Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer verlengt 2{,}3 m en ondervindt een veerkracht van 23 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  2. \(\)Nada en Imane trekken aan weerszijden van een winkelkar. Nada trekt met een kracht van 700 N, Imane met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Een veer (k = 10 N/m) ondervindt een veerkracht van 61 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  4. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 15 kg op Jupiter (g = 22{,}9 N/kg)? \(\)
  5. \(\)Ilias en Inaya trekken aan weerszijden van een winkelkar. Ilias trekt met een kracht van 600 N, Inaya met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Robin en Nabil trekken aan weerszijden van een winkelkar. Robin trekt met een kracht van 400 N, Nabil met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  7. \(\)Een veer (k = 2 N/m) verlengt 0{,}1 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  8. \(\)Op Uranus (g = 7{,}77 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 124{,}32 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 12 N/m) ondervindt een veerkracht van 45{,}6 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  10. \(\)Een veer (k = 2 N/m) verlengt 1400 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 13 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  12. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Ilias met een kracht van 700 N. Farah trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 400 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{23N}{2{,}3m} = 10 N/m \\ \text{De veerconstante is 10 N/m}\)
  2. \(\leftarrow F_{Nada} = 700 N ; F_{Imane} = 400 N \rightarrow \\F_R = 400 N - 700 N = -300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Nada toe}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{61 N}{10 N/m} = 6{,}1m =6100 mm \\ \text{De veer rekt 6100 mm uit}\)
  4. \(F_Z = m . g = (15 kg) . (22{,}9 N/kg) = 343{,}5N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Jupiter is 343{,}5N }\)
  5. \(\leftarrow F_{Ilias} = 600 N ; F_{Inaya} = 800 N \rightarrow \\F_R = 800 N - 600 N = 200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Inaya toe}\)
  6. \(\leftarrow F_{Robin} = 400 N ; F_{Nabil} = 700 N \rightarrow \\F_R = 700 N - 400 N = 300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Nabil toe}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (2 N/m ) . (0{,}1 m) = 0{,}2N \\ \text{De veerkracht is 0{,}2N}\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{124{,}32N}{7{,}77 N/kg} = 16 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 16 kg}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{45{,}6 N}{12 N/m} = 3{,}8m =38 dm \\ \text{De veer rekt 38 dm uit}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (2 N/m ) . (1{,}4 m) = 2{,}8N \\ \text{De veerkracht is 2{,}8N}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{13 N}{2 N/m} = 6{,}5m \\ \text{De veer rekt 6{,}5 m uit}\)
  12. \(\rightarrow F_{Ilias} = 700 N ; F_{Farah} = 400 N \uparrow \\F_R = \sqrt{700^2 + 400^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 806{,}2 N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-09 03:13:32
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen