Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 200 meter.} \\\text{De lengte is 66 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Mila en Romaisae verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 378, maar Mila heeft er 8 meer dan Romaisae .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Rebecca doet mee aan een quiz waarin je 45 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 2 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Rebecca 230 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Rebecca juist?}\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Pinguins en Kamelen.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Pinguins en Kamelen samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 71 verschillende koppen en 204 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Pinguins en Kamelen zijn er precies?}\)
- \(\text{ Mila doet mee aan een quiz waarin je 45 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 3 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Mila 164 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Mila juist?}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 150 meter.} \\\text{De lengte is 35 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Pinguins en Kamelen.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Pinguins en Kamelen samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 44 verschillende koppen en 134 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Pinguins en Kamelen zijn er precies?}\)
- \(\text{ Emely doet mee aan een quiz waarin je 35 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 3 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Emely 168 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Emely juist?}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 88 meter.} \\\text{De lengte is 26 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Rebecca en Zahra verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 489, maar Rebecca heeft er 109 minder dan Zahra .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Ines doet mee aan een quiz waarin je 30 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 9 euro. Bij een fout antwoord gaat er 4 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Ines 153 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Ines juist?}\)
- \(\text{ Amani doet mee aan een quiz waarin je 45 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 2 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Amani 210 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Amani juist?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 200 meter.} \\\text{De lengte is 66 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 66 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 66) + x + (x - 66) = 200} \\
\Leftrightarrow 4.x - 132= 200 \\
\Leftrightarrow 4.x = 200 + 132 = 332\\
\Leftrightarrow x = 83 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 83 m en een breedte van 17 m}\)
- \(\text{ Mila en Romaisae verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 378, maar Mila heeft er 8 meer dan Romaisae .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal magneten van Romaisae } \\
\text{ x+8 is het aantal magneten van Mila } \\
\color{red}{x + x +8 = 378} \\
\Leftrightarrow 2.x +8 = 378 \\
\Leftrightarrow 2.x = 378 -8=370\\
\Leftrightarrow x = 185 \\
\text{ Romaisae heeft 185 magneten en Mila heeft er 8 meer, dus 193 }\)
- \(\text{ Rebecca doet mee aan een quiz waarin je 45 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 2 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Rebecca 230 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Rebecca juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 45 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 8.x-2.(45-x) = 230}\\
\Leftrightarrow 8.x - 2.45 + 2.x = 230 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 10.x - 90 = 230 \\
\Leftrightarrow 10.x = 230 + 90=320 \\
\Leftrightarrow x = 32 \\
\text{ Rebecca heeft 32 antwoorden juist}\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Pinguins en Kamelen.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Pinguins en Kamelen samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 71 verschillende koppen en 204 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Pinguins en Kamelen zijn er precies?}\\
\text{x is het aantal Pinguins}\\
71 - x \text{ is het aantal Kamelen (op basis van het aantal koppen)}\\
\color{red}{2.x + 4.(71-x)=204 } \text{ (op basis van het aantal poten)}\\
\Leftrightarrow 2.x + 4.71 - 4.x = 204 \\
\Leftrightarrow -2.x + 284=204 \\
\Leftrightarrow -2.x = 204 - 284=-80\\
\Leftrightarrow x = -80.\left(\frac{1}{-2}\right)=40\\
\text{Er zijn 40 Pinguins en dus 31 Kamelen }\)
- \(\text{ Mila doet mee aan een quiz waarin je 45 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 3 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Mila 164 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Mila juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 45 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 10.x-3.(45-x) = 164}\\
\Leftrightarrow 10.x - 3.45 + 3.x = 164 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 13.x - 135 = 164 \\
\Leftrightarrow 13.x = 164 + 135=299 \\
\Leftrightarrow x = 23 \\
\text{ Mila heeft 23 antwoorden juist}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 150 meter.} \\\text{De lengte is 35 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 35 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 35) + x + (x - 35) = 150} \\
\Leftrightarrow 4.x - 70= 150 \\
\Leftrightarrow 4.x = 150 + 70 = 220\\
\Leftrightarrow x = 55 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 55 m en een breedte van 20 m}\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Pinguins en Kamelen.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Pinguins en Kamelen samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 44 verschillende koppen en 134 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Pinguins en Kamelen zijn er precies?}\\
\text{x is het aantal Pinguins}\\
44 - x \text{ is het aantal Kamelen (op basis van het aantal koppen)}\\
\color{red}{2.x + 4.(44-x)=134 } \text{ (op basis van het aantal poten)}\\
\Leftrightarrow 2.x + 4.44 - 4.x = 134 \\
\Leftrightarrow -2.x + 176=134 \\
\Leftrightarrow -2.x = 134 - 176=-42\\
\Leftrightarrow x = -42.\left(\frac{1}{-2}\right)=21\\
\text{Er zijn 21 Pinguins en dus 23 Kamelen }\)
- \(\text{ Emely doet mee aan een quiz waarin je 35 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 3 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Emely 168 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Emely juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 35 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 10.x-3.(35-x) = 168}\\
\Leftrightarrow 10.x - 3.35 + 3.x = 168 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 13.x - 105 = 168 \\
\Leftrightarrow 13.x = 168 + 105=273 \\
\Leftrightarrow x = 21 \\
\text{ Emely heeft 21 antwoorden juist}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 88 meter.} \\\text{De lengte is 26 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 26 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 26) + x + (x - 26) = 88} \\
\Leftrightarrow 4.x - 52= 88 \\
\Leftrightarrow 4.x = 88 + 52 = 140\\
\Leftrightarrow x = 35 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 35 m en een breedte van 9 m}\)
- \(\text{ Rebecca en Zahra verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 489, maar Rebecca heeft er 109 minder dan Zahra .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal stickers van Zahra } \\
\text{ x-109 is het aantal stickers van Rebecca } \\
\color{red}{x + x -109 = 489} \\
\Leftrightarrow 2.x -109 = 489 \\
\Leftrightarrow 2.x = 489 +109=598\\
\Leftrightarrow x = 299 \\
\text{ Zahra heeft 299 stickers en Rebecca heeft er 109 minder, dus 190 }\)
- \(\text{ Ines doet mee aan een quiz waarin je 30 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 9 euro. Bij een fout antwoord gaat er 4 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Ines 153 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Ines juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 30 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 9.x-4.(30-x) = 153}\\
\Leftrightarrow 9.x - 4.30 + 4.x = 153 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 13.x - 120 = 153 \\
\Leftrightarrow 13.x = 153 + 120=273 \\
\Leftrightarrow x = 21 \\
\text{ Ines heeft 21 antwoorden juist}\)
- \(\text{ Amani doet mee aan een quiz waarin je 45 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 2 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Amani 210 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Amani juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 45 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 10.x-2.(45-x) = 210}\\
\Leftrightarrow 10.x - 2.45 + 2.x = 210 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 12.x - 90 = 210 \\
\Leftrightarrow 12.x = 210 + 90=300 \\
\Leftrightarrow x = 25 \\
\text{ Amani heeft 25 antwoorden juist}\)