Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{ Amani en Romaisae verzamelen bebloede tanden.}\\\text{ Samen hebben ze er 519, maar Amani heeft er 11 meer dan Romaisae .} \\\text{ Hoeveel bebloede tanden hebben ze elk? }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 260 meter.} \\\text{De lengte is 90 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 122 meter.} \\\text{De lengte is 47 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Amani en Tibo verzamelen pokemonkaarten.}\\\text{ Samen hebben ze er 378, maar Amani heeft er 66 minder dan Tibo .} \\\text{ Hoeveel pokemonkaarten hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Khadija en Zahra verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 469, maar Khadija heeft er 53 meer dan Zahra .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\)
- \(\text{ Rebecca doet mee aan een quiz waarin je 30 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 2 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Rebecca 140 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Rebecca juist?}\)
- \(\text{ Romaisae en Ines verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 462, maar Romaisae heeft er 132 meer dan Ines .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 168 meter.} \\\text{De lengte is 50 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Ines doet mee aan een quiz waarin je 50 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 4 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Ines 290 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Ines juist?}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 140 meter.} \\\text{De lengte is 44 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\)
- \(\text{ Rebecca en Khadija verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 476, maar Rebecca heeft er 146 minder dan Khadija .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Flamingo's en Hyena's.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Flamingo's en Hyena's samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 72 verschillende koppen en 190 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Flamingo's en Hyena's zijn er precies?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{ Amani en Romaisae verzamelen bebloede tanden.}\\\text{ Samen hebben ze er 519, maar Amani heeft er 11 meer dan Romaisae .} \\\text{ Hoeveel bebloede tanden hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal bebloede tanden van Romaisae } \\
\text{ x+11 is het aantal bebloede tanden van Amani } \\
\color{red}{x + x +11 = 519} \\
\Leftrightarrow 2.x +11 = 519 \\
\Leftrightarrow 2.x = 519 -11=508\\
\Leftrightarrow x = 254 \\
\text{ Romaisae heeft 254 bebloede tanden en Amani heeft er 11 meer, dus 265 }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 260 meter.} \\\text{De lengte is 90 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 90 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 90) + x + (x - 90) = 260} \\
\Leftrightarrow 4.x - 180= 260 \\
\Leftrightarrow 4.x = 260 + 180 = 440\\
\Leftrightarrow x = 110 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 110 m en een breedte van 20 m}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 122 meter.} \\\text{De lengte is 47 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 47 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 47) + x + (x - 47) = 122} \\
\Leftrightarrow 4.x - 94= 122 \\
\Leftrightarrow 4.x = 122 + 94 = 216\\
\Leftrightarrow x = 54 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 54 m en een breedte van 7 m}\)
- \(\text{ Amani en Tibo verzamelen pokemonkaarten.}\\\text{ Samen hebben ze er 378, maar Amani heeft er 66 minder dan Tibo .} \\\text{ Hoeveel pokemonkaarten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal pokemonkaarten van Tibo } \\
\text{ x-66 is het aantal pokemonkaarten van Amani } \\
\color{red}{x + x -66 = 378} \\
\Leftrightarrow 2.x -66 = 378 \\
\Leftrightarrow 2.x = 378 +66=444\\
\Leftrightarrow x = 222 \\
\text{ Tibo heeft 222 pokemonkaarten en Amani heeft er 66 minder, dus 156 }\)
