Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een school met 512 leerlingen zijn \(\frac{2}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{8}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  2. \(\)In een vrachtwagen met 45 dozen zijn \(\frac{2}{5}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  3. \(\)In een vrachtwagen met 252 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  4. \(\)In een vrachtwagen met 210 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  5. \(\)In een vrachtwagen met 400 dozen zijn \(\frac{3}{10}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{8}\) die gedeukt zijn. Hoeveel metalen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  6. \(\)In een bedrijf met 84 werknemers zijn \(\frac{2}{3}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  7. \(\)In een school met 270 leerlingen zijn \(\frac{4}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{5}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 84 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 240 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{7}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een doos met 120 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{6}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
  11. \(\)In een doos met 441 prullen zijn \(\frac{2}{7}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
  12. \(\)In een vrachtwagen met 280 dozen zijn \(\frac{5}{10}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{2}{8}\times\frac{7}{8}\times 512=112\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  2. \(\frac{2}{5}\times\frac{1}{3}\times 45=6\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  3. \(\frac{1}{7}\times\frac{8}{9}\times 252=32\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  4. \(\frac{2}{3}\times\frac{2}{7}\times 210=40\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  5. \(\frac{3}{10}\times\frac{5}{8}\times 400=75\text{ metalen doosjes die gedeukt zijn}\)
  6. \(\frac{2}{3}\times\frac{1}{4}\times 84=14\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  7. \(\frac{4}{6}\times\frac{1}{5}\times 270=36\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  8. \(\frac{3}{4}\times\frac{5}{7}\times 84=45\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  9. \(\frac{1}{4}\times\frac{7}{10}\times 240=42\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{3}{6}\times\frac{2}{4}\times 120=30\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
  11. \(\frac{2}{7}\times\frac{5}{7}\times 441=90\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
  12. \(\frac{5}{10}\times\frac{1}{4}\times 280=35\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-09-19 08:30:55
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen