Snelheid

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

  1. \(\)Kaoutar legde een afstand van 34335 m af aan een constante snelheid van 126 km/h . Hoe lang deed Kaoutar hier over?\(\)
  2. \(\)Amal rijdt aan een constante snelheid van 32 m/s voor een duur van 882 s. Hoe ver rijdt Amal?\(\)
  3. \(\)Noah legde een afstand van 81 km af aan een constante snelheid van 30 m/s. Hoe lang deed Noah hier over?\(\)
  4. \(\)Wietse rijdt aan een constante snelheid van 19 m/s voor een duur van 3051 s. Hoe ver rijdt Wietse?\(\)
  5. \(\)Ilias legde een afstand van 72,333 km af aan een constante snelheid van 169,2 km/h . Hoe lang deed Ilias hier over?\(\)
  6. \(\)Laura rijdt aan een constante snelheid van 17 m/s voor een duur van 0,465 h . Hoe ver rijdt Laura?\(\)
  7. \(\)Wietse legde een afstand van 15660 m af in 2610 s. Hoe snel reed Wietse?\(\)
  8. \(\)Sofiane legde een afstand van 47385 m af aan een constante snelheid van 97,2 km/h . Hoe lang deed Sofiane hier over?\(\)
  9. \(\)Kaoutar rijdt aan een constante snelheid van 68,4 km/h voor een duur van 0,5825 h . Hoe ver rijdt Kaoutar?\(\)
  10. \(\)Sofiane rijdt aan een constante snelheid van 3 m/s voor een duur van 1,02 h . Hoe ver rijdt Sofiane?\(\)
  11. \(\)Laura rijdt aan een constante snelheid van 165,6 km/h voor een duur van 0,6875 h . Hoe ver rijdt Laura?\(\)
  12. \(\)Amal legde een afstand van 34830 m af aan een constante snelheid van 43 m/s. Hoe lang deed Amal hier over?\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

Verbetersleutel

  1. \(\begin{align}----&---- \\s&=34335 m \\ v&=126 km/h \\ t&=? \\s &= 34335 m \rightarrow s = 34,335 km \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{34,335}{126} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,2725h\end{align}\)
  2. \(\begin{align}----&---- \\v&=32 m/s \\ t&=882 s \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 32 . 882 m \\ \Leftrightarrow s &= 28224m\end{align}\)
  3. \(\begin{align}----&---- \\s&=81 km \\ v&=30 m/s \\ t&=? \\s &= 81 km \rightarrow s = 81000 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{81000}{30} s \\ \Leftrightarrow t &= 2700s\end{align}\)
  4. \(\begin{align}----&---- \\v&=19 m/s \\ t&=3051 s \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 19 . 3051 m \\ \Leftrightarrow s &= 57969m\end{align}\)
  5. \(\begin{align}----&---- \\s&=72,333 km \\ v&=169,2 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{72,333}{169,2} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,4275h\end{align}\)
  6. \(\begin{align}----&---- \\v&=17 m/s \\ t&=0,465 h \\ s&=? \\v &= 17 m/s \rightarrow v = 61,2 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 61,2 . 0,465 km \\ \Leftrightarrow s &= 28,458km\end{align}\)
  7. \(\begin{align}----&---- \\s&=15660 m \\ t&=2610 s \\ v&=? \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{15660}{2610} m/s \\ \Leftrightarrow v &= 6m/s\end{align}\)
  8. \(\begin{align}----&---- \\s&=47385 m \\ v&=97,2 km/h \\ t&=? \\s &= 47385 m \rightarrow s = 47,385 km \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{47,385}{97,2} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,4875h\end{align}\)
  9. \(\begin{align}----&---- \\v&=68,4 km/h \\ t&=0,5825 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 68,4 . 0,5825 km \\ \Leftrightarrow s &= 39,843km\end{align}\)
  10. \(\begin{align}----&---- \\v&=3 m/s \\ t&=1,02 h \\ s&=? \\v &= 3 m/s \rightarrow v = 10,8 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 10,8 . 1,02 km \\ \Leftrightarrow s &= 11,016km\end{align}\)
  11. \(\begin{align}----&---- \\v&=165,6 km/h \\ t&=0,6875 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 165,6 . 0,6875 km \\ \Leftrightarrow s &= 113,85km\end{align}\)
  12. \(\begin{align}----&---- \\s&=34830 m \\ v&=43 m/s \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{34830}{43} s \\ \Leftrightarrow t &= 810s\end{align}\)
Oefeningengenerator wiskundeoefeningen.be 2026-01-05 11:42:17
Een site van Busleyden Atheneum Mechelen