De lengte is 70 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 70 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 70) + x + (x - 70) = 180} \\
\Leftrightarrow 4.x - 140= 180 \\
\Leftrightarrow 4.x = 180 + 140 = 320\\
\Leftrightarrow x = 80 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 80 m en een breedte van 10 m}\)
- \(\text{ Rebecca en Ines verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 534, maar Rebecca heeft er 40 minder dan Ines .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal magneten van Ines } \\
\text{ x-40 is het aantal magneten van Rebecca } \\
\color{red}{x + x -40 = 534} \\
\Leftrightarrow 2.x -40 = 534 \\
\Leftrightarrow 2.x = 534 +40=574\\
\Leftrightarrow x = 287 \\
\text{ Ines heeft 287 magneten en Rebecca heeft er 40 minder, dus 247 }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 150 meter.} \\\text{De lengte is 47 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 47 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 47) + x + (x - 47) = 150} \\
\Leftrightarrow 4.x - 94= 150 \\
\Leftrightarrow 4.x = 150 + 94 = 244\\
\Leftrightarrow x = 61 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 61 m en een breedte van 14 m}\)
- \(\text{ Romaisae en Emely verzamelen pokemonkaarten.}\\\text{ Samen hebben ze er 427, maar Romaisae heeft er 33 minder dan Emely .} \\\text{ Hoeveel pokemonkaarten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal pokemonkaarten van Emely } \\
\text{ x-33 is het aantal pokemonkaarten van Romaisae } \\
\color{red}{x + x -33 = 427} \\
\Leftrightarrow 2.x -33 = 427 \\
\Leftrightarrow 2.x = 427 +33=460\\
\Leftrightarrow x = 230 \\
\text{ Emely heeft 230 pokemonkaarten en Romaisae heeft er 33 minder, dus 197 }\)
- \(\text{ Tibo doet mee aan een quiz waarin je 40 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 3 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Tibo 177 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Tibo juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 40 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 8.x-3.(40-x) = 177}\\
\Leftrightarrow 8.x - 3.40 + 3.x = 177 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 11.x - 120 = 177 \\
\Leftrightarrow 11.x = 177 + 120=297 \\
\Leftrightarrow x = 27 \\
\text{ Tibo heeft 27 antwoorden juist}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 102 meter.} \\\text{De lengte is 27 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 27 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 27) + x + (x - 27) = 102} \\
\Leftrightarrow 4.x - 54= 102 \\
\Leftrightarrow 4.x = 102 + 54 = 156\\
\Leftrightarrow x = 39 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 39 m en een breedte van 12 m}\)
- \(\text{ Rebecca en Mila verzamelen pokemonkaarten.}\\\text{ Samen hebben ze er 448, maar Rebecca heeft er 34 meer dan Mila .} \\\text{ Hoeveel pokemonkaarten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal pokemonkaarten van Mila } \\
\text{ x+34 is het aantal pokemonkaarten van Rebecca } \\
\color{red}{x + x +34 = 448} \\
\Leftrightarrow 2.x +34 = 448 \\
\Leftrightarrow 2.x = 448 -34=414\\
\Leftrightarrow x = 207 \\
\text{ Mila heeft 207 pokemonkaarten en Rebecca heeft er 34 meer, dus 241 }\)
- \(\text{ Rebecca doet mee aan een quiz waarin je 50 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 4 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Rebecca 220 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Rebecca juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 50 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 10.x-4.(50-x) = 220}\\
\Leftrightarrow 10.x - 4.50 + 4.x = 220 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 14.x - 200 = 220 \\
\Leftrightarrow 14.x = 220 + 200=420 \\
\Leftrightarrow x = 30 \\
\text{ Rebecca heeft 30 antwoorden juist}\)
- \(\text{ Zahra en Anthe verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 469, maar Zahra heeft er 155 minder dan Anthe .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal magneten van Anthe } \\
\text{ x-155 is het aantal magneten van Zahra } \\
\color{red}{x + x -155 = 469} \\
\Leftrightarrow 2.x -155 = 469 \\
\Leftrightarrow 2.x = 469 +155=624\\
\Leftrightarrow x = 312 \\
\text{ Anthe heeft 312 magneten en Zahra heeft er 155 minder, dus 157 }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 132 meter.} \\\text{De lengte is 34 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 34 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 34) + x + (x - 34) = 132} \\
\Leftrightarrow 4.x - 68= 132 \\
\Leftrightarrow 4.x = 132 + 68 = 200\\
\Leftrightarrow x = 50 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 50 m en een breedte van 16 m}\)
- \(\text{ Romaisae en Ines verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 328, maar Romaisae heeft er 80 minder dan Ines .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal magneten van Ines } \\
\text{ x-80 is het aantal magneten van Romaisae } \\
\color{red}{x + x -80 = 328} \\
\Leftrightarrow 2.x -80 = 328 \\
\Leftrightarrow 2.x = 328 +80=408\\
\Leftrightarrow x = 204 \\
\text{ Ines heeft 204 magneten en Romaisae heeft er 80 minder, dus 124 }\)