Breuken (reeks 1)

Hoofdmenu Eentje per keer 

Reken uit

  1. \(\)In een vrachtwagen met 54 dozen zijn \(\frac{1}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die gebarsten zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  2. \(\)In een bedrijf met 315 werknemers zijn \(\frac{2}{5}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{4}{7}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
  3. \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{2}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{4}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  4. \(\)In een doos met 288 prullen zijn \(\frac{2}{8}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{4}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
  5. \(\)In een school met 240 leerlingen zijn \(\frac{7}{8}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)
  6. \(\)In een doos met 135 prullen zijn \(\frac{3}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{3}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  7. \(\)In een doos met 96 stukken snoepgoed zijn \(\frac{3}{4}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{6}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
  8. \(\)In een doos met 240 prullen zijn \(\frac{2}{6}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{2}{4}\) die fluoriscerend zijn. Hoeveel sleutelhangers die fluoriscerend zijn zijn er?\(\)
  9. \(\)In een vrachtwagen met 392 dozen zijn \(\frac{3}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{2}{7}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
  10. \(\)In een school met 540 leerlingen zijn \(\frac{1}{6}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{9}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
  11. \(\)In een vrachtwagen met 105 dozen zijn \(\frac{2}{3}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
  12. \(\)In een school met 252 leerlingen zijn \(\frac{7}{9}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{7}\) die met de fiets naar school komen. Hoeveel meisjes die met de fiets naar school komen zijn er?\(\)

Reken uit

Verbetersleutel

  1. \(\frac{1}{3}\times\frac{2}{3}\times 54=12\text{ kartonnen doosjes die gebarsten zijn}\)
  2. \(\frac{2}{5}\times\frac{4}{7}\times 315=72\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
  3. \(\frac{2}{4}\times\frac{1}{4}\times 96=12\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
  4. \(\frac{2}{8}\times\frac{3}{4}\times 288=54\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
  5. \(\frac{7}{8}\times\frac{1}{3}\times 240=70\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
  6. \(\frac{3}{9}\times\frac{2}{3}\times 135=30\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  7. \(\frac{3}{4}\times\frac{2}{6}\times 96=24\text{ gele snoepjes die een vierkante vorm hebben}\)
  8. \(\frac{2}{6}\times\frac{2}{4}\times 240=40\text{ sleutelhangers die fluoriscerend zijn}\)
  9. \(\frac{3}{7}\times\frac{2}{7}\times 392=48\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
  10. \(\frac{1}{6}\times\frac{8}{9}\times 540=80\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
  11. \(\frac{2}{3}\times\frac{6}{7}\times 105=60\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
  12. \(\frac{7}{9}\times\frac{3}{7}\times 252=84\text{ meisjes die met de fiets naar school komen}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2025-04-03 04:56:48
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen