Stel een waarheidstabel op en noteer de samenstelling in eigen woorden.
\(\textbf{Gegeven} \\ \begin{array}{r|l}p & \text{ een spin is geen zoogdier }\\q & \text{ een kip heeft hoogstens vier poten }\\\end{array} \\ \textbf{Gevraagd} \\p\oplus q\)
\(\begin{array}{rr|r}p & q & p\oplus q \\ \hline1 & 1 & 0 \\ \end{array}\\\begin{array}{r|l} p\oplus q & \text{ ofwel geldt 'een spin is geen zoogdier', ofwel geldt 'een kip heeft hoogstens vier poten' }\end{array}\)