Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 18 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 3 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 11 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 8 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1402 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 30 euro en 36 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 46824 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 18 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 17 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 11 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 6 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 5 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 9 gasten zitten, dan zijn er 96 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 11 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 12 gasten zitten, dan zijn er 23 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1340 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 21 euro en 29 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 32684 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1287 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 31 euro en 40 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 44928 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1364 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 27 euro en 34 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 41749 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 9 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 8 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 13 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 12 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1121 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 23 euro en 26 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 27640 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1269 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 27 euro en 31 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 37283 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1535 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 23 euro en 27 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 38277 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 18 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 3 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 11 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 8 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1317 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1402 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 30 euro en 36 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 46824 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 30 euro }\\
\text{ 1402 - x is het aantal kaarten van 36 euro }\\
\color{red}{ 30.x+36.(1402 - x)=46824 }\\
\Leftrightarrow 30.x+36.1402-36.x=46824 \\
\Leftrightarrow -6.x+50472=46824 \\
\Leftrightarrow -6.x=-3648 \\
\Leftrightarrow x=-3648.\frac{1}{-6} = 608 \\
\text{Er zijn 608 kaarten van 30 euro en 794 kaarten van 36 euro.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 18 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 17 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 11 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 6 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 809 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 5 gasten zitten, dan hebben 4 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 9 gasten zitten, dan zijn er 96 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 5.x+4 = 9.x -96 } \\
\Leftrightarrow 5.x - 9.x = -96 - 4\\
\Leftrightarrow -4x = -100\\
\Leftrightarrow x = 25 \\
\text{Er staan 25 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{In een feestzaal staan tafels.}\\
\text{Als aan elke tafel 11 gasten zitten, dan hebben 7 gasten geen plaats }\\
\text{Als er aan elke tafel 12 gasten zitten, dan zijn er 23 plaatsen over}\\
\text{Hoeveel tafels staan er in de feestzaal?}
\\--\\
\text{x is het aantal tafels}\\
\color{red}{ 11.x+7 = 12.x -23 } \\
\Leftrightarrow 11.x - 12.x = -23 - 7\\
\Leftrightarrow -x = -30\\
\Leftrightarrow x = 30 \\
\text{Er staan 30 tafels in de feestzaal.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1340 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 21 euro en 29 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 32684 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 21 euro }\\
\text{ 1340 - x is het aantal kaarten van 29 euro }\\
\color{red}{ 21.x+29.(1340 - x)=32684 }\\
\Leftrightarrow 21.x+29.1340-29.x=32684 \\
\Leftrightarrow -8.x+38860=32684 \\
\Leftrightarrow -8.x=-6176 \\
\Leftrightarrow x=-6176.\frac{1}{-8} = 772 \\
\text{Er zijn 772 kaarten van 21 euro en 568 kaarten van 29 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1287 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 31 euro en 40 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 44928 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 31 euro }\\
\text{ 1287 - x is het aantal kaarten van 40 euro }\\
\color{red}{ 31.x+40.(1287 - x)=44928 }\\
\Leftrightarrow 31.x+40.1287-40.x=44928 \\
\Leftrightarrow -9.x+51480=44928 \\
\Leftrightarrow -9.x=-6552 \\
\Leftrightarrow x=-6552.\frac{1}{-9} = 728 \\
\text{Er zijn 728 kaarten van 31 euro en 559 kaarten van 40 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1364 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 27 euro en 34 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 41749 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 27 euro }\\
\text{ 1364 - x is het aantal kaarten van 34 euro }\\
\color{red}{ 27.x+34.(1364 - x)=41749 }\\
\Leftrightarrow 27.x+34.1364-34.x=41749 \\
\Leftrightarrow -7.x+46376=41749 \\
\Leftrightarrow -7.x=-4627 \\
\Leftrightarrow x=-4627.\frac{1}{-7} = 661 \\
\text{Er zijn 661 kaarten van 27 euro en 703 kaarten van 34 euro.}
\)
- \(\text{In de 3e E vC had het Chinese leger een bijzondere manier om haar manschappen te tellen.}\\
\text{Tijdens het marcheren werd gevraagd om in rijen van (bvb.) 9 soldaten te lopen.}\\
\text{Achteraan noteerde iemand het aantal soldaten in de laatste (onvolledige) rij. Hier: 8 }\\
\text{Vervolgens werd gevraagd om in een ander aantal rijen te lopen, bvb. per 13 }\\
\text{De persoon achteraan noteerde (in dit geval) dat er 12 soldaten in de laatste rij stonden }\\
\text{Hoeveel soldaten zaten er in deze grote groep? }
\\--\\
\text{Dit vraagstuk heeft helemaal niets te maken met vergelijkingen van de eerste graad.}\\
\text{Het totaal aantal soldaten was 1403 . Maar het had ook een andere waarde kunnen zijn.}\\
\text{Heb jij een idee?}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1121 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 23 euro en 26 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 27640 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 23 euro }\\
\text{ 1121 - x is het aantal kaarten van 26 euro }\\
\color{red}{ 23.x+26.(1121 - x)=27640 }\\
\Leftrightarrow 23.x+26.1121-26.x=27640 \\
\Leftrightarrow -3.x+29146=27640 \\
\Leftrightarrow -3.x=-1506 \\
\Leftrightarrow x=-1506.\frac{1}{-3} = 502 \\
\text{Er zijn 502 kaarten van 23 euro en 619 kaarten van 26 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1269 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 27 euro en 31 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 37283 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 27 euro }\\
\text{ 1269 - x is het aantal kaarten van 31 euro }\\
\color{red}{ 27.x+31.(1269 - x)=37283 }\\
\Leftrightarrow 27.x+31.1269-31.x=37283 \\
\Leftrightarrow -4.x+39339=37283 \\
\Leftrightarrow -4.x=-2056 \\
\Leftrightarrow x=-2056.\frac{1}{-4} = 514 \\
\text{Er zijn 514 kaarten van 27 euro en 755 kaarten van 31 euro.}
\)
- \(\text{De Red Flames spelen een wedstrijd tegen Portugal.}\\
\text{Door de coronamaatregelen waren er slechts 1535 toeschouwers.}\\
\text{De toegangskaarten kosten 23 euro en 27 euro.}\\
\text{In totaal bracht dit 38277 euro op.}\\
\text{Hoeveel kaarten waren er van elke soort?}\\--\\
\text{x is het aantal kaarten van 23 euro }\\
\text{ 1535 - x is het aantal kaarten van 27 euro }\\
\color{red}{ 23.x+27.(1535 - x)=38277 }\\
\Leftrightarrow 23.x+27.1535-27.x=38277 \\
\Leftrightarrow -4.x+41445=38277 \\
\Leftrightarrow -4.x=-3168 \\
\Leftrightarrow x=-3168.\frac{1}{-4} = 792 \\
\text{Er zijn 792 kaarten van 23 euro en 743 kaarten van 27 euro.}
\)