Bepaal het voorschrift in de vorm f(x)=ax+b
\(\text {Bepaal het functievoorschrift van t(x) als de functie richtingscoëfficiënt 3 heeft en door het punt C(9,7) gaat.}\)
\(\text {Bepaal het functievoorschrift van t(x) als de functie richtingscoëfficiënt 3 heeft en door het punt C(9,7) gaat.}\\ \begin{align} \ & \text {Opstellen vergelijking: methode 1: invullen a = 3 en C(9,7)} \\ & y-y_1 = a(x-x_1) \\\Leftrightarrow & y -7 = 3(x -9) \\\Leftrightarrow & y = 3x-27+7\\\Leftrightarrow & y = 3x-20\\& t(x) = 3x-20\\& \text {Opstellen vergelijking: methode 2 invullen a = 3 en C(9,7)} \\ & y= ax + b \\\Leftrightarrow & y = 3x +b \\\Leftrightarrow & 7 = 3 \cdot 9 +b \\\Leftrightarrow & 7 = 27+b \\\Leftrightarrow & b = -20\\\Rightarrow & y = 3x-20\\& t(x) = 3x-20\end{align} \\\)