- \(\text{ Khadija en Zahra verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 469, maar Khadija heeft er 53 meer dan Zahra .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal stickers van Zahra } \\
\text{ x+53 is het aantal stickers van Khadija } \\
\color{red}{x + x +53 = 469} \\
\Leftrightarrow 2.x +53 = 469 \\
\Leftrightarrow 2.x = 469 -53=416\\
\Leftrightarrow x = 208 \\
\text{ Zahra heeft 208 stickers en Khadija heeft er 53 meer, dus 261 }\)
- \(\text{ Rebecca doet mee aan een quiz waarin je 30 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 8 euro. Bij een fout antwoord gaat er 2 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Rebecca 140 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Rebecca juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 30 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 8.x-2.(30-x) = 140}\\
\Leftrightarrow 8.x - 2.30 + 2.x = 140 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 10.x - 60 = 140 \\
\Leftrightarrow 10.x = 140 + 60=200 \\
\Leftrightarrow x = 20 \\
\text{ Rebecca heeft 20 antwoorden juist}\)
- \(\text{ Romaisae en Ines verzamelen magneten.}\\\text{ Samen hebben ze er 462, maar Romaisae heeft er 132 meer dan Ines .} \\\text{ Hoeveel magneten hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal magneten van Ines } \\
\text{ x+132 is het aantal magneten van Romaisae } \\
\color{red}{x + x +132 = 462} \\
\Leftrightarrow 2.x +132 = 462 \\
\Leftrightarrow 2.x = 462 -132=330\\
\Leftrightarrow x = 165 \\
\text{ Ines heeft 165 magneten en Romaisae heeft er 132 meer, dus 297 }\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 168 meter.} \\\text{De lengte is 50 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 50 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 50) + x + (x - 50) = 168} \\
\Leftrightarrow 4.x - 100= 168 \\
\Leftrightarrow 4.x = 168 + 100 = 268\\
\Leftrightarrow x = 67 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 67 m en een breedte van 17 m}\)
- \(\text{ Ines doet mee aan een quiz waarin je 50 vragen moet beantwoorden. }\\
\text{Per goed antwoord krijgt men 10 euro. Bij een fout antwoord gaat er 4 euro af.}\\
\text{Uiteindelijk verdient Ines 290 euro.} \\
\text{Hoeveel vragen heeft Ines juist?}\\\text{x is het aantal juiste antwoorden}\\
\text{ 50 - x is het aantal foute antwoorden} \\
\color{red}{ 10.x-4.(50-x) = 290}\\
\Leftrightarrow 10.x - 4.50 + 4.x = 290 \text{(distributiviteit)} \\
\Leftrightarrow 14.x - 200 = 290 \\
\Leftrightarrow 14.x = 290 + 200=490 \\
\Leftrightarrow x = 35 \\
\text{ Ines heeft 35 antwoorden juist}\)
- \(\text{De speelplaats heeft een omtrek van 140 meter.} \\\text{De lengte is 44 meter langer dan de breedte.} \\\text{Wat zijn de afmetingen van de speelplaats?} \\\\\text{x is de lengte van de speelplaats} \\\text{x - 44 is de breedte van de speelplaats} \\\color{red}{x + (x - 44) + x + (x - 44) = 140} \\
\Leftrightarrow 4.x - 88= 140 \\
\Leftrightarrow 4.x = 140 + 88 = 228\\
\Leftrightarrow x = 57 \\
\text{De speelplaats heeft een lengte van 57 m en een breedte van 13 m}\)
- \(\text{ Rebecca en Khadija verzamelen stickers.}\\\text{ Samen hebben ze er 476, maar Rebecca heeft er 146 minder dan Khadija .} \\\text{ Hoeveel stickers hebben ze elk? }\\\text{ x is aantal stickers van Khadija } \\
\text{ x-146 is het aantal stickers van Rebecca } \\
\color{red}{x + x -146 = 476} \\
\Leftrightarrow 2.x -146 = 476 \\
\Leftrightarrow 2.x = 476 +146=622\\
\Leftrightarrow x = 311 \\
\text{ Khadija heeft 311 stickers en Rebecca heeft er 146 minder, dus 165 }\)
- \(\text{In de zoo van California zijn er heel wat Flamingo's en Hyena's.}\\
\text{De hoogtechnologische voederbakken telden door een bug het aantal Flamingo's en Hyena's samen.} \\
\text{De machines telden in totaal 72 verschillende koppen en 190 verschillende poten.} \\
\text{Hoeveel Flamingo's en Hyena's zijn er precies?}\\
\text{x is het aantal Flamingo's}\\
72 - x \text{ is het aantal Hyena's (op basis van het aantal koppen)}\\
\color{red}{2.x + 4.(72-x)=190 } \text{ (op basis van het aantal poten)}\\
\Leftrightarrow 2.x + 4.72 - 4.x = 190 \\
\Leftrightarrow -2.x + 288=190 \\
\Leftrightarrow -2.x = 190 - 288=-98\\
\Leftrightarrow x = -98.\left(\frac{1}{-2}\right)=49\\
\text{Er zijn 49 Flamingo's en dus 23 Hyena's }\)