Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Anissa met een kracht van 500 N. Inaya trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 900 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 86{,}9 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  3. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 25{,}3 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  4. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nada met een kracht van 900 N. Ilias trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  5. \(\)Een veer (k = 2 N/m) ondervindt een veerkracht van 9 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  6. \(\)Een veer (k = 4 N/m) verlengt 4{,}2 m . Wat is de veerkracht? \(\)
  7. \(\)Een veer verlengt 0{,}8 m en ondervindt een veerkracht van 5{,}6 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  8. \(\)Op Venus (g = 8{,}6 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 77{,}4 N. Bereken de massa van het voorwerp. \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 7 N/m) verlengt 4500 mm . Wat is de veerkracht? \(\)
  10. \(\)Een veer (k = 11 N/m) ondervindt een veerkracht van 100{,}1 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  11. \(\)Een veer (k = 13 N/m) ondervindt een veerkracht van 91 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  12. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 20 kg op de maan (g = 1{,}62 N/kg)? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\rightarrow F_{Anissa} = 500 N ; F_{Inaya} = 900 N \uparrow \\F_R = \sqrt{500^2 + 900^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1029{,}6 N }\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{86{,}9 N}{11 N/m} = 7{,}9m =790 cm \\ \text{De veer rekt 790 cm uit}\)
  3. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{25{,}3 N}{11 N/m} = 2{,}3m =230 cm \\ \text{De veer rekt 230 cm uit}\)
  4. \(\rightarrow F_{Nada} = 900 N ; F_{Ilias} = 700 N \uparrow \\F_R = \sqrt{900^2 + 700^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 1140{,}2 N }\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{9 N}{2 N/m} = 4{,}5m =45 dm \\ \text{De veer rekt 45 dm uit}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (4 N/m ) . (4{,}2 m) = 16{,}8N \\ \text{De veerkracht is 16{,}8N}\)
  7. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{5{,}6N}{0{,}8m} = 7 N/m \\ \text{De veerconstante is 7 N/m}\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{g} = \dfrac{77{,}4N}{8{,}6 N/kg} = 9 kg \\ \text{De massa van het voorwerp is 9 kg}\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (7 N/m ) . (4{,}5 m) = 31{,}5N \\ \text{De veerkracht is 31{,}5N}\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{100{,}1 N}{11 N/m} = 9{,}1m =91 dm \\ \text{De veer rekt 91 dm uit}\)
  11. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{91 N}{13 N/m} = 7m \\ \text{De veer rekt 7 m uit}\)
  12. \(F_Z = m . g = (20 kg) . (1{,}62 N/kg) = 32{,}4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 32{,}4N }\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-06-09 19:24:35
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen