Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{ Romaisae doet mee aan een quiz waarin je 20 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 4 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Romaisae 172 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Romaisae juist?}\)
- \(\text{ Emely doet mee aan een quiz waarin je 20 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 9 euro. Bij een fout antwoord gaat er 2 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Emely 169 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Emely juist?}\)
- \(\text{ Amani en Anthe verzamelen pokemonkaarten.}\\\text{ Samen hebben ze er 357, maar Amani heeft er 15 meer dan Anthe .} \\\text{ Hoeveel pokemonkaarten hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Mila en Geogrios verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 515, maar Mila heeft er 7 minder dan Geogrios .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Ines en Emely verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 351, maar Ines heeft er 105 minder dan Emely .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Anthe doet mee aan een quiz waarin je 40 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 4 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Anthe 80 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Anthe juist?}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 186 meter.} \\\text{De lengte is 61 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 150 meter.} \\\text{De lengte is 39 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Pinguins en Hyena's.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Pinguins en Hyena's samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 67 verschillende koppen en 214 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Pinguins en Hyena's zijn er precies?}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 170 meter.} \\\text{De lengte is 59 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Pinguins en Kamelen.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Pinguins en Kamelen samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 73 verschillende koppen en 224 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Pinguins en Kamelen zijn er precies?}\)
- \(\text{ Rebecca doet mee aan een quiz waarin je 30 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 5 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Rebecca 162 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Rebecca juist?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{ Romaisae doet mee aan een quiz waarin je 20 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 4 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Romaisae 172 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Romaisae juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 20 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 10.x-4.(20-x) = 172}\\
\Leftrightarrow 10.x - 4.20 + 4.x = 172 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 14.x - 80 = 172 \\
\Leftrightarrow 14.x = 172 + 80=252 \\
\Leftrightarrow x = 18 \\
\text{ Romaisae heeft 18 antwoorden juist}\)
- \(\text{ Emely doet mee aan een quiz waarin je 20 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 9 euro. Bij een fout antwoord gaat er 2 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Emely 169 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Emely juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 20 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 9.x-2.(20-x) = 169}\\
\Leftrightarrow 9.x - 2.20 + 2.x = 169 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 11.x - 40 = 169 \\
\Leftrightarrow 11.x = 169 + 40=209 \\
\Leftrightarrow x = 19 \\
\text{ Emely heeft 19 antwoorden juist}\)
- \(\text{ Amani en Anthe verzamelen pokemonkaarten.}\\\text{ Samen hebben ze er 357, maar Amani heeft er 15 meer dan Anthe .} \\\text{ Hoeveel pokemonkaarten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal pokemonkaarten van Anthe } \\
\text{ x+15 is het aantal pokemonkaarten van Amani } \\
\color{red}{x + x +15 = 357} \\
\Leftrightarrow 2.x +15 = 357 \\
\Leftrightarrow 2.x = 357 -15=342\\
\Leftrightarrow x = 171 \\
\text{ Anthe heeft 171 pokemonkaarten en Amani heeft er 15 meer, dus 186 }\)
- \(\text{ Mila en Geogrios verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 515, maar Mila heeft er 7 minder dan Geogrios .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal magneten van Geogrios } \\
\text{ x-7 is het aantal magneten van Mila } \\
\color{red}{x + x -7 = 515} \\
\Leftrightarrow 2.x -7 = 515 \\
\Leftrightarrow 2.x = 515 +7=522\\
\Leftrightarrow x = 261 \\
\text{ Geogrios heeft 261 magneten en Mila heeft er 7 minder, dus 254 }\)
- \(\text{ Ines en Emely verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 351, maar Ines heeft er 105 minder dan Emely .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal magneten van Emely } \\
\text{ x-105 is het aantal magneten van Ines } \\
\color{red}{x + x -105 = 351} \\
\Leftrightarrow 2.x -105 = 351 \\
\Leftrightarrow 2.x = 351 +105=456\\
\Leftrightarrow x = 228 \\
\text{ Emely heeft 228 magneten en Ines heeft er 105 minder, dus 123 }\)
- \(\text{ Anthe doet mee aan een quiz waarin je 40 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 4 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Anthe 80 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Anthe juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 40 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 8.x-4.(40-x) = 80}\\
\Leftrightarrow 8.x - 4.40 + 4.x = 80 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 12.x - 160 = 80 \\
\Leftrightarrow 12.x = 80 + 160=240 \\
\Leftrightarrow x = 20 \\
\text{ Anthe heeft 20 antwoorden juist}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 186 meter.} \\\text{De lengte is 61 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 61 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 61) + x + (x - 61) = 186} \\
\Leftrightarrow 4.x - 122= 186 \\
\Leftrightarrow 4.x = 186 + 122 = 308\\
\Leftrightarrow x = 77 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 77 m en een breedte van 16 m}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 150 meter.} \\\text{De lengte is 39 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 39 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 39) + x + (x - 39) = 150} \\
\Leftrightarrow 4.x - 78= 150 \\
\Leftrightarrow 4.x = 150 + 78 = 228\\
\Leftrightarrow x = 57 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 57 m en een breedte van 18 m}\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Pinguins en Hyena's.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Pinguins en Hyena's samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 67 verschillende koppen en 214 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Pinguins en Hyena's zijn er precies?}\\
\text{x is het aantal Pinguins}\\
67 - x \text{ is het aantal Hyena's (op basis van het aantal koppen)}\\
\color{red}{2.x + 4.(67-x)=214 } \text{ (op basis van het aantal poten)}\\
\Leftrightarrow 2.x + 4.67 - 4.x = 214 \\
\Leftrightarrow -2.x + 268=214 \\
\Leftrightarrow -2.x = 214 - 268=-54\\
\Leftrightarrow x = -54.\left(\frac{1}{-2}\right)=27\\
\text{Er zijn 27 Pinguins en dus 40 Hyena's }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 170 meter.} \\\text{De lengte is 59 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 59 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 59) + x + (x - 59) = 170} \\
\Leftrightarrow 4.x - 118= 170 \\
\Leftrightarrow 4.x = 170 + 118 = 288\\
\Leftrightarrow x = 72 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 72 m en een breedte van 13 m}\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Pinguins en Kamelen.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Pinguins en Kamelen samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 73 verschillende koppen en 224 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Pinguins en Kamelen zijn er precies?}\\
\text{x is het aantal Pinguins}\\
73 - x \text{ is het aantal Kamelen (op basis van het aantal koppen)}\\
\color{red}{2.x + 4.(73-x)=224 } \text{ (op basis van het aantal poten)}\\
\Leftrightarrow 2.x + 4.73 - 4.x = 224 \\
\Leftrightarrow -2.x + 292=224 \\
\Leftrightarrow -2.x = 224 - 292=-68\\
\Leftrightarrow x = -68.\left(\frac{1}{-2}\right)=34\\
\text{Er zijn 34 Pinguins en dus 39 Kamelen }\)
- \(\text{ Rebecca doet mee aan een quiz waarin je 30 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 5 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Rebecca 162 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Rebecca juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 30 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 8.x-5.(30-x) = 162}\\
\Leftrightarrow 8.x - 5.30 + 5.x = 162 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 13.x - 150 = 162 \\
\Leftrightarrow 13.x = 162 + 150=312 \\
\Leftrightarrow x = 24 \\
\text{ Rebecca heeft 24 antwoorden juist}\)