Bepaal het voorschrift in de vorm f(x)=ax+b
\(\text {Bepaal het functievoorschrift van t(x) als de functie als richtingscoëfficiënt -3 heeft en door de punt I(5,4) gaat.}\)
\(\text {Bepaal het functievoorschrift van t(x) als de functie als richtingscoëfficiënt -3 heeft en door de punt I(5,4) gaat.}\\ \begin{align} \ & \text {Opstellen vergelijking: methode 1: invullen a = -3 en I(5,4)} \\ & y-y_1 = a(x-x_1) \\\Leftrightarrow & y -4 = -3(x -5) \\\Leftrightarrow & y = -3x+15+4\\\Leftrightarrow & y = -3x+19\\& t(x) = -3x+19\\& \text {Opstellen vergelijking: methode 2 invullen a = -3 en I(5,4)} \\ & y= ax + b \\\Leftrightarrow & y = -3x +b \\\Leftrightarrow & 4 = -3 \cdot 5 +b \\\Leftrightarrow & 4 = -15+b \\\Leftrightarrow & b = 19\\\Rightarrow & y = -3x+19\\& t(x) = -3x+19\end{align} \\\